Michaël en het denken

door lievendebrouwere

Wie Michaël zegt, zegt ook de draak.
Beide zijn onafscheidelijk.
Michaël wordt dan ook vaak voorgesteld als een ridder die de draak bevecht.
Maar het andere klassieke beeld van Michaël is een engel die mensenzielen op een weegschaal plaatst en ze al dan niet te licht bevindt.
Twee zeer verschillende beelden.
Enerzijds de vechter, de militair, de houwdegen.
En anderzijds de apotheker met zijn precisie-instrument, de criticus met zijn oordeel, beiden wikkend en wegend.

Als we ervan uitgaan dat de makers van deze beelden geïnspireerd waren en dus wisten over wie ze het hadden, dan moet Michaël een zeer tegenstrijdige figuur zijn: een denker en een doener tegelijk.
Waarschijnlijk is dat de reden waarom hij bekend staat als een man van weinig woorden, een enigmatische figuur van wie je moeilijk hoogte krijgt.
Ik noem hem een man (hoewel engelen natuurlijk geen geslacht hebben) omdat hij een zeer mannelijke, daadkrachtige indruk maakt, maar één keer heeft hij heel direct ingegrepen in de aardse gang van zaken en dat deed hij als Jeanne d’ Arc, een jong meisje.
Michaël is duidelijk niet te vangen voor één gat.
Een zeer complexe figuur dus, een stil water met diepe gronden.
We moeten hem dus van verschillende kanten benaderen.

20130930-110407.jpg

Laten we beginnen met de ridder.
Michaël wordt in zijn strijd met de draak meestal voorgesteld als volledig geharnast.
Dat klinkt logisch, maar kunstenaars werken niet volgens de logica.
Als ze Michaël voorstellen in een harnas dan is dat geen epitheton ornans.
Het is geen extra illustratie van de idee ‘ridder’, maar de uitdrukking van iets veel wezenlijkers.
Dat ‘iets’ zou het respect kunnen zijn dat Michaël heeft voor de draak.
Hij onderschat hem niet, hij neemt zijn voorzorgen en trekt een harnas aan.
Michaël is dus niet iemand die zich blindelings in de strijd werpt.
Maar het harnas vertelt nog meer.
Wat me altijd opvalt als ik de volledig geharnaste Michaël zie, is dat hij minder op een engel lijkt dan op … de draak zelf.
De draak is immers ook ‘geharnast’: hij is bekleed met schubben als pantserplaten, en zijn staart loopt uit in een soort pijlpunt, net als de speer die Michaël hanteert.
Beide spiegelen elkaar dus.

De uiterlijke gelijkenis tussen Michaël en de draak doet me denken aan de uitdrukking: in de huid van de draak kruipen.
Michaël bevecht de draak niet zoals het Amerikaanse leger dat zou doen: door vanuit de lucht, van op een veilige afstand, bommen te gooien zonder te weten wat zich beneden afspeelt.
Nee, Michaël verlaat zijn hemelse troon om af te dalen tot het niveau van de draak en hem met zijn eigen wapens te bestrijden.
Hij bestrijdt hem ook niet van buitenaf, met bruut geweld,
Hij bestrijdt hem van binnenuit, met inzicht.

20130930-111001.jpg

Dat is volgens mij wat de kunstenaars met hun beelden hebben willen uitdrukken:
Michaël bestrijdt de draak niet op fysiek vlak, met materiële wapens.
Hij bestrijdt hem op geestelijk vlak, met ken-kracht.
Hij overwint de draak door hem te leren kennen en begrijpen.
De strijd van Michaël is een geestelijke strijd, een bewustzijnsstrijd.
Maar als kunstenaar moet je dat natuurlijk vertalen naar de zintuiglijke wereld.
Je moet aardse beelden gebruiken, zoals een ridder, een draak, een harnas, een speer, enzovoort.
Tegelijk moet je er echter voor zorgen dat die beelden niet letterlijk worden gelezen, maar figuurlijk, als metaforen.
Dat doe je (onder meer) door tegenstrijdige beelden te gebruiken:
Michaël als de stoere, geharnaste ridder.
Michaël als de zachte, jongensachtige engel.
Michaël die vecht met mannelijke moed en kracht.
Michaël die vecht met vrouwelijk inlevingsvermogen.
Michaël als een engel in een wit gewaad die de zwarte draak eronder houdt.
Michaël als een geharnaste die nauwelijks te onderscheiden is van de gepantserde draak.

Door deze tegenstrijdigheden word je als kijker ‘gedwongen’ om na te denken over het ongrijpbare wezen dat Michaël is.
Daarbij kun je natuurlijk niet bij het logische, rationele denken blijven staan, want daar zijn tegenstrijdigheden uit de boze.
Je moet in een diepere, vrouwelijker laag van het denken doordringen: het gevoelsmatige denken, het empathische denken, het denken in beelden.
We kunnen een geestelijk wezen als Michaël niet begrijpen met ons aardse denken.
We moeten dat denken ‘vergeestelijken’ als we hem willen benaderen.
En dan komt hij ons tegemoet, want hij is een engel die zich als geharnaste ridder kan uitdossen, die zich met andere woorden van ons ‘bulldozerdenken’ kan bedienen.
Met zijn hulp kunnen we dat ‘geharnaste denken’ (van binnenuit) soepeler maken, beweeglijker, geestelijker.

Rudolf Steiner heeft vaak gesproken over Michaël.
De aartsengel is dan ook een zeer belangrijke figuur in de antroposofie.
Maar hoeveel ik ook gelezen heb over Michaël, het heeft me nauwelijks een stap dichter gebracht.
In feite herinner ik me vrijwel niks van alles wat ik gelezen heb.
Ik herinner me alleen de beelden en enkele begrippen.
Maar als ik over die beelden begin na te denken, als ik ze benader zoals beelden benaderd dienen te worden, dat wil zeggen kunstzinnig, dan begint Michaël te ‘spreken’.
Hij staat bekend als een zeer zwijgzaam iemand.
Een man van weinig woorden.
Maar hij spreekt in beelden.
Hij spreekt met een blik, met een gebaar.
En hij wacht tot we die lichaamstaal, die beeldtaal begrijpen.
Eerder komt hij niet in actie.

20130930-111352.jpg

Michaël geldt in de antroposofie als de beheerder van de ‘kosmische intelligentie’.
Hij staat voor alles wat met het denken te maken heeft.
Maar het kosmische, michaëlische denken is veel groter dan wat wij vandaag onder denken verstaan.
Ons moderne, intellectuele denken is ‘gevallen’ denken, een volkomen aards geworden ‘bulldozerdenken’.
We denken als het ware in een harnas, en ons denken is dan ook in hoge mate een kwaadaardig ‘drakendenken’ geworden.
Maar juist aan dat volkomen verstarde, mechanische denken hebben we onze vrijheid te danken, ons volkomen los staan van de geestelijke wereld.
En die vrijheid hebben we te danken aan Michaël, die zijn beheer van het denken aan de mens heeft overgedragen.
Dat deed hij in de middeleeuwen, met het ontstaan van de scholastiek als gevolg.
Nooit heeft het intellectuele denken hogere toppen gescheerd als ten tijde van Thomas van Aquino en de scholastische filosofen,
maar het was tevens het begin van de verstarring van het denken.
In onze tijd is het denken een karikatuur geworden: in het beste geval kun je er nog om lachen (zoals wanneer intellectuelen het over kunst hebben), maar in feite is het om te huilen.
Het moderne intellectuele denken wordt bijna uitsluitend gebruikt om macht uit te oefenen.
Het is een vorm van geweld geworden, een vernietigende kracht.
Maar juist deze deerniswekkende toestand van het denken verwijst naar wat voor ons misschien wel het belangrijkste wezenskenmerk van Michaël is:
zijn vertrouwen in de mens.
Michaël heeft ons het beheer van de kosmische intelligentie in handen gegeven en hij vertrouwt erop dat we het hem zullen teruggeven, dat wil zeggen dat we het denken uit de klauwen van de draak zullen halen en weer vergeestelijken.
Daarom zwijgt en wacht hij.
De strijd die hij zelf in de hemel gevoerd heeft, moeten wij nu op aarde voeren.
Wij moeten de draak overwinnen en ‘op aarde werpen’.
Wij moeten het dode, abstracte drakendenken onze wil opleggen en tot werktuig maken.
Want vandaag gebeurt het omgekeerde: de draak legt het menselijke denken zíjn wil op en maakt het (en daarmee ook onszelf) tot zijn werktuig.
In die strijd – de strijd om het denken – grijpt Michaël niet in.
Hij vertrouwt ons en respecteert onze vrijheid.
Hij komt pas in actie als wíj in actie komen.
Ieder stukje denken dat wij op de draak veroveren, is materiaal waarmee hij aan de slag kan.
Want hij kan alleen iets aanvangen met vrij denken, met denken dat uitgaat van het zelfstandige Ik van de mens.
Tegenover het onvrije denken, dat eigenlijk geen menselijk denken is maar drakendenken, blijft hij zwijgen en wachten.

20130930-111649.jpg

De moderne mens zal zich nooit kunnen bevrijden uit het dode – en dodelijke – intellectuele denken als hij niet opnieuw in beelden leert denken.
Dat is wat Michaël ons lijkt te willen zeggen door … te zwijgen, door geen woorden te gebruiken.
Michaël is voor ons in de eerste plaats een beeld, een roerloze mysterieuze figuur waar we met ons gewone, rationele denken geen greep op krijgen.
Pas wanneer we ons inleven in dat beeld, pas wanneer we de lichaamstaal van deze zwijgende engel leren begrijpen, komt hij in beweging.
Hij wordt dan als het ware verlost uit zijn harnas.
Of beter wellicht: zijn harnas wordt soepeler, het wordt weer een werktuig in plaats van een gevangenis.
Want het harnas dat Michaël draagt, is de vorm die de kosmische intelligentie vandaag heeft aangenomen.
Het denken is tot louter vorm geworden, een dode, abstracte, uiterst starre en onbeweeglijke vorm.
De levende, beweeglijke geest is er volkomen uit verdwenen.
Het is dit harnas-denken dat ons afsnijdt van de wereld van de geest en ons de gevangene van de materie maakt.
We kunnen dit rationele, intellectuele denken van ons afgooien en zo weer contact maken met de geestelijke wereld.
Dat doen we bijvoorbeeld door middel van drugs.
We worden dan op slag bevrijd uit ons harnas en voelen ons zo vrij als een vogel.
Maar de wereld van de geest werkt vernietigend op ons in, ze lost ons Ik op als in een bad met zuur, tot er van ons als menselijk individu niks meer overblijft.
We worden weer geest, maar we houden op mens te zijn.
Het kan dus nooit de bedoeling zijn dat we het heldere rationele denken van ons afgooien.

Dat is ook de betekenis van het (overgeleverde) feit dat Michaël de draak niet doodt.
Hij vernietigt dit duistere, aardse drakendenken niet.
Hij legt het zijn wil op, de wil van de geest.
Hij gebruikt het intellect als werktuig van de geest.
Maar daartoe moet hij het wel ‘van binnenuit’ tot leven brengen.
Hij moet dat denken langzaam, stap voor stap, vergeestelijken, er daarbij zorg voor dragend dat het Ik van de mens niet bloot komt te staan aan het ‘oplossende geweld’ van de geestelijke wereld.
En dat is een voortdurende evenwichtsoefening.
Michaël overwint de draak (Ahriman) maar dan wel op zo’n manier dat hij de mens niet in handen van Lucifer speelt.
Dat wil zeggen WIJ moeten dat doen, naar het voorbeeld van Michaël,
en we moeten het uit vrije wil doen,
want uiteindelijk gaat het allemaal om de ontwikkeling van het menselijke Ik,
van de vrije, zelfstandige mens.
Dat is de zin van het kruipen in de huid van de draak.
Telkens wanneer we geboren worden en de hemel verlaten, kruipen we in de huid van de draak.
De materiële wereld is niets anders dan een verstarring, een tot harnas geworden deel van de geestelijke wereld.
Het is een plek die in de greep is van de draak.
De materie is als het ware het lichaam van de draak.
En de paradox is dat we in dat lichaam kruipen – dat lichaam dat voor onze geest als een gevangenis is – om vrij te worden.

Voor alle duidelijkheid: het drakenlichaam is niet hetzelfde als het menselijk lichaam.
Het is er alleen het materiële aspect van.
Hier raken we aan een ander mysterie: het menselijk lichaam als een geestelijke, en niet als een materiële vorm.
Maar dat is een hoofdstuk apart.

Advertenties