Tempelreiniging

door lievendebrouwere

20131020-132058.jpg

‘De Antroposofische Vereniging en haar huidige spirituele beproeving’.
Zo heet het boek dat ik gisteren meenam uit de Gentse antroposofische bibliotheek.
Vooral dat woordje ‘huidige’ deed het ‘em.
Je vindt in de antroposofische wereld namelijk niet veel boeken die een ‘huidig’ karakter hebben, die met andere woorden gaan over onze huidige tijd.

Ooit deed iemand onderzoek naar het tijdschrift ‘Das Goetheanum’ en stelde onthutst vast dat er in de afleveringen die verschenen van 1940 tot 1945 met geen woord gerept werd over de wereldoorlog die aan de gang was.

Ik zal wel overdrijven, maar soms heb ik toch de indruk dat er sindsdien niet veel veranderd is.
Antroposofen weten vandaag weliswaar veel beter wat er in de wereld gebeurt, en ze weten ook veel meer over antroposofie, maar ze slagen er nog altijd niet in die twee met elkaar te verzoenen.
Er gaapt nog steeds een diepe kloof tussen de materiële wereld daarbuiten en de spirituele wereld binnen de antroposofische muren.

Dat mag geen verwijt zijn, want ik draag die kloof ook in mezelf.
En waarschijnlijk is dat de reden waarom ik niks heb met de Antroposofische Vereniging.
Onbewust herken ik in haar de kloof die door mijn eigen ziel loopt.
En dat stoot af.
De draak die ik waarneem in haar kloof, maakt de draak in mijn eigen ziel wakker, en dan zit het spel natuurlijk op de wagen.
De Vereniging stoot mij af en ik stoot de Vereniging af.

Ik ben nog nooit in Dornach geweest en ik voel me daar ook niet toe aangetrokken.
Wat heb ik daar te zoeken?
Jaren geleden zag ik eens foto’s van de gerestaureerde grote zaal van het Goetheanum en ik dacht: Aaaargh!
Het leek me pure kitsch.
Nog niet zo lang geleden zag ik foto’s van een kunsttentoonstelling in datzelfde Goetheanum en opnieuw dacht ik: Aaaargh!
Men had de vloer gewoon vol verdroogde bananenschillen gestrooid.

Hedendaagse Kunst in het Goetheanum.
Dat vond ik erover.
En dus schreef ik een vlammend artikel met als titel: ‘En is dat hier een apenkot?’
Doordat er net een bestuurswissel in de Belgische Antroposofische Vereniging aan de gang was, glipte mijn artikel door de mazen van het net en verscheen in het ledenblad.
Ik betoogde dat men Ahriman in het Goetheanum had binnengelaten, meer zelfs: dat men de rode loper voor hem had uitgerold.
Er werd nauwelijks op gereageerd.
Men haalde de schouders op.

Het verwonderde me niet.
Jaren tevoren had ik de draak (artistiek) al eens zien binnensluipen in de Gentse steinerschool, en daar had ik toen eveneens op gereageerd.
‘Ik bespeur veel angst in uw woorden’, antwoordde de verantwoordelijke leerkracht.
Ze verklaarde zelf geen angst te hebben en de toekomst vol moed en vertrouwen tegemoet te zien.
En dat was het dan.
Ik was een bange ziel en zij was onvervaard.

Maar wat lees ik daar nu van de hand van Sergej Prokofieff, toch niet meteen een bangschijter?

Ik citeer:

‘Maar het doel van mijn voordracht was, en blijft ook verder, om ons ervan bewust te maken dat de ontwikkeling van het Goetheanum in de laatste jaren niet meer in de juiste richting is gegaan, een richting die noch in de zin van Rudolf Steiner noch voor de antroposofie als gunstig kan worden aangemerkt. En deze richting moet – voor het te laat is – met volle kracht en zeer beslist worden veranderd. Anders loopt het Goetheanum het gevaar tot een geestelijk ‘betekenisloos iets’ te worden gedegradeerd en alleen een mengelmoes van museum en congrescentrum te zijn.
(…)
Maar opdat dit niet gebeurt en de noodzakelijke veranderingen toch plaats kunnen vinden, moet er een grondige ‘tempelreiniging’ aan voorafgaan …’

Een tempelreiniging, jawel.
Zo zag ik het een paar jaar terug ook: die bananenschillen moeten eruit, letterlijk maar vooral figuurlijk.
In Dornach maken ze van het Goetheanum een apenkot.
Prokofieff drukt het een beetje diplomatischer uit, want hij werkt daar.
Hij spreekt van ‘een mengelmoes van museum en congrescentrum’.
Maar dat komt op hetzelfde neer.
Het Goetheanum is een ‘hedendaags’ museum geworden, en een hedendaags museum is altijd ook een soort congrescentrum, een verzamelplaats voor intellectuelen.

Uiteraard bevindt het Goetheanum zich niet alleen in Dornach.
Het bevindt zich overal.
Het bevindt zich in iedere antroposoof.
Want het Goetheanum – die versterkte vesting met zijn dikke, betonnen muren – is niets anders dan een beeld van het antroposofische hoofd.
En in dat hoofd regeert de draak.

Daar moet dus de ‘tempelreiniging’ plaatsvinden: in ons hoofd.
Daar moet de draak worden uitgedreven.

Maar hoé?

In de voordracht van Prokofieff komt een heel merkwaardig en onverwacht beeld voor.
Hij vertelt namelijk dat in de loop der jaren alle afbeeldingen van Steiner uit het Goetheanum verdwenen zijn, zodat men ter gelegenheid van de viering van 100 jaar Antroposofische Vereniging een foto moest opduikelen die ergens in een rommelig hoekje hing.
Hij zag dat als een metafoor van de plaats die Rudolf Steiner nog bekleedt in zijn eigen vereniging: men heeft hem aan de kant geschoven, opgesloten in het rommelhok.
Wat hij vermoedelijk niet besefte, was dat hij onwillekeurig de vorm aangaf die de tempelreiniging moest aannemen: die van een in ere herstellen van het beeld.
Het Huis van het Woord moet ook weer het Huis van het Beeld worden.
De antroposofische woorden zijn abstract geworden, ze zijn niet langer verbonden met de levende werkelijkheid.
En wat die twee met elkaar verbindt is juist het beeld, in al zijn betekenissen.

Daar ligt de ‘huidige spirituele beproeving’:
De antroposofie moet over de drempel gaan.
Zij moet de etherische wereld van de beelden betreden.
En daarbij mag ze het hoofd niet verliezen.
Maar het moet wél gereinigd worden.

20131020-132155.jpg

Advertenties