Without a trace

door lievendebrouwere

Aan zee (waar ik eigenlijk nog altijd half ben) heb ik een weeklang geleefd zonder televisie en zonder radio.
Dat was geen enkel probleem, al had ik af en toe wel zin in een beetje muziek.
Maar na een paar dagen was er toch iets wat ik begon te missen.
Iemand eigenlijk.
En wel Jack Malone.
Of the FBI.

Hij is de hoofdfiguur in ‘Without a trace’, een tv-serie die we nu al wekenlang volgen (op dvd).

20130812-161434.jpg

Het is geen echte top-serie, maar na 5 seizoenen en meer dan 100 afleveringen zijn we er ten huize Debrouwere danig op gesteld geraakt.
Iedere aflevering brengt het relaas van een verdwijning die behandeld wordt door Jack Malone en zijn team.
Het begint telkens met een scène uit het-leven-zoals-het-is.
We zien mensen in hun gewone (of soms wel ongewone) doen en laten, en op een gegeven moment verdwijnen ze (digitaal) uit beeld. Ze lossen als het ware op.
Ik hou van dergelijke intro’s.
Ik hield daar reeds als kind van, toen ik Suske en Wiske las.
Die strips begonnen ook altijd met een scène uit het gewone Vlaamse leven.
En zo hoort het ook.
Kunst mag een mens ver weg voeren – bijvoorbeeld naar het oude Athene, waar Lambik zich gaat moeien in de strijd met de Feniciërs – maar het moet altijd beginnen waar de lezer of kijker is.
Vind ik.
Ik hou het meest van kunst die mijn eigen wereld in beeld brengt.
En die daar vervolgens allerlei onvermoede aspecten van blootlegt.

Dat is ook wat ‘Without a trace’ doet.
Het ogenschijnlijk alledaagse leven dat we in de intro zien, blijkt bij nadere beschouwing niet zo alledaags te zijn.
Het wordt helemaal uitgespit door Malone’s special agents, die geen steen op de andere laten.
Want het ontraadselen van die ogenschijnlijk gewone levens leidt tot het terugvinden van de verdwenen personen.

Het heeft – zoals alle goede kunst – iets metaforisch.
Is de moderne mens niet iemand die zichzelf is kwijtgeraakt?
En is het bestuderen van zijn leven niet dé manier bij uitstek om dat ‘zelf’ terug te vinden?
Dat geldt trouwens niet alleen voor zijn persoonlijke leven, het geldt ook voor het bovenpersoonlijke leven van een volk of een cultuur of zelfs de mensheid tout court.
Rechtstreeks laat de mens zich niet kennen.
Dat doet hij alleen door de beelden van zijn leven.
Wie die beelden aandachtig bestudeert, komt vroeg of laat op het spoor van de kunstzinnigheid van dat leven, en dus ook van de kunstenaar die het vorm heeft gegeven.
Het is door het kunstwerk van zijn leven dat de mens zichzelf laat kennen.
Het is door dat kunstwerk te bestuderen dat hij zichzelf leert kennen.
En in die zelfkennis ligt genezing.
Door die zelfkennis kan de mens zichzelf weer terugvinden.

Hij moet daarbij natuurlijk wel kunstzinniger tewerk gaan dan Jack Malone, maar zo’n FBI-onderzoek is de eerste stap.
Het leven wordt in kaart gebracht.
Zo volledig mogelijk, zonder weglaten van puzzelstukjes.
En zo doemt na verloop van tijd een beeld op, dat in feite een zelfbeeld is.
Niet het egoïstische imago dat iedereen zich aanmeet, maar het beeld van iemands ware ‘zelf’, het beeld van de kunstenaar achter het kunstwerk.

Die beeldvorming is een lange en moeilijke weg, want een kunstwerk geeft zijn geheimen niet zomaar prijs, en zeker niet het kunstwerk van een mensenleven.
Maar het is wel de spannendste tocht die men kan ondernemen.
Je eigen leven als een kunstwerk zien: reken maar dat het spannend is.

Daarbij vergeleken stelt ‘Without a trace’ niet veel voor.
Maar zoals ik al zei: het is een goed begin.

De kracht van de reeks zit in het feit dat we telkens weer een ander leven voorgeschoteld krijgen.
In iedere aflevering leren we een uniek individu met een uniek leven kennen.
En het verbazende is dat je het nooit moe wordt.
Ik zei het al: het is geen topreeks.
En toch blijf je kijken.
Je raakt er zelfs meer en meer aan gehecht, ondanks de gebreken.

Jack Malone bijvoorbeeld is goed, maar zijn team bestaat uit grijze muizen, zonder veel persoonlijkheid.
Af en toe probeert men in dat grijs een beetje kleur in te krijgen, maar dat wordt algauw geforceerd.
De scènes waarin stoere Jack tranen in de ogen krijgt en allerhande spieren in zijn gezicht beweegt om emoties te suggereren, werken na een tijdje op de … lachspieren.

Wat ook tot een karikatuur wordt, is de steeds terugkerende vraag: zou u die persoon kunnen beschrijven?
Want dat leidt steevast tot een zo gelijkende tekening dat de geportretteerde meteen herkend wordt.
Wie iets van tekenen kent, weet wel beter.

Maar wat artistiek niet klopt, klopt metaforisch gezien wel.

De eerste fase in de beeldvorming – de wetenschappelijke fase zeg maar – beheerst de moderne mens zeer goed. Dat herkennen we in de knappe scenario’s van deze reeks en de zeer vakkundige verfilming ervan.
Met met de tweede fase – de overgang van wetenschap naar kunst – loopt het mis.
Die drempel kan de moderne mens nog niet overschrijden.
Dat komt niet alleen tot uitdrukking in die zeer onrealistische voorstelling van de portrettekening op basis van een beschrijving, maar ook in alles wat persoonlijk en emotioneel is in deze reeks.
Het is allemaal geforceerd, alsof de producer zei: er moet een beetje gevoel bij! Waarop de scnaristen antwoordden: dan doen we er een beetje gevoel bij!
Bij het zien van het resultaat denk je als kijker onwillekeurig: schoenmaker blijf bij je leest!

Maar wanneer je de zaak op metaforisch niveau bekijkt, klopt het weer wel.
De onhandigheid en geforceerdheid van ‘Without a trace’ wanneer er iets gebeurt dat buiten het FBI-werk valt, is een beeld van de stunteligheid van de moderne, rationalistische mens wanneer hij het gevoelsmatige, kunstzinnige gebied betreedt.

Ik denk dat je als kijker dat metaforische niveau onbewust aanvoelt, want je vergeeft deze reeks al die schoonheidsfouten.
Ik moet wel zeggen dat er één schoonheidsfout is waar ik me in toenemende mate aan erger, en dat zijn de opgespoten lippen van Poppy Montgomery.

20130812-171710.jpg

Gewoonlijk zou ik daar meteen op afknappen.
Ik kan dat echt niet aanzien, die onnatuurlijk gezwollen lippen.
Geen idee waarom.
Mischien moet ik daar eens over nadenken.
Dit keer heeft het echter vier seizoenen geduurd voor ik het er moeilijk kreeg met Poppy’s poppemondje.
Het geeft aan dat je deze reeks krediet geeft.
Je begint er gaandeweg meer en meer van te houden, ondanks de tekortkomingen.
En volgens mij heeft dat te maken met de eindeloze fascinatie die uitgaat van het leren kennen van (het leven van) een unieke, individuele mens.
Dat is iets wat je nooit moe wordt.

Jammer dat we al aan seizoen 6 zitten, want er zijn er maar 7.
Maar niet getreurd.
Na de laatste aflevering beginnen we gewoon weer opnieuw.
Niemand kan toch zoveel mensenlevens onthouden.
Bovendien word ik al een dagje ouder.
Dat helpt ook.

20130812-172644.jpg