Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

God schuilt in de details

20130826-154311.jpg

Het is bijna ontroerend met hoeveel zorg de Walen (sommige Walen?) hun wegen repareren.
Ik zie dat in Vlaanderen niet zo gauw gebeuren.
Hier niet ver vandaan ligt al sinds járen een straat die verdacht veel op een maanlandschap lijkt. Zelfs met een 4×4 is het een avontuur om daar te rijden.
Maar er gebeurt niks.
Een steenweg daarentegen die in uitstekende staat verkeert, wordt helemaal opnieuw gelegd, met alle omleidingen en ergernissen tot gevolg.

De Walen doen het duidelijk anders.
Mij vertelt dit aandoenlijke hoopje vers asfalt dat zij zich meer verbonden voelen met hun streek, met hun land, met de aarde.

Vlamingen vallen astrologisch nochtans onder de Stier, het teken dat meer dan alle andere verbonden is met de levende natuur!
Het zegt iets over de Vlaamse tragiek …

Met z’n tweetjes is het leuker

20130826-153728.jpg

Of hoe een spar zichzelf een pleziertje gunt door zijn stam in twee te splitsen.

Naaldbomen

20130826-153445.jpg

Quod erat demonstrandum

Ardense hoogten

Ons weekendje Ardennen begon onder een stralende zon.
Opeens was het weer zomer.
Het was warm toen we inpakten.
Het was warm toen we over de autostrade reden.
Het was warm toen we in de file stonden.
En het was nog altijd warm toen we, halfgekookt, arriveerden in Petites Tailles.

20130826-144222.jpg

Drie uur en half hadden we erover gedaan.
Waren we de andere richting uitgereden, dan hadden we nu al twee uur op het strand liggen luisteren naar het ruisen van de zee.
Wat een idee om naar de Ardennen te gaan!
Wat is daar trouwens te zien?
Bomen en koeien.
Die zie je in Destelbergen ook, zij het in mindere mate.
Maar ja, een gegeven paard kijk je niet in de bek.

Wat me wel al meteen opviel, was dat de bomen en koeien er veel frisser en gezonder uitzagen dan ‘bij ons’.
Dat fijne stof is blijkbaar geen mythe.
We worden er langzaam maar zeker onder bedolven.
Ja, het materialisme heeft vele gezichten.

De eerste avond passeerde met koken, eten, en wijn drinken.
Het was biologisch zeer dynamische wijn en daar kon ik na meer dan drie uur autostrade niet meer tegenop.
Dus ik trok als eerste naar bed.

Ik stond de volgende dag ook als eerste weer op.
Toen de anderen aan het ontbijt verschenen had ik er al een wandeling van twee uur op zitten.
Dat geloofden ze natuurlijk niet want ze kennen me als iemand die gewoonlijk pas tegen het middageten opstaat. Maar sinds ik blog is mijn dagritme drastisch veranderd.
Ik zal niet zeggen dat ik nu opsta wanneer ik vroeger ging slapen, maar soms scheelt het toch niet veel.
Waar bloggen al niet goed voor is…

De wandeling was trouwens dik tegengevallen, want het vakantiehuis bleek vlak naast … een autostrade te liggen.
Dat was me gisteren niet opgevallen doordat de buren ijverig gras aan het maaien waren en de boeren niet minder ijverig in de weer waren met hun tractoren.
Nu sliepen ze echter nog en kon ik de autostrade loud and clear horen.
Nee, ik kon er niet om lachen.
Het was een mooie streek, beschermd natuurgebied, al wat je wilt (gisteren zagen we twee vossen zomaar door het gras lopen), maar overal dat ontluisterende lawaai!
Op de website van de vakantiewoning prijkte nochtans een lawaai-index: hij stond zowat op nul.
Liegen kunnen ze in Petites Tailles blijkbaar als de besten.

20130826-144406.jpg

Na het ontbijt gingen we met z’n allen wandelen.
Zover mogelijk weg van de autostrade.
Langzaam ebde het lawaai weg en trad de stilte in.
Wat een verademing!
Een wereld van verschil.
Althans voor mij.
Ik kan zien en horen namelijk niet uit elkaar houden.
Waarschijnlijk is dat iets autistisch.
Ik kan bijvoorbeeld niet tegelijk kijken en luisteren naar iemand.
Het is het één of het ander.
Als ik kijk, luister ik niet. Als ik luister, kijk ik niet.
Dat is natuurlijk een bron van misverstanden.
Als ik vroeger op school zat te ‘dromen’, was ik in werkelijkheid heel aandachtig aan het luisteren. Ik kreeg dan van de leraar de opmerking dat ik moest opletten, waarna ik heel aandachtig naar hem bleef kijken en … geen woord meer hoorde van wat hij zei.
Er komt zoveel visuele en auditieve informatie bij me naar binnen dat ze niet beide door hetzelfde deurgat kunnen.

In de ochtendlijke stilte had de autostrade zo oorverdovend geklonken dat het lawaai al mijn andere waarnemingen blokkeerde.
Ik had het mooie Ardense landschap wel gezien, maar het was niet tot me doorgedrongen.
Er had een dikke glazen wand tussen mezelf en de buitenwereld gestaan.
A wall of sound.
Toen we na het ontbijt rustiger oorden opzochten, zag ik het landschap wel.
Ik zag duizend en één dingen, die een paar uur tevoren niet bestaan leken te hebben.
Ik kon mijn ogen nauwelijks geloven.
Men zegt wel eens: on ne voit bien qu’ avec le coeur.
Welnu, in de stilte kon mijn hart weer ademen en … zien.

Dat zien was tegelijk een luisteren.
Geen fysiek luisteren, maar een luisteren naar wat de dingen zonder woorden zeggen.
‘Als de ziele luistert, spreekt het al een taal dat leeft.’
Ik doe niets liever dan naar die taal luisteren, en dat kan alleen in stilte.
Hoe stiller het is, des te duidelijker spreekt de natuur.
En in die stilte toont ze zich ook.
Aan het oog dat tegelijk een oor is.

20130826-144638.jpg

In die veelzeggende stilte keek ik vol verbazing naar de sparrebomen met hun lijnrechte stammen.
Naaldbomen worden ze genoemd, omdat hun bladeren als naalden zijn.
Maar ook hun stammen zijn als naalden, hele grote naalden die dicht naast elkaar staan.
Een sparrenbos is als een speldenkussen.
Als je tussen de stammen loopt, veert de bodem.

Een vreemd contrast: die zachte bodem en die streng-ascetische stammen!

Wat zou dat te betekenen hebben?
Als de natuur spreekt, dan heeft ze ook werkelijk iets te zeggen.
Ze bazelt niet, haar taal is vol betekenis.
Maar ze spreekt natuurlijk niet in woorden.
Ze spreekt in beelden, beelden waarnaar je zowel moet kijken als luisteren.

Een sparrenbos heeft, hoewel het heel open is – er groeit nauwelijks iets tussen de stammen – niets uitnodigends.
Het is als een donker gat, een levenloze leegte.
Wat zien ze er ongelooflijk dor uit, die sparrenstammen!
Alleen helemaal bovenaan dragen ze groen, maar dat groene kruintje doet niets anders dan het licht buitensluiten en alle leven eronder verstikken.
Nee, ik hou niet van sparrenbossen.

Toch was ik danig onder de indruk van de loodrechtheid van die stammen.
Zonder de minste buiging rezen ze recht uit de grond.
En ze gingen hoog, heel hoog.
Na iedere stap lieten ze hun takken vallen, alsof die hen niet langer interesseerden.
Wat resteerde, waren trapladders van afgestorven takken, akelige uitsteeksels.
Dat kwam natuurlijk doordat de bomen heel dicht bij elkaar stonden.
De takken kregen geen licht meer en stierven af.
Alleen helemaal bovenaan konden ze overleven.
Maar ook aan de buitenkant van die donkere sparrenbossen zag je hoe de zijtakken eigenlijk hetzelfde beeld toonden als de hele boom: alleen aan het uiteinde groeiden naalden.
Alsof zowel de boom als de takken bestonden uit een lange stok met helemaal aan het einde een bosje groen.
Het leek wel of de spar het groen zover mogelijk van zich af wil houden om zich helemaal te concentreren op die lange lijnrechte stam.

20130826-145312.jpg

Ja, de spar is een boom die helemaal stam wil worden, die maar één gedachte heeft: omhoog, zonder omwegen.
En in zijn streven naar de hemel offert hij zijn leven op.
In zijn niets ontziende zelfverheffing laat de spar alleen maar dood en verderf achter, als was hij de Attila onder de bomen.
Nee, sympathiek is de spar zeker niet, maar zijn tomeloze rechtlijnigheid dwingt onwillekeurig respect af.

20130826-145611.jpg

Zoveel rechtlijnigheid is zeldzaam in de natuur.
Ik zou zelfs niet meteen een ander voorbeeld kunnen noemen.
De horizon aan zee?
Die is ook heel lang, maar ze is niet recht. Ze is krom.
Dat zie je zelfs als je boven op een duin staat.
Zonnestralen die door de wolken breken, zijn ook recht.
Maar je kunt hun opgewekte ‘etherische’ kwaliteit onmogelijk vergelijken met de sombere massiviteit van die doodse, geschilferde sparrenstammen.
Vlasstengels, ja die zijn ook ongelooflijk recht.
En ze hebben iets van de etherische kwaliteit van zonnestralen, zo fijn zijn ze.
Ondanks het feit dat ze veel kleiner zijn dan sparren, bereiken ze de hemel wél, namelijk als ze bloeien.
En daarna vormen ze een mooi rond zaaddoosje, als een miniatuur wereldbol op een stokje.
Daar kan de spar nog een punt aan zuigen met al zijn grimmige kracht.

Ja, vlas en spar zijn twee tegengestelde vormen van natuurlijke rechtlijnigheid.
Ze vormen een uniek duo, très étonnés de se trouver ensemble.
Wat zou het willen zeggen dat Vlaanderen ooit beroemd was om zijn vlas (de productie èn de verwerking tot linnen en schilderijen) terwijl Wallonië vandaag bedekt is met eindeloze sparrenbossen?
De Franstaligen in dit land geven alleszins blijk van een starre rechtlijnigheid, terwijl het Vlamingen daar juist aan ontbreekt.

20130826-145935.jpg

Maar laat ik niet op de zaken vooruit lopen door me te gedragen als … een snelgroeiende spar.

Ik was verrast toen ik aan de rand van die zo donkere en strenge bossen, de jonge sparretjes zag staan, dat wil zeggen de boompjes waarvan ik dacht dat het jonge sparren waren.

Ik ben namelijk allesbehalve een ‘natuurkenner’.
Ik verkeerde eerst zelfs in de mening dat die grote loodrechte bomen dennen waren, en de veel kleinere ‘kerstbomen’ sparren.
Toen ik het opzocht op het internet bleken het allebei sparren te zijn.
En de Grote Rechtlijnige was een Douglasspar, een boom die heel groot (tot 100 meter) en heel oud (tot 5000 jaar) kan worden.
De oudste boom ter wereld is een Douglasspar.
Hij staat in Zweden.

Wat me tijdens het zoeken opviel, was dat men tegenwoordig naar de natuur kijkt zonder te luisteren.
Men demonteerde de Douglasspar als was het een auto, en stelde vervolgens alle onderdelen tentoon: ziedaar de Douglasspar!
Geen woord over wat het meest indrukwekkende is aan die boom: die imposante loodrechte stam.
Ja, die stam bevond zich wel tussen de onderdelen, maar hij was niet belangrijker dan bijvoorbeeld de schors of de bloeiwijze of de vorm van de naalden.
Het werd gewoon allemaal naast elkaar gelegd, en dat werd dan beschouwd als een objectieve, waardenvrije benadering van de Douglasspar.
In werkelijkheid had men de boom gewoon de mond gesnoerd, een boom die zo luid en duidelijk spreekt.

En hij spreekt niet alleen door zijn volgroeide gestalte, hij spreekt ook door zijn prille begin.
Mijn mond viel open toen ik de jonge sparren ontdekte.
Waren dit werkelijk kleine Douglassparren?
Daarover vond ik op het internet niets.
Maar ik zag in de wijde omgeving maar twee soorten naaldbomen: de Douglasspar en de zogenaamde ‘kerstboom’ (geen idee wat daar de officiële benaming van is).
De kinderen van deze laatste waren gemakkelijk te herkennen: ze leken als twee druppels water op hun ouders.
En andere kinderbomen zag ik niet.
Dus concludeerde ik dat ik de jonge Douglasspar voor me had.

20130826-150416.jpg

Ik kon mijn ogen nauwelijks geloven: groter verschil tussen ouder en kind is niet mogelijk.
Het eerste wat me opviel, was dat die jonge boompjes licht leken te geven.
Ze waren van een heel bleek soort groen dat aan de toppen bijna wit werd.
Ze vielen heel erg op tussen het donkere groen, alsof ze van een andere wereld waren.
Wat al evenzeer opviel als de kleur was de vorm.
De kleine boompjes waren één en al vrolijke beweging.
Ze leken te wuiven.
Niet alleen de takken, maar ook de naalden wuifden sierlijk.
Er was niks rechtlijnigs aan.
Maar zelfs dat wuiven was reeds een verstarring van de oorspronkelijke beweging, die een soort explosie van vreugde was.
De jonge takken deden me denken aan fusees die wervelend door de lucht schieten.
De kleine Douglasspar leek op een doos vuurwerk die per ongeluk aangestoken was: de fusees schoten alle kanten uit.

20130826-150734.jpg

Het deed me denken aan mijn oude tekenleraar.
Als kind had hij tijdens de oorlog een munitie-opslagplaats de lucht zien ingaan.
Het had een ongelooflijke indruk op hem gemaakt en hij beschreef het spektakel – meer dan eens – in geuren en kleuren.
Op een keer vroeg ik hem of hij die explosie kon tekenen.
Hij moest geen twee keer nadenken.
Toen hij me de tekening toonde, trok ik grote ogen.
Hij had niets anders dan een … spar getekend.
Een spar van 100 meter hoog die vol kerstbollen hing: dat waren de afzonderlijke explosies.
De tekening zette me aan het denken, en sindsdien zie ik de plantenwereld als één grote explosie-in-slow-motion.
Een Big Bang, maar dan zeer sterk vertraagd.
Later zou ik ook de dierenwereld gaan zien als een explosie van scheppingsvreugde,
Dieren zijn weliswaar ernstiger dan planten – kijk maar naar die koppen: er kan geen glimlachje af – maar door hun uiterlijk, hun vorm, hun gedrag hebben dieren iets onmiskenbaars grappigs, vind ik. Ik moet er onwillekeurig mee lachen, iets wat ik met planten en bomen niet heb.
En door te lachen heb ik (een heel klein beetje) deel aan de scheppingsvreugde die ten grondslag ligt aan de hele natuur.

20130826-151158.jpg

Dat heb ik een keer heel duidelijk gevoeld.
Mijn vrouw was hoogzwanger van ons eerste kind en de weeën waren begonnen.
Ze zat op een stoel te kreunen en te blazen in een poging om de hevige pijnen meester te blijven.
Ik zat tegenover haar en … ik moest lachen.
Dat liet ik natuurlijk niet merken want met vrouwen die aan het bevallen zijn, moet je uitkijken.
Ik moest echter niet lachen omdat ze zo dik was (ze was met haar anderhalve meter meer dan 20 kilo bijgekomen), en ook niet omdat ze daar zo amechtig zat te puffen.
Nee, ik lachte omdat ik in mij vreugde voelde opwellen over de pure kracht van het geboorteproces.
Ik had deel aan de scheppingsvreugde die in dat proces verborgen zit.
Later, tijdens de eigenlijke bevalling, verdween die vreugde. De krachten die toen ontketend werden, waren te groot om er (als man) nog deel aan te kunnen hebben.
Uiterlijk bleef ik er wel bij, maar innerlijk trok ik mij op een veilige afstand terug.
En ik begreep waarom mannen vroeger in zwijm vielen tijdens een bevalling en uit de verloskamer werden geweerd: ze hadden nog niet het moderne vermogen om afstand te nemen ontwikkeld.
Ze keken niet alleen naar de bevalling, ze ‘luisterden’ er ook naar.
En dan komt de wereld veel dichter.
Een wereld waar geweldige krachten in aan het werk zijn.

Toen ik in de stilte van de Ardense bossen die jonge sparretjes ontdekte, moest ik lachen.
Wat een kinderlijke scheppingsvreugde!
Met hoeveel enthousiasme schoten de tere takjes de wereld in!
Maar mijn vreugde om dat jeugdige geweld werd getemperd door een gevoel van tragiek.
In de volwassen exemplaren viel niets meer te bespeuren van dat vrolijke begin.
Er bleef alleen nog somberte en strengheid over.
De zuiderse frivoliteit was veranderd in zijn noordse tegendeel.
De Douglasspar begon als het ware katholiek en eindigde calvinistisch.
Van een wuivend palmboompje werd hij een onbuigzame asceet.
En die omslag gebeurde snel.
De Douglasspar is een snel groeiende boom.
Daarom is hij ook zo massaal aangeplant overal in Europa.
Want hij is niet inheems, hij is een allochtoon.
Hij is afkomstig van de Amerikaanse westkust en hij heeft de oorspronkelijke Europese bevolking – de loofbomen – verdrongen.

20130826-151621.jpg

Vandaag probeert Wallonië hier en daar de natuur in haar oorspronkelijke staat te herstellen. Dat kon ik lezen op borden en dat kon ik ook zien aan de stapels omgehakte sparren die ik overal langs de weg zag liggen.
Maar dat zijn natuurlijk (sic) druppels op een hete plaat, want de Ardennen zijn zowat bedekt met sparren.
Vreemd dat na de bomen nu de mensen komen!
Na de Amerikaanse Douglassparren komen nu de moslims.
Een mens mag de vraag wel niet meer stellen, maar: hoelang zal het nog duren voor Europa ‘bedekt’ is met moslims, zoals de Ardennen bedekt zijn met sparren?
De moslimbevolking groeit namelijk veel sneller dan de oorspronkelijke bevolking.
En ze lijkt ook in andere opzichten op de Douglasspar.

Ik herinner me nog een scène uit ‘De weg naar Mekka’, het tv-programma dat Jan Leyers ooit maakte over zijn reis naar en door het Midden-Oosten.
Hij is in gesprek met enkele gelovige moslims, jonge mannen met witte kleren en zwarte baarden.
Wat me trof, was hoe zachtaardig en vriendelijk die moslims waren.
Heel wat anders dan die saaie en stijve Jan Leyers.
Maar toen deze laatste het gesprek op de islam bracht, veranderden die vrolijk wuivende palmbomen in fanatiek rechtlijnige Douglassparren.
Het lachen verging Jan Leyers vlug.

Is dat niet het raadsel van de islam?
Hoe kan een religie van de vrede zo gewelddadig zijn?
Hoe kunnen idealistische jongemannen zo vlug veranderen in grimmige fanatici?
Maar is dat niet het raadsel van de mens tout court?
Want ieder mens begint zijn leven als een onschuldig kind,
groeit op tot een idealistisch jongmens dat de wereld wil verbeteren,
en eindigt als een Douglasspar die langs zijn stam een spoor van afgebroken dromen achterlaat.

20130826-152016.jpg

Ik weet het, ik weet het, zo mag ik niet denken.
Ik bezondig me aan antropomorfisme: het projecteren van menselijke kenmerken op de natuur. En dat is absoluut wetenschappelijk.
Want de natuur heeft geen betekenis, laat staan een menselijke betekenis.
Dat is allemaal fantasie, inbeelding.

Toen ik de anderen deelgenoot maakte aan mijn verbazing over de sprekende natuur, zag ik aan hun ogen dat ze niet konden begrijpen hoe een volwassen mens zich met dergelijke kinderlijke nonsens kon bezighouden.
Nochtans had ik met geen woord gerept over moslims – ik ken mijn wereld.
Ik had alleen gesproken over dat verbazingwekkende verschil tussen de kleine en de grote spar. Maar reeds dát was er teveel aan.
Modern, rationeel en wetenschappelijk zijn, betekent vandaag: je oren sluiten voor alles wat de natuur zegt.
Want de natuur kan niet spreken, pipo!
Dat snapt toch ieder mens!

Wel, ik snap dat niet.
Hoe ouder ik word, des te luider hoor ik de natuur spreken.
Als het stil is natuurlijk, en dat is het eigenlijk nooit waar ik woon.
Maar als ik na zoveel tijd weer eens in de Ardennen kom of naar zee ga, dan valt het mij op hoe welsprekend de natuur is, hoe zij met duizend stemmen spreekt.
Dat wil niet zeggen dat ik die stemmen ook begrijp.
Maar ik probeer het wel.
En klinken mijn pogingen al eens geforceerd of stuntelig, een nieuwe taal leren is nooit gemakkelijk.

Terwijl ik nadacht over alles wat de Douglassparren mij ‘verteld’ hadden, was mijn vakantiegezelschap druk in de weer met het oplossen van kruiswoordraadsels en andere puzzels.
Want het weer zat niet mee.
Regen en wolken.
En vliegen!
Niet te geloven.
Ze waren overal. Ze kropen bijna in je mond.
De jacht openen met een vliegenmepper had geen zin, want de muren waren wit en er was 300 euro waarborg betaald.
Dan maar ouderwetse vliegenvangers gaan kopen, van die kleverige linten.
Ze bleken op verschillende plaatsen uitverkocht.
Aan zee heb je kwallen.
In de Ardennen heb je vliegen.

Geen idee wat dat wil zeggen…

De volgende dag, zondag, was er weinig verandering.
De zwaluwen scheerden nog altijd over de grond.
Ze kwamen zelfs tot op 2 meter afstand.
Nog nooit een zwaluw van zo dichtbij gezien.
Die beesten hebben pluimen!
Ik dacht dat ze van een ander materiaal gemaakt waren, zo gestroomlijnd zien ze eruit.

Pas tegen de middag klaarde het op.
Er werd besloten om een museum te bezoeken.
Schilderijen? vroeg ik geïnteresseerd.
Nee, leisteen.
Daar maakten ze hier vroeger slijpstenen voor scheermesjes van.
Werden in de 19de eeuw over de hele wereld uitgevoerd.
Ik vraag me af wat de mensen hier vandaag doen om de kost te verdienen.
Buiten boeren natuurlijk.
De streek zag er welvarend uit.
Alle huizen waren tiptop in orde.
Ze blaakten van welstand.
Maar waar kwam die vandaan?
Allemaal van het toerisme?
Allemaal van de Vlaamse transfers?
Ik had geen idee.
Maar het trof me wel hoe verzorgd Wallonië erbij lag.
Je leest in de kranten wel eens wat anders.

Gelukkig was het een kranten-, radio- en tv-vrij weekend.
Terwijl de anderen hun museum bezochten, ging ik wat schilderen.
Ik nam voor alle zekerheid een paraplu mee.
Heerlijk vind ik dat, om helemaal alleen in de natuur rond te lopen met een doel voor ogen.
Dat is heel wat anders dan als toerist rondlopen.
Je bent veel geconcentreerder, veel aanweziger.
De koeien toonden grote belangstelling.
Ze kwamen van heinde en verre kijken.
Ze zagen zo al niet veel mensen, en een schildermens hadden ze waarschijnlijk nog nooit gezien.
Maar ik trok verder, de bossen in.
Op een gegeven moment zag ik een jong everzwijntje nieuwsgierig naar me staan kijken.
Toen keerde het zich om, dribbelde weg en verdween tussen de sparren.
Even later verscheen het opnieuw.
Everzwijnen zijn blijkbaar al even nieuwsgierig als koeien.
Ik besloot wijselijk om rechtsomkeer te maken.
Waar kleine everzwijntjes zijn, zijn immers ook grote everzwijnen. En de combinatie van beide kan wel eens ongezond worden.

De aquarel werd geen succes.
De tijd was krap en haast is niet goed voor de kunst.
Enfin, ik had het tenminste geprobeerd.
Toen ik mijn spullen weer inpakte, zag ik wat ik altijd zie als ik heb getekend of geschilderd: de wereld was veranderd.
Hij zag er mooier, helderder en sprekender uit dan toen ik begon.
Pas nu kreeg ik echt zin om hem te schilderen.
Maar ik moest naar huis, naar de auto, de autostrade op.
Jammer, jammer.
Ik had mijn al te korte gesprek met de Ardennen graag voortgezet.
Ze hebben nog heel veel te vertellen, daar twijfelde ik niet aan.
Ik nam me alvast voor om in het vervolg meer te luisteren als ik schilder.
Ik word doorgaans zo overweldigd door het visuele dat ik vergeet te luisteren.
Het is overigens makkelijker gezegd dan gedaan: luisterend kijken.
De impressionisten hebben het geprobeerd, maar het duurde niet lang of de kunst viel in het andere uiterste.
Ze luisterde alleen nog, en keek niet meer.
Overweldigd door het spreken der dingen.
Kijken naar de natuur interesseert de moderne kunstenaar niet meer.
En juist daardoor luistert hij alleen nog naar zichzelf, dat wil zeggen naar het rumoer in zijn hoofd.
Nee, het is niet gemakkelijk om luisterend te leren schilderen en daarbij niet in de val van de hedendaagse kunst te trappen…

Toen we om zes uur vertrokken uit Petites Tailles begon het te regenen.
Dichte grijze wolken hingen over de donkere sparrenbossen.
We passeerden Baraque Fraiture, een van de hoogste toppen van de Ardennen.
Meer dan een kruispunt met een paar cafés is het niet.
Vandaar ging het bergaf en zagen we enkele prachtige aquarellen, made by de Ardennen zelf.
Het ging niet alleen letterlijk bergaf, maar ook figuurlijk.
In Luik zaten we alweer in de file.
In Brussel gelukkig niet.
Even na achten waren we thuis.

Toen we naar zee vertrokken regende het en toen we terugkeerden scheen de zon.
Nu was het omgekeerd.
We waren naar de Ardennen vertrokken met stralende zon en we keerden terug in de regen.

Wat zou dát willen zeggen?

20130826-152538.jpg