Een heer in het verkeer

door lievendebrouwere

In Nederland is een 77-jarige man aangehouden die met een snelheid (sic) van 40 kilometer per uur op de autostrade reed.
Omdat hij met zijn slakkegangetje het verkeer in gevaar bracht, moest hij zijn rijbewijs inleveren.
Daar ging de krasse ouderling niet mee akkoord en hij ging er vandoor.
Achterwaarts. Op de pechstrook.
Toen heeft men hem maar gearresteerd.

Kijk, dat zou ik nooit gedaan hebben.
Aan 40 per uur, in achteruit, op de pechstrook: dat haal je nooit.
Maar aan 40 per uur, in vooruit, op de autostrade, dat heb ik vaak genoeg gedaan.

Dertig jaar geleden reden we rond in een aftandse Peugeot die plankgas nog net 50 kilometer per uur haalde.
Om de auto een beetje te sparen, beperkte ik mijn maximumsnelheid tot 40 per uur.
Dat was wel zo verstandig, want de remmen werkten ook niet meer.
Vertragen deed ik via de versnellingen: als ik de snelheid op die manier teruggebracht had tot 10 kilometer per uur pakten de remmen nog en kon ik de hele zaak tot stilstand brengen.

Ik diende dus met veel overleg en vooruitziendheid te rijden.
En dat lukte prima.
Ik reed regelmatig tussen Gent en Melle.
Via de autostrade, want dan moest ik veel minder remmen.
Het kwam me wel af en toe op wat geclaxonneer te staan, maar ik had in die dagen wel grotere zorgen aan m’n hoofd.
Zoals: hoelang houdt die roestbak het nog vol?

Maar op een keer liep het mis.
Het was vrijdagavond en spitsuur.
Ik reed zoals gebruikelijk de St.Lievenspoort (what’s in a name) op om af te slaan naar de autostrade.
Maar het licht sprong op rood en ik moest remmen.
Dat lukte nog.
Maar toen het licht weer op groen sprong, raakte ik niet meer vooruit.
Het gaat daar namelijk een beetje omhoog aan de St.Lievenspoort, en dat redde mijn oude motor niet meer: ik kreeg geen beweging in de Peugeot.

Daar stond ik dan: te midden van een zee van auto’s die allemaal vooruit wilden, naar huis, naar hun gezin, naar het weekend.
Was het vandaag gebeurd, dan zou ik het niet meer kunnen navertellen.
Verkeersagressie was toen nog lang niet zo aan de orde van de dag, maar ik maakte er die avond wel kennis mee.

Ik blokkeerde zowat het hele kruispunt en van overal klonk geclaxonneer.
Ik stapte uit en anderen stapten ook uit.
Ik gebaarde: hij doet het niet meer!
De anderen gebaarden: ga opzij verdomme!
Mijn situatie leek niet tot hen door te dringen.
Ze schreeuwden alsof ik het opzettelijk deed.

Ik voel me doorgaans nogal vlug in het nauw gedreven, maar toen stond ik echt wel in nauwe schoentjes.
Ik had geen flauw idee hoe ik eruit moest raken, want ik was aan alle kanten omringd door claxonnerende auto’s en schreeuwende automobilisten.
Weglopen was geen optie, want dan zouden ze me lynchen,
daar was geen twijfelen aan.

Maar toen greep de hemel in.
En hij deed dat in stijl.

Er verscheen iemand in rok.
De man was werkelijk piekfijn uitgedost: grijze streepjesbroek, wit hemd met strik, zwarte jas met panden, blinkende lakschoenen.
Hij was op weg naar een huwelijk.
Te voet.
Maar toen hij zag in wat voor benarde situatie ik mij bevond, schoot hij ter hulp.

Alleen al zijn aanwezigheid gaf me weer moed.
Samen slaagden we erin mijn oude Peugeot aan de kant te duwen.
Dat nam heel wat tijd en overredingskracht in beslag, want die woedende automobilisten wilden niet zomaar plaats maken.
Ze leken nog een veel groter wonder te verwachten dan het loutere verschijnen van die reddende engel.
Ze leken te denken dat hij die auto gewoon kon laten verdwijnen.
Maar dat kon, of wilde, hij niet.
Hij hielp mij gewoon met duwen en manoeuvreren.
Tot de Peugeot uit de weg stond.

Ik kon niks anders doen dan de man bedanken, uit de grond van mijn hart.
Hij had verdorie mijn leven gered!
Maar hij maakte er geen punt van. Hij gaf mij een hand en vervolgde zijn weg.
Naar het huwelijk.
In rok.
Hij zag er nog altijd even keurig uit.
Je hebt zo van die mensen.

Wat er nadien gebeurd is, daar herinner ik mij niks meer van.
Hoe ben ik thuis geraakt?
Wat is er met ie auto gebeurd?
Ik heb geen flauw idee.

Nochtans weet ik zeker dat het gebeurd is.
Ik herinner me nog heel goed het moment dat het licht op groen sprong, ik gas gaf en zowel mijn auto als mijn hart stil bleven staan.
Ik herinner me ook nog heel goed hoe verbaasd ik was toen iemand in rok – misschien was het wel de bruidegom zelf! – zich tussen de stilstaande auto’s een weg naar me toe baande.
Maar wat er gebeurde nadat hij afscheid had genomen …
Dat is een groot zwart gat in mijn herinnering.

Ik begin echt te denken dat die keurige man-in-rok een … engel was.
Want dat lees je tegenwoordig veel: in noodsituaties grijpen engelen soms in.
Ze nemen dan even de gedaante aan van een mens, en dan verdwijnen ze weer.
Of ze daarbij een gat slaan in je herinnering weet ik niet.
Ik zou het eens moeten nakijken.
Maar ik heb al meer dan eens ondervonden – of menen te ondervinden (je moet voorzichtig blijven in deze zaken) – dat ‘de geestelijke wereld’ veel gevoel voor humor heeft.
Stel je voor: iemand heeft panne met een oude, smerige auto en staat geblokkeerd tussen allemaal andere niet al te propere auto’s (auto’s blonken toen nog niet zoals nu) en ze sturen geen vuile garagist, maar precies het tegenovergestelde: iemand in rok, op weg naar een huwelijksfeest!

Ze lachen waarschijnlijk wat af met ons, daar in de hemel!
Ik vraag me af hoelang ze het al zagen aankomen.
Aan 40 per uur over de autostrade rijden in een auto zonder remmen, dat moest vroeg of laat verkeerd aflopen.

Ja, het waren andere tijden.
Als ik denk aan de dichte rijen vrachtwagens die tegenwoordig de autostrades bezetten en ik zie mezelf daartussen aan 40 kilometer per uur … nee, dat zou niet meer lukken.
Maar 30 jaar geleden wel.
Wat er toen nog allemaal lukte!
Zoals die keer toen ik met ons R4-tje …
Maar nee, dat gelooft toch niemand.

Wie gelooft er nu in engelen!

20131013-213343.jpg