Een dag in augustus

door lievendebrouwere

Het zag er niet goed uit toen we gisteren opstonden: zwaarbewolkt met regen.
Het zag er niet goed uit toen we naar Brugge reden: zwaarbewolkt met nog meer regen.
Het zag er niet goed uit toen we de Dijver opreden: de helft van de marktkramers had hun kat gestuurd.
En op het water zwom een eenzame zwaan voorbij.

20130819-091622.jpg

Maar het regende niet meer.
En geleidelijk trokken de wolken weg.
Na de middag werd het zelfs nog een bijzonder aangename dag.

Twee zaken vielen me tijdens die augustusdag op.

Ten eerste de rustige, ontspannen atmosfeer.
We bevinden ons al drie weken in Leeuw, een veel relaxter teken dan Kreeft.
Daar is nog niet veel van te merken geweest door het grillige weer.
Behalve dan één ding: het allesoverheersende gevoel dat het hoogtepunt van het jaar definitief voorbij is.
Het valt me ieder jaar weer op hoe drastisch de verandering is.
Je kunt ze uiterlijk waarschijnlijk niet waarnemen.
Maar innerlijk is er geen twijfel mogelijk:
Van nu af gaat het bergaf.

Ik heb vaak het gevoel dat de herfst eigenlijk al in augustus begint.
De natuur legt er de pees af.
Het is welletjes geweest.
Het Grote Werk is gedaan.

20130819-094019.jpg

‘Herr: es ist Zeit. Der Sommer war sehr groß.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,
Und auf den Fluren lass die Winde los.

Befiehl den letzten Früchten voll zu sein;
Gib ihnen noch zwei südlichere Tage,
Dränge sie zur Vollendung hin und jage
Die letzte Süße in den schweren Wein.’

Rilke schreef deze verzen voor de herfst, maar ik vind dat ze nu reeds van toepassing zijn.
Het opbouwen is al een maand afgelopen.
Tijd om alles weer af te breken.
Te beginnen met de oogst.

Het groen begint er vermoeid uit te zien.
Het ruisen van de bladeren klinkt anders.
Droger, scherper.
September nadert.
De Grote Rust is al voelbaar.

Maar de leeuw blijft natuurlijk een machtig beest.
Hij mag dan wel meestal in de zon liggen soezen, zijn nagels zijn scherp.
En hij kan een geweldige kracht ontplooien.
Maar het is niet meer de hoge-drukkracht van Kreeft, de snelkookpan.
Het is een ontspannen, soepele kracht die geleidelijk overgaat in de diepe rust van Maagd.

Wat zich nu reeds aankondigt, op een dag als gisteren, is de menselijkheid van de tussenseizoenen.
Zomer en winter zijn in hun uitersten van hitte en vrieskou niet menselijk.
Menselijk zijn alleen de lente en de herfst.
Vooral de herfst dan, want de wereld als geheel bevindt zich in het afbraakseizoen.

Dat brengt me op de tweede zaak die me gisteren opviel.
En dat waren de talrijke, van top tot teen gesluierde moslima’s in Brugge.

20130819-100734.jpg

Ik heb hun aantal de afgelopen jaren snel zien toenemen.
Vijftien jaar geleden waren ze in Brugge een vrijwel onbekend fenomeen.
Vandaag zijn ze echter nadrukkelijk in beeld.
Want ofschoon ze nog altijd een kleine minderheid vormen tussen de toeristen uit alle uithoeken van de wereld, vallen ze op, en nog geen klein beetje.
Het contrast is dan ook enorm.

20130819-101636.jpg

Je ziet die bonte stoet van toeristen in alle kleuren van de regenboog, en daartussen lopen dan die van top tot teen in het zwart geklede moslima’s.
Het is, moet ik zeggen, een akelig gezicht.
Want die lange zwarte gewaden zijn een uniform.
Ze zien er allemaal eender uit.
Heb je er één gezien, dan heb je ze allemaal gezien.

Natuurlijk zijn er ook andere kleuren en vormen van gesluierdheid.
Zo zag ik gisteren een familie waarvan alle vrouwelijke leden vom Kopf bis Fuss in het knalroze waren uitgedost.
Maar vreemd genoeg zijn de meer modieuze hoofddoeken sterk in de minderheid.
Ik zie zeer weinig moslima’s die mooi ‘gesluierd’ zijn.

20130819-102925.jpg

De reden las ik ooit op een islamitische website: moslima’s dienen zich lelijk en onaantrekkelijk te kleden. Ze mogen er in geen geval aantrekkelijk uitzien.
Het is opvallend hoe goed die regel wordt opgevolgd, ook door de meer ontwikkelde en welgestelde moslima’s.
Want het zijn beslist geen arme, primitieve mensen die als toerist naar Brugge komen.

Ik heb niks tegen een sjaal of een hoofddoek op zich.
Dat kan heel mooi, heel vrouwelijk, heel sexy zijn.
Maar juist dié hoofddoeken zie je zelden of nooit.
Het zijn bijna altijd van die lelijke, kleurloze doeken waarmee de moslima’s zichzelf als poppen insnoeren.
Ze gehoorzamen aan een strenge dresscode.
Ze dragen een uniform, geen twijfel mogelijk.

Ik heb niks tegen uniformen.
Tenminste voor militairen, voor ambtenaren, voor vertegenwoordigers van de staat.
Want die vormen een aparte groep.
Op hen zijn andere regels van toepassing dan op de rest van de bevolking.
Een bevolking kan namelijk maar vrij zijn als de overheid (en haar ambtenaren) niét vrij is.
Dat is de noodzakelijke voorwaarde voor een vrije samenleving.
Ofwel is de staat vrij, ofwel is de bevolking vrij.
Beide samen kan niet.

Daarom is een islamitische hoofddoek achter een loket absoluut not done in een vrije samenleving.
Die hoofddoek is namelijk niet zomaar een kledingstuk.
Het is een uniform, het is de uitdrukking van een welbepaald wereldbeeld.
Zelfs als gewoon kledingstuk zou de hoofddoek een probleem vormen, want ambtenaren moeten op de een of andere manier een zekere ‘uniformiteit’ bewaren.
Als uitdrukking van een idee of overtuiging kan de hoofddoek helemaal niet.
En als die overtuiging dan ook nog eens dwars ingaat tegen de idee van de vrije samenleving, dan is ze, vanuit democratische hoek bekeken, een vorm van zelfvernietiging.
Vanuit islamitische hoek bekeken, is ze een vorm van oorlogsverklaring.

20130819-110115.jpg

Een vrije samenleving die de hoofddoek toelaat voor ambtenaren, en zeker voor ambtenaren die achter een loket zitten, is een samenleving die niet langer vrij wil zijn.
Het is een levende contradictie.
Een samenleving die verdeeld is over de hoofddoek, is een gespleten samenleving.
Het is een samenleving die niet weet wat ze wil,
een samenleving die niet kan kiezen: vrijheid of onderwerping?

En die samenleving, dat zijn wij natuurlijk.
Die gespletenheid zit in onze ziel.
Diep van binnen twijfelen we tussen de vrijheid van het individualisme en de geborgenheid van het socialisme.
We zijn overtuigde voorstanders van de democratie, maar tegelijk protesteren we hevig tegen het hoofddoekenverbod, niet beseffend dat we onszelf vierkant tegenspreken.
En dáár ligt het probleem.
We weten niet dat we innerlijk verdeeld zijn.
We zijn ons niet bewust van de ‘zwei Seelen in unser Brust’.
Niet onze gespletenheid is het grote probleem, want de mens is sowieso een tegenstrijdig wezen.
Het probleem is dat we die tegenstrijdigheid niet onder ogen zien.
Juist op het moment dat ze extreme vormen aanneemt, sluiten we er onze ogen voor.

En nochtans worden we er vrijwel dagelijks mee geconfronteerd.
Juist de moslims houden ons een spiegel voor.

Wat mij telkens weer verbijstert als ik die zwartgesluierde moslima’s zie lopen, is niet zozeer hun buitennissige outfit, dan wel het feit dat ze vaak vergezeld zijn van een man die er volkomen Westers, modern en zelfs modieus uitziet.
Groter tegenstelling is niet mogelijk.
En toch gedragen ze zich alsof er niets aan de hand is.
Alsof ze een normaal koppel vormen.

Ik vraag me vaak af: maar zién die mensen dan niet hoe absurd die combinatie is?
Wat moeten die moslima’s niet denken als ze daar in Brugge tussen al die zelfbewuste, modieus geklede en met hun vrouwelijkheid pronkende Westerse vrouwen rondlopen!
Dat moet toch een ongelooflijke kwelling zijn voor een vrouw!
Maar ik zie in hun ogen geen gekweldheid.
Ook hun op en top moderne man gedraagt zich alsof het volkomen normaal is dat zijn vrouw erbij loopt alsof ze recht uit de Middeleeuwen komt.

Eigenlijk gedraagt iederéén zich alsof die combinatie volkomen normaal is.
We doen gewoon met zijn allen alsof we de abnormaliteit niet zien.
We negeren de extreme tegenstelling, zowel bij de moslims als in onze eigen ziel.
We weigeren in de spiegel te kijken.
Of: we kijken in de spiegel en we herkennen onszelf niet.

Toen ik gisteren die moslimgezinnen zag lopen, had ik er graag een foto van genomen.
Maar ik had met mijn Samsungtelefoon veel te dicht moeten komen, en dat kun je maar beter niet wagen.
Ik heb in de krant al verhalen gelezen over wat er dan kan gebeuren.
Geen nood echter, op internet staan foto’s genoeg.
Tot mijn verbazing bleek dat echter niet zo te zijn.
Foto’s genoeg van moslima’s in alle staten van gesluierdheid.
Geen gebrek aan foto’s van moslims in alle staten van hysterie.
Maar vreemd genoeg nagenoeg géén foto’s waar beiden opstaan, in de bekende en overal waar te nemen combinatie van Middeleeuws en Modern.

Deze afwezigheid van beelden is op zich een beeld van de blinde vlek in onze ziel: het onvermogen om ons eigen gespleten bewustzijn waar te nemen.

Toevallig las ik vanmorgen op – de-bron.org – een artikel van Eddy Daniëls waarin hij een vergelijking maakt tussen de gebeurtenissen in Egypte en de gebeurtenissen in het Duitsland van de jaren ’30 van de vorige eeuw.
Wat was er gebeurd, vraagt hij zich af, als het Duitse leger destijds had ingegrepen en Hitler met geweld aan de kant had gezet, zoals het Egyptische leger dat met Mursi gedaan heeft?
Zouden we dan ook niet verontwaardigd zijn geweest over de militaire coup, over de gewelddadige verwijdering van een democratisch gekozen president?
En zouden we niet totaal onwetend zijn geweest over het bloedbad dat op die (onsympathieke) manier vermeden werd?

Is Daniëls’ vergelijking overdreven?
Is het in Duitsland destijds ook niet begonnen met het verschijnen van uniformen in de straten, en daarna ook achter de loketten en in het parlement?
Waren die uniformen ook niet de uitdrukking van een staatsvijandige idee, een mentaliteit die de vrije samenleving wilde afschaffen?
En schuilde er achter die uniformen geen terreur die mensen het zwijgen oplegde?

De overeenkomsten zijn in ieder geval treffend.

Er is echter één groot en opvallend verschil:
Vandaag zijn het geen mannen die in uniform rondlopen, maar vrouwen …

20130819-122559.jpg

Advertenties