De pedagogische tik

door lievendebrouwere

20131019-102340.jpg

Onlangs stond er in de krant een opinieartikel over ‘de pedagogische tik’.
Uit een enquête bleek dat zes op de tien ouders vinden dan zo’n tik moet kunnen.
En dat zijn vooral jonge ouders, kinderen dus van de generatie die experimenteerde met de ‘vrije opvoeding’.
Aangezien die generatie vandaag bepaalt wat er in de krant komt, werd er uiteraard tegengas gegeven en wel door een expert van het Expertisecentrum voor Opvoedingsondersteuning.
Die liet er geen twijfel over bestaan: een tik kan nooit pedagogisch zijn.
Ook van andere straffen was ze geen voorstander.
Een kind bijvoorbeeld een week lang verbieden om de computer te gebruiken, vond ze een ‘immense straf’.
Tja, met dergelijke maatstaven is de pedagogische tik natuurlijk een vorm van terrorisme.
En die moeten we uiteraard de oorlog verklaren.

Het deed me terugdenken aan een pedagogische scène waarvan ik getuige was in Brugge.
Een gezin met kleine kinderen was er aan de wandel.
Toeristen.
Eén van de kinderen verveelde zich en wilde spelen.
Het deed dat nogal baldadig door telkens naar de rand van het water te lopen, waarop de ouders luid begonnen te roepen: doe dat niet, kom hier, blijf daar weg!
Waarschijnlijk was dát het kinderspel: ouders beetje op stang jagen.

Nadat die ouders het ongehoorzame kind – vergeefs – bestookt hadden met een artillerievuur van vermanende woorden, greep de vader in.
Hij nam het kind bij beide armen vast, ging op zijn hurken zitten en keek het doordringend aan.
Waarom doe je dit?
Zie je dan niet dat je ons ongerust maakt?
Waarom doe je je moeder dit aan?
Vooruit, zeg mij: waarom kwel je ons zo?
Ik begrijp het echt niet.
Leg het mij uit.
Waarom. Doe. Je. Dit.
De ogen van de vader boorden zich tot diep in de ziel van het kind.

Ik werd er half misselijk van.
Een man van 35 gebruikte al zijn gezag en autoriteit om het kind de dwingen hem uit te leggen waarom het zich ‘sadistisch’ gedroeg.
Het was de geestelijke versie van fysiek kindermisbruik.
Hij dwong het kind (dat hooguit zeven jaar oud was) met psychologisch geweld tot een bewustzijn waar het totaal niet toe in staat was.
En het kind kon zich niet verweren.
Het zat klem.

Toen kon de moeder het niet meer aanzien.
Ze greep het kind bij een arm, trok het omhoog en koelde haar woede op zijn bips.
Nu kon het kind wél reageren.
Het krijste als een varken dat gekeeld werd.

De omstaanders keken gegeneerd weg.
Het was een staaltje van modern pedagogisch onvermogen.

Wat mij ervan bijbleef, was dat de pedagogische tikken (en het waren méér dan tikken) het mindere kwaad waren.
Wat die vader met zijn kind deed, vond ik veel erger.
Het had iets pervers.
De moeder was in haar woede en onmacht veel menselijker.

Volgens mij kunnen kinderen goed onderscheid maken tussen die twee.
Ze weten best wat woede, onmacht en frustratie zijn, en ze herkennen dat ook bij hun ouders.
Een flinke rammeling verbreekt (als ze terecht is) dan ook de band niet tussen ouder en kind.
Maar behandeld worden als iemand die je niet bent of kunt zijn, dat schept tussen ouder en kind een afstand die het kind (nog) niet aankan.
Dat maakt iets kapot in de kinderziel.

De klassieke draai om de oren of klets op de poep zijn een luciferische reactie op kinderkwaad.
Ouders reageren dan eigenlijk kinderachtig.
Ze doen hetzelfde als het kind, want kinderkwaad is ook luciferisch.
En dat is vergeeflijk kwaad.
Maar dat moderne inpraten op het kind, het aankweken van schuldgevoelens, het behandelen van het kind als was het veel ouder en beschikte het over een volwassen bewustzijn, dat is ahrimanisch.
Daartegen kan het kind zich niet verweren.
Daarin herkent het zichzelf niet.
En dat is volgens mij onvergeeflijk.

Al die ophef die gemaakt wordt over de pedagogische tik is in mijn ogen van hetzelfde gehalte als de tik zelf: luciferisch, overdreven en een uiting van onmacht.
Want veel erger dan dit kleine fysieke geweld is het grote geestelijke geweld dat vandaag op het kind wordt gepleegd en dat er vooral in bestaat dat het kind geen kind meer mag zijn.
Het mag niet meer … spelen.
Het wordt van jongsaf getraind tot een … expert.
Meestal dan nog één van het intellectuele soort.
De geest van het kind wordt zo vlug mogelijk losgemaakt van zijn lichaam.
Het mag niet spelen met water, aarde, vuur, verf, hout, metaal, enzovoort.
Het mag zijn handen niet meer gebruiken.
Het mag alleen zijn hoofd nog gebruiken.
Het moet stilzitten en luisteren naar dode leerstof.

Is het dan te verwonderen dat het kinderlichaam baldadig wordt, dat het gewelddadig wordt, dat het sluw en achterbaks wordt?
Luciferisch worden is het enige verweer dat het kind heeft tegen al dat ahrimanische geweld.
En dan zie je dat kleuters elkaar slaan en bijten en krabben.
En je ziet dat leerlingen elkaar pesten.
En je ziet dat volwassenen dat gedrag voortzetten en elkaars leven tot een hel maken.

Terwijl de echte schuldige zit te grinniken en buiten schot blijft.

Tegen ahrimanisch geweld kun je niet op.
Maar je kunt wél de luciferische kant sterker maken en hem tegelijk leren beheersen.
En dat houdt in dat je kinderen weer laat spelen.
Dat je hen buiten laat ravotten in het slijk.
Dat je hen in bomen laat klimmen (en eruit vallen).
Dat je heel dat fysieke kindzijn gaat herwaarderen.
En naarmate het kind opgroeit, moet je dat fysieke spelen transformeren tot bewust spelen met de aarde en zijn vier elementen.

Dat heet dan: kunst.

Kunst is het grote wapen tegen Ahriman en de draak.
Geef het kind een kunstzinnige opvoeding en zijn speeldrift zal niet veranderen in vernietigingsdrift.
Als je tegelijk dan ook nog de dode leerstof tot leven kunt wekken door hem transparant te maken voor de geest, zit je helemaal op de goede weg.

Kinderen die zo opgevoed worden, zullen ook goede ouders worden.
Want hun opvoeding zal kunstzinnig zijn.
Hoe kun je een kind anders opvoeden dan door kreatief te zijn?
Je moet voortdurend oplossingen bedenken, want met een kind is het altijd wat.
En als je zelf die kreativiteit niet als kind hebt mogen ontwikkelen, is het heel, heel moeilijk om dat als ouder nog te doen.
Maar zelfs dan helpt het nog, want kinderen zullen het kunstzinnige streven – en dat is altijd een probleemoplossend streven – instinctief herkennen en erop reageren.
Want ieder kind is een kleine kunstenaar.
De pedagogische kunst bestaat erin hem niet te laten sterven.
Want dan wordt het kind een kleine – en later grote – vernietiger.

20131019-102406.jpg

Advertenties