Michaël

door lievendebrouwere

Op 29 september vieren we Michaël.
Dat wil zeggen, antroposofen doen dat, en waarschijnlijk zijn zij de enigen.
De aartsengel Michaël is nagenoeg helemaal verdwenen uit onze cultuur.
We geloven namelijk niet meer in engelen.
We geloven ook niet meer in duivels.
Hemel en hel bestaan niet meer voor ons.
Alleen de aarde bestaat nog.
We zoeken de hemel niet langer in het hiernamaals, we zoeken hem in het hier & nu.
En ook de hel is niet iets wat ons na de dood te wachten zou kunnen staan.
Het is iets wat we nu reeds op aarde aantreffen.
Onze tijd is dus het toneel van wat men de ‘incarnatie van hemel en hel’ zou kunnen noemen.

Volgens de antroposofie beleven we vandaag ‘de wederkomst van Christus’ en Christus is in feite de hemel in hoogsteigen persoon.
Maar voorafgaand aan die wederkomst heeft Michaël de duivel overwonnen en hem … op aarde geworpen.
Dat zijn de twee grote gebeurtenissen van onze tijd: de komst van Christus en de komst van de duivel.

20130928-114746.jpg

Die gebeurtenissen zijn in eerste instantie natuurlijk niet meer dan beelden.
Toch is het niet zo moeilijk om ze te herkennen in wat er sinds 1900 gebeurd is en nog altijd gebeurt.

We hoeven daar niet ver voor te kijken.
In 1900 leefde Vlaanderen nog in de diepste armoede.
De toestanden die ons nu bekend zijn uit de Derde Wereld – armoede en hongersnood – heersten toen in ons land.
Er bestond zelfs een naam voor: ‘de Vlaamse ziekte’.
Het was een uitdrukking die in heel Europa bekend was en die betekende: kreperen van honger en ellende.
Vlaanderen leefde met andere woorden in de hel.

Vergelijken we het Vlaanderen van toen met het Vlaanderen van nu, dan kunnen we niet anders dan concluderen dat we vandaag in de hemel leven.
De straatarme boeren en arbeiders van weleer wonen nu in luxueuze huizen, eten tot ze niet meer kunnen, rijden rond in BMW’s en Mercedessen, en behoren tot de rijkste en welvarendste mensen op aarde.
Van de hel naar de hemel, daar komt het op neer.
En wat voor Vlaanderen geldt, geldt voor de hele moderne wereld, zij het misschien niet in zo extreme mate.

De hemel is vanaf 1900 inderdaad op aarde gekomen.
De mensonterende omstandigheden waarin het grootste gedeelte van de bevolking voordien leefde, zijn volkomen verdwenen en veranderd in ‘een hemel op aarde’.
Maar ook het tegenovergestelde is gebeurd: de hel is op aarde gekomen.
Vanaf 1900 is de wereld het toneel geworden van een nooit geziene uitbarsting van kwaadaardig geweld. Grootschalige vernietigende oorlogen volgden elkaar op en kostten het leven aan tientallen miljoenen mensen.
En het blijft maar duren. Na Europa, Rusland en China is het nu de beurt aan Afrika en het Midden-Oosten.

Voor ontelbare mensen is het leven op aarde vandaag een hel.
Maar voor meer mensen dan ooit is het ook een hemel.
De antroposofische beelden zijn dus zonder meer waar.
Misschien doen ze een beetje naïef en kinderlijk aan, maar de werkelijkheid die erachter schuilgaat is reëel en volwassen genoeg.
Toch staan er tussen beeld en realiteit nog vele vraagtekens.

Aan beide grote gebeurtenissen – de wederkomst van Christus en de komst van de duivel – kunnen we nog twee andere gebeurtenissen toevoegen: het einde van het Duistere Tijdperk, het zogenaamde Kali Yuga, en het begin van het Michaëltijdperk, dat de spits afbijt van het nieuwe Lichte Tijdperk.
Anders dan we – in abstracto – zouden verwachten, en wat in de New Age wereld inderdaad verwacht wordt, is het begin van het Lichte Tijdperk niet het einde van al onze zorgen.
Integendeel, het staat in het teken van een hevige strijd: de strijd tegen het kwaad.
De strijd die Michaël in de hemel heeft uitgevochten – de strijd met de draak – moet nu op aarde gestreden worden.
En dat gebeurt dan ook.

20130928-115031.jpg

Iedereen heeft de mond vol over de strijd tegen het kwaad.
En het zijn niet alleen de wereldleiders die tekeer gaan tegen het kwaad, ook onder de bevolking heerst groot verzet tegen ‘het kwaad’ in al zijn vormen: racisme, onverdraagzaamheid, haat, discriminatie, xenofobie, homofobie, pedofilie, Global Warming, fascisme, rechts, enzovoort.
Ja, ieder modern mens die de christelijke waarden van naastenliefde, verdraagzaamheid, broederlijkheid, gelijkheid en medelijden ter harte neemt, ontpopt zich als een vurig strijder tegen het kwaad, een soldaat in het leger van Michaël.

Anders gezegd, Michaël is ‘hot’.
Maar tegelijk is hij compleet ‘out’.
Als er iéts onze relatie tot Michaël kenmerkt, dan is het wel de enorme discrepantie tussen beeld en werkelijkheid.
Onder alle spirituele en/of religieuze beelden die we kennen, is er waarschijnlijk geen dat zo onpopulair is als de strijd van de aartsengel Michaël tegen de draak. Het is compleet verdwenen uit onze cultuur. Zelfs in de kerk wordt er niet meer over gesproken.
Toch ligt de werkelijkheid achter dit beeld ons zo nauw aan het hart dat er geen dag voorbij gaat of we ontsteken in verontwaardiging over het kwaad in de wereld en we willen het te vuur en te zwaard bevechten.
En ook hier toont Vlaanderen zich een voorbeeld van moderniteit, want nergens wordt het kwaad zo fel en verbeten bevochten als hier.
Het heeft zich dan ook belichaamd in de persoon van Bart De Wever, de vleesgeworden duivel tegen wie weldenkend Vlaanderen (in naam van België) een niet aflatende kruistocht voert.

20130928-115243.jpg

Ik maak er nu opzettelijk een karikatuur van om erop te wijzen hoe groot de kloof is tussen de geestelijke werkelijkheid van Michaël (die we eigenlijk alleen kennen door de beelden die we van hem bezitten) en de aardse realiteit van de strijd tegen het kwaad.
Het ligt namelijk voor de hand dat het demoniseren en bevechten van een mens als was hij de baarlijke duivel zelf, niet bepaald michaëlisch is.
Er bestaat trouwens een legende waarin Michaël de duivel overwint, maar weigert hem te veroordelen. Dat laat hij over aan God.
Van dié ingesteldheid is weinig te bespeuren bij de moderne bestrijders van het kwaad.
Er is zelfs veel voor te zeggen dat zij bezield worden door de tegenovergestelde mentaliteit: niet alleen spreken ze vernietigende oordelen uit maar ze willen het kwaad ook zonder meer uitroeien.
Alsof ze zelf voor God willen spelen.

Ieder weldenkend mens wordt vandaag bezield door Michaël, maar hij is zich van die bezieling, en van de geest die hem inspireert, zo weinig bewust dat hij vaak het omgekeerde doet van wat hij denkt te doen:
In plaats dat hij vecht tégen het kwaad, vecht hij vóór het kwaad.
In naam van het goede doet hij het kwade.
Anders gezegd: zonder dat hij het gemerkt heeft, hebben Michaël en de draak in zijn ziel van plaats verwisseld.
In plaats van een bewuste Michaëldienaar is hij een onbewuste Michaëlbestrijder geworden.
Het resultaat van die ongemerkte verwisseling is wat Rudolf Steiner ‘de strijd van allen tegen allen’ noemde: een strijd van mensen die er allemaal heilig van overtuigd zijn het kwaad te bestrijden, en op die manier van de aarde een hel maken.

Volgens Rudolf Steiner is de strijd tegen het kwaad DE opgave van onze tijd.
Maar het moet wel een bewúste strijd zijn.
Want als we ons blindelings in de strijd werpen, ontketenen we ‘de strijd van allen tegen allen’.
Deze strijd is niets anders dan de zelfvernietiging van de mensheid.
En dat is natuurlijk het tegendeel van de michaëlische strijd.
De michaëlische strijd is dan ook in de eerste plaats een strijd om bewustzijn, een strijd die zich in ons bewustzijn afspeelt.
Als we die strijd daar niet uitvechten, zal hij op aarde, dat wil zeggen op fysiek vlak worden uitgevochten.
Dat is de betekenis – of althans één betekenis – van het beeld dat Michaël de draak in de hemel overwint en hem op aarde werpt.

20130928-115408.jpg

Als wij Michaël willen navolgen, dan moeten wij de draak niet ‘op aarde’ bevechten, dat wil zeggen in een fysieke gestalte, maar ‘in de hemel’, dat wil zeggen in de geest, in ons bewustzijn.
En die strijd zal er vooral in bestaan om in dat bewustzijn de kloof te overbruggen tussen de abstracte beelden die we van Michaël bezitten en de concrete werkelijkheid waarin we leven.
Want we hebben die beelden nodig, want zij vertellen ons HOE we de strijd tegen het kwaad moeten voeren.
Zij leiden ons.
Maar naarmate we de bewustzijnskloof overbruggen en de beelden tot leven wekken, wordt ook het kwaad zelf reëler.
Uiteindelijk is dát de reden waarom we het zo moeilijk hebben om in beelden te leren denken, om in ‘Alles Vergängliche nur ein Gleichnis’ te zien:
we worden dan geconfronteerd met een kwaad dat we liever niet onder ogen zien.
Maar noblesse oblige.
Wij hebben hier in Europa ons deel al gehad van de fysieke strijd met de draak (die meer een strijd ván dan tégen de draak was) en daardoor zijn we enigszins tot bezinning gekomen.
Maar de demonen die we (tegen een ontzettend hoge prijs) uitgedreven hebben, teisteren nu andere delen van de wereld.
Ze zijn niet verdwenen, ze zijn alleen verhuisd.
Maar juist die ‘verhuizing’ geeft ons de ruimte om na te denken over wat er (hier) gebeurd is en (elders) nog altijd gebeurt.
En dat nadenken zal alleen vrucht dragen als we de apocalyptische taferelen uit het verleden en heden als beelden leren lezen. Want de letterlijke lezing helpt ons geen stap verder, dat is wel duidelijk. We krijgen maar geen greep op het kwaad, integendeel, het kwaad krijgt opnieuw steeds meer greep op ons.

Het nadenken en ‘lezen’ van de beelden die we bezitten van Michaël en zijn strijd tegen de draak, is dus een cruciaal onderdeel van die strijd.
Als we er niet in slagen om die beelden te begrijpen en op die manier tot (bewust) leven te wekken, dan lopen we gevaar – zonder het te beseffen – Michaëlbestrijders te worden in plaats van Michaëldienaars.
En die blinde strijd kunnen we nooit winnen, want Michaël zal ons ‘op de aarde’ werpen.
We zullen gevangen raken in de materie en tot werktuig van de draak worden.
En aan die slavernij zullen we niet eens wíllen ontsnappen, omdat we er ons niet bewust van zijn.
Dat is misschien wel één van de meest schokkende aspecten van de huidige ‘strijd met de draak’: hij veroorzaakt een scheiding der geesten.
De mensheid raakt langzaam maar zeker verdeeld in volgelingen van Michaël en volgelingen van de draak.

We zien daarvan reeds een afspiegeling in de huidige actualiteit, want overal ter wereld worden landen, volkeren, groepen van mensen opgedeeld in twee kampen die elkaar op leven en dood bestrijden.
Deze fysieke en mentale scheiding is al erg genoeg.
Maar ze is niets vergeleken bij de eigenlijke ‘scheiding der geesten’ want die gaat veel verder, die reikt over de dood heen en creëert een situatie als vóór de komst van Christus, toen de mensheid zo diep vast raakte in de materie dat ze zich er niet langer op eigen kracht kon uit bevrijden.
Die situatie herhaalt zich vandaag.
De mensheid dreigt opnieuw gevangen te raken in de materie en opnieuw kan ze zich daar niet uit bevrijden zonder de hulp van Christus.
Maar dit keer moet ze niet passief en verlangend uitkijken naar de ‘de komst van de Messias’, want hij is er reeds, en hij is er zelfs meer dan ooit.
Dat is namelijk wat zijn ‘wederkomst’ betekent: een intensivering van zijn aanwezigheid.
Dit keer staat de mens voor de keuze: aanvaardt hij de hulp van Christus of wijst hij die af. Dat is de vrijheid die hij vandaag verworven heeft.
Maar het is een vrijheid waarvoor hij een zware prijs betaalt.
Die prijs bestaat in de mogelijkheid dat hij de hulp van Christus afwijst en onherroepelijk gevangen raakt in de materie.
En dat gevangen-zijn moeten we als een fysieke realiteit zien.
De mens zal de gevangene worden van zijn lichaam, en via zijn lichaam van zijn omgeving, zoals dieren dat zijn.
Hij zal verdierlijken, en op die manier een nieuw mensenras gaan vormen: de dier-mens of het mens-dier.

20130928-115823.jpg

Daar ligt de echte reden waarom het woordje ‘racisme’ zo’n verlammende werking uitoefent op de mens.
De moderne Westerse mens is wellicht de minst racistische mens ter wereld. En toch wordt hij geterroriseerd door de gedachte dat hij racistisch is.
Die ideële terreur wordt veroorzaakt door zijn onbewuste weten omtrent de scheiding der geesten die momenteel aan de gang is.
Er zijn twee nieuwe mensenrassen aan het ontstaan:
het michaëlische mensenras en het demonische mensenras.

Het verschil tussen deze twee nieuwe rassen zal even duidelijk zijn als het verschil tussen de oude rassen, maar het zal pas in volgende incarnaties zichtbaar worden.
Het ‘zaad’ van dit rassenverschil wordt echter nu gezaaid en wel door de keuze die we maken: voor of tegen Christus.
Een derde mogelijkheid is er niet: ‘wie niet voor mij is, is tegen mij’ (Mattheus 12:30).
Er moet gekozen worden, en de keuze die we nu, in deze Michaëlstijd maken, zal ons later, in onze volgende incarnatie(s), tot één van beide nieuwe rassen doen behoren, en tussen deze twee mensenrassen zal even weinig contact zijn als er vroeger was tussen de oude rassen. Ze zullen in hun eigen wereld leven, met hun eigen beschaving en cultuur.
Een hemelse cultuur en een helse cultuur.

Dat is waar het om gaat als we spreken over de strijd van Michaël met de draak:
het gaat om een keuze, een beslissende keuze met verregaande gevolgen voor de toekomst van de mensheid.
De michaëlische strijd is een strijd om de vrije keuze.
Daarom is het ook een bewustzijnsstrijd, want een keuze kan maar vrij zijn als het een bewuste keuze is.
En niemand die bewust kiest, zal ooit tegen Christus kiezen.
Tegen Christus kiest men alleen onbewust, als men zijn hoofd verliest, als men niet weet waarvoor men kiest.
Dat is dan ook de strijd die de draak voert: ze wil het bewustzijn van de mens verdoven, zodat hij onbewust kiest, want een onbewuste, instinctieve keuze is altijd een keuze voor de draak.

Bewust kiezen, kan men nooit op grond van abstracte ideeën en voorstellingen.
Wie bewust wil kiezen, heeft beelden nodig, beelden van goed en kwaad.
En naarmate die beelden duidelijker en levendiger zijn, zal onze keuze ook vrijer zijn.
We zullen het kwaad dan meteen herkennen, hoe goed het zich ook vermomd heeft.
Want een bewustzijn dat in abstracte begrippen denkt, kun je gemakkelijk bedriegen, zeker als je zo hyperintelligent en sluw bent als de draak.
Maar een bewustzijn dat in beelden denkt, leid je niet zomaar om de tuin.
Want een dergelijk beeldbewustzijn heeft al een stap gezet in de richting van het heldere ‘zien’ – en dus herkennen – van geesten.

En daar gaat het bij Michaël uiteindelijk om: het herkennen van Christus.
Daarom wordt van hem gezegd dat hij de engel is die voor het aangezicht van Christus staat.
Michaël is degene die ons helpt om Christus te herkennen.
En de draak is degene die er alles aan doet opdat we Christus niét zouden herkennen, want dan kan hij diens plaats innemen.
De draak imiteert Christus en hij doet dat op een geniale manier.
Met name intellectuelen laten zich massaal om de tuin leiden, juist omdat ze zo abstract denken.
Ze beseffen niet dat voor het aangezicht van Christus niet alleen Michaël staat, maar ook de draak.
Beiden kennen Christus beter dan wie ook.
Maar de draak kent alleen het uiterlijk van Christus.
Michaël kent Christus ook innerlijk.
Want Michaël kijkt met zijn hart.
Et on ne voit bien qu’avec le coeur.

20130928-120113.jpg

‘Het is nu werkelijk een tijd van grote beslissingen: ofwel spant men zich in opdat niet-antroposofen deel gaan uitmaken van de Michaël-gemeenschap, ofwel spant men zich in om diegenen die niet tot de Michaël-gemeenschap behoren er ver vandaan te houden. Dit is de tijd van de grote tweespalt, de grote crisis, waarover de heilige boeken van alle tijden spreken.

Het bijzondere van de Michaël-impulsen is nu eenmaal dat ze beslissend zijn en dat ze met name in onze tijd beslissend zijn. Wie in zijn huidige incarnatie door de antroposofie Michaël-impulsen opneemt, bereidt zijn ganse wezen erop voor om diep door te dringen in de krachten die anders alleen door ras- en volksverbanden bepaald worden.

(…)

Het geestelijke bereidt zich voor om voor de eerste maal rasvormend te worden. En de tijd zal komen dat men niet meer zal kunnen zeggen: die mens ziet eruit alsof hij daar of daar bijhoort, dat daar is een Turk, of een Arabier, of een Engelsman, of een Rus of een Duitser. Men zal moeten zeggen: die mens heeft in een vroeger leven de drang gevoeld om zich te richten naar het geestelijke in michaëlische zin, zodat nu rechtstreeks fysiek-scheppend, fysiek-vormend optreedt wat door Michaël beïnvloed is.

(…)

Want, ziet u, er bestaat een tegenpool voor wat ik beschreven heb: dat de Michaël-impulsen rasvormend zullen worden, er is daarvan een pendant.

Stel dat het karma beschikt dat iemand met hart en ziel gegrepen wordt door de antroposofische impulsen. In dat geval gebeurt er iets zonderlings, iets paradoxaals, dat echter wel noodzakelijk is: zijn engel moet iets leren. En dat is ontzaglijk veelbetekenend. Wat zich afspeelt tussen antroposofen en niet-antroposofen veroorzaakt een golfslag tot in de engelenwereld. Het leidt tot een scheiding der geesten in de wereld van de engelen. De engel die de antroposoof begeleidt naar zijn volgende incarnaties, leert om zich nog dieper dan voorheen in de geestelijke wereld te oriënteren. En de engel die bij de ander hoort, degene die niet tot de antroposofie kon komen, zinkt weg. Het wordt dus eerst aan het lot van de engelen duidelijk hoe de grote scheiding geschiedt. Uit een relatief eendrachtig rijk der engelen ontstaat een tweedelig rijk: éénvan engelen met een drang naar hogere werelden en één met een drang naar beneden naar lagere werelden. Terwijl zich hier op aarde de vorming van de Michaël-gemeenschap voltrekt, kunnen we waarnemen hoe boven deze gemeenschap bepaalde engelen opstijgen en andere naar beneden zakken. Als men de wereld dieper beschouwt, kan men vandaag voortdurend deze stromingen, die iets zo beklemmends hebben, gadeslaan.’

(Rudolf Steiner, 3 augustus 1924)

Advertenties