Ondankbaar Brugge

door lievendebrouwere

20130830-194622.jpg

Ik lees in de krant dat de Brugse restaurants zeer slecht scoren bij de toeristen.

‘Dat becijferde de website ­stedentripper.com, die recensies van restaurants uit 160 Europese steden onderzocht. Brugge is zelfs de onbetwiste koning van de slechte smaak, want met tien procent ‘vreselijke restaurants’ laat het Venetië (6,4) en Marseille (4,7) ver achter zich.’

Ik kan dat alleen maar beamen.
An en ik zijn ooit twee keer gaan eten in Brugge, om iets te vieren.
Wel, in beide gevallen voelden we ons zwaar bekocht.
Hoe durfden ze een mens zoiets voorschotelen!
Hadden ze me een blinddoek voorgebonden, ik zou niet geweten hebben wat ik at.
Het smaakte nergens naar.
Zonder veel zout, mayonaise en wijn (wijn?) had ik het niet eens door m’n keel gekregen.
Maar het uitzicht was mooi. Dat wel.

Dergelijke zaken moeten een goudmijn zijn.
Ze zitten elke dag vol, week in week uit, het hele jaar door.
Er komt gewoon geen eind aan die toeristenstroom.
En aan de geldstroom.
Maar zijn de Bruggelingen daar dankbaar voor?
Het valt me vaak op hoe brutaal en geërgerd fietsende Bruggelingen zich gedragen.
Ik kan dat ergens wel begrijpen.
Ze kunnen nergens op hun gemak fietsen.
Hun stad is niet van hen.
Ze is van de toeristen.
Brugge is in zekere zin een bezette stad.
Maar Brugge is ook een zeldzaam mooie stad.
En zonder de toeristen zou ze nooit zo mooi zijn.
Die toeristen brengen geld in het laatje waarmee Brugge gerestaureerd kan worden.
Dat restaureren trekt dan weer rijke mensen aan die in Brugge willen wonen en van hun huis een pronkstuk maken.
En zo wordt Brugge alsmaar mooier.

Ik heb ooit foto’s gezien van Brugge vóór de toeristeninvasie.
Het was niét mooi om zien.
Goed voor de sloop.
Zo kun je ’t samenvatten.
Ik zeg niet dat de toeristen Brugge gered hebben.
Maar zonder hen zou Brugge er niet uitzien zoals nu.
Het zou er wellicht uitzien als Brussel.
Dat wil zeggen: vreselijk verminkt.
Dáár mogen de Bruggelingen wel eens aan denken als ze zich weer eens ergeren aan de toeristen.
Ze hebben geen idee wat een voorrecht het is om in Brugge te wonen.
De toeristen zijn de prijs die ze daarvoor moeten betalen.

Ik ken mensen die leven van de toeristen, goed leven.
En toch spreken ze er vol minachting en afkeer over.
Het is diezelfde minachting en afkeer die spreekt uit het schandalig slechte voedsel dat ze die toeristen voorschotelen.
Nota bene in een land dat bekend staat om z’n goeie eten!
Ik denk dat de Bruggelingen de toeristen haten.
En dat getuigt mijns inziens van een verregaand gebrek aan cultuur.
Wie houdt van kunst en cultuur is zielsgelukkig dat een stad als Brugge bestaat.
Dat al die schoonheid gered is van de sloop.
Hij ziet in de toeristen zijn bondgenoten.
Maar niet zo de Bruggeling.

Brugge heeft niet de inwoners die het verdient.

Advertenties