Gentse Feesten

door lievendebrouwere

Gisteren ben ik naar de Gentse Feesten geweest.
Dat was al járen geleden.
Toen we in 1980 in Melle-bij-Gent kwamen wonen, dacht ik er niet over om naar die wereldberoemde feesten te gaan.
Needankuwel.
Drukte, lawaai, warmte, bier en Gent, nee het was aan mij niet besteed.
Kwam ik niet van Antwerpen, van de beschaafde wereld dus?
En was Gent geen donker krocht waar ze een schabouwelijk dieventaaltje spraken?
Nee, ik moest niks van Gent hebben, en nog minder van de Feesten.

Maar ik raakte mijn werk kwijt en kreeg drie kinderen.
We kwamen niet meer rond en dus ging ik op de Gentse Feesten karikaturen tekenen.
Geen geringe stap voor een autist, dat kan ik u verzekeren.
Ik stierf duizend doden.
Maar ik beet door.
Waar geldgebrek al niet goed voor is!

Negen jaar lang heb ik dat gedaan.
Toen was het sop van de kool.
Na zeven vette jaren, de zeven magere.
En die wilde ik niet meer uitzitten.
Ik wilde wel duizend doden sterven, maar er moest iets tegenover staan.

Zo heb ik dus de Gentse Feesten leren kennen:
door te sterven.
Tien dagen per jaar, bijna tien jaar lang.
Na de eerste keer lag ik plat.
Letterlijk.
Ik stond ’s morgens op, ging op de sofa liggen, en stond pas ’s avonds weer op om te gaan slapen.
Iedere dag, een maand lang.
Ik was volkomen uitgeput.

De drukte was dan ook waanzinnig geweest.
En ik zat er de hele dag middenin.
’s Avonds moest ik dan nog met mijn karretje naar huis.
Ik raakte telkens weer gevangen in een mensenzee waar ik niet meer uitraakte.
Ik kon alleen maar geduldig meebewegen met die zee en hopen dat ze me op een gegeven moment weer uit zou spuwen.
Zo ging dat 10 dagen lang, 10 slopende dagen..

But guess what!
I liked it!

Het was ieder jaar weer een enorme drempeloverschrijding.
Ik zag er ontzettend tegenop.
Ik zei: nee, nee, nee, ik wil niet!
Maar ik deed het toch,
en het was fantastisch,
daar aan de andere kant van de drempel!

Ik werd een heel grote fan van de Gentse Feesten.
Ze waren één grote Dionysische uitbarsting,
vooral ’s avonds.
Door de straten bewoog zich dan, als een lavastroom, een dicht opeengepakte mensenmassa.
Je had geen andere keuze dan erin op te gaan.
Dat was de essentie van de Gentse Feesten:
je gaf jezelf over, je gaf je eigen wil op, je verdween in de massa.

En massaal was het!
Ik had nog nooit zoiets gezien.
In mijn jeugd had ik vaak basketwedstrijden gezien van het destijds grote Racing Mechelen.
Je zat dan opeengepakt in een sporthal met 3000 man die compleet uit de bol gingen.
Ik vond dat fantastisch.
Ik beleefde een catharsis en ging gelouterd naar huis.
Maar tijdens de Gentse Feesten ging het om een hele binnenstad,
het ging om tienduizenden, zelfs honderdduizenden mensen.
Het was hetzelfde, maar dan op veel grotere schaal.
Zowel in tijd als ruimte.

Nee, zoiets bestond waarschijnlijk nergens ter wereld.
Alleen in Gent, de stad van de gouden draak.

Het wonderlijke was dat die gigantische Dionysische uitbarsting
volkomen vreedzaam verliep.
Nochtans was er nauwelijks controle.
Hoe had je die mensenzee ooit kunnen controleren!
Er was geen beginnen aan.
Politie of brandweer konden nergens bij.
Maar …
dat was ook niet nodig.
Deze onafzienbare mensenmenigte controleerde zichzelf.
Ik bleef me daarover verbazen.
Ik, een autist met een afschuw van menigten (meer dan 2 mensen is voor mij al een menigte), voelde mij volkomen veilig en op mijn gemak tussen die duizenden en duizenden dicht op elkaar gepakte mensen.
I absolutely adored it!

Dit was nog eens een echt volksfeest,
van en door het volk.
Om de tien meter stond er een kraampje, een orkestje, een mimespeler, een straatartiest, een clown, noem maar op.
Van over de hele wereld kwamen ze naar Gent om hun kunsten te tonen in ruil voor wat milde giften.
Je zag er de meest fantastische zaken, gewoon op straat.
Gratis en voor niks.
Er werd natuurlijk ook veel lawaai gemaakt.
Maar ik herinner me nog dat ik op een zondagochtend met mijn karretje door de stad liep die zijn roes lag uit te slapen.
Af en toe zag je iemand die van de bakker kwam, maar verder was er geen beweging.
Het was stil, midden in het centrum van Gent was het muisstil.
En in die voorwereldlijke rust, tussen de oude gevels van de Graslei,
Terwijl de zon in al haar glorie boven de daken rees,
stond een jongeman langs het water viool te spelen: Bach.
En hij speelde goed.
Het was een onvergetelijk moment,
een moment zoals je die alleen op de Gentse Feesten kon meemaken,
de feesten die me bleven verrassen.

Natuurlijk gebeurde er binnen ook heel wat,
daar lieten de alomtegenwoordige affiches geen twijfel over bestaan.
Maar dat interesseerde me niet.
De jongleurs met draaiende kettingzagen, de jongens die aan gewichtheffen deden met hun penis, Koen Crucke die optrad met minister Claes, Geert Hoste in het NTG: voor mij waren het randverschijnselen.
De echte Gentse Feesten speelden zich op straat af.
De echte Gentse Feesten waren volksfeesten.
Het volk amuseerde zichzelf.
En het bleek daar buitengewoon creatief in.
Met bijna niks deed het buitengewone dingen.

Zoals ikzelf.
Een blad papier, een potlood en een gom: meer had ik niet nodig
om mezelf en andere mensen te amuseren.
Er was zelfs een Hollands koppel dat ieder jaar terugkeerde en zich ieder jaar door me liet tekenen.
Om te zien of ze veranderd waren.
Het was ook op de Gentse Feesten dat ik karikaturen van kinderen ben beginnen tekenen.
Dat deed ik voordien uit principe niet.
Hoe kun je trouwens een karikatuur van een kind tekenen!
Je vernietigt dan het kind-zijn, je berooft een kind van zijn jeugd, je maakt het vroeg oud.
Want ouderdom maakt mensen tot karikaturen van zichzelf.
En met hoeveel genot ik mensen ook ouder en lelijker maakte,
bij kinderen trok ik een grens: tot hier en niet verder!
Maar het waren de kinderen zelf die me over die grens trokken.
Ze bleven maar zagen om een tekening, en het moest een karikatuur zijn, zo’n grappige portret waar ze konden om lachen.
Tja, waar blijft een mens dan met zijn mooie principes!
Ik gaf me over.
Ik gaf me over aan de wil van de kinderen.
En ik vond het heerlijk,
En zij ook.
Urenlang konden ze wachten om aan de beurt te komen, zonder één teken van ongeduld.
En als ze dan in mijn stoel plaatsnamen, zag ik hun ziel opengaan als een bloem.
Steeds weer opnieuw.
Een kind is al mooi, maar als ook zijn ziel nog eens bloeit…
Wow o wow, zou Steve zeggen.

Of ik die bloeiende ziel ook nog eens op papier kreeg, kan ik niet zeggen.
Wat je al tekenend op dat kindergezicht ziet en wat je op je blad ziet, mengen zich door elkaar.
Als tekenaar kun je die twee niet onderscheiden.
Dat moet de kijker doen.

Om u een idee te geven: dit is Tim.
Ik heb hem wel niet op de Gentse Feesten getekend, maar hij kan model staan voor de honderden kinderen die ik daar getekend heb.

20130724-125308.jpg

Niemand hoeft me te komen vertellen dat de mens slecht is, dat hij een beest is met een laagje vernis.
Ik weet dat het precies omgekeerd is.
Want ik heb het gezien.
Honderden malen.
Honderden keren heb ik menselijke zielen zien ontluiken.
En sindsdien weet ik: de mens is een onwaarschijnlijk mooi wezen.
Dat hou je niet voor mogelijk.
Vooral bij kinderen kun je dat zien, als je ze tenminste kunstzinnig benadert.
Want het luistert heel nauw.
Er is echt heel weinig nodig om zo’n ontluikende kinderziel weer te doen dichtklappen.
In een oogwenk verandert dat engeltje dan weer in een klein duiveltje.
Maar je voelt: dat ‘duivelse’ is een pantser, om die tere ziel te beschermen.
Alleen tegenover de kunstzinnige blik laat het kind dat pantser zakken.
En wat er dan tevoorschijn komt, is onvergetelijk.

Maar die ‘kunstzinnige blik’ vergt wel een intense aandacht en een uiterste inspanning.
Het is iets wat je moet leren.
Het is een ‘oog’ dat je – met veel moeite en eindeloos geduld – moet ontwikkelen.
Alleen als dat oog opengaat, gaat ook de ziel van een kind open.
Beide zijn met elkaar verwant.
Iedere bloem is een oog dat de zon ziet en waarin de zon zichzelf weerspiegeld ziet.
En iedere mensenziel is een bloem,
iedere mensenziel is een oog dat opengaat
als het de wereld als een kunstwerk leert zien.

Kinderen bezitten dat vermogen nog van nature.
zij zijn kleine kunstenaars die overal kunst zien.
Daarom kunnen ze stralen als een zon.

Voor een volwassene is het veel moeilijker.
Om te stralen moet hij weer worden ‘als de kinderkens’.
Hij moet weer dat vermogen verwerven om de wereld als een kunstwerk te zien.
Maar dit keer bewust en uit vrije wil.
Zodat ze het nooit meer van hem kunnen afnemen,
zoals dat wel kan met een kind.

Een kind tekenen is veel moeilijker dan een volwassene tekenen.
Je moet kunnen spelen op papier.
Je moet de kwaliteiten van het kinderlijke spel ontwikkelen,
Maar dan heel bewust.
En dat is ontzettend moeilijk.
Er is niets moeilijkers voor een volwassen mens dan weer te worden als de kinderen.
Dat is een … kunst.

Ik heb duizenden volwassenen getekend in mijn leven.
En dat was vaak een hevige strijd met de weerstanden die ze om zich heen hadden opgebouwd, weerstanden die je met het blote oog niet kan zien, maar die je meteen ondervindt als je begint te tekenen, dat wil zeggen: als je kijkt met je handen en je hart.

Kijk, dát waren voor mij de Gentse Feesten:
een enorm gevecht om mijn eigen weerstanden te overwinnen,
Een gevecht waarbij ik duizend doden stierf.
Maar als ik eenmaal over die ‘drempel’ was:
toen begon mijn ziel te bloeien,
toen zag ik de wonderlijkste, meest onverwachte dingen.
Toen zag ik hoe mooi de mens wel niet is.

Dat zag ik in het klein, op het Groentenmarktje waar ik zat te tekenen,
maar ook in het groot, op alle straten en pleinen van Gent.

Wat hier onder het alziend oog van de Gouden Draak, hoog op het belfort, ieder jaar weer uit de dionysische chaos te voorschijn kwam, was de wondermooie ziel van de mens, de mens die ongestoord kan spelen en feestvieren, de mens die even verlost is van alle banden die hem het hele jaar door gevangen houden.
En die mens is geen gevaar voor andere mensen.
Welintegendeel.
De Gentse Feesten waren een gloeiende baarmoeder waar je als herboren weer uit tevoorschijn kwam.
Waanzinnig, druk, lawaaierig, uitputtend, slopend, dat wel.
Maar ook onvergetelijk.

Ik schrijf echter wel degelijk: de Gentse Feesten wáren.
Want toen kwam Daniël Termont …

20130724-132030.jpg

En waar hij passeerde groeit nu geen gras meer.

Een impressie:

20130724-132224.jpg

Ziet dát er niet feestelijk uit?

20130724-132320.jpg

Het Lam Gods sponsored by Jupiler. Mannen (als Termont) weten waarom.

20130724-132450.jpg

Let op de hartverwarmende symbiose tussen oud en nieuw!

20130724-132650.jpg

Voor elk wat wils: ook aan de liefhebbers van groen is gedacht!

20130724-132818.jpg

En er is zelfs humor!

20130724-132912.jpg

De Graslei ziet er nu zo uit.

20130724-133034.jpg

En natuurlijk is er Polé Polé, voor de gekleurde medemens.

20130724-133143.jpg

Michaël heeft het heel druk tijdens de Gentse Feesten.
Wie goed kijkt, ziet dat er een rood hartje bungelt op de plaats van zijn euh … vijgeblad.

20130724-133333.jpg

Geloof me vrij: Art stinks!

20130724-133453.jpg

Maar wie hebben we daar?
Als dat ons Annaatje niet is!
Ze amuseert zich kostelijk op haar gele steen.

20130724-133704.jpg

En dit is Tanti, ofte tante Marianne.

U ziet, het was niet al kommer en kwel gisteren.
Maar toch wel heel veel.
Er schiet eigenlijk niks meer over van de Gentse Feesten van 20 jaar geleden.
Het is één gore commercie geworden.
Een wanstaltig, allesverpletterend monster.
Je houdt het niet voor mogelijk.
Dat mensen zo diep kunnen zinken.

En het volk?
Dat liep er een beetje verloren bij.
Dit zijn zijn feesten dan ook niet meer.

Ik heb welgeteld één straatartiest gezien, en twee groepjes muzikanten.

Dat is alles wat overblijft van de honderden die destijds de Feesten ‘bevolkten’.
Maar ja, vandaag heerst Termont, de Jupiler onder de goden.
Dit zijn zíjn Feesten, de Termontse Feesten waar hij zolang van gedroomd heeft.
Laten we een luide boer laten op Daniël,
die een strop heeft gelegd rond de Gentse Feesten
en ze vakkundig gewurgd heeft.

Maar zoals dat gaat met wurgingen en terechtstellingen:
er is er altijd wel eentje die blijft ademen.

20130724-140043.jpg

Dit is Bruno, jarenlang mijn collega-buurman op het Groentenmarktje.
Niet kapot te krijgen, die man!

En om in alle rust afscheid te nemen:

20130724-140319.jpg

Dit is de Schouwburgstraat, in het stadscentrum, gisterenmiddag rond 4 uur.
Ze vat de huidige Gentse Feesten bondig samen:
Overal kabaal, maar in het midden: leegte.

Advertenties