Zomerdagen

door lievendebrouwere

Het is vreemd, maar ik heb meer herinneringen aan de zomer dan aan de winter, of enig ander seizoen.
Wat mij bijblijft uit mijn jeugd zijn vooral die zomerdagen dat de wereld roerloos lag te blakeren in de zon.

Ik herinner me nog dat ik tijdens zo’n zomer op de rand van de stoep zit in een uitgestorven straat. Er is geen mens te zien, niets beweegt.
Alsof ik het enige levende wezen op aarde ben.
Ik en de zomer.
De zomerhitte drukt loodzwaar op de aarde en maakt iedere beweging onmogelijk.
Ook ik beweeg me niet.
Ik ben er gewoon.
Misschien is dát wel waarom ik mij de zomer zo goed herinner:
Ik doe niets, ik ben alleen maar.
Ik besta uit louter aandacht,
voor het mysterie van die onbeweeglijke wereld onder de zon.

Een andere herinnering is dat ik op een zomerdag uit het venster op de tweede verdieping kijk en de wereld roerloos onder me zie liggen blakeren, met hier en daar een dak dat als een spiegel het licht van de zon weerkaatst.
Ik sta er even naar te kijken, even roerloos als de wereld zelf.

Het zijn die momenten van bewegingloosheid die ik me het best herinner.
Momenten dat de wereld stil lijkt te staan, dat zelfs de tijd verdwijnt.
Eeuwigheidsmomenten.

Nietsche schrijft:

Oh Mensch! Gieb Acht!
Was spricht die tiefe Mitternacht?
“Ich schlief, ich schlief—,
Aus tiefem Traum bin ich erwacht:—
Die Welt ist tief,
Und tiefer als der Tag gedacht.
Tief ist ihr Weh—,
Lust – tiefer noch als Herzeleid:
Weh spricht: Vergeh!
Doch alle Lust will Ewigkeit
will tiefe, tiefe Ewigkeit!”

Ik beleef dat niet ’s nachts om middernacht
maar overdag in de hete zomer:
Ik ontwaak in een wereld die slaapt,
en ik beleef geen lust
maar tiefe, tiefe Ewigkeit.

20130723-064819.jpg