Digitale dementie (2)

door lievendebrouwere

20130726-110338.jpg

Ladies and gentlemen, fasten your seatbelts!

Bij uitgeverij Atlas Contact verscheen dit jaar het boek ‘Digitale Dementie’ van Manfred Spitzer, een professor doctor die volgens de achterflap een van Duitslands belangrijkste geheugenonderzoekers is. De man studeerde medicijnen, psychologie en filosofie. Hij doceerde aan Harvard University en is momenteel directeur van een psychiatrische universiteitskliniek.

Zijn boek kan als volgt worden samengevat:

‘Wie wil dat zijn kinderen dom, dik, asociaal, afgestompt, gewelddadig, verslaafd, depressief en voortijdig dement worden, moet ze een computer kopen.’

Deze kernachtige boodschap onderbouwt de professor tot vervelens toe met studies, onderzoeken en experimenten. En ze zeggen allemaal hetzelfde: computers (laptops, tablets, smartphones) zijn slecht voor kinderen. En hoe jonger de kinderen, des te slechter. Voordelen zijn er niet. Daar is de wetenschap het al lang roerend over eens.

Maar, zult u vragen, als het wetenschappelijk vaststaat dat computers slecht zijn voor de mentale, gevoels- en wilsmatige ontwikkeling van de mens, hoe komt het dan dat het gebruik van digitale media voor de scholen zo massaal gepromoot wordt?

Manfred Spitzer geeft drie redenen.

De eerste (en belangrijkste) is: geld.
De producenten van digitale media verdienen gigantisch veel geld. Er bestaat geen koopwaar uit die prijsklasse die zo’n kort leven beschoren is (een drietal jaar) en die dus voortdurend moet vervangen worden. Met al dat geld betalen de bedrijven reclamecampagnes en bedrieglijke onderzoeken.

De tweede reden zijn de media.
Zij gaan zichzelf niet in de voet schieten door anti-reclame te maken voor digitale media. En dus wordt er niet of nauwelijks ruchtbaarheid gegeven aan wat de wetenschap zegt over de gevolgen van computergebruik.
Het moet gezegd: ik heb ‘Digitale Dementie’ nergens vermeld zien staan in de kranten. Ik lees ze wel niet systematisch, dus ik kan het gemist hebben, maar het verschijnen van een boek als dit zou groot nieuws moeten zijn. Het zou alle mogelijke aandacht moeten krijgen omdat het hier gaat om een kapitaal probleem van volksgezondheid. De kwalijke gevolgen van vroegtijdig en frequent computergebruik voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de bevolking zijn gewoon niet te becijferen.

De derde reden zijn de politici.
Ze willen de media niet tegen zich in het harnas jagen, en dus zwijgen ze over de kwalijke invloed van de digitale media. Meer zelfs, ze juichen het gebruik ervan toe en verklaren onomwonden dat er geen gevaren zijn, hoewel ze zeer goed weten dat die er wél zijn.
Maar ja, zegt Manfred Spitzer, kinderen gaan niet stemmen en dus trekken de politici zich niks van hen aan. Ze behandelen kinderen als vee, niet als mensen die met respect dienen behandeld te worden.
Zelfs mensvriendelijke ngo’s als Amnesty International en Greenpeace houden hun mond.
Ik zie, zegt Manfred Spitzner, geen enkele maatschappelijk relevante instelling die ons attent maakt op de negatieve gevolgen van digitale media voor onze gezondheid.

De brave man heeft het duidelijk heel moeilijk met deze ‘trahison des clercs’ en hij moet zijn uiterste best doen om niet cynisch te worden:

“Stel je voor: ze lijden allemaal aan digitale dementie en niemand heeft wat door!’ Alleen een cynicus zal denken dat het ook niet anders kán, want het hoort immers bij het beeld van dementie dat je kritiekloos wordt, dat je niet meer goed kunt nadenken en dat je niet goed meer snapt wat er in je omgeving gebeurt. En omdat we allemaal al digitaal dement zijn, merkt niemand wat en wordt er ook niet geprotesteerd.
Maar tegen die cynicus zeg ik: de situatie is weliswaar ernstig, maar als de zaak al hopeloos was, had ik dit boek niet geschreven.”

Manfred Spitzer blijft positief, maar echt overtuigend is zijn goede moed niet.

‘Omdat dit mijn tweede mediakritische boek is, weet ik nu al wat ermee zal gebeuren, we leren immers van onze ervaringen.’
Hij vertelt hoe hij na zijn eerste boek overstelpt werd met leugens, verdachtmakingen en scheldpartijen, die er uiteindelijk toe leidden dat er niks gebeurde.
En na zijn tweede boek zal het niet anders zijn.

Een paar bladzijden later beschrijft hij de kwalijke invloed van de digitale media als volgt:

‘Een vicieuze cirkel van controleverlies, voortschrijdend mentaal en lichamelijk verval, het afzakken op de sociale ladder, vereenzaming, stress en depressie begint, die onze kwaliteit van leven beperkt en zorgt dat we jaren eerder overlijden.’

Ten slotte stelt hij de vraag: wat kunnen we doen?

En hij besluit zijn alarmerende boek met … een lijstje van praktische tips:

Eet gezond!
Beweeg dagelijks een half uur.
Probeer minder te piekeren.
Maak haalbare plannen.
Help anderen.
Geld maakt niet gelukkig.
Luister af en toe eens naar muziek.
Zing!
Glimlach!
Wees actief.
Houd het leven eenvoudig.

En last but not least: mijd digitale media!

Het is allemaal goedbedoeld,
en het is ongetwijfeld waar,
maar … het klinkt zo futiel.

De boodschap die Manfred Spitzer niet wil meegeven,
geeft hij tussen de regels door toch mee.
En die boodschap luidt dat we gevangen zitten in een vicieuze cirkel.

Steeds meer kinderen maken op steeds jongere leeftijd gebruik van digitale media.
Spitzer geeft het voorbeeld van Duitsland, waar om 10 uur ’s avonds nog 800.000 kleuters voor tv zitten. Zelfs om middernacht zijn het er nog altijd 50.000.
In Amerika is het nog erger.
Daar staat de tv altijd aan: 24 uur per dag, van wieg tot graf.
Als die kleuters vervolgens naar school gaan (vaak nadat ze ’s morgens al een portie tv achter de kiezen hebben) wordt hen daar een laptop voor de neus geschoven, niet zelden gratis ter beschikking gesteld door de bedrijven of de overheid. Binnen de kortste keren zijn de kinderen verslaafd aan hun computer, een verslaving waar ze waarschijnlijk hun leven lang niet meer vanaf zullen raken. Tenzij ze terecht kunnen in gespecialiseerde ziekenhuizen voor computerverslaafde kinderen.

De gevolgen van deze verslaving zijn zonder meer desastreus voor de ontwikkeling van de hersenen.
De menselijke hersenen ontwikkelen zich namelijk zeer langzaam, in tegenstelling tot de hersenen van dieren. En de grondslagen voor die – in feite levenslange – ontwikkeling worden in de vroege jeugd gelegd.
Worden die grondslagen aangetast – zoals het geval is met vroegtijdig computergebruik – dan is de mens in feite voor de rest van zijn leven mentaal gehandicapt.

Dat is wat Manfred Spitzer bedoelt met ‘digitale dementie’.
Reeds van in de wieg (sommige baby’s kunnen niet meer slapen zonder hulp van tv of computer) worden de hersenen aangetast. Ze worden onvoldoende gevormd of ze verschrompelen zelfs, waardoor al heel vroeg de basis voor dementie wordt gelegd.
De titel van zijn boek is dus niet figuurlijk bedoeld.
Spitzer bedoelt het letterlijk.
Zowat zijn hele boek gaat over de hersenen, de hersenen die alles aansturen.
En juist die hersenen zijn het grote slachtoffer van de digitale media.
Dat is al honderd keer bewezen.
Iedere wetenschapper weet dat.
Iedere politicus weet dat (of zou het moeten weten).
Maar er gebeurt niets.

Manfred Spitzer schrijft zijn boek en hij weet wat er zal gebeuren: niets.
Hij is met andere woorden machteloos, ondanks zijn autoriteit, ondanks het feit dat hij een wetenschappelijk tv-programma presenteert.
Hoe machteloos moet de gewone man dan wel niet zijn!
En juist die machteloosheid veroorzaakt, meer dan wat ook, stress.
En die stress veroorzaakt op zijn beurt hersenschade.
Stress vernietigt hersencellen.

Spitzer vertelt over een experiment met ratten.
Een rat zit in een kooi en krijgt via de bodem af en toe een electrische schok.
De rat kan die pijnlijke schok vermijden door een knop aan te raken als er een lampje gaat branden. Hij moet dan wel snel reageren, want er zit niet veel tijd tussen het oplichtende lampje en de electrische schok.
Naast de rat, in een aangrenzende kooi, zit er nog een andere rat.
Als de eerste rat een schok krijgt, krijgt de tweede er ook een.
Maar de tweede rat heeft geen lampje en geen knop.
Hij kan niks doen om de schok te vermijden.

De vraag is nu: welke van de twee ratten staat onder stress?
Het antwoord ligt voor de hand: rat nr 1.
Want die moet er voortdurend op bedacht zijn dat het lampje gaat branden en dan moet hij zich reppen naar het knopje.
Hij is dus nooit op zijn gemak.
Rat 2 daarentegen hoeft niks te doen, hij kan toch niks aan de situatie veranderen.
Hij is machteloos en moet er zich wel bij neerleggen.

Kijk, dit is het mooie van de wetenschap: zij vertelt ons dingen die we nog niet wisten.
Het is namelijk niet rat 1 maar rat 2 die onder stress staat!
Na onderzoek bleek rat 2, die alles over zich liet gaan, alle bekende stressverschijnselen te vertonen: hoge bloeddruk, maagzweren, groeistoornissen, impotentie, infectieziekten, kankergezwellen en last but not least afgestorven hersencellen.
Rat 1 daarentegen, die voortdurend alert moest zijn, bleek helemaal géén stress te vertonen!
En de reden was: hij was niet machteloos, hij kon iets veranderen aan zijn situatie!

De vicieuze cirkel waarin we gevangen zitten, ziet er dus als volgt uit:

Onze omgang met digitale media veroorzaakt dementie.
We weten dat.
Iedereen met een beetje gezond verstand weet dat het niet gezond is om zoveel voor de computer te zitten.
Dat is nu ook door de wetenschap aangetoond met harde bewijzen.
We weten dus met zekerheid dat we de omgang – zeker van kinderen – met digitale media drastisch moeten terugschroeven, anders worden we met zijn allen langzaam dement.
En toch kunnen we het niet.
De overmacht van de digitale media is te groot.
We staan machteloos.
En juist die machteloosheid veroorzaakt op zijn beurt dementie.
Ze veroorzaakt de stress die hersencellen doet afsterven.

We worden dus dement door voor de computer te zitten,
en we worden dement door ons daartegen te verzetten.

We zitten met andere woorden als ratten in de val.

Manfred Spitzer vecht moedig tegen de digitale draak.
Maar hij kan zijn machteloosheid niet verbergen.
Hij weet dat het een uitzichtloze strijd is.
Wie zijn boek leest, begrijpt dat hij niet kan zwijgen.
Het is zijn morele plicht, als wetenschapper en ouder, om te waarschuwen voor het gevaar van digitale dementie.
Maar juist door te waarschuwen bevordert hij de dementie, want na de lectuur van zijn boek voelt een mens zich machtelozer dan ooit.
En dus gestresseerder.
Wat hem alweer een paar tienduizenden hersencellen kost.

Ik heb verleden week in een opwelling gezegd: koop dit boek, lees dit boek!
Het is een boek dat iedereen moet lezen.
Dat vind ik nog altijd.
Maar nu ik het helemaal gelezen heb, ondervind ik aan de lijve het vreselijke dilemma van Manfred Spitzer:

Het is immoreel om hierover te zwijgen,
maar door erover te spreken, bevorder je datgene waarvoor je waarschuwt.

Anders gezegd: de lectuur van ‘Digitale Dementie’ veroorzaakt dementie!

Wat nu gedaan?

Dit los je niet op met een lijstje ‘praktische tips’.

Zou dat wellicht de reden zijn waarom niemand iets doet?
Mensen voelen dat Manfred Spitzer hen als ratten in de val lokt en dan zegt:
Het is erg, ik weet het, maar we moeten positief blijven!
En dan komt hij af met zijn praktische tips.
Doekjes voor het bloeden.

De waarheid is dat Spitzer het probleem heel scherp stelt, maar er geen oplossing voor heeft.

Is dit niet hetzelfde dilemma waarvoor je staat als je verneemt dat je man, of je vrouw, of zelfs je kind (dementie begint steeds vroeger) Alzheimer heeft?
Wat moet je dan doen: moet je het hem/haar vertellen of niet?
Wat is het ergste: dement worden en het niet beseffen of dement worden en het wél beseffen?
Dat is een vreselijk dilemma.
Maak je het lijden niet nog (veel) erger door iemand te vertellen dat hij dement wordt?
Is het niet beter om dat te verzwijgen en de zieke langzaam in vergetelheid te laten wegzinken?

In feite is de grote vraag: weet een dementerende wat er met hem aan de hand is of weet hij dat niet?
Kan hij op de een of andere manier tegenover zijn falende hersenen gaan staan of verdwijnt dat vermogen samen met die hersenen?

Dementie confronteert ons met de vraag naar het menselijk bewustzijn:
valt dat bewustzijn samen met onze hersenen of niet?
Is het een louter materieel fenomeen of is het wellicht meer?

En hier bereiken we de kern van de onmacht, de motor van de vicieuze cirkel.
Als we inderdaad ons brein ZIJN, dan is er geen uitweg uit de impasse.
We zullen dan met zijn allen verder dementeren.
En we zullen er niets kunnen aan doen, want we zullen het niet beseffen.
Een boek als dat van Manfred Spitzer is dan als een laatste stuiptrekking van onze hersenen.
Het doet ons beseffen dat we dement worden, maar door de schok raken we zoveel hersencellen kwijt, dat we meteen weer vergeten zijn dat we aan het dementeren zijn.
We wíllen er ons ook niet bewust van worden, want dan wordt alles nog erger.
We wíllen met andere woorden dementeren,
om verlost te worden van dat ondraaglijke lijden,
om niet bewust te moeten aftakelen,
om niet machteloos het einde te zien naderen.

Manfred Spitzer ergert zich blauw wanneer het ministerie van Volksgezondheid hem zegt:
‘Onze wereld is zoals hij is, daar kunnen we niets aan doen.’
Maar in feite trekt het ministerie Spitzers eigen woorden logisch door.

Al in het begin van zijn boek, op pagina 49, schrijft hij:

‘Dankzij uw mentale activiteit verandert uw brein voortdurend. Daarom hébt u niet een brein, zoals u een hart en twee nieren hebt. Nee, u bént uw brein!
Wat u bent, dat is niet het lijfelijk omhulsel dat u in de spiegel ziet, maar uw leven, uw ervaringen. En die zetelen in de hersenen.’

In feite zegt het ministerie wat Spitzer zelf niet durft te zeggen, namelijk:
Als wij onze hersenen ZIJN, wie zou dan iets aan hun dementie kunnen veranderen?
Er IS buiten die dementerende hersenen gewoon niemand!
Er is geen eigenaar.
Dat zegt Manfred Spitzer zelf.
Dat is de – materialistische – grondslag van zijn hele denken.

En daar zit natuurlijk de knoop.
Als wij geen hersenen HEBBEN, maar hersenen ZIJN, dan is de toestand hopeloos.
Dan kunnen we alleen maar verder dementeren.
Tot we nergens meer van weten.

Manfred Spitzer is intelligent genoeg – of moet ik zeggen: nog niet dement genoeg? – om dat te voelen.
Hij is een gekweld man.
Hij voelt dat er iets niet klopt.
Iemand als Dick Swaab voelt dat niet meer.
Aan zijn vergenoegde glimlach kun je aflezen dat hij al ‘over de grens’ is.
Al verging de wereld, hij zou nog blijven glimlachen.
De glimlach van de idiot savant.

Manfred Spitzer is geen idioot. Nog niet.
Hij heeft nog een hart.
Hij lijdt onder de hele situatie.
Maar hij slaagt er niet in om zich te bevrijden van de materialistische waan dat mensen hun hersenen ZIJN.

Op pagina 51 schrijft hij:

‘Het woord dementie is afgeleid van het Latijnse ‘de’ (ont-) en ‘mens’ (geest). Letterlijk vertaald betekent dit dus: ontgeesting.’

Maar geen moment komt het bij hem op dat geest werkelijk geest betekent, dat wil zeggen: iets totaal anders dan die anderhalve kilo dode materie die de hersenen zijn.

Hij is een overtuigd wetenschapper, maar hij staat er geen moment bij stil dat de wetenschap nog nooit – zelfs niet bij benadering – heeft kunnen aantonen of begrijpen hoe uit iets doods (materie) iets levends zou kunnen ontstaan, laat staan iets levends dat ook nog eens begiftigd is met bewustzijn.

Manfred Spitzer denkt precies hetzelfde wat Eben Alexander – die andere hersenspecialist – ook dacht voor zijn bijna-doodervaring.
En daar ligt het verschil tussen beide.
Daar ligt ook (het begin van) de oplossing, het grote keerpunt:
in de dood van de hersenen.
Pas als de hersenen het helemaal laten afweten en blijkt dat er nog leven en bewustzijn is BUITEN de hersenen,
pas dan zullen mensen rechtsomkeer maken,
pas dan zullen ze afstand nemen van die verschrompelende hersenen
en het daarop geënte materialistische denken.

Het is natuurlijk een paardenmiddel: wachten tot iedereen hersendood is en dan kijken wie het overleeft (en een blik heeft geworpen op ‘de andere kant’).
Het is onze eer als mens te na als we het zover laten komen.

Want we kunnen ook ‘sterven’ zonder dood te gaan.
Ik heb daar verslag over gedaan in ‘Home, sweet home’.
Ik ben toen een vrije keuze gemaakt,
en dat was een doodservaring.
Uiteraard niet in fysieke zin, maar wel gevoelsmatig.

Een vrije keuze maken betekent niet: zomaar willekeurig iets kiezen.
Want dan schakel je je bewustzijn uit.
Een vrije keuze maken betekent: bewust weten waarom je iets kiest.
Zonder dat bewustzijn is er geen echte vrijheid.
Maar juist dat bewustzijn van de onmogelijke keuze – in dit geval tussen spreken en zwijgen, tussen bewust dementeren en onbewust dementeren – is een doodservaring.
Je beleeft dan de totale onmacht van het hersendenken.
En als je dan niet wegvlucht in bewusteloosheid,
maar die onmacht bewust doorleeft, met alle zielekwellingen die erbij horen,
dan gaat in die duisternis een lichtje branden.
Dan ontstaat er een bewustzijn dat zich verheft boven dat hersendenken,
een bewustzijn dat in beelden leeft,
een bewustzijn dat rechtsomkeer maakt.

Want we zijn aan een grens gekomen.
Voorbij die grens begint de weg naar de dood,
de langzame dementering, de stelselmatige aftakeling van het menszijn.
En hoe verder we op die weg gaan, des te moeilijker wordt het om nog terug te keren.
Want we zullen steeds minder beseffen dat we bergaf gaan,
integendeel,
we zullen er steeds meer van overtuigd raken dat we op weg zijn naar de top.
Hoe dommer we worden, des te verstandiger zullen we onszelf vinden.
Hoe meer we dementeren, des te meer zullen we de gezonden van geest beschouwen als … dementerenden.
De vicieuze cirkel die Manfred Spitzer schetst, zal almaar groter worden en apocalyptische vormen aannemen.

Daarom is het zaak om nu te beslissen, nu we nog over genoeg hersencellen beschikken.
We moeten kiezen tussen de steile weg omhoog en de brede boulevard omlaag.
Tussen vrijheid en dementie,
Tussen de bewuste doodservaring op de ‘schedelplaats’,
en de onbewuste aftakeling in een instelling voor dementerenden.
en de brede boulevard van de langzame dementering.
En die keuze kunnen we alleen maken wanneer we beide opties duidelijk naast elkaar zien staan.

Wanneer we Manfred Spitzers boek kritisch lezen en doordenken, lijkt het alsof we geen keuze hebben.
Zijn lijstje met ‘praktische tips’ is geen echt alternatief.
Het kan de vicieuze cirkel niet stopzetten, integendeel.
Wat we nodig hebben, is een wetenschap van de geest,
een wetenschap die de mogelijkheid van de vrijheid onderzoekt, even grondig als Spitzer de hersenen onderzoekt.
Pas als die twee wetenschappen – een materialistische wetenschap en een geesteswetenschap – naast elkaar staan, kunnen we een echte keuze maken.

En dan zullen we nooit kiezen voor het onvermijdelijk tot dementie leidende materialisme.
We zullen dan met hart en ziel kiezen voor een levenwekkende geesteswetenschap.
En we zullen dat doen in het volle besef dat het materialisme nodig was,
om vrij te kunnen kiezen,
om bij volle bewustzijn te kunnen kiezen voor de geest.

En dan zullen we Manfred Spitzer niet zien als een tragische figuur die zijn eigen boodschap om zeep helpt, maar als een moedige strijder voor de waarheid, een waarheid die hij net niet kan bereiken omdat hij nog te veel vastzit aan zijn hersenen.

20130726-110534.jpg

Advertenties