Bijten in de Apple

door lievendebrouwere

Ik heb in mijn leven al heel wat tijd in boekhandels gesleten.
Het is nog altijd één van de geneugten in mijn leven.
Ik spring dan op mijn fiets en rijd langs de Schelde naar Gent, in blijde verwachting van alles wat ik te zien zal krijgen.
Ik neus dan op goed geluk tussen de nieuwste uitgaven.
Ik neem ze vast, blader erin, ruik er eventueel eens aan (sommige boeken stinken!), lees enkele zinnen, kijk eens naar de foto op de achterflap, monster de afwerking, en leg het dan meestal terug.
Wie weinig geld heeft, moet kieskeurig zijn.
Anders zou ik waarschijnlijk elke week met vijf boeken thuiskomen.
Minstens.
Mijn huis zou nooit groot genoeg zijn om ze allemaal te kunnen bevatten.
Nochtans ben ik geen bibliofiel.
Ik ben niet gehecht aan boeken.
Toen we naar Destelbergen verhuisden, heb ik er een paar honderd weggegooid.
Hup, de container in!
Dat luchtte op.
Later heb ik daar wel eens spijt van gehad, maar nooit lang.
Ach, boeken genoeg!

Nu is er echter een probleem opgedoken.
Ik kan niet meer gaan rondneuzen in de nieuwste antroposofische boeken.
Er zijn gewoonweg geen boekhandels meer waar je ze kunt vinden.
Toch niet in Gent.
In Brugge ook niet.
En in Antwerpen sluit de enige antroposofische boekhandel van het land – De Kleine Prins – zijn deuren.
Elders zal het wel niet beter zijn.

Geen probleem, vinden mijn kinderen.
Er is toch internet?
Daar vind je véél meer boeken dan in de boekhandel,
en bovendien komen ze ze thuis afleveren.
Je hoeft het huis niet meer uit.
Tja.
Het klinkt allemaal heel rationeel.
Maar ik mis het ritueel.
Ik mis de beelden.
Ik mis de werkelijkheid.
Het fietsen, de uitstap, het keuren van de uitgestalde boekwaren, het bladeren, het tasten, het ruiken, kortom het hele zinnelijk-zintuiglijke aspect.
Hoort dat er allemaal niet bij?

Ik heb er een hekel aan om op een computer teksten te lezen.
Vraag me niet waarom.
Papier is veel rustgevender.
Beeldschermen zijn als het ware ‘geestelijk’:
alles wat erop verschijnt, bestaat uit louter lichtpuntjes.
Het is niet echt.
Echt is zintuiglijk.
Echt is zinnelijk.
Al de rest is zin-loos.
En daar hou ik niet van.
Er is al genoeg zinloosheid in de wereld.

Maar zie: les extrêmes se touchent.

Onlangs ben ik eens modern en rationeel geweest,
omdat het niet anders kon.
Ik heb 2 antroposofische boeken via internet besteld.
Gewoon: tik, tik, tik, tik en dan wachten op de facteur.
Nou ja, gewoon.
Ik heb het aan An gevraagd.
Ik snap namelijk nog altijd niet hoe je op internet iets moet bestellen.
Ik wil het waarschijnlijk niet snappen.
Ik heb er een godsgruwelijke hekel aan.
Ik rijd liever 20 kilometer met de fiets dan dat ik – tik, tik, tik – iets op internet bestel.
Noem me middeleeuws, maar ik kan/wil niet zonder de zin van het zintuiglijke.

Vanmorgen waren de bestelde boeken er opeens.
Ik kon het nauwelijks geloven.
Van tik, tik, tik op een glazen scherm tot 2 papieren boeken in je handen, dat vind ik een grote afstand.
Die kan ik met mijn verstand misschien (misschien) nog overbruggen, maar met mijn ziel niet.
Die begrijpt er niks van.
Maar ze moest wel lachen toen ze dat postpakket openmaakte.
Dat ging namelijk als volgt:

Fase 1

20130723-140422.jpg

Fase 2

20130723-140528.jpg

Fase 3

20130723-140604.jpg

Fase 4

20130723-140647.jpg

Fase 5

20130723-140722.jpg

Geef toe: dat is toch om te lachen?

Zit ik hier heel cool en eigentijds op een iPad te tikken, en ergens in Duitsland moet een arme drommel aan de slag met krantenpapier, inpakpapier, karton, plakband en schaar.
Als u heel goed kijkt op de eerste foto, dan zult u merken dat BELGIEN op een heel smal en ongetwijfeld met de hand uitgeknipt strookje papier staat dat er achteraf is opgeplakt.
Modern?
Eigentijds?
Efficiënt?
Met die supercoole internethandel heeft het ouderwetse ambacht van knippen, plakken en inpakken weer zijn intrede gedaan.
Of: we gaan een stap vooruit en tegelijk doen we er een achteruit.

Ik begin te begrijpen waarom ik zo gehecht ben aan het zintuiglijke, tastbare ritueel van het gaan-kopen-van-boeken-in-de-winkel.
Het is niet alleen zinvoller.
Het is ook menselijker.

Want terwijl al die moderne, efficiënte, coole mensen op hun computer zitten te tikken,
zijn er elders in de wereld honderden, duizenden en misschien wel tienduizenden mensen aan het inpakken,
eerst in krantenpapier,
dan in bruin inpakpapier,
dan in karton,
en ten slotte met schaar en lijmpot.
Of zou dat laatste een apart ambacht zijn?

Ik heb te doen met die arme inpakkers.
Ik vermoed dat ze niet dik betaald worden.
Ik vermoed ook dat hun sociale status niet zo groot is als die van de tik,tik,tik-jongens.

En het ergste van al is dat zij een pars pro toto zijn.

Terwijl wij hier allemachtig modern en cool zitten te wezen met onze computers zijn er aan de andere kant van de wereld miljoenen arme sloebers in de weer met zeer ouderwets en uncool materiaal.
Hoogstwaarschijnlijk doen ze van ’s morgens tot ’s avonds niks anders, en hoogstwaarschijnlijk doen ze het voor een habbekrats.
Dat is de keerzijde van onze coolheid: mensen die zich in het zweet voor ons werken.
Dat is de achterkant van onze rijkdom: slavernij.

En dan vinden ze mij ouderwets met mijn gehechtheid aan de zintuiglijkheid der dingen!

Advertenties