Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Maand: juli, 2013

Bijten in de Apple

Ik heb in mijn leven al heel wat tijd in boekhandels gesleten.
Het is nog altijd één van de geneugten in mijn leven.
Ik spring dan op mijn fiets en rijd langs de Schelde naar Gent, in blijde verwachting van alles wat ik te zien zal krijgen.
Ik neus dan op goed geluk tussen de nieuwste uitgaven.
Ik neem ze vast, blader erin, ruik er eventueel eens aan (sommige boeken stinken!), lees enkele zinnen, kijk eens naar de foto op de achterflap, monster de afwerking, en leg het dan meestal terug.
Wie weinig geld heeft, moet kieskeurig zijn.
Anders zou ik waarschijnlijk elke week met vijf boeken thuiskomen.
Minstens.
Mijn huis zou nooit groot genoeg zijn om ze allemaal te kunnen bevatten.
Nochtans ben ik geen bibliofiel.
Ik ben niet gehecht aan boeken.
Toen we naar Destelbergen verhuisden, heb ik er een paar honderd weggegooid.
Hup, de container in!
Dat luchtte op.
Later heb ik daar wel eens spijt van gehad, maar nooit lang.
Ach, boeken genoeg!

Nu is er echter een probleem opgedoken.
Ik kan niet meer gaan rondneuzen in de nieuwste antroposofische boeken.
Er zijn gewoonweg geen boekhandels meer waar je ze kunt vinden.
Toch niet in Gent.
In Brugge ook niet.
En in Antwerpen sluit de enige antroposofische boekhandel van het land – De Kleine Prins – zijn deuren.
Elders zal het wel niet beter zijn.

Geen probleem, vinden mijn kinderen.
Er is toch internet?
Daar vind je véél meer boeken dan in de boekhandel,
en bovendien komen ze ze thuis afleveren.
Je hoeft het huis niet meer uit.
Tja.
Het klinkt allemaal heel rationeel.
Maar ik mis het ritueel.
Ik mis de beelden.
Ik mis de werkelijkheid.
Het fietsen, de uitstap, het keuren van de uitgestalde boekwaren, het bladeren, het tasten, het ruiken, kortom het hele zinnelijk-zintuiglijke aspect.
Hoort dat er allemaal niet bij?

Ik heb er een hekel aan om op een computer teksten te lezen.
Vraag me niet waarom.
Papier is veel rustgevender.
Beeldschermen zijn als het ware ‘geestelijk’:
alles wat erop verschijnt, bestaat uit louter lichtpuntjes.
Het is niet echt.
Echt is zintuiglijk.
Echt is zinnelijk.
Al de rest is zin-loos.
En daar hou ik niet van.
Er is al genoeg zinloosheid in de wereld.

Maar zie: les extrêmes se touchent.

Onlangs ben ik eens modern en rationeel geweest,
omdat het niet anders kon.
Ik heb 2 antroposofische boeken via internet besteld.
Gewoon: tik, tik, tik, tik en dan wachten op de facteur.
Nou ja, gewoon.
Ik heb het aan An gevraagd.
Ik snap namelijk nog altijd niet hoe je op internet iets moet bestellen.
Ik wil het waarschijnlijk niet snappen.
Ik heb er een godsgruwelijke hekel aan.
Ik rijd liever 20 kilometer met de fiets dan dat ik – tik, tik, tik – iets op internet bestel.
Noem me middeleeuws, maar ik kan/wil niet zonder de zin van het zintuiglijke.

Vanmorgen waren de bestelde boeken er opeens.
Ik kon het nauwelijks geloven.
Van tik, tik, tik op een glazen scherm tot 2 papieren boeken in je handen, dat vind ik een grote afstand.
Die kan ik met mijn verstand misschien (misschien) nog overbruggen, maar met mijn ziel niet.
Die begrijpt er niks van.
Maar ze moest wel lachen toen ze dat postpakket openmaakte.
Dat ging namelijk als volgt:

Fase 1

20130723-140422.jpg

Fase 2

20130723-140528.jpg

Fase 3

20130723-140604.jpg

Fase 4

20130723-140647.jpg

Fase 5

20130723-140722.jpg

Geef toe: dat is toch om te lachen?

Zit ik hier heel cool en eigentijds op een iPad te tikken, en ergens in Duitsland moet een arme drommel aan de slag met krantenpapier, inpakpapier, karton, plakband en schaar.
Als u heel goed kijkt op de eerste foto, dan zult u merken dat BELGIEN op een heel smal en ongetwijfeld met de hand uitgeknipt strookje papier staat dat er achteraf is opgeplakt.
Modern?
Eigentijds?
Efficiënt?
Met die supercoole internethandel heeft het ouderwetse ambacht van knippen, plakken en inpakken weer zijn intrede gedaan.
Of: we gaan een stap vooruit en tegelijk doen we er een achteruit.

Ik begin te begrijpen waarom ik zo gehecht ben aan het zintuiglijke, tastbare ritueel van het gaan-kopen-van-boeken-in-de-winkel.
Het is niet alleen zinvoller.
Het is ook menselijker.

Want terwijl al die moderne, efficiënte, coole mensen op hun computer zitten te tikken,
zijn er elders in de wereld honderden, duizenden en misschien wel tienduizenden mensen aan het inpakken,
eerst in krantenpapier,
dan in bruin inpakpapier,
dan in karton,
en ten slotte met schaar en lijmpot.
Of zou dat laatste een apart ambacht zijn?

Ik heb te doen met die arme inpakkers.
Ik vermoed dat ze niet dik betaald worden.
Ik vermoed ook dat hun sociale status niet zo groot is als die van de tik,tik,tik-jongens.

En het ergste van al is dat zij een pars pro toto zijn.

Terwijl wij hier allemachtig modern en cool zitten te wezen met onze computers zijn er aan de andere kant van de wereld miljoenen arme sloebers in de weer met zeer ouderwets en uncool materiaal.
Hoogstwaarschijnlijk doen ze van ’s morgens tot ’s avonds niks anders, en hoogstwaarschijnlijk doen ze het voor een habbekrats.
Dat is de keerzijde van onze coolheid: mensen die zich in het zweet voor ons werken.
Dat is de achterkant van onze rijkdom: slavernij.

En dan vinden ze mij ouderwets met mijn gehechtheid aan de zintuiglijkheid der dingen!

Advertenties

Zomerdagen

Het is vreemd, maar ik heb meer herinneringen aan de zomer dan aan de winter, of enig ander seizoen.
Wat mij bijblijft uit mijn jeugd zijn vooral die zomerdagen dat de wereld roerloos lag te blakeren in de zon.

Ik herinner me nog dat ik tijdens zo’n zomer op de rand van de stoep zit in een uitgestorven straat. Er is geen mens te zien, niets beweegt.
Alsof ik het enige levende wezen op aarde ben.
Ik en de zomer.
De zomerhitte drukt loodzwaar op de aarde en maakt iedere beweging onmogelijk.
Ook ik beweeg me niet.
Ik ben er gewoon.
Misschien is dát wel waarom ik mij de zomer zo goed herinner:
Ik doe niets, ik ben alleen maar.
Ik besta uit louter aandacht,
voor het mysterie van die onbeweeglijke wereld onder de zon.

Een andere herinnering is dat ik op een zomerdag uit het venster op de tweede verdieping kijk en de wereld roerloos onder me zie liggen blakeren, met hier en daar een dak dat als een spiegel het licht van de zon weerkaatst.
Ik sta er even naar te kijken, even roerloos als de wereld zelf.

Het zijn die momenten van bewegingloosheid die ik me het best herinner.
Momenten dat de wereld stil lijkt te staan, dat zelfs de tijd verdwijnt.
Eeuwigheidsmomenten.

Nietsche schrijft:

Oh Mensch! Gieb Acht!
Was spricht die tiefe Mitternacht?
“Ich schlief, ich schlief—,
Aus tiefem Traum bin ich erwacht:—
Die Welt ist tief,
Und tiefer als der Tag gedacht.
Tief ist ihr Weh—,
Lust – tiefer noch als Herzeleid:
Weh spricht: Vergeh!
Doch alle Lust will Ewigkeit
will tiefe, tiefe Ewigkeit!”

Ik beleef dat niet ’s nachts om middernacht
maar overdag in de hete zomer:
Ik ontwaak in een wereld die slaapt,
en ik beleef geen lust
maar tiefe, tiefe Ewigkeit.

20130723-064819.jpg

Liefde & devotie te Brugge

20130722-090923.jpg

Zo was het vroeger.

20130722-091018.jpg

Maar als u goed kijkt, sluipt de moderne tijd al binnen.

20130722-091055.jpg

Hier heeft de moderne tijd zijn plaats veroverd in de kerk (bij ’t stadspark).

20130722-091203.jpg

En hier prijkt de moderne devotie in al haar glorie (op het museumplein).

Hemels Brugge

20130722-090518.jpg

Dit is het Hemelrijk in Brugge. Zowat de rustigste plek in de stad.

20130722-090745.jpg

En hier woont de huisbaas.

Toerisme

Iedere dag weer wordt Brugge overspoeld door toeristen.
En ze blijven maar komen.
En het zijn er steeds weer andere.
Uit alle delen van de wereld.
Wat komen zij doen?

They come to pay their respect.

In feite is het toerisme één grote begrafenisstoet.
Men komt de laatste eer bewijzen aan een gestorven wereld.
Men komt afscheid nemen.

Maar dat beseft men natuurlijk niet.
Het toerisme is – zoals zoveel tegenwoordig – een ‘materialisering’ van wat eigenlijk op mentaal of geestelijk vlak zou moeten gebeuren:
een bewustwording van de kunstzinnigheid van het verleden,
van onze voorouders,
van onszelf.
Want we zijn zelf de scheppers van al dat moois.
We hebben er in een vorig leven zelf aan meegewerkt.
Daarom niet individueel, maar wel als mensheid.
En het is ook als mensheid dat we vandaag aan toerisme doen.

Nu onze scheppende, kunstzinnige krachten het laten afweten,
ontstaat er ruimte voor reflectie.
We doen als mensheid wat we als mens doen wanneer onze levenskrachten verdwijnen:
we kijken terug op ons leven.
We roepen beelden op uit onze jeugd, toen ons leven vorm kreeg.
En we kijken ernaar, we reflecteren erop, we mijmeren erover.
Zoals we doen wanneer we in een museum naar schilderijen kijken,
of door Brugge lopen en naar de gebouwen kijken.
Het is een ritueel,
een ouderdomsritueel.

We herkauwen ons verleden.

Maar we beseffen het niet.
We weten niet waarom we het doen.
We weten niet meer hoe we naar kunst moeten kijken,
en we weten nog niet hoe we de wereld als een kunstwerk moeten zien.
We bevinden ons in een leegte,
in een soort niemandsland tussen verleden en toekomst.
En in die leegte, op die grens,
moeten we ontwaken.

We doen wat we moeten doen,
maar we weten het nog niet,
we zijn nog niet ontwaakt.

En dat is die toeristen goed aan te zien…

20130722-075552.jpg

Op de kentering der tijden geboren,
in onze ogen nog de ondergangen
van de oude werelden die verbleken,
onze lippen geplooid ten nieuwe groet,
en in ons hart een tweedracht van verlangen
naar dromen van weleer, die wij verloren,
naar de nieuwe, wier bloesems openbreken –
zo moeten wij door bittre jaren zwerven,
het is altijd een strijd en een ontbreken:
alles in ons beweegt zich als een vloed
en somtijds zinkt het weg, alsof wij sterven.

(Henriette Roland Holst van der Schalk)

Brugse wapenhandel

20130722-065240.jpg

20130722-065322.jpg

Zo ziet onze stand eruit, dat wil zeggen de stand van Croco Henk.
Wij zijn maar de nederige verkopers, dat wil zeggen: mijn vrouw is dat.
Ik ben maar een domme kracht, die sleurt met de bakken
en zorgt voor de catering.
Ieder weekend op de Dyver,
van half april tot half november.
Tegenover het Europa-college,
tegenover het Groeninghe-museum,
op 50 meter van de Rozenhoedkaai,
op 50 meter van het Gruuthuse-museum.
In het centrum van Brugge dus.
Gaat dat zien!
(Wijzelf zijn er maar de helft van de tijd, de zondag of de zaterdag,
de andere helft doet Croco Henk himself.)

20130722-070354.jpg

Dit is onze buurvrouw.
Zij is ook het zien meer dan waard.

Moderne Primitieven

20130722-063215.jpg

20130722-063316.jpg

20130722-063405.jpg

20130722-063431.jpg

Naar verluidt was Brugge ooit een kunstzinnige stad.

Brugge met

20130722-062024.jpg

20130722-062101.jpg

20130722-062210.jpg

20130722-062327.jpg

En ze blijven maar komen, jaar in jaar uit, iedere dag, zomer of winter.
Maar nooit vóór tien uur ’s ochtends.
Dan zitten ze waarschijnlijk te mailen, te bloggen, te facebooken.
Want toeristen zijn ook maar mensen.

Brugge zonder

20130721-075344.jpg

20130721-075445.jpg

20130721-075603.jpg

20130721-075747.jpg

Zo ziet Brugge eruit zonder toeristen.
Wanneer kan men dat wereldwonder waarnemen?
Iedere dag, vóór 10 uur.
Dan heb je de stad helemaal voor jezelf.
Zeker op zondag.
Geen levende ziel te bekennen.
Bruges la mystique.
Maar om klokslag 10 uur worden de toeristen uit hun kooien, pardon hotels losgelaten.
Waarschijnlijk een oud Middeleeuws gebruik.
In geen tijd zijn ze dan opeens overal.
En is het weer Bruges la kermesse.

We hersenen ons dood

20130720-064143.jpg

Vandaag gaan de Gentse Feesten van start en dat betekent dat An & ik twee dagen naar … Brugge gaan.
Jaja, feesten betekent voor de kleine zelfstandige: werken.
En hoe kleiner de zelfstandige is, des te harder moet hij werken.
Maar u hoort mij niet klagen.
Ik wil u alleen verwittigen dat er dit weekend waarschijnlijk niet geblogd wordt.
Om u niet geheel en al zonder geestelijk voedsel te laten, geef ik u het volgende ter overweging mee.

In zijn boek ‘Digitale Dementie’ (koop dat boek, beste lezer, koop dat boek!) schrijft Manfred Spitzer op p. 121:

‘Gebrek aan zelfbeheersing, eenzaamheid en depressie zijn in onze moderne samenleving de belangrijkste stressfactoren. Daardoor sterven zenuwcellen af en wordt op de lange termijn de ontwikkeling van een van de vele soorten dementie gestimuleerd.’

Prof. Dr. Manfred Spitzer is een van Duitslands belangrijkste geheugenonderzoekers. Hij doceerde aan Harvard University en is momenteel directeur van de psychiatrische universiteitskliniek in Ulm.
Ik ga er bijgevolg van uit dat de man weet waarover hij spreekt.

Het verbaast mij dat stress vooral veroorzaakt wordt door de drie dingen die hij aangeeft.
Ik had veeleer gedacht aan te hard werken, drukte, jachtig leven, lawaai, geldgebrek, enz.
Maar het blijken dus drie zaken te zijn die alle drie gelinkt zijn aan zingeving.

Want waarom verliest een mens zijn zelfbeheersing?
Waarom heeft hij woede-aanvallen?
Omdat hij angstig is.
En die angst is in onze veilge tijden vooral existentiële angst.
Angst voor het niets, voor de zinloosheid, voor de totale onmacht.

Hetzelfde geldt ook voor eenzaamheid en depressie.
Men raakt niet gedeprimeerd door concrete tegenslagen.
Men raakt gedeprimeerd door de Grote Tegenslag dat men in een volstrekt zinloze en stuurloze wereld leeft.
En eenzaamheid is in de eerste plaats het teruggeworpen zijn op zichzelf,
het afgesneden zijn van het Grote Geheel.
En dat Grote Geheel was vroeger héél groot.
Het ging van de familie, over het dorp en het volk tot helemaal bij God.
De mens voelde zich ingebed in Alles.
Nu voelt hij zich verlaten in het Niets.

Eenzaamheid, depressie, angst en woede-uitbarstingen zijn mijns inziens allemaal beelden van de mens die opgesloten zit in zijn hoofd, in zijn schedel,
de mens die gereduceerd is tot zijn hersenen,
die daar maar wat rondhangen in de gevangenis van de harde schedel,

en die verantwoordelijk zijn voor Alles.

De paradox is dus dat de reductie van de mens tot zijn hersenen,
de moderne verheerlijking van het fysieke brein,
leidt tot het langzame .. afsterven van dat brein.

Het gewone egoïsme is verstard tot fysieke zelfverheerlijking,
De zelfverheerlijking van de hersenen,
de meest dode materie in het menselijk lichaam.
En dat blijkt nu … zelfmoord te zijn.

Ik wist het: de glimlachende Dick Swaabs dezer wereld zijn levensgevaarlijk.

’t Is maar dat u ’t weet.

En nu: op naar de Gentse Feesten!
Even helemaal uit de bol gaan.
Even géén hersenen zijn.

Het kan uw leven redden.

20130720-071043.jpg