Anna en haar school

door lievendebrouwere

Anna (3 jaar) is maandag voor het eerst naar school geweest.
En trots dat ze was op haar nieuwe rugzakje!
Ze was ook trots op haar nieuwe school.
‘Is míjn school!’ verklaarde ze aan ieder die het horen wilde.
Het was ook háár rugzakje.
En háár rode schoentjes.
Alles is tegenwoordig van haar en van niemand anders.
Zelfs ik ben van haar.

Vroeger was Anna van de wereld.
Nu is de wereld van Anna.

Een drastische accentverschuiving als je ’t mij vraagt.
Het kind ontdekt zichzelf en de wereld.
Of de wereld en zichzelf.
Toen Anna nog van de wereld was, kende ze eigenlijk geen van beide.
Of ze kende ze op een heel andere manier als nu.
Het kwam niet in haar op de wereld die ze met zoveel verbazing en enthousiasme ontdekte, háár wereld te noemen.
Het kwam ook niet in haar op zichzelf ‘ik’ te noemen, en met dat woordje de betekenis van ‘trotse bezitter van de wereld’ te verbinden.
Het kwam niet in haar op gelijk wat te noemen en te benoemen.
Het is de ik-mens die namen geeft.
De kinderlijke wereld-mens doet dat niet.
Hij spreekt wel, maar hij spreekt na.
Hij zegt wat anderen zeggen, wat de wereld zegt.
De ik-mens daarentegen, die omstreeks het 3de levensjaar ‘geboren’ wordt, ontdekt de taal als een middel om te benoemen, om in bezit te nemen, om macht uit te oefenen.
Want het spreekt vanzelf dat bezit dient te gehoorzamen aan de bezitter.

Daarmee zal Anna zich de komende 18 jaar bezighouden: met het benoemen van de wereld, met het in bezit nemen van de wereld, met het beheersen van de wereld.
En van zichzelf.
Want die twee gaan altijd samen.
Zij zal haar identiteit vormen, zoals dat tegenwoordig heet.
Zij zal het vooralsnog lege ik-begrip opvullen.
Zij zal ook zichzelf leren beheersen en niet onmiddellijk haar keel openzetten als iets haar niet zint.
Zij zal ook stap voor stap haar lichaam in bezit nemen.
Onder meer door (fluisterend) kinderziekten.
Tot het helemaal van haar is,
tot de kleinste cellen drager zijn van haar ‘ik’.

Wat een werk!
Ik word al moe, alleen door eraan te denken.

En als Anna dan helemaal en heeltegans een zelfstandig ik-mens is geworden, zal ze moeten gaan samenleven met andere ik-mensen, die allemaal vinden dat de wereld van hen is.
De opgebouwde bezitsdrang moet weer worden afgebroken tot hij enkel nog het eigen lichaam omvat.
Dáár moet iedereen afblijven.
Dat is heilige grond.
Maar zo absoluut is ook die grens niet.
Want als Anna kindertjes wil, zal ze haar ‘heilige grond’ moeten laten betreden.
In werkelijkheid is het afbreken van de in de jeugd opgebouwde bezitsdrang een ritmisch proces.
Een proces van geven en nemen.
Van afbreken en opbouwen.
Het absolute van de jeugd – en hoe absoluut is zo’n driejarige niet! – wordt gerelativeerd.
Letterlijk en figuurlijk.
Het wordt in relatie gebracht met andere absoluutheden, met andere ikken.

Pas veel later, in de ouderdom, wordt de mens weer absoluut.
De ik-mens wordt weer wereldmens.
Hij kijkt enigszins meewarig terug op al dat ‘ik’ en ‘mijn’, op al die strijd om de eigen identiteit en het eigen bezit en de eigen macht.
Hij kijkt ook meewarig terug op al die relatie-perikelen, de persoonlijke zowel als de sociale.
Wat was hij toch jong en onbezonnen!

Pas nu hij oud is, krijgt hij zicht op het geheel.
Hij besteedt zijn dagen dan ook aan het overschouwen van zijn leven.
Als een koe herkauwt hij zijn herinneringen.
En dat levert dan, in het beste geval, de melk der wijsheid op.
De quintessens van al zijn vergissingen.

Het heeft iets tragisch.
Pas als een mens oud is, begint hij te begrijpen hoe het moet.
In vroeger tijden kon hij daarmee nog de jeugd helpen.
Hij kon zijn wijsheid delen en op die manier wereld-bezit worden.
Maar welk jongmens luistert vandaag nog naar de ouden?
En welk oudmens begrijpt nog iets van zijn leven?

De oude mens weerspiegelt het kind.
En het kind weerspiegelt de oude mens.
Wat zal kleine Anna op school leren dat haar zal helpen om de wereld waarin ze leeft te begrijpen?
Dat haar zal helpen om zichzelf te begrijpen?
Dat haar zal helpen om als oud Annaatje wijs te worden, en met evenveel verbazing en enthousiasme naar haar leven te kijken als ze nu naar de wereld kijkt?

Juist het wijsheids-element is uit de school verdwenen (voor zover het daar ooit aanwezig was).
Het hele moderne onderwijs draait rond het ‘ik’.
Het gaat om benoemen.
Het gaat om in bezit nemen.
Het gaat om heersen.
Het gaat om the struggle for life.
Het gaat om wat je ziet als je met de neus op de wereld gedrukt staat: die krioelende wereld van het zeer kleine, waar een onafgebroken strijd heerst.
Dat je ook achteruit kunt stappen en het grote geheel zien,
dat je de wereld als een kunstwerk kunt zien,
dat je ook oog kunt krijgen voor de (nu onzichtbare) harmonie en schoonheid en betekenis,
dat komt in de moderne mens niet op.

En zo organiseert hij ook zijn onderwijs: uiterst kortzichtig.
Het resultaat is er ook naar.

Dat is, helaas, de keerzijde van kleine Anna die trots staat te blinken omdat ze naar school mag.
Naar háár school!
Hoe lang zal het duren voor ze doorkrijgt dat de school niet van Anna is, maar dat Anna van de school is?

Laat ons hopen dat ze ooit doorkrijgt …

20130904-100543.jpg

Advertenties