Vallende sterren

door lievendebrouwere

20130813-121657.jpg

Toen ik gisteravond buiten ging om de poort te sluiten, zag ik een vallende ster.
Voor de eerste keer in mijn leven.
Ik was te verbouwereerd om een wens te doen.
Het ging bliksemsnel.
Alsof iemand met een rapier een schram maakte op de hemel.
Zoef!
Een lange, verticale streep die een fractie van een seconde oplichtte.
Een zeer fijne, loodrechte bliksem, maar dan zonder donder.
Het enige wat ik hoorde, was de kerktoren die in de verte middernacht sloeg.

Ik zal niet zeggen dat ik als door de bliksem (sic) getroffen was, maar ik trok toch grote ogen.
Dat doe ik anders nooit.
De sterren aan de hemel laten mij koud.
Het gebeurt regelmatig dat mijn vrouw ’s avonds buiten staat en roept: kom eens kijken!
Ik weet dan al hoe laat het is: de sterren!
Plichts- en huwelijksgetrouw slof ik dan naar buiten, werp een blik op de hemel en begrijp niet what’s all the fuzz about.
Ik ken niks vervelenders dan dat grote zwarte vlak met al die witte puntjes erop.
Want dát is wat de sterrenhemel voor me is.

Het heeft lang geduurd voor mijn vrouw geloofde dat ik me niet aanstelde.
Hoe kon iemand nu onbewogen blijven bij het aanschouwen van al die pracht!
Maar echt waar, ik zag helemaal geen pracht.
Ik zag alleen een grote abstracte tekening.
En abstracte kunst zegt me niets.
Ik kon me ook niet voorstellen dat mijn vrouw iets anders zag dan ik.
Ik vind dat trouwens een zeer onaangename gedachte.
Dat mensen andere dingen denken, tot daaraan toe.
Maar dat ze andere dingen zién?
Waar moet het heen als andere mensen roze olifanten zien waar ik strijkijzers zie!
Ik vind multiculturaliteit al erg genoeg, maar multivisualiteit?

Maar gisteren zag ik voor het eerst in mijn leven wat mijn vrouw waarschijnlijk altijd al gezien heeft.
En dan heb ik het niet over die vallende ster.
Dat was slechts de eye-opener.
Het was alsof de hele sterrenhemel reageerde toen ze die schram over haar gezicht kreeg.
Het was alsof alsof de sterren bewogen, alsof de hemel … leefde.
Ik wist niet wat ik zag.
Anders zie ik altijd – áls ik al kijk – een volkomen bewegingsloze, dode hemel.
En die wekt verveling en weerzin in me op.
Ik wil dan alleen maar naar binnen, waar het licht is en gezellig.
Maar dit keer bleef ik buiten staan en keek vol verbazing naar een wereld die ik nog nooit gezien had.
De sterren dansten!
Het was alsof ik naar een donker wateroppervlak keek waarin de sterren lichtjes heen en weer deinden.
Scheelde er iets aan mijn ogen?
Vond er verhoogde electrische activiteit plaats in mijn hersenen?
Of beeldde ik het me gewoon in?

Maar mijn verbeelding is nog nooit aangesproken geweest door de sterrenhemel.
En als klassiek tekenaar ben ik een geoefend waarnemer.
Ik weet dus wat gezichtsbedrog is.
Maar hoe ik ook keek, die sterren wilden niet meer stilstaan.
Integendeel.
Op een bepaald moment zag ik een ster die zich langzaam verplaatste.

Veel vliegtuigen vanavond, dacht ik eerst.
Maar het was geen vliegtuig.
Vliegtuigen vertonen meer dan één lichtje en doorgaans knipperen ze ook nog.
Bovendien volgen ze een strakke, rechtlijnige koers.
Het lichtje dat ik met mijn ogen volgde, knipperde niet.
Het danste lichtjes, net als de andere sterren.
Het was beslist geen mechanische beweging.
En dus zeker geen vliegtuig.

Ik kon mijn ogen eerst niet geloven.
Maar dit was geen bliksemsnelle verticale streep, die verdwenen was voor je ’t wist.
Het was één enkel lichtpuntje dat zich, zonder enig spoor achter te laten, langzaam horizontaal verplaatste.
Wel 15 seconden lang.
En toen langzaam uitdoofde.

Wat is hier allemaal aan de hand, vroeg ik me af.
Ik wist dat vallende sterren bestonden.
Ik had zelfs iets in de krant gelezen over sterrenregens.
En inderdaad, ik zag nog meer vallende sterren, zij het niet meer zo duidelijk als die eerste.
Maar van wandelende sterren had ik nog nooit gehoord.
Zou dat ook een bekend verschijnsel zijn?
Best mogelijk.
Ik hoorde gisteren nog over wolken die eruit zien als vliegende schotels.
Ze hebben zelfs een naam, en nee, het zijn geen UFO-wolken.
Misschien hebben wandelende sterren ook een naam.
Ik hoop het.
Anders weet ik niet meer wat ik moet geloven.
Waar moet het heen als de sterren niet meer op hun plaats blijven staan!
Of als ik ze niet alle vijf meer op een rijtje heb…

Ik begin begrip te krijgen voor de wetenschap die er niet aan wil dat de werkelijkheid zou leven.
Het is inderdaad veel geruststellender als ze alleen maar bestaat uit grote en kleine bollen die zich op voorspelbare wijze gedragen.
Daar kun je tenminste staat op maken.
Maar al die voorspelbaarheid is natuurlijk ook behoorlijk vervelend.
Wat ik gisteren zag – een levende hemel – was veel spannender.

Ik ga vanavond opnieuw kijken.
Misschien zie ik wel een engel passeren.
Je weet immers nooit wat er kan gebeuren als dingen beginnen te leven.

20130813-133017.jpg