Beelden van Michaël

door lievendebrouwere

De afgelopen week heb ik de hele tijd binnen gezeten, worstelend met een tekst die maar niet af raakte.
Het was begonnen met een onnozele vraag, maar toen kreeg een of andere geest me te pakken en hielp er geen lievemoederen meer aan: hij moest en hij zou een (woorden)lichaam krijgen.
Inspiratie, heet dat.
Het is een zegen en een vloek.
Zoals het moederschap.

Als mijn (woorden)kind een beetje presentabel is, mag u het zien.
U mag dan ook zeggen hoe mooi het is en hoe verstandig het uit zijn oogjes kijkt,
want iets anders wil ik dan niet horen.
Geen enkele moeder wil dat.

Enfin, dit maar om te zeggen dat ik onlangs, voor het eerst in meer dan een week, weer buiten ben geweest.
Ik herkende de wereld haast niet meer.
Het laatste wat ik mij herinnerde, was een zonovergoten landschap bezaaid met zonnekloppers.
Het was wel geen zomer meer en sommige bomen kregen al een kleurtje, maar het voelde nog lang niet aan als herfst.
Dat is nu helemaal anders geworden.
Van de zomer is geen spoor meer te bekennen en alles ademt herfst.
Ik schrok er bijna van.
Overal ligt het vol met bladeren, bomen worden al helemaal geel, en het groen begint transparant te worden, als de huid van oude mensen.
Het is alsof Maagd en Schorpioen dit jaar om oktober vechten en de maand in twee stukken hebben getrokken: een zomers septemberstuk en een grijs novemberstuk.

Maar pas als iets ‘kapot’ is, besef je goed wat het betekende.
Ik heb nog nooit zo duidelijk het dubbele karakter van oktober gezien als dit jaar.
Dubbel in horizontale zin (het Weegschaal-karakter) en dubbel in verticale zin (het Michaël-karakter).

20131017-160238.jpg

Mensen die in oktober geboren worden of sterk onder invloed van de Weegschaal staan, zijn doorgaans geen drakenvechters zoals Michaël.
Het zijn juist mensen die sterk gesteld zijn op vrede en harmonie.
Ze hebben een hekel aan onenigheid en strijd.
Het zijn Venus-mensen, liefhebbers van kunst en schoonheid.
Ze zijn de godin van de liefde toegedaan, niet de god van de strijd.
Ze houden van ronde, vrouwelijke vormen, niet van het rechte zwaard.
Lelijkheid en disharmonie maakt hen ziek.

Toch werd ik dit keer niet getroffen door de schoonheid van de zich uitkledende natuur.
Die zie je maar als de zon schijnt.
Nee, ik werd getroffen door het tegenovergestelde, door het grijs.
Alle kleuren waren verdwenen en hadden plaats gemaakt voor louter grijzen.
Het typische novemberpalet.
Dit herfstgrijs is niet zomaar de kleur die de dingen nu hebben.
Het is een hele atmosfeer die alles doordringt, zowel de hemel als de aarde.
Het is een grijs dat bijna tastbaar is, als het het lichaam van een geest.

Sinds ik ooit een zonsverduistering zag, weet ik dat grijs vol kleuren zit.
Het is maar als je tijdens zo’n zonsverduistering alle kleur en alle leven ziet wegtrekken dat je beseft dat er een wereld van verschil is tussen levend grijs (zoals in de herfst) en dood grijs (zoals de akelige lijkkleur die verschijnt als de zon verduisterd wordt).
We zien dat dode grijs anders nooit omdat het toegedekt wordt met het zwart van de nacht, maar als je het op klaarlichte dag ziet verschijnen, dan is het alsof de wereld sterft en er alleen maar een naakt lijk overblijft.
Het is een schokkende ervaring.
Dat dode grijs is de kleur, of liever: de kleurloosheid, van de draak.
Hij neemt dan – gelukkig maar even – bezit van de wereld.
Je voélt zijn aanwezigheid trouwens ook: vlak voor de zonsverduistering komt hij in volle vaart aangestormd, als Attila met zijn Hunnen.
Je staat dan als aan de grond genageld.

Het grijs dat ik tijdens mijn wandeling zag, was het tegenovergestelde van het drakengrijs dat ik 14 jaar geleden zag.
Het herfstgrijs is als het lichaam van een totaal andere geest, een zachte, moederlijke geest die je als een kind in een deken wikkelt om je te beschermen tegen de kou.
Dit grijs geeft me een intens gevoel van geborgenheid en veiligheid, alsof het een ‘schild’ is tegen de aanstormende draak van november.
Zou het kunnen dat Michaël in dit grijs leeft?
Het bereikt in ieder geval zijn grootste intensiteit aan het eind van oktober, wanneer de Weegschaal overgaat in de Schorpioen en Michaël de draak ontmoet.
Nooit is de atmosfeer méér vervuld van een mysterieuze, zwijgende aanwezigheid dan juist in die tijd van het jaar.

20131017-161243.jpg

Het zijn de dagen voor en na Allerheiligen, wanneer de doden herdacht worden (en ja, heiligen zijn ook doden).
De mens zoekt dan contact met de zielen die zich ‘aan de andere kant’ bevinden, en deze tijd is daar zeer geschikt voor.
Althans, dat leid ik af uit de beelden die nu zichtbaar worden.
Eén van die beelden is het laag hangende wolkendek.
De wolken hebben nu niet meer de scherpe duidelijke vormen die ze in de zomer hadden.
Het zijn geen indrukwekkende beeldhouwwerken meer die als schepen door de lucht zeilen, maar ze zijn als in die lucht opgelost.
Ze zijn hemel geworden, een hemel die heel dichtbij is gekomen.
Met een beetje fantasie kun je er Michaël in herkennen, die aan het hoofd van zijn heirscharen – die zowel uit engelen als (dode) mensen bestaan – de aarde ter hulp snelt.

En die aarde reageert daarop.
De dingen verliezen hun scherpe contouren (Weegschaal is het teken van de zachte, ronde vormen) en de kleuren maken zich los uit de begrenzing van hun materiële vorm. Ze stijgen ten hemel en vermengen zich met grijs van de wolken.
Op dezelfde manier maken de kleuren van de menselijke ziel zich los van het lichaam en stijgen in de vorm van gebeden omhoog, waar ze opgevangen worden door Michaël en de zijnen.

De hemel die zich verdicht, bijna tastbaar wordt en als een beschermend schild over de wereld hangt, en de aarde die oplost in kleuren die zich vermengen met het grijs van de wolken: het is een beeld van de ontmoeting tussen de levenden en de doden in de etherische wereld van de wolken.

Deze toenadering tussen hemel en aarde wordt nog op een andere manier in beeld gebracht.

Oktober is de meest schilderachtige maand van het jaar,
niet alleen door haar kleuren, maar ook door haar vormen.
Het trof me vanmiddag dat de vormen van de aarde (wier zwaarte en scherpte in de zomer zo’n grote tegenstelling vormen met de ijle luchten) nu zowat op gelijke voet staan met de vormen van de hemel: ze zijn beide bijna even grijs en even ‘substantieel’.
En juist die gelijksoortigheid geeft een typisch ‘schilderachtig’ effect.
Want hemel en aarde zijn nu als twee grijze vlakken die aan elkaar grenzen.
Schilderen verschilt hierin van tekenen dat het niet met lijnen maar met vlakken werkt.
Tekenen is als delen: lijnen verdelen het vlak in stukken.
Schilderen is als optellen: je plaatst het ene vlak (een verfstreek is een vlak, groot of klein) naast het andere.
Op die manier bouw je een schilderij op.
Dat zie je op exemplarisch wijze bij Cézanne.
Zijn schilderijen bestaan bijna louter uit vlakken.
Dat geeft het typisch tweedimensionale effect dat ik ook tijdens mijn wandeling waarnam.
Het maakt evenzeer deel uit van de ‘schilderachtigheid’ van oktober als de herfstkleuren.
Door al dat grijs en door die vervagende contouren leek het alsof de dingen geen (gevulde) vormen meer waren die in een (lege) ruimte stonden, maar dat zowel de vormen als de ruimte uit louter grijze vlakken bestonden.
Je moet misschien een schilder zijn om daardoor getroffen te worden, maar je moet zeker geen schilder zijn om het te zien.
Het is heel duidelijk.
De wereld krijgt in oktober iets tweedimensionaals.
Alsof hemel en aarde in één vlak liggen.

20131017-161436.jpg

Dat doet me dan weer denken aan een typische ‘horizontale’ karaktertrek van Weegschaalmensen.
Libra’s hebben de neiging om alles van twee kanten te bekijken, die kanten naast elkaar (in hetzelfde vlak) te plaatsen en vervolgens niet te (kunnen) kiezen.
Weegschalen zijn eeuwige twijfelaars en ze missen de daadkracht van de tegenoverliggende Ram.
Maar het zijn heel goede advocaten, juist omdat ze overal de twee kanten van zien.
De beslissing laten ze aan de jury over.
Ook daarin herkennen we Michaël, want van de aartsengel is bekend dat hij de draak wel verslaat maar niet veroordeelt.
Dat laat hij aan God over.

En aan de mens laat hij de keuze tussen God en de draak.
Daarom doodt hij de draak ook niet, hij pint hem alleen vast, zodat de mens zich een beeld kan vormen van de draak.
Want door de verwarrende tegenstrijdige bewegingen van zijn twee koppen – de luciferische en de ahrimanische – onttrekt de draak zich aan de menselijke waarneming.
Pas wanneer Michaël hem in bedwang houdt, kan de mens zich een beeld van hem vormen.
Michaël dwingt de draak dus om zichtbaar te worden, zodat de mens hem kan ontmaskeren en een vrije keuze maken tussen Goed en Kwaad.
Want een blinde keuze – zonder waarneming van de draak – kan nooit een vrije keuze zijn.

Om dezelfde reden werpt Michaël de draak niet letterlijk ‘op de aarde’.
Want ook dan zou er geen vrije keuze zijn.
Niemand die de draak echt ziet, zal ooit voor de draak kiezen.
Daarom werpt Michaël de draak slechts in figuurlijke zin op de aarde.
Hij dwingt de draak om zichtbaar te worden in de etherische wereld, de wereld van de levens- en vormkrachten, de wereld van de beelden (of van de wolken, zoals de bijbel het uitdrukt).
Daar dwingt Michaël de draak om vorm aan te nemen.
Geen fysieke vorm, maar een beeldvorm, het soort beeldvormen dat ik hier probeer te beschrijven.
Die ‘etherische’ beelden zijn de helpende hand die Michaël de mens reikt.
En die uitgestoken hand moet de mens grijpen, of beter: kán de mens grijpen, want Michaël laat hem vrij.
Beelden laten de mens vrij.

20131017-161817.jpg

Niemand is verplicht om de beelden die hij tijdens een herfstwandeling ziet, als metaforen te zien, als beelden van een ‘andere wereld’.
Hij kan ze heel gewoon als fenomenen van ‘deze wereld’ zien, fenomenen die hij al zo vaak gezien heeft dat hij er geen aandacht meer aan besteedt.
Toch is het moeilijk om in dit seizoen niet onder de betovering te komen van de mysterieuze schoonheid van de natuur.
Op geen enkel moment van het jaar zijn haar beelden zo sprekend.
Ze zijn indringend maar niet opdringerig, aantrekkelijk maar niet verleidelijk, indrukwekkend maar niet overweldigend.
De beelden van oktober zijn evenwichtig en toch dramatisch, ze zijn rustig en toch levendig, ze zijn kleurrijk maar nooit schreeuwerig.
Ze zijn kortom kunstzinnig.

Natuurlijk heb je ook in de andere seizoenen prachtige natuurbeelden, zonsondergangen bijvoorbeeld.
Ze zijn echter van een schoonheid die zich niet in (cultuur)beelden laat vatten.
Een zonsondergang schilderen is vrijwel onmogelijk.
Het levert meestal pure kitsch op.
Deze zomerse schoonheid laat zich ook niet in mentale beelden vatten.
Ze gaat ons voorstellingsvermogen te boven, en aangezien we voorstellingsbeelden nodig hebben om iets te kunnen begrijpen, gaat ze ook ons begripsvermogen te boven.
De zomer is – letterlijk en figuurlijk – te hoog gegrepen voor ons.
Ook de lente en de winter zijn moeilijk toegankelijk voor ons denken.
Maar ‘gedempte’, zowel hemelse als aardse beelden van de herfst laten zich gemakkelijker begrijpen door de mens.
Ze buigen zich als het ware omlaag naar hem.

Oktober is als een schilderij dat we rustig kunnen bekijken.
Zijn (uiterlijke) herfstbeelden hebben een meditatief, verstild karakter, zodat de stap naar (innerlijke) voorstellingsbeelden niet zo groot is.
Bovendien zijn die stille beelden zo veelzeggend, dat ook de volgende stap – van de voorstelling naar het begrip – minder groot is.

Kortom, oktober is een kunstwerk, een sprekend beeld.
En het is Michaël die dit kunstwerk doet ontstaan door met de draak te vechten.
Hij daalt uit de hemel af en zijn licht ontmoet de duisternis die uit de aarde opstijgt.
Uit de botsing tussen engel en beest slaan gele en rode gensters, en ontstaan al die diepe, met een gouden glans overgoten, oktoberkleuren.

Maar niet alleen oktober is het resultaat van een gevecht met de draak.
Ieder kunstwerk is dat.

20131017-162001.jpg

Dat kunnen we duidelijk aflezen aan de biografieën van kunstenaars, en vooral dan beeldende kunstenaars.
Zij betalen een zware prijs voor hun kunst.
Ze komen nooit zonder kleerscheuren uit hun strijd met de draak.
Die strijd is dan ook een offer, want zij weten nooit of ze zullen ‘terugbetaald’ worden.
De materiële armoede waarin ze zo vaak leven, is slechts een beeld van het geestelijke onbegrip dat ze zo vaak ontmoeten, en dat is op zijn beurt het gevolg van het (moderne) onvermogen om beelden te lezen en te begrijpen.

Maar juist dat onvermogen waarborgt de menselijke vrijheid.
Want Michaëls beelden worden steeds sprekender en indringender.
Dat merken we bijvoorbeeld aan het weer, dat steeds extremer wordt en van het ene uiterste in het andere valt.
Maar juist dat hevige schommelen maakt bijvoorbeeld deze oktobermaand zo expressief, zo veelzeggend, zo transparant voor de geest(en) die er zich in uitdrukken.
Dat merken we ook aan de steeds extremer wordende kunst van onze tijd.
Net als deze oktobermaand is de kunst in twee stukken uiteengevallen en daardoor is ze buitengewoon sprekend, om niet te zeggen luid roepend, geworden.
Maar de moderne mens hoort dit roepen niet.
Hij is niet bij machte zich een (volledig) beeld te maken van de kunst.
Hij slaagt er niet in om haar twee ‘stukken’ naast elkaar te plaatsen en in hun onderlinge relatie te zien.
En daarom hoort hij ook niets van het gesprek dat ze met elkaar voeren.
Hij blijft net zo blind en doof voor de cultuurbeelden als voor de natuurbeelden van onze tijd.

Maar vroeg of laat zal de mens toch moeten kijken en luisteren naar die Michaëlische beelden, want ze tonen ons een wereld die steeds extremer wordt, die steeds meer uit elkaar valt in twee stukken die elkaar steeds heviger bestrijden.
De strijd tussen Michaël en de draak wordt steeds meer een strijd van mens tegen mens. We stevenen af op wat Rudolf Steiner ‘de strijd van allen tegen allen’ noemt.

Dezelfde Steiner vertelt hoe Michaël de draak in de hemel heeft verslagen en hem op de aarde heeft geworpen.
De geweldige – en gewelddadige – tegenstellingen die sinds de aanvang van het Michaëltijdperk in 1879 de aarde blijven teisteren, zijn daar een gevolg van.
De strijd met de draak heeft zich van de hemel naar de aarde verplaatst.
Maar hier op aarde is het de mens die deze strijd moet uitvechten.
Hij moet de taak van Michaël overnemen.
Als hij dat wil tenminste, want Michaël laat de mens vrij.

Michaël is de engel die ‘voor het aangezicht van Christus staat’.
Hij gaat dus niet mee met Christus, hij komt niet op aarde en wordt geen mens.
Hij houdt afstand, hij blijft tegenover de aarde staan.
En als zodanig vertegenwoordigt hij het bewustzijn van wat zich op de aarde afspeelt, het bewustzijn van Christus, van de mens, van de draak.
Hij vertegenwoordigt dan ook het zelfbewustzijn van de mens, diens vermogen om tegenover zichzelf te gaan staan en in zichzelf zowel Christus als de draak waar te nemen.
Michaël vertegenwoordigt het beeld dat de mens van zichzelf heeft.
En dat is in de eerste plaats een dubbel beeld,
het beeld van een wezen dat zowel het goede als het kwade in zich heeft.

20131017-162426.jpg

Michaël is degene die de mens helpt om onderscheid te maken tussen deze twee kanten van zijn wezen.
En van dat onderscheid hangt alles af.

Want als de mens in zichzelf geen onderscheid meer maakt tussen Christus en de draak, als hij zichzelf ziet als een wezen uit één stuk, dan gebeurt wat we vandaag in toenemende mate zien gebeuren: de mens wordt heen en weer geslingerd tussen de twee koppen van de draak, tussen luciferische zelfverheffing en ahrimanische zelfhaat.
En hoe heviger dat slingeren wordt, des te moeilijker wordt het voor de mens om mens te blijven.
De zelfverheffing brengt hem in een roes die hem blind en doof maakt voor de realiteit, en vooral dan voor zijn eigen realiteit.
De zelfhaat botst met deze buitensporige eigenliefde en wordt naar buiten geprojecteerd. Ze verandert in minachting en afkeer voor de mens in het algemeen, en in het zoeken naar een zondebok in het bijzonder.

Het is niet moeilijk om dit nieuwe mensentype te herkennen in onze tijd.
Het is de mens die zich moreel superieur waant aan de anderen, niet omdat hij superieur is maar omdat hij zijn eigen inferioriteit – de draak-in-zichzelf – op anderen projecteert.
Dit nieuwe mensentype, dat we vooral terugvinden bij de intelligentsia (politici, journalisten, schrijvers, enzovoort), zet natuurlijk kwaad bloed bij degenen die als moreel inferieur worden beschouwd en aan de lopende band beschuldigd van onverdraagzaamheid, haatdragendheid, racisme, discriminatie, enzovoort.
Zij reageren met wederbeschuldigingen, zij kaatsen bij wijze van spreken de draak die op hen wordt geprojecteerd terug, maar ontketenen daarbij hun eigen draak.
En zo ontstaat een vicieuze cirkel die de draak steeds sterker maakt tot hij alle menselijkheid uit de strijdende partijen verwijderd heeft en ze elkaar als beesten te lijf gaan.

Zo groeit vandaag onder onze ogen de ‘strijd van allen tegen allen’, en de enige manier om hem te stoppen, is door hem terug te voeren tot zijn oorsprong, en dat is de tegenstelling in onze eigen ziel tussen Christus en de draak.
Maar om die tegenstelling duidelijk waar te kunnen nemen, moeten we tegenover onszelf kunnen gaan staan.
We moeten de kracht ontwikkelen die Michaël vertegenwoordigt, de kracht van het zelfbewustzijn. En dat is niet het luciferische, gevoelsmatige zelfbewustzijn dat ons zo gemakkelijk verleidt tot eigenliefde, egoïsme en zelfverheffing, maar het Michaëlische, scherp onderscheidende, nuchtere en realistische zelfbewustzijn.
De grote vijand van dat zelfbewustzijn is de draak, want hij wil niet gezien worden.
Zijn kracht ligt juist in zijn onzichtbaarheid, een onzichtbaarheid die hij bewerkstelligt door de mens heen en weer te slingeren tussen zijn twee koppen, Lucifer en Ahriman.

De strijd met de draak, die een strijd om zelfbewustzijn is, begint met het onderscheiden van de twee koppen van de draak, vervolgens dringt hij door tot ‘the heart of darkness’ of het wezen van het kwaad, en hij eindigt met het onderscheid tussen Christus en de draak.

Op dat moment valt de keuze.

Niemand zal bij vol bewustzijn voor het kwaad kiezen, dat is onmogelijk.
Wie Christus en de draak duidelijk voor zich ziet, hoeft in feite niet meer te kiezen.
De keuze voltrekt zichzelf.
Maar dat betekent dat de vrijheid van keuze niet in de keuze ligt, maar in de bewustwording ervan.
Wij zijn niet vrij om te kiezen of niet te kiezen.
Ook als we weigeren te kiezen, kiezen we nog.
Kiezen is onze condition humaine.
Er valt niet aan te ontsnappen.
Onze enige vrijheid ligt in de bewustwording van datgene waartussen we kiezen.
En die bewustwording is een zelfbewustwording, want de twee wezens waartussen we (uiteindelijk) moeten kiezen, leven in onszelf.
Om een echt vrije keuze te kunnen maken, moeten we diep in onszelf doordringen tot zich een duidelijk onderscheid aftekent tussen goed en kwaad.

En dat onderscheid is zéér persoonlijk.

Het gaat om de Christus-in-ons en de-draak-in-ons, dat wil zeggen om de volkomen geïndividualiseerde en unieke vorm waarin goed en kwaad in onze ziel leven.
Deze individuele vorm van goed en kwaad noemt de antroposofie het Ik van de mens en zijn dubbelganger.
Ze worden ook de twee Wachters aan de Drempel genoemd, de drempel van de geestelijke wereld.
Aangezien we die drempel vandaag allemaal overschrijden, ontmoeten we ook allemaal deze twee ‘poortwachters’.
En alles hangt ervan af of we hen onderscheiden.
Want ze doen zich niet tegelijk aan ons voor.
Eerst ontmoeten we de ‘kleine wachter’: onze dubbelganger.
Hij verspert ons de weg tot de geestelijke wereld.
Niet omdat we er niet in mogen, maar omdat ons Ik nog niet sterk genoeg is om overeind te blijven in de wereld van de geest.
Het is pas sterk genoeg als we de draak, onze eigen zeer persoonlijke draak, onder ogen kunnen zien. Want dat ‘stalen’ onderscheidingsvermogen hebben we nodig om de geestelijke wereld te betreden zonder dat ons Ik daarin oplost als in een bijtend zuur.

20131017-163306.jpg

Het is dat ‘geharnaste’ onderscheidingsvermogen dat Michaël ons verleent en dat we ontwikkelen in de strijd met de draak.
We vechten met de draak om hem zichtbaar te maken, om ons een duidelijk beeld van hem te vormen.
Dat beeld hebben we nodig om aan de drempel onderscheid te kunnen maken tussen beide poortwachters.
Want achter de draak staat Christus, als de stralende zon van ons eigen (hogere) Ik.
Als we zijn licht waarnemen, kan niets ons nog tegenhouden. We ontbranden dan in liefde en werpen ons in zijn armen.

Dat is het grote gevaar dat we lopen bij het overschrijden van ‘de drempel’.
Als we het licht van Christus waarnemen zonder dat we onze dubbelganger duidelijk waarnemen, dan werpen we ons met een allesoverweldigende liefde in de armen van deze laatste terwijl we ervan overtuigd zijn ons in de armen van de eerste te werpen.
De omstrengeling van mens en draak die dan ontstaat, kan niemand nog losmaken, want ze wordt bezield met de zuivere, onbaatzuchtige en zelfopofferende liefde van ons Ik voor Christus.

Ook Christus kan ons dan niet helpen, want hij laat de mens vrij.
Als die mens zijn liefde wil gebruiken om zich te verenigen met de draak, dan respecteert Christus die keuze.
En de tragiek is dat hij de mens zijn liefde blijft schenken, waardoor de band tussen mens en draak steeds sterker wordt.
De (weder)liefde die de mens voor Christus voelt, brengt hem ertoe om, zoals Paulus, te zeggen: niet ik, maar de Christus in mij!
Diezelfde liefde brengt hem ertoe die woorden ook tegen de draak te zeggen.
Hij offert zijn eigen Ik op aan de draak.
Hij maakt, uit pure liefde, plaats voor de draak.
En de draak neemt de plaats in van zijn Ik waardoor hij de mens helemaal in zijn macht krijgt.
De mens verkóópt zijn ziel niet aan de duivel, hij schénkt hem zijn ziel, onvoorwaardelijk.

Dat is de reden waarom Michaël in onze tijd – de tijd van de drempeloverschrijding – zo’n kapitale rol speelt.
Hij wil de mens beletten om onherroepelijk in handen van de draak te vallen.
Hij wil voorkomen dat de liefde van Christus het voedsel wordt van de draak.
Hij wil vermijden dat deze liefde omgezet wordt in haat.
En dat kan alleen als hij het onderscheidingsvermogen van de mens versterkt.
Want dát bepaalt of de mens voor Christus kiest of voor de draak.
En die keuze moeten we ons voorstellen als een uitbarsting van liefde, als een onweerstaanbare drang tot vereniging.
Als die eenwording eenmaal begint, valt ze niet meer te stoppen.
Het stoppen moet daarvóór gebeuren.
Vóór de mens zich in de armen werpt van zijn geliefde, moet hij het wezen van die geliefde kunnen waarnemen, want als hij zich vergist en ‘voor de verkeerde kiest’, dan zal zijn liefde veranderen in de grootste kwelling.

Michaël wil de mens dus de ogen openen in de liefde.
Hij wil dat de mens bewust liefheeft, en ‘de ware’ herkent voor hij zich in een alles verterende liefdesaffaire stort.
Maar hij kan en wil de mens niet dwingen om deel te nemen aan zijn ‘liefdesschool’.
Hij kan hem niet beletten om met vuur te spelen.
Wat doet hij dan wel?

20131017-163652.jpg

Hij geeft het voorbeeld.

Hij is de grote minnaar van Christus.
Hij volgt Christus overal.
Van de grootste hoogten van de geestelijke wereld is hij Christus gevolgd op diens weg naar de aarde. Zo komt het dat een ‘simpele’ aartsengel de aanvoerder kan zijn van de ‘hemelse heirscharen’. Hij is de plaatsvervanger van Christus, nu deze de geestelijke wereld verlaten heeft om zich te verbinden met de aarde en de mensheid.
Het is zijn grote offer om zijn Geliefde niet te volgen tot in de materie, maar in de geestelijke wereld te blijven.
Maar hij daalt wel af tot in de laagste sferen van die wereld, de sferen die onmiddellijk aan de aarde grenzen.
En daar blijft hij staan.
Hij beheerst zijn brandende liefde, hij belet haar om zich in de daad van de vereniging uit te storten.
Hij staat pal en kijkt zijn Grote Liefde in het gelaat.
Door die bovenmenselijke terughouding vormt zich in hem een beeld van de nieuwe Christus, de verrezen Christus die door de dood in de materie is gegaan.

Michaël volgt Christus niet ‘in den vleze’, maar hij volgt hem wel met hart en ziel.
Hij is getuige van het offer van Christus, hij lijdt met Christus mee, en uit dat medelijden ontstaat het inzicht in dat offer.
Dat inzicht is het – het inzicht in wat Steiner ‘het mysterie van Golgotha’ noemt – dat Michaël op zijn beurt offert aan de mens.
Maar hij doet dat niet in heldere begrippen, want dan zou hij de vrijheid van de mens in het gedrang brengen.
Hij doet het in beelden, in scheppende impulsen.

Vanuit de sfeer van de aartsengelen schept hij in de etherische wereld – de wereld van de levens- en vormkrachten – beelden, beelden van Christus en zijn grote offer, beelden van het wezen van de liefde, beelden die de mens vrij laten.
En Michaël wacht af.
Hij wacht tot de mens die beelden waarneemt, begrijpt en navolgt.
Dat is wat Michaël doet: hij geeft het voorbeeld, letterlijk en figuurlijk.

Michaël is de kunstenaar van de geestelijke wereld.
Hij schept beelden van Christus, iets wat hij nooit zou kunnen als hij zich zou verenigen met Christus, maar evenmin als hij Christus niet zou volgen bij zijn afdaling.

Een kunstenaar moet afstand nemen van zijn model, anders duikt hij ermee in de koffer, zoals een klassiek grapje uit de kunstwereld luidt.
Maar hij moet er ook dicht genoeg bij blijven om alles goed te kunnen zien.
En dat moet zowel in letterlijke (fysieke) zin als in figuurlijke (innerlijke) zin worden begrepen.
Een schilder mag niet toegeven aan de erotische verlangens die een model in hem oproept.
Dat is de Lucifer in zich die hij moet overwinnen.
Maar hij mag evenmin toegeven aan de puriteinse, onpersoonlijke invloed van Ahriman die in dat model louter abstracte vormen ziet.
Hij moet het midden houden tussen die twee.
Net zoals de kijker.
Die mag zich niet in de ‘armen’ van het geschilderde model gooien en zich laten leiden door zijn persoonlijke voorkeur (voor bepaalde modellen, bepaalde kunstenaars, bepaalde stijlen of technieken).
Maar hij mag zich evenmin laten verleiden tot een koel-rationele onpersoonlijke benadering van de kunst.
Hij moet beide verenigen, hij moet een beheerste minnaar zijn.

20131017-164753.jpg

Michaël is degene die zowel de kunstenaar als de kijker inspireert.
Als nooit tevoren roept hij in de kunstenaars van onze tijd het beeld op van de strijd met de draak. Als nooit tevoren appelleert hij ook aan het oordeelsvermogen van de kijker om deze beelden te ‘lezen’ en te begrijpen.
De strijd met de draak is het hoofdthema van de kunst van onze tijd. Alle andere thema’s zijn daaraan ondergeschikt.
Kunstenaars hebben geen andere keuze dan deze strijd gestalte te geven.
Maar zij doen dat niet bewust, anders zouden ze geen kunstzinnige beelden kunnen scheppen, beelden die de vrijheid van de kijker waarborgen.
Daarin bestaat hun offer.
Zoals Michaël afstand doet van zijn inzichten, van zijn ‘kosmische intelligentie’ zoals Steiner het noemt, zo doen ook de kunstenaars afstand van hun oordeelsvermogen.
Ze geven het in handen van de kijker.
In hun liefde voor Christus, in hun Michaëlische streven om beelden van Christus te scheppen, leveren de kunstenaars van onze tijd zich blindelings over aan de strijd met de draak.
Het gevolg is dat zij niet weten of zij zich laten leiden door Michaël of de draak.
Dat onderscheid moet de kijker maken.
In zijn handen ligt het lot van de hedendaagse kunstenaar.
En het is een huiveringwekkend lot, dat kunnen we aflezen aan de hedendaagse kunst.
Als we tenminste de moed hebben om over die kunst te oordelen, om onderscheid te maken tussen goed en kwaad.
En hier ligt het zwaartepunt van de huidige strijd met de draak.
Hier ligt de vrijheid van de mens: niet in zijn doen en handelen (daarin wordt hij, net als de kunstenaar, meegesleurd), maar in zijn oordelen over het resultaat van dat handelen.

Zonder dat we het beseffen, zijn we allemaal kunstenaars geworden.
Ons doen en handelen is ‘scheppender’ dan ooit.
We worden meer dan ooit gedreven door liefde.
Maar die liefde is blind.
En waar het in deze tijd om gaat, is dat onze liefde ‘ziend’ wordt.
Anders wordt ze omgekeerd tot haat, anders worden onze scheppingskrachten veranderd in vernietigingskrachten.
En hoe reëel dat gevaar is, zien we elke dag.
Onze grootste opgave ligt dus in de bewustwording van de liefde, de kunst en de natuur.

Ik vind het een mysterie van de grootste orde dat de hele dramatiek van onze tijd besloten ligt in de herfstbeelden van oktober.
Het is door naar die beelden te kijken en te proberen ze te ‘lezen’ dat ik op al die gedachten over Michaël en de draak ben gekomen.
Niet omgekeerd.
Michaël is voor mij altijd een zeer ongrijpbare figuur geweest.
Wat ik erover las, vergat ik meteen weer.
Het enige boek dat ik over hem had (van Emil Bock) heb ik eens uitgeleend en nooit meer teruggekregen. Ik weet zelfs niet meer aan wie ik het heb uitgeleend.
Ik kreeg geen vat op deze zwijgende, mysterieuze figuur.
Tot dit jaar, tot deze zo contrastrijke maand oktober.
Toen heb ik hem herkend.
In de herfst, in de natuur.

Het zal wel geen toeval zijn dat ik deze maand zowel geschilderd heb (met verf) als beschreven (met woorden).
Ik was er nooit in geslaagd die twee samen te doen.
Tot deze herfst.
Ik denk dan ook dat we deze drie niet kunnen los zien van elkaar: de natuur, de kunst, en de (geestes)wetenschap.
Zij vormen in mijn ogen het Michaëlische driemanschap.
Laat één ervan weg en de andere twee werken niet meer.
Want alle goede dingen bestaan in drie.

20131017-165831.jpg

Advertenties