Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Mindfulness

20130704-185235.jpg

Marion Bartoli, de toekomstige winnares van Wimbledon, gaat even in meditatie voor haar beslissende opslag.

This is Belgium

In de Kamer ontstond vanmorgen hilariteit toen premier Elio di Rupo verklaarde dat hij (naar aanleiding van het aftreden van de koning) ‘contact had opgenomen met prins Filip’.
‘Het is mijn taak, het is mijn taak’, reageerde de premier lachend.
Meer uitleg kreeg de krantenlezer niet.
Dat was ook niet nodig.

Iedereen weet wat de oorzaak van die hilariteit was.
Premier di Rupo is namelijk gay.
Of wat had u gedacht?
Hij is niet alleen gay, hij is ook een praktiserend homofiel die graag ’s nachts de bars afschuimt op zoek naar jonge jongens.
Want de premier lust ze graag jong.
Hij steekt dat ook niet onder stoelen of banken.
Hij is zo out als maar kan.

Voor mijn verbijsterde buitenlandse lezers:

This is Belgium.

Hier is alles mogelijk, het onwaarschijnlijkste eerst.
En mocht u het niet geloven, for the record:

In het land van Dutroux is een praktiserend pedofiel premier!

En dat is nog niet het ergste.
Het ergste is dat wij dat (allemaal tesamen:) PERFECT NORMAAL vinden!

Er wordt wat over geginnegapt,
En de premier lacht vrolijk mee.
Want: this is Belgium!
Hier kan alles.
En we zijn er nog fier op ook.

20130704-184923.jpg

Margootje

20130704-134951.jpg

Dit is mijn oudste vriendin Margot, die zichzelf tot haar ontzetting ziet staan tussen de Vijgen na Pasen. Dat zullen weer anti-depressiva worden!

Sergej en Judith

Sergej Prokofieff is zonder twijfel de geestigste onder de antroposofen, de Koen Meulenaere van Dornach. Zit nooit om een grap verlegen, doet je altijd lachen.
En dat is wel nodig, want antroposofie is een zeer, zeer ernstige zaak.
Ligt een mens vaak zwaar op de maag.
Men vraagt antroposofen soms: kan het niet wat lichter?
En dan antwoorden ze: neen, het kan niet.
Maar dat is zonder Sergej Prokofieff gerekend.
Deze vrolijke Hans tovert een glimlach op eenieders gezicht.
Hij doet de zon weer schijnen in Antroposofië.
Hij is de vleesgeworden humor, recht uit de Mensheidsrepresentant gestapt.

Dus toen ik zijn boekje ‘De inwijdingsweg van Rudolf Steiner en het geheim van het Ik’ zag liggen, dacht ik onmiddellijk: dát moet ik lezen!
Ideale vakantielectuur.
Beetje licht in deze donkere dagen.

I’m kidding, of course.
Ik neem u in de maling.

Prokofieff is de meest ernstige onder de antroposofen.
En dat wil wat zeggen.
Als Prokofieff lacht, is dat voorpaginanieuws in Das Goetheanum.
Meestal schrijft hij ook boeken van minstens 500 bladzijden dik.
U begrijpt mijn glimlach als ik zeg dat ‘De inwijdingsweg van … ‘ hooguit 50 bladzijden telt.
Grote letter dan nog, en veel ruimte tussen de regels.
Zo heb ik mijn Prokofieffs graag.

Ik heb de man ooit één keer horen spreken.
In Antwerpen. Op ’t Zuid.
Het ging over het Mysterie van Golgotha en nog iets. Maar dat ben ik vergeten.
Ik herinner me ook geen woord meer van wat hij gezegd heeft.
Dat overkomt me wel meer met Prokofieff, om niet te zeggen altijd.
Maar wat ik me wél herinner, heel goed zelfs, is het beeld.

Tien meter voor me stond, strak in de houding en strak in het pak, de in antroposofenland (lees: antroposofendorp) wereldberoemde Sergej O. Prokofieff.
Mijn eerste gedachte was: een Pruisische officier!
De man straalde één en al discipline uit.
Ook zijn manier van spreken was militair:
De Duitse zinnen werden als bevelen uitgestoten.
En na iedere zin wachtte hij onbewogen op de vertaling.
Om de tien seconden een kort salvo. En dat anderhalf uur aan een stuk.
Na afloop waren er geen overlevenden meer in de zaal.
Maar dat zag je natuurlijk niet.
Antroposofen sterven ongemerkt.

Merkwaardige man.

Maar nog veel merkwaardiger was de omgeving.
Aan de muren van de zaal (in het Zuiderpershuis) hingen namelijk allemaal … kleren.
Overdag was er blijkbaar een tentoonstelling van kleren, kleurige jurken als ik me goed herinner.
Ze maakten op mij de indruk van lege vormen.
Alsof men oorspronkelijk mensen aan de muren had gespijkerd, maar die waren verdwenen en alleen de kleren waren achtergebleven.

Merkwaardige illustratie bij een voordracht over het Mysterie van Golgotha!

Maar nog veel merkwaardiger was wat zich tien meter achter mijn rug afspeelde.
Daar was namelijk de Sinksenfoor in volle gang.
Terwijl rode, groene, gele en paarse lampen knipperden en flikkerden, zwierden kermisgangers gillend over de achtbaan. Toeters toeterden, bellen rinkelden, luide stemmen kondigden attracties aan. De muziek deed de grond daveren. Kortom, horen en zien verging. Een Dionysisch bacchanaal van jewelste.

En dat speelde zich allemaal af op pakweg 20 meter van Prokofieff, die stijf als een hark zijn voordracht van een onzichtbare auto-cue aflas en deed alsof hij niks merkte van het helse kabaal.

Ik heb dat beeld nooit vergeten.
Volgens mij is het Prokofieff ten voeten uit.
Want zo ken ik hem ook uit zijn boeken:
Een uiterst gedisciplineerde denker.
Uitermate helder. Uitermate precies.
Uitermate diepzinnig ook.

Maar o zo levenloos.

Als een arend zweeft hij op duizelingwekkende hoogten en ziet daar grootse verbanden verschijnen.
Maar van de bloemetjes en de bijtjes die ginder beneden bloeien en zoemen, daarvan is in zijn denken geen spoor terug te vinden.
Het is volkomen abstract.

Zoals Prokofieff eruitziet, zo denkt hij, zo spreekt hij, zo schrijft hij:
Uiterst keurig en correct, maar kleurloos en bloedeloos.
Kleren zonder man.
Louter vorm.

Let wel: ik zeg niet dat er geen man is, en dat er geen bloed door zijn aderen stroomt.
Ook arenden bestaan niet alleen uit pluimen.
Ze hebben gevoelens.
Maar daar merk je niks van.
Die zitten opgesloten in die strakke vormen.

Prokofieff is met andere woorden een rasechte platonicus.
Hij voelt zich thuis in de wereld van de ideeën en bereikt daar hoogten waar je zelden een mens tegenkomt. Maar zijn grote probleem is: hoe verbind je die geestelijke hoogten met de aardse diepten?
Hoe sla je de brug over die duizelingwekkende kloof?
That is the question voor iedere platonicus.

Het is duidelijk dat Prokofieff daar niet in slaagt.
Hij rept in zijn boeken met geen woord over de wereld hier beneden, de wereld waarin we vandaag leven.
Die lijkt voor hem niet te bestaan.
Je vraagt je af of hij wel eens uit het venster kijkt van zijn kamertje in de betonnen bunker van het Goetheanum.
Ik vermoed van wel. Maar gedisciplineerd als hij is, laat hij de wereld der zinnen niet toe.
Hij wil zijn denken zuiver houden.

Zuiverheid: het slagwoord van de platonicus!

Maar Prokofieffs zuivere denken is niet het ‘reine Denken’ waar Steiner het over heeft.
Steiner heeft het over vorm én inhoud.
Hij heeft het over een levend denken, een warmbloedig denken, een hartelijk denken.
Niet over het dode, abstracte platonische denken dat louter vorm is.

Geen wonder dat Prokofieff het op zijn oude dag aan de stok krijgt met een vrouw die bloedt uit meer dan één opening: de gestigmatiseerde Judith von Halle.
Versta me niet verkeerd: ik wil helemaal niet oneerbiedig doen over mevrouw von Halle, en evenmin over meneer Prokofieff.
Het is me om het beeld te doen: de bloedeloze man en de bloedende vrouw.
Dat is toch veel te mooi om het zomaar te laten liggen!

Ik heb alle respect voor zowel Sergej Prokofieff als Judith von Halle.
Maar je kunt er niet omheen dat het lot – zeg maar: hun beider hoger Ik – hen in deze ‘beeldende’ situatie heeft gebracht, een typisch platonische situatie.
Want ik denk dat ook Judith von Halle een platonische ziel is.
Maar als vrouw zoekt zij niet de zuivere hoogten van het abstracte denken, maar de troebele diepten van het gevoel.

Dezelfde polariteit, maar het andere uiterste.

Je krijgt echt geen stigmata door abstract te denken.
Anders zouden we door zeëen van bloed waden.
Je krijgt stigmata door even diep in het gevoelsleven onder te duiken als Prokofieff hoog opstijgt in de gedachtenwereld.
In beide gevallen gaat het om uitersten.
Dat is wat platonici doen: ze zoeken uitersten op.
Daar zoeken ze de brug over de afgrond: waar les extrêmes se touchent.

Maar ‘the platonic way’ is natuurlijk niet zonder risico’s.
De temperatuur kan hoog oplopen waar de uitersten elkaar raken.
Daarom is het ook weer koekenbak in Dornach:

Game of Thrones tussen Sergej Prokofieff en Judith von Halle!

De oorzaak is als altijd:
Beiden weerspiegelen elkaar en weten het niet.
Ze zitten gevangen in het platonische dualisme.
Tussen haakjes, Judith von Halle ziet er al even ascetisch uit als Prokofieff.
Ook bij haar: weinig kleur te bekennen.
Behalve dat bloed natuurlijk.

Volgens mij geraken ze er nooit uit als ze niet inzien dat ze elkaars spiegelbeeld zijn.
Sergej Prokofieff mag dan wel heel boeiend schrijven over Steiners Bologna-voordracht, waarin het juist gaat over het ‘Gespiegelde Ik’, maar ik vraag me af: zou de man zich realiseren dat Judith von Halle zijn eigen gespiegelde Ik is dat toenadering tot hem zoekt?
En dat hijzelf op zijn beurt Judiths gespiegelde Ik is?
Ik ben eens benieuwd of hij daarachter komt.

Maar áls hij dat doet, dan gaan we nog iets beleven!
Dan krijgen we wellicht de échte Sergej Prokofieff te zien: vorm én inhoud.
Ik houd mijn hart al vast voor de rollercoaster waarin hij ons dán zal meenemen.
Daar zal de Antwerpse Sinksenfoor bij verbleken!

Maar goed, ik wilde het eigenlijk hebben over dat boekje van hem: ‘De inwijdingsweg van Rudolf Steiner en het geheim van het Ik’.
’t Zal voor een andere keer zijn, vrees ik.
U merkt het al: geen discipline!
En ik ben nochtans de zoon van een militair!
Maar ’t is zoals Goethe zei:

Der Sohn ist des Vaters enthülltes Geheimnis.

20130704-123440.jpg

20130704-123609.jpg

Mysterie

20130704-092031.jpg

Kijk, dat begrijp ik niet.

Waarom deponeren mensen hun afval precies op de plek waar het verboden is?

Slecht karakter?
Burgerlijke ongehoorzaamheid?
Puberaal gedrag?
Politie pesten?

Het is natuurlijk ook mogelijk dat de politie haar verbodstekens precies daar plaatst waar mensen hun afval achterlaten.
Maar dan is de vraag: waarom plaatsen ze dat bord en laten ze het afval liggen?
Daarmee maken ze zichzelf toch belachelijk?
Het is alsof ze een verbodsteken plaatsen en zeggen:

Je moet je er niks van aantrekken. We hadden borden te veel, en aangezien hier toch al afval ligt, dachten we: er kan best nog wat rommel bij.
Al die verbodstekens, dat is toch maar om te lachen!
We weten goed genoeg dat een Belg zich daar niks van aantrekt.
Maar hey, we spelen het spelletje mee! Wij zijn sportief.

Een andere mogelijkheid is natuurlijk dat die matras er maar gedeponeerd is nadàt de politie dat bord had geplaatst (en weer vertrokken was).
Maar dan zitten we weer in het eerste geval:
Waarom precies bij dat bord?

En zo zien we weer dat Goethe gelijk had:
We zijn omringd door mysteries, en we beseffen het niet.

Een Hollander over België

In De Standaard lees ik een zoveelste artikel over Le Roi Albert.
Het is van de hand van ene Cees Wijburg.

Cees?

Dat moet een Hollander zijn.
Geen enkele Vlaming heet Cees.
Sven ja, en Joeri, en Wesley, en Brice, en Medard.
Maar geen Cees.

En wat schrijft Cees?

‘Als puntje bij paaltje komt, zal elke Belg zijn koningshuis nimmer laten vallen.’

Hij snapt er dus niks van, deze Hollander.
Waarschijnlijk wil hij dat ook niet.
Welke Hollander interesseert zich nu voor Vlaanderen en België!
Als we geen bier en vijgen hadden …

Wie zou in het buitenland (en zelfs in het binnenland) weten dat Le Roi Albert – ik wil de man niet beledigen door hem in het Nederlands te vermelden – moeite had om zijn minachting te verbergen voor meer dan de helft van ‘zijn’ volk?
Zou zijn madam trouwens al meer dan 5 woorden Nederlands spreken?
Meer heeft ze niet nodig om met haar goeie vriend Jan Hoet te converseren.
Tis oewaar wat kij zek!
Meer hoeft hij niet te horen.

Het verwondert me niet dat Cees Wijburg zoveel respect heeft voor Le Roi Belge.
Leest u die zin nog eens:

‘Als puntje bij paaltje komt, zal elke Belg zijn koningshuis nimmer laten vallen.’

Is dat Nederlands?

En dit:
‘Dat maakte de overgang, vervuld van smart over des konings dood, gemakkelijker.’

Of dit:
‘Vanzelf waart nog het spook door de paleisvleugels rond uit de tijd van Boudewijn.’

Of nog:
‘Een verstandige daad en een van moed.’

En dan:
‘Op haar (Mathilde) rust de zware taak om de nieuwe koning de weg te wijzen in het altijd zo kritische land. De weg is vrij voor een nieuw koningschap, het blad is wit en de paden zijn onbetreden.’

Maar de beste vind ik wel:
‘Als Nederlander wil ik mij bescheiden opstellen …’

Hahahahahahahaha, die Cees toch!

Ik begin voorwaar te vermoeden dat deze Nederlander heel fijntjes de draak steekt met Le Roi Albert en Le Roi Flip.
En wat kun je daar anders mee doen!
Et Belkies Koninkuis is als de zomer van 2013:
Je moét er wel om lachen, anders blijf je huilen.

20130704-084621.jpg

Le roi qui rit

20130704-074137.jpg

Albert wordt ‘de lachende koning’ genoemd.
Maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door Paola.