Dom, dommer, domst

door lievendebrouwere

20130906-084315.jpg

In Klasse, het gratis propagandatijdschrift waarmee het Ministerie van Onderwijs ons duidelijk wil maken dat alleen het allerbeste goed genoeg is voor onze kinderen, staat deze maand een enthousiast artikel over het gebruik van tablets op school.
31 secundaire scholen hebben een schooljaar lang geëxperimenteerd met tablets in de klas.
Het resultaat?
Iedereen was – wat had u gedacht? – en-thou-si-ast!
Een greep:

Swipen is het nieuwe leren (de titel).
Tablets maken de lessen boeiender en leuker.
Het onderwijs van de toekomst.
De leraren gaven de tablet een score van 7,5/10.
Ze zijn erg geschikt om gedifferentieerd les te geven of leerlingen met specifieke noden te ondersteunen.
Dankzij de tablets kan je niet alleen audiovisuele media en de actualiteit beter integreren in je lessen, ze maken ook een individueel leerproces op maat mogelijk.
De schroom die sommige leraren aanvankelijk hadden, verdween toen ze zagen hoe gretig hun leerlingen met de tablet aan de slag gingen.
Door de tablet kunnen ze beter op hun eigen tempo werken.
Zo wordt zelfs huiswerk maken prettiger.
De tablets hebben een positief effect op het welbevinden van de leerlingen, en dragen zo bij tot een krachtige leeromgeving.

Althans volgens Jorg Wintraecken, specialist pedagogische ICT van het Stedelijk Onderwijs Antwerpen.
Alle enthousiaste uitspraken hierboven werden uit zijn mond opgetekend.
Hier en daar – het beproefde recept van Klasse – wordt een kritische opmerking tussengevoegd om het geheel wat echter en authentieker te maken.
Maar die kritiek wordt natuurlijk deskundig weerlegd, zoals je van een specialist kunt verwachten.
Zo gaven één op de drie leerlingen aan dat de tablet hen niet motiveerde om beter te leren.
Natúúrlijk, reageert Jorg, de tablet is er niet voor de ‘fun’, hij is er om te leren. Hij mag geen doel op zich zijn. Het is een hulpmiddel om het leren boeiender en op maat te maken.

Klasse is een tijdschrift dat er heel erg cool uitziet: met véél foto’s, véél kadertjes, véél kleuren, véél drukte.
Leerkrachten kunnen het op die manier snel doorlezen.
De kans dat ze ook de kleine lettertjes lezen is klein.
De kans dat ze bijven stilstaan bij de reactie van Jorg Wintraecken is verwaarloosbaar.
En dat is waarschijnlijk de bedoeling.
Want wat zegt Jorg in antwoord op de kritiek, notabene van de leerlingen zelf?
Niets.
Hij heeft er niet eens naar geluisterd.
Ze was alleen aanleiding om zijn enthousiasme-kraan weer open te draaien.

Die vraag-en-antwoord zijn een pars pro toto voor het hele tijdschrift, en waarschijnlijk voor het hele Ministerie van Onderwijs.
Er wordt niet geluisterd naar leerkrachten en leerlingen.
Er wordt in hun naam gesproken.
Af en toe mag er eentje een kritische opmerking maken.
Maar die wordt meteen overspoeld met het enthousiasme van specialisten en deskundigen.
Want die zien het grote plaatje.
De leraar-in-de-klas kan dat niet.
Die heeft niet zolang geleerd.
Hij kan niet weten wat de wetenschap allemaal zegt.

Een specialist als Jorg Wintraecken weet dat wel.
Of hij zou het althans moeten weten.
Maar blijkbaar heeft hij noch Klasse ooit gehoord over het begrip ‘Digitale Dementie’.
Blijkbaar heeft hij het boek van Manfred Spitzer niet gelezen, dat nu overal in de boekhandel ligt, en dat hevig aan de alarmbel trekt.

In dat boek lezen we dat wetenschappers talloze onderzoeken hebben gedaan naar het gebruik van digitale media, met name op school, en dat ze allemaal tot dezelfde conclusie zijn gekomen:
Computers zijn slecht voor het onderwijs.
Ze brengen de leerlingen niets bij, ze leren daarentegen veel af.
Anders gezegd: leerlingen worden er alleen maar dommer van.

Uit die onderzoeken blijkt onder meer dat de manier waarop iets wordt aangeleerd bepalend is voor de manier waarop het geleerde in de hersenen wordt opgeslagen.
Wie de wereld per muisklik of vingertik ontdekt, zoals vele mediapedagogen proberen te bereiken, zal er aanzienlijk slechter – want veel langzamer – kunnen over nadenken.
Wanneer we dingen op de computer leren, worden ze in onze hersenen zwakker opgeslagen dan wanneer we er actief mee aan de slag gaan.
En het verschil is heel groot, zegt Spitzer, het ligt in de orde van grootte van ‘Einstein versus dorpsgek’.
En ik overdrijf niet, voegt hij eraan toe.

In Duitsland is een onderzoek gedaan naar computergebruik bij een kwart miljoen 15-jarige scholieren. Daaruit bleek dat een computer op school geen invloed had op de schoolprestaties.
Een vergelijkbaar onderzoek in Amerika leverde dezelfde resultaten op.
Maar blijkbaar zijn onderzoeksresultaten niet hetzelfde als ervaringen.
Op grond van de ervaringen van de geteste scholen, besloten verschillende Amerikaanse scholen de laptops te weigeren die hen gratis werden aangeboden.
Wellicht had het volgende er iets mee te maken.
In Birmingham, een stad in Alabama, besloot de gemeente 15.000 laptops aan te schaffen en uit te delen aan de scholen.
Na 19 maanden was de helft van de computers kapot en de leerkrachten waren gefrustreerd over de mankementen in de hardware, de falende software en het tekort aan technische ondersteuning.

En de leerlingen? Waren die enthousiast?
Slechts één of vijf gebruikte de laptop dagelijks.
En één op drie gebruikte hem nooit.

20130906-095828.jpg

Steeds weer wordt door voorstanders van digitale media op school beweerd dat de mislukkingen te wijten zijn aan implementatieproblemen: computers zijn fantastische hulpmiddelen bij het leren, maar tot nog toe zijn ze niet goed ingezet.
Maar, zegt Spitzer, er is inmiddels ruim genoeg tijd verstreken om alle problemen op te lossen.
Eéns moet er toch een positief resultaat te melden zijn!
Maar dat is niet zo.
Onder al die wetenschappelijke onderzoeken, is er slechts één dat positieve resultaten meldt.
Maar dat was een onderzoek onder studenten van gemiddeld 25 jaar oud.
Volwassen mensen dus, geen kinderen.
Voor schoolkinderen zijn er geen positieve resultaten.
Niet één.

En dat is maar een kleine greep uit wat de wetenschap te vertellen heeft over computergebruik bij kinderen in het algemeen, en computergebruik op school in het bijzonder.
Het komt allemaal hierop neer: niet doen!

En wat maakt ‘specialist’ Jorg Wintraecken daarvan?
Wél doen!

En wat maakt het Ministerie van Onderwijs daarvan?
Het onderwijs van de toekomst!

Voor wie er nog mocht aan twijfelen: de overheid heeft echt het beste voor met onze kinderen.

20130906-102153.jpg

Advertenties