Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Angst voor mazelen

Voor de geïnteresseerden neem ik hieronder een artikel over dat de Nederlandse antroposofische arts Arie Bos 25 jaar geleden schreef.
Hij staat nog altijd achter zijn tekst, maar zegt er wel bij dat de situatie veranderd is omdat ouders hun kinderen geen antistoffen meer meegeven. Wat hij daar precies mee bedoelt, weet ik niet. Het komt er waarschijnlijk op neer dat kinderen vandaag heel wat minder bestand zijn tegen ziekten, en dus ook tegen kinderziekten. Bos kan daarom meer begrip opbrengen voor vaccineren en raadt het zeker niet af.

ANGST VOOR MAZELEN

In de zomer van 1956 waarschuwde de akela van ons groepje welpen dat we niet te wild mochten spelen. We moesten vooral niet bezweet raken, meende ze, want voor je het wist kon de kinderverlamming toeslaan. In mijn herinnering was het een prachtige zomer, zoals alle zomers in de jeugd, die in een onkinderlijke rust moest worden doorgebracht. Zwemmen was er zeker niet bij: het water borg het grootste gevaar in zich. Er werden dat jaar meer dan tweeduizend kinderen ziek. In het jaar daarop gingen we op een dag met de hele klas naar het gebouwtje van de GGD waar we in een onafzienbare rij klaar stonden om in de arm te worden geprikt. Er was niemand op deze gereformeerde school die zich niet liet vaccineren. Nooit eerder was er een polio-epidemie (kinderverlamming) van een dergelijke omvang geweest. Een aantal kinderen had blijvende verlammingen overgehouden. We weten nu dat het poliovirus de paradoxale neiging heeft pas ziekte en verlammingen te veroorzaken wanneer de hygiëne in een land groter wordt. In landen waar een minder hoge hygiënische standaard is, vormt verontreinigd water een alom tegenwoordig reservoir van poliovirussen. Ieder kind wordt al vroeg in zijn leven besmet, in een tijd dat het nog door van de moeder afkomstige afweerstoffen wordt beschermd. De antistoffen die het daardoor ontwikkelt, beschermen het weer tegen een eventuele latere besmetting die dan in een milde vorm of volstrekt ongemerkt voorbij gaat. Epidemieën krijgen zo geen kans om te ontstaan omdat iedereen over afweerstoffen beschikt.

Een heel andere situatie ontstaat wanneer door een grotere hygiëne het virus niet meer circuleert. Oudere kinderen die vrijwel geen afweerstoffen meer van hun moeder over hebben, zijn dan onbeschermd en kunnen erg ziek worden wanneer incidenteel de ziekte in de vorm van een epidemie toeslaat. Deze situatie bestond in onze streken voor het jaar 1957, toen een systematische inenting tegen polio myelitis op gang kwam. Al vrij snel was een percentage van 98 procent gevaccineerden bereikt, wat tot de dag van vandaag nog steeds het geval is. De hoop bestond dat de hoge vaccinatiegraad van de bevolking de verspreiding van het virus effectief zou voorkomen zodat ook de niet gevaccineerden onder de “vaccinatieparaplu” van de anderen zouden kunnen meeschuilen. Dat bleek niet het geval te zijn. In 1971 en in 1978 ontstond er in enkele streng gereformeerde gemeenschappen, waar om principiële reden niet wordt ingeënt, een polio-epidemie die relatief veel verlammingsslachtoffers eiste. Het lijkt er aldus op dat naarmate een bevolking door vaccinatie beter is beschermd tegen een ziekte, de ongevaccineerden door het ontbreken van antistoffen een groter risico lopen om de ziekte op volle sterkte te moeten doormaken.

Zes sterfgevallen

Het is indertijd een geniale gedachte geweest van Edward Jenner, de dokter uit Berkely in Engeland die omstreeks 1798 de vaccinatie uitvond, en een goed voorbeeld van een vruchtbare samenwerking die het waarnemen met het denken kan aangaan, wanneer niet uitsluitend bij een esthetische ontroering wordt stilgestaan. Jenner vroeg zich namelijk af waarom hij boerenmeisjes aantrekkelijker vond dan burger- of adellijke meisjes. Dat kwam omdat de eersten in tegenstelling tot de laatsten meestal over gave gezichtjes beschikten. De pokken, destijds een algemene (kinder)ziekte, hadden bij de anderen dikwijls een extra reliëf in het gezicht achtergelaten. Een boerin wees Jenner er op dat de boerenmeisjes wel pokkenlittekens op hun handen hadden die ze hadden overgenomen van de uiers van de door hen gemolken koeien. Dat waren de zogenaamde koepokken. Jenner begreep dat de relatief onschuldige koepokken (vaccinia, van vacca is koe) beschermden tegen kinderpokken. Daarmee is de term vaccinatie ontstaan. Het kwam echter voor dat na inenting iemand toch over het gehele lijf koepokken kreeg. Al waren het dan in dit geval koepokken, de gevolgen waren niet minder ernstig. Een vergelijkbaar probleem kan zich nog steeds voordoen wanneer met een levend maar verzwakt virus wordt gevaccineerd, zoals bijvoorbeeld via het “suikerklontje” tegen polio. Zo’n verzwakt virus kan zich toch, weliswaar langzaam, vermenigvuldigen, weer uitgescheiden worden en sterker besmettelijk zijn dan in zijn oorspronkelijke, afgezwakte vorm. In Nederland gebruikt men daarom tegen polio liever het met formaline gedode virus.

Ook nu nog leveren sommige inentingen problemen op, zoals de DKTP-prik, vooral door de kinkhoesttoxinen, en de mazelenprik met het afgezwakt maar levend virus (DKTP is: difterie, kinkhoest, tetanus en polio). In 1986 werden zes sterfgevallen van kinderen na vaccinatie gemeld aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM). Vijf gevallen betroffen van tevoren niet-zieke kinderen, van wie vier na een DKTP-enting overleden en het vijfde na een mazelenvaccinatie. Het zesde kind leed aan een ernstig hartgebrek. Een verband tussen vaccinatie en overlijden kon niet worden bewezen omdat geen sectie werd verricht; zij werden als “wiegedood” geduid. In hetzelfde jaar werd twee maal een hersenvliesontsteking gemeld – één maal na een mazelenprik en één maal na een DKTP-inenting – en verder nog tweeënveertig andere ernstige bijwerkingen van een van beide vaccinaties. De melding is vrijwillig, zodat volgens het RIVM moet worden aangenomen dat lang niet alle gevallen bekend worden. Dat dit soort bijwerkingen voorkomen, is algemeen bekend in de medische wereld en heeft, hoezeer het ook ernstig moet worden genomen, nooit geleid tot een door kranten en televisie aangewakkerde angstgolf. Wat kan er dan de reden van zijn dat bij de laatste mazelenepidemie breeduit de publiciteit is gezocht? De aanleiding werd gevormd door het overlijden van een zesjarig jongetje en een week later een vijfjarig meisje aan, zo werd bericht, een complicatie van mazelen. Het is opmerkelijk dat nooit is bekend gemaakt aan welke complicaties de kinderen zijn overleden en of er nog andere omstandigheden hierbij een rol hebben gespeeld. Het is namelijk al jaren bekend dat bij de zeldzame gevallen van overlijden na mazelen vrijwel altijd sprake is van een voorafgaand lijden, zoals bijvoorbeeld een hartgebrek of mongolisme. De longontsteking als complicatie is in het algemeen goed te behandelen.

Indringer

Nederland beroemt zich er op met 95 procent tot de landen met het hoogste percentage ingeënten te behoren. De volkswoede naar aanleiding van de sterfgevallen richtte zich dan ook gemakkelijk op de overblijvende vijf procent. Opvallend is dat deze volkswoede werd aangewakkerd en verwoord door enkele hoogleraren. De hoogleraar gezondheidsrecht Roscam Abbing uit Maastricht meent dat ouders die hun kinderen niet tegen mazelen laten inenten uit de ouderlijke macht moeten worden ontzet. Professor Dupuis, hoogleraar ethiek te Leiden, die vaker blijk geeft van een zekere hang naar dwangmaatregelen, vindt dat inenten verplicht moet worden. En Professor Huisman, sociaal geneeskundige te Rotterdam, beweert zelfs dat een derde van de kinderen die de mazelen hebben gehad daar psychische schade van overhoudt of spasticiteit! Het lijkt een duidelijke zaak: de twee sterfgevallen die het gevolg zouden zijn van een tot voor kort onschuldige kinderziekte, zijn de schuld van de ouders die hun kind geen mazelenvaccinatie hebben gegund. De zaken liggen echter iets genuanceerder. Vroeger kwamen complicaties bij mazelen in de westerse wereld maar zelden voor. De enige ernstige complicatie die moet worden gevreesd, is de encefalitis, immers de longontsteking is goed te behandelen. In het begin van de jaren zestig gold bijvoorbeeld in Duitsland een getal van 1:14.500 gevallen van mazelen waarbij encefalitis als complicatie van mazelen optrad. Er wordt aangenomen dat vijftien procent van de kinderen met encefalitis overlijdt. Inmiddels, sinds de vaccinaties, geldt een getal van 1:1000 à 1:2000. Het is overigens de vraag of dit ernstiger verloop alleen te wijten is aan het gebrek aan antistoffen bij de niet gevaccineerden, of dat ook de behandeling van de ziekte er een rol in speelt.

Een onderzoek van de Haarlemse arts B. Witsenburg in Afrika, waar mazelen een ernstiger verloop heeft dan in Europa, liet zien dat overlijden aan complicaties bij mazelen statistisch beduidend vaker voorkomt bij kinderen die koortswerende middelen krijgen. Dat is ook te verwachten, want koorts is een van de manieren waarop het lichaam zich tegen een dergelijke indringer verweert.

Mazelen vormde eigenlijk nooit een probleem. Het was een ziekte die je gehad moest hebben en die ook vrijwel iedereen van boven de vijftien jaar heeft doorgemaakt. Het betekende een paar dagen ziek thuis blijven met koorts, hoesten en rode vlekken op gezicht en lijf, vertroeteld worden door je moeder en weer beter worden. En beter worden kon je heel letterlijk nemen. Je moeder vond dat je veranderd was en dat vond je zelf ook. Je armen staken verder uit je mouwen en broekspijpen, je keek anders uit je ogen, je was minder kind en meer mens geworden. Hoge koorts betekent een inspanning voor het lichaam; er moet tenslotte een ziekte worden overwonnen. Iedereen weet dat je door inspanning sterker wordt. Dat geldt ook voor het afweersysteem. Nu de kinderziekten al bijna volledig zijn uitgeroeid, overspoelt een grote golf van verkouden, hoestende en benauwde kindertjes het spreekuur van de huisarts. Vooral huid- en luchtwegproblemen – de gebieden waar de klassieke kinderziekten de strijd laten afspelen – nemen bij kleine kinderen enorm toe. Een “kinkhoest” die vaak serologisch (wat betreft antistoffen) niet tot de echte kinkhoest is te herleiden en ook “vlekjesziekten”, die lijken op de klassieke kinderziekten maar het niet zijn, vormen een vrijwel dagelijks beeld. Het lijkt wel of een kind niet zonder kinderziekten kan.
Het belang van het doormaken van kinderziekten wordt vanuit de antroposofische geneeskunde als volgt verduidelijkt. In het kort gezegd komt het er op neer dat een mens als geestelijk wezen zijn ouders heeft uitgezocht om een lichaam voor hem te vormen. Dat geboren lichaam heeft echter aanvankelijk meer de kwaliteiten en eigenschappen van de ouders dan van het kind dat er in woont. Het lichaam moet worden omgebouwd om eigen te kunnen worden. Daarvoor moet grote kracht worden gemobiliseerd. Koorts bijvoorbeeld. Alle kinderziekten hebben een eigen terrein waar ze “verbouwingswerkzaamheden” mogelijk maken: de huid, de luchtwegen, de slijmvliezen en het zenuwweefsel. Na roodvonk, dat met langdurige hoge koorts gepaard gaat, vervelt een kind zelfs en komt als nieuw weer tevoorschijn.

In het medisch tijdschrift The Lancet van 5 januari 1985 is een artikel verschenen waarin de resultaten van een veertig jaar durend onderzoek naar de gevolgen van mazelen werden gepubliceerd. Er bleek een statistisch significant verband te bestaan tussen het niet doorgemaakt hebben van mazelen en het op latere leeftijd ontstaan van immuniteitsziekten, bot- en kraakbeenziekten en tumoren. Het RIVM heeft het op zich genomen om behalve de ernstige ziekten difterie, tetanus en polio en de niet zo ernstige kinkhoest, ook de voor kinderen onschuldige bof, rode hond en mazelen weg te vaccineren. Dit is voor veel, vooral antroposofische ouders, die om nog weer andere overwegingen dan streng gereformeerde ouders kinderziekten positief waarderen, geen reden om zich te laten wijsmaken dat deze ziekten uiterst gevaarlijk zijn. Ze zijn hoogstens erg lastig. Wanneer door het hoge vaccinatiepercentage en de daardoor ontstane afwezigheid van afweerstoffen, mazelen in de toekomst een gevaarlijke ziekte zou worden, zal dat voor veel antroposofische ouders een nieuw element betekenen in de overweging wel of niet te vaccineren. Ze zijn dan wel gedwongen tegelijkertijd tegen de bof en de rode hond te laten enten. Of deze “vooruitgang” ook een verbetering van de gezondheidstoestand van de Nederlandse bevolking zal betekenen, is echter de vraag.

Het lijkt meer zo te zijn dat de vaccinatieparaplu waaronder ook de niet gevaccineerden kunnen schuilen, het karakter van een steriele broeikas gaat aannemen waarin kwetsbare plantjes opgroeien. Zo schept de technologische gezondheidszorg zijn eigen problemen.

Arie Bos

(Jonas 13, 19 februari 1988)

20130813-211048.jpg

Vallende sterren

20130813-121657.jpg

Toen ik gisteravond buiten ging om de poort te sluiten, zag ik een vallende ster.
Voor de eerste keer in mijn leven.
Ik was te verbouwereerd om een wens te doen.
Het ging bliksemsnel.
Alsof iemand met een rapier een schram maakte op de hemel.
Zoef!
Een lange, verticale streep die een fractie van een seconde oplichtte.
Een zeer fijne, loodrechte bliksem, maar dan zonder donder.
Het enige wat ik hoorde, was de kerktoren die in de verte middernacht sloeg.

Ik zal niet zeggen dat ik als door de bliksem (sic) getroffen was, maar ik trok toch grote ogen.
Dat doe ik anders nooit.
De sterren aan de hemel laten mij koud.
Het gebeurt regelmatig dat mijn vrouw ’s avonds buiten staat en roept: kom eens kijken!
Ik weet dan al hoe laat het is: de sterren!
Plichts- en huwelijksgetrouw slof ik dan naar buiten, werp een blik op de hemel en begrijp niet what’s all the fuzz about.
Ik ken niks vervelenders dan dat grote zwarte vlak met al die witte puntjes erop.
Want dát is wat de sterrenhemel voor me is.

Het heeft lang geduurd voor mijn vrouw geloofde dat ik me niet aanstelde.
Hoe kon iemand nu onbewogen blijven bij het aanschouwen van al die pracht!
Maar echt waar, ik zag helemaal geen pracht.
Ik zag alleen een grote abstracte tekening.
En abstracte kunst zegt me niets.
Ik kon me ook niet voorstellen dat mijn vrouw iets anders zag dan ik.
Ik vind dat trouwens een zeer onaangename gedachte.
Dat mensen andere dingen denken, tot daaraan toe.
Maar dat ze andere dingen zién?
Waar moet het heen als andere mensen roze olifanten zien waar ik strijkijzers zie!
Ik vind multiculturaliteit al erg genoeg, maar multivisualiteit?

Maar gisteren zag ik voor het eerst in mijn leven wat mijn vrouw waarschijnlijk altijd al gezien heeft.
En dan heb ik het niet over die vallende ster.
Dat was slechts de eye-opener.
Het was alsof de hele sterrenhemel reageerde toen ze die schram over haar gezicht kreeg.
Het was alsof alsof de sterren bewogen, alsof de hemel … leefde.
Ik wist niet wat ik zag.
Anders zie ik altijd – áls ik al kijk – een volkomen bewegingsloze, dode hemel.
En die wekt verveling en weerzin in me op.
Ik wil dan alleen maar naar binnen, waar het licht is en gezellig.
Maar dit keer bleef ik buiten staan en keek vol verbazing naar een wereld die ik nog nooit gezien had.
De sterren dansten!
Het was alsof ik naar een donker wateroppervlak keek waarin de sterren lichtjes heen en weer deinden.
Scheelde er iets aan mijn ogen?
Vond er verhoogde electrische activiteit plaats in mijn hersenen?
Of beeldde ik het me gewoon in?

Maar mijn verbeelding is nog nooit aangesproken geweest door de sterrenhemel.
En als klassiek tekenaar ben ik een geoefend waarnemer.
Ik weet dus wat gezichtsbedrog is.
Maar hoe ik ook keek, die sterren wilden niet meer stilstaan.
Integendeel.
Op een bepaald moment zag ik een ster die zich langzaam verplaatste.

Veel vliegtuigen vanavond, dacht ik eerst.
Maar het was geen vliegtuig.
Vliegtuigen vertonen meer dan één lichtje en doorgaans knipperen ze ook nog.
Bovendien volgen ze een strakke, rechtlijnige koers.
Het lichtje dat ik met mijn ogen volgde, knipperde niet.
Het danste lichtjes, net als de andere sterren.
Het was beslist geen mechanische beweging.
En dus zeker geen vliegtuig.

Ik kon mijn ogen eerst niet geloven.
Maar dit was geen bliksemsnelle verticale streep, die verdwenen was voor je ’t wist.
Het was één enkel lichtpuntje dat zich, zonder enig spoor achter te laten, langzaam horizontaal verplaatste.
Wel 15 seconden lang.
En toen langzaam uitdoofde.

Wat is hier allemaal aan de hand, vroeg ik me af.
Ik wist dat vallende sterren bestonden.
Ik had zelfs iets in de krant gelezen over sterrenregens.
En inderdaad, ik zag nog meer vallende sterren, zij het niet meer zo duidelijk als die eerste.
Maar van wandelende sterren had ik nog nooit gehoord.
Zou dat ook een bekend verschijnsel zijn?
Best mogelijk.
Ik hoorde gisteren nog over wolken die eruit zien als vliegende schotels.
Ze hebben zelfs een naam, en nee, het zijn geen UFO-wolken.
Misschien hebben wandelende sterren ook een naam.
Ik hoop het.
Anders weet ik niet meer wat ik moet geloven.
Waar moet het heen als de sterren niet meer op hun plaats blijven staan!
Of als ik ze niet alle vijf meer op een rijtje heb…

Ik begin begrip te krijgen voor de wetenschap die er niet aan wil dat de werkelijkheid zou leven.
Het is inderdaad veel geruststellender als ze alleen maar bestaat uit grote en kleine bollen die zich op voorspelbare wijze gedragen.
Daar kun je tenminste staat op maken.
Maar al die voorspelbaarheid is natuurlijk ook behoorlijk vervelend.
Wat ik gisteren zag – een levende hemel – was veel spannender.

Ik ga vanavond opnieuw kijken.
Misschien zie ik wel een engel passeren.
Je weet immers nooit wat er kan gebeuren als dingen beginnen te leven.

20130813-133017.jpg

Mazelen

20130813-091722.jpg

In Nederland is een ‘mazelen-epidemie’ uitgebroken.
Ruim 900 kinderen hebben de mazelen gekregen.
Zoals altijd wordt er dan weer aangedrongen op verplichte vaccinaties.
En zoals altijd wordt er met een beschuldigende vinger gewezen naar antroposofen.
Want antroposofen zijn, om het zacht uit te drukken, geen fan van vaccinaties.
Mijn eigen kinderen zijn niet ingeënt tegen mazelen.
Ze hebben ze alledrie gekregen.
Ik herinner me nog goed hoe Marianne eraan toe was.
Ze zag eruit om … weg te gooien.
Nee, dat kwam nooit meer goed.
Maar het kwam wél goed.
Zoals met vrijwel alle kinderen die ooit mazelen hebben gekregen.

De vraag is natuurlijk waarom je kinderen al die ellende zou laten doormaken als je ze ook kunt vermijden?
Bovendien is er altijd kans – hoe klein ook – op complicaties.
Met name voor baby’s, zeker als ze geen borstvoeding krijgen, kan mazelen levensbedreigend zijn.
Dus waarom niet op zeker spelen en iedereen vaccineren?

Antroposofische artsen hebben daar twee redenen voor.

Ten eerste: mazelen helpen het immuunsysteem opbouwen.
Kinderen komen namelijk ter wereld met een blanco immuunsysteem.
In de eerste maanden van hun leven worden ze – via de borstvoeding – beschermd door het immuunsysteem van de moeder.
Nadien moeten ze zelf hun bescherming opbouwen, en dat doen ze (onder meer) via de klassieke kinderziekten. Die dwingen de kinderen als het ware om hun immuunsysteem te ontwikkelen.
Uit onderzoek is dan ook gebleken dat mensen die als kind de kinderziektes hebben doorgemaakt, op latere leeftijd minder vatbaar zijn voor ziekten die verband houden met het immuunsysteem.
En dat zijn er nogal wat.
Er is zelfs veel voor te zeggen dat de meeste moderne ziekten te maken hebben met een zwak immuunsysteem.

Jong geleerd, is oud gedaan.
Daar komt het zo’n beetje op neer.
Tijdens de kinderziekten leren kinderen zich verdedigen tegen van alles dat hun gezondheid bedreigt. En wat ze dan leren, kunnen ze voor de rest van hun leven. Bovendien kunnen ze het veel beter dan een volwassene ooit zou kunnen leren.
Wie de kinderziektes niet doormaakt, begint dus met een behoorlijke achterstand aan het leven, een achterstand die eigenlijk niet meer goed te maken is.

De oude volkswijsheid wist dat.
Mensen waren dan ook niet bang voor kinderziekten, integendeel.
Hoe ellendig kinderen er ook konden uitzien als ze bijvoorbeeld mazelen hadden, men wist dat het goed voor ze was.
Men zag ook dat kinderen na hun genezing vaak een sprong vooruit hadden gemaakt in hun ontwikkeling. Ze waren steviger, sterker geworden, niet alleen op fysiek vlak.
En ja, soms ging het wel eens mis.
Maar dat was de prijs die men moest – en wilde – betalen voor gezonde kinderen.

Die prijs wil de moderne mens niet meer betalen.
Eigenlijk wil hij nergens nog de prijs voor betalen (ik kan ervan meespreken).
Maar er is altijd iemand die de prijs betaalt.
De ‘prijs’ die ouders niet willen betalen om hun kinderen de kinderziektes te laten doormaken (ik heb het hier nu even niet over polio), moet later door die kinderen zelf betaald worden.
Vaccinaties zijn misschien wel goed voor ouders (die geen tijd meer hebben om bij het ziekbed van hun kind te zitten), maar voor de kinderen is het een heel andere zaak.

Dat is dus de eerste reden waarom antroposofen hun kinderen zo weinig mogelijk laten vaccineren.
Die reden is gebaseerd op ervaring, gezond verstand en waarneming.
Maar dat is natuurlijk niet genoeg voor de moderne mens.
Die wil bewijzen hebben.

Daarom is er nog een tweede reden waarom antroposofische artsen weigerig staan tegenover vaccinaties: de wetenschap.

In zijn boek over Digitale Dementie haalt Manfred Spitzer ontelbare wetenschappelijke studies aan waaruit blijkt dat digitale media schadelijk zijn voor de ontwikkeling van kinderen.
Maar doet iemand iets met die studies?
Neen, men negeert ze gewoon.
Waarom?
Omdat er te veel geld verdiend wordt met digitale apparatuur.

Met vaccinaties is het niet anders.
Er bestaan genoeg wetenschappelijke studies die aantonen dat er met vaccinaties risico’s verbonden zijn die vaak heel wat hoger liggen dan de ziekten die ze verondersteld worden te voorkomen. En dan gaat het nog alleen over de risico’s op korte termijn, dat wil zeggen over kinderen die zonder meer sterven aan de vaccinatie.
Dat zijn er meer dan je zou denken.
Ouders zouden wel twee keer nadenken voor ze hun kind lieten vaccineren als ze die studies kenden.
Maar ze kennen ze natuurlijk niet, omdat ze weggemoffeld worden onder druk van de grote farmaceutische bedrijven die gigantisch veel geld verdienen met vaccins.

Want wetenschap is één ding, maar wetenschapsjournalistiek een ander.
Ik gaf vanmorgen nog het voorbeeld van dat onderzoek dat zogezegd zou aantonen dat bijna-doodervaringen het gevolg zijn van verhoogde electrische activiteit in de hersenen.
Dát soort ‘wetenschap’ haalt de kranten.
Over Eben Alexander daarentegen heb ik in de krant niks gelezen.
En da’s nochtans ook een wetenschapper, en niet van de minste.
Maar dat maakt allemaal niet uit.
Het is niet de wetenschap die het voor het zeggen heeft in de moderne wereld, maar de materialistische geest.
En die gebruikt de wetenschap zoals hij alles gebruikt wat in zijn kraam past.
Deze geest wil geen gezonde, nuchter denkende mensen.
Hij wil angstige mensen, die bij ieder – reëel of denkbeeldig – gevaar om hulp schreeuwen in de vorm van meer politie, meer bescherming, meer controle, en natuurlijk: meer vaccinatie.

Het grote probleem met vaccinaties – zoals met alles eigenlijk – is dat er niet meer rationeel over kan worden nagedacht.
Een nuchtere, wetenschappelijke kijk op het fenomeen zou op zijn minst tot grote voorzichtigheid moeten aanmanen. Maar de rede wordt overstemd door angst, verontwaardiging en beschuldigingen.

Antroposofen kunnen daarover meepraten.
Steinerscholen worden regelmatig aangewezen als brandhaarden van mazelen.
Terecht natuurlijk, want heel wat ouders (hoewel lang niet allemaal) laten hun kinderen niet inenten tegen mazelen, en deze kinderziekte is nu eenmaal zeer besmettelijk.
Maar dat leidt zelden tot een redelijk gesprek over de voor- en nadelen van mazelen en vaccinaties.
Meestal leidt het tot grove scheldpartijen, waarbij zelfs het woord ‘kindermoordenaars’ niet wordt geschuwd.

Een redelijk gesprek over dit onderwerp is natuurlijk niet eenvoudig, want de situatie is bijzonder complex geworden.
Onder meer door de massale vaccinaties is het immuunsysteem van moderne kinderen verzwakt of slecht ontwikkeld. Met name baby’s lopen reëel gevaar als ze de mazelen krijgen. Maar ook volwassenen kunnen de mazelen nog krijgen (want vaccinaties zijn niet waterdicht), en dan zijn ze er werkelijk doodziek van.
Het is dus niet meer zoals vroeger, toen kinderen nog een sterk immuunsysteem hadden en geen gevaar liepen (tenzij in enkele uitzonderingsgevallen).
Ieder geval moet nu afzonderlijk worden bekeken.
Voor- en nadelen van vaccinaties dienen afgewogen te worden.
Een vaste richtlijn is niet meer mogelijk.
Behalve bijvoorbeeld in het geval van de vaccins tegen baarmoederhalskanker.
Daarover bestond volgens mijn antroposofische arts geen twijfel: hij weigerde die toe te dienen, want hij wist dat ze ontoelaatbaar hoge concentraties van zeer giftige stoffen bevatten.
Hij heeft intussen gelijk gekregen van Diana Harper, de dokter die de vaccins ontwikkeld heeft.
Maar het is niet altijd zo duidelijk.

Zoals de kinderen door mazelen hun immuunsysteem moeten/kunnen ontwikkelen, zo moeten/kunnen de ouders hun oordeelsvermogen ontwikkelen.
Want de keuze gaat tussen individueel oordelen en het massale uitroeien van het kwaad.
In het eerste geval worden er fouten gemaakt en wordt er schuld op de schouders geladen.
Een kind verliezen ten gevolge van een verkeerde beslissing, of mede verantwoordelijk zijn voor de dood van andermans kind: het is niet niks.
Het alternatief is echter nog veel erger.
We zien met de dag duidelijker dat het uitroeien van het kwaad een groter kwaad is dan het kwaad zelf. En dat geldt heus niet alleen voor het mazelen-kwaad.
Er bestaat geen groter kwaad dan het streven om de hemel op aarde te brengen (door alle kwaad uit te roeien).
Het streven om de kinderziektes uit te roeien zal leiden – en leidt nu reeds – tot massale kinderziekte.
Het leidt tot onherroepelijk zieke, verzwakte en weerloze mensen.

Deze keuze tussen twee kwaden is niet nieuw.
Het is de keuze tussen Scylla en Charybdis.
De keuze tussen zware averij en totale vernietiging.
Het is de condition humaine, en daar kunnen we niet aan ontsnappen.
Ook niet door vaccinaties.

20130813-113715.jpg

Perfect wetenschappelijk

20130813-082954.jpg

In de krant lees ik dat er ‘mogelijk een perfect wetenschappelijke uitleg bestaat voor bijna-doodervaringen, waarbij mensen zeggen dat ze bijvoorbeeld een lange tunnel met fel wit licht hebben gezien. Amerikaanse onderzoekers vermoeden dat zo’n ervaring het gevolg is van een verhoogde hersenactiviteit in de eerste ogenblikken na een hartstilstand.’

Het bericht doet me denken aan het HPV-virus dat in 2% van de gevallen ‘kan leiden’ tot precarcinome cellen die, als ze niet behandeld worden, ‘kunnen leiden’ tot baarmoederhalskanker.

Onderzoekers vermoeden dat er misschien een uitleg mogelijk is voor bijna-doodervaringen, want ze zouden het gevolg kunnen zijn van verhoogde hersenactiviteit. Tot die conclusie zijn ze gekomen toen bleek dat ratten een verhoogde hersenactiviteit vertoonden nadat er een hartstilstand bij hen was opgewekt.

En dat moet dan wetenschap voorstellen!

Na de ervaringen van Dr. Eben Alexander (zie mijn bericht van 9 juli 2013 ) die een week lang geen enkele hersenactiviteit vertoonde, is dit onderzoek volslagen belachelijk. Of toch de conclusies die eruit worden getrokken.
Maar dat is natuurlijk geen bezwaar, want de idee dat het menselijke bewustzijn méér zou kunnen zijn dan wat electrische activiteit in de hersenen moet kost wat kost de kop worden ingedrukt.
Zelfs als dat niet lukt, is er nog altijd winst.
Want als het publiek niet in al die materialistische propaganda trapt, en begint te vermoeden dat er méér is dan alleen maar materie, begint ze ook de wetenschap te wantrouwen.

En geest zonder wetenschap, is al even erg als wetenschap zonder geest.
Materialisme of spiritualisme, het komt op hetzelfde neer.
Het is lood om oud ijzer.
Want waar het om gaat, is de – kunstzinnige – verbinding tussen beide.
Wat een mens tot mens maakt, ligt noch in de materie, noch in de geest.
Het ligt in de kunst die beide met elkaar verzoent.
Het ligt in de drieëenheid wetenschap, kunst en religie.

Alle goede dingen bestaan in drieën.
Als één ervan ontbreekt, worden beide andere onmenselijk.