Generation Kill

door lievendebrouwere

20131021-160421.jpg

Ten huize Debrouwere wordt momenteel (opnieuw) gekeken naar Generation Kill, een miniserie van de gereputeerde Amerikaanse betaalzender HBO, gebaseerd op de ervaringen van oorlogscorrespondent Evan Wright tijdens de oorlog in Irak.

Het is met gemengd plezier dat ik naar deze reeks kijk.
Enerzijds is het een uitstekende reeks, die de oorlog zeer realistisch in beeld brengt.
Althans naar mijn gevoel, want ik was er natuurlijk niet bij.
Anderzijds is die in beeld gebrachte realiteit zo rauw dat het zwaar om verteren is.
Gelukkig is er nog de Amerikaanse humor, anders weet ik niet of ik er zou blijven naar kijken
Er is al genoeg kommer en kwel in de wereld, ik hoef er niet ook nog eens voor mijn plezier naar te kijken.

Toen ik ‘Generation Kill’ voor de eerste keer bekeek, was er de spanning van het nieuwe.
Wat zou er gebeuren? Hoe zou het verhaal aflopen?
Niet weten wat de toekomst zal brengen, maakt de beleving veel intenser.
Ze kan zelfs zo intens worden dat de tijd blijft stilstaan.
Een seconde kan opgerekt worden tot een eeuwigheid.
Als je echter weet hoe alles zal aflopen, als de toekomst al bekend is, gebeurt het omgekeerde: de tijd krimpt in elkaar.
Een dag wordt een seconde, een week wordt een minuut, een maand wordt een dag.
Alles gaat in een oogwenk voorbij.
Dat is ook het probleem met ouder worden.
Je leven loopt op wieltjes, alles is prima georganiseerd en geregeld, maar … de tijd lijkt steeds sneller te gaan.
Het leven glijdt als zand tussen je vingers.
Er is geen stoppen aan.

Waarom vertel ik dit?
Omdat het deel uitmaakt van de zwaar verteerbare inhoud van ‘Generation Kill’.
En die inhoud is niets minder dan een portret van Ahriman.

20131021-160826.jpg

Ahriman is de geest die alles doet verstarren tot er geen beweging en geen leven meer in zit.
Hij is ook de geest die de ouderdom beheerst, de geest die de tijd doet inkrimpen, die het leven herleidt tot een herhaling van steeds weer dezelfde patronen.
Ahriman is de geest die alle spanning uit het leven haalt,
die het volkomen voorspelbaar maakt,
die alle vrijheid verstikt.

En dat doet hij ook met ‘Generation Kill’.
Ik herinner me niet meer wat er in deze serie gebeurt.
Of beter, ik herinner het me wel: niks namelijk.
Wat je in het begin ziet, is hetzelfde wat je ook aan het eind ziet.
Er is geen stijgende dramatische lijn die naar een hoogtepunt voert.
Het klassieke stramien van films, thrillers, romans en drama’s ontbreekt hier.
In plaats daarvan is er de herhaling van alsmaar hetzelfde.
Beetje rijden met de Humvee’s, beetje schieten, beetje slapen, beetje de tijd doden.
Van heroïsme, moed, dapperheid, zelfopoffering, broederschap, enzovoort, is geen sprake.
De moderne oorlog naar Amerikaans model is één grote machine die aan een gelijkmatig machinaal tempo alles en iedereen vermorzelt.
Als een langzaam kauwend monster.

Je kunt die Amerikaanse soldaat nauwelijks nog een soldaat noemen.
Hij is een technicus die gesofisticeerde machines bedient.
Oorlog voeren doet hij als volgt.
In een gepantserde jeep, type Humvee – een kruising tussen een auto en een tank – rijdt hij tot op veilige afstand van het doelwit, lokaliseert de vijand met een verrekijker die op zijn helm is geïnstalleerd zodat hij de handen vrij heeft om op zijn computer de coordinaten in te tikken en de luchtmacht de situatie door te geven, waarna, enkele seconden later, een raket door de lucht komt suizen die het doelwit met dodelijke precisie treft en doet exploderen.
Dan knikt de soldaat voldaan: mission accomplished.

20131021-160931.jpg

Deze moderne soldaat – van de ‘generatie Dood’ – komt nog alleen in contact met de vijand als hij dood is of zich overgeeft.
En dan kijkt hij zeer verbaasd: het zijn verdorie mensen zoals hijzelf!
Dát had hij nooit verwacht.

Je merkt goed hoe deze jonge Amerikanen de oorlog zien als een video-spelletje.
Ze zitten te popelen om iemand dood te kunnen schieten.
Ze jengelen als een kind bij hun sergeant:
Wanneer mag ik iemand doodschieten?
Duurt het nog lang?
Straks moet ik naar huis en heb ik nog niemand doodgeschoten!
Als de sergeant dan toestemming geeft om te schieten, zijn ze als een kind zo blij dat ze eindelijk hun speelgoed mogen gebruiken.

Gevaar lopen ze nauwelijks.
Als de vijand een watertank lek schiet in hun Humvee is dat al een groot drama.
Wat een smeerlappen, die Iraki’s!
Wat een rotzooi, die oorlog!
Als er dan toch eens een Amerikaan gedood wordt, staan ze stomverbaasd en ontdaan te kijken, alsof het niet volgens de regels is.
De regels zijn namelijk: de ‘good guys’ zitten met hun joy-stick te spelen, schieten de ene na de andere ‘bad guy’ aan flarden, en juichen uiteindelijk dat ze gewonnen hebben.
Dat de ‘bad guys’ terug kunnen schieten, daarover hebben ze niets gelezen in de gebruiksaanwijzing van hun play-station.

Ahriman doet dus niet alleen de tijd, het leven, de spanning en het drama verdwijnen, hij doet ook de realiteit verdwijnen.
Hij herleidt het leven tot een video-game.
Hij maakt van de ‘generatie Dood’ een generatie die met knopjes zit te spelen en naar een computerscherm zit te staren, en zich intussen inbeeldt dat ze een leven vol drama en spanning en heroïek leidt.

20131021-161351.jpg

Het is een generatie die tegelijk dood én dodelijk is.

Want ze staan natuurlijk niet helemáál los van de werkelijkheid.
Hun video-game heeft een ‘andere kant’, een kant die ze niet zien en waar ze geen flauw benul van hebben.
Dat is de wereld van ‘de vijand’, de wereld die door hun computerspel met vernietigend geweld tot stof wordt herleid.
Zonder noemenswaardige verliezen aan hun kant hebben de Amerikanen destijds Irak – het land tussen Tigris en Eufraat, de wieg van de menselijke beschaving – terug naar de Middeleeuwen gebombardeerd. Ze hebben er één grote puinhoop van gemaakt.
Allemaal van achter hun computers.
Allemaal van op veilige afstand.
Diep verborgen in die gigantische oorlogsmachine die Ahriman is.

Wat ‘Generation Kill’ zo akelig maakt, is tegelijk wat deze serie zo goed maakt:
ze hangt een zeer gelijkend portret op van Ahriman.
En het akelige van dat portret is dat het … zo op onszelf lijkt.
De oorlog die deze serie in beeld brengt, speelt zich niet alleen in Irak af, dat wil zeggen aan de andere kant van de wereld.
Hij speelt zich ook bij ons af, in het ‘gezegende’ Europa.
Hij speelt zich zelfs in onze eigen huiskamer af, waar onze kinderen gewelddadige video-games zitten te spelen, waar we zelf gezellig naar … ‘Generation Kill’ zitten te kijken.

Het heeft iets pervers om ’s avonds gezellig op de bank, met een glaasje wijn en wat chips, te zitten kijken naar hoe een onmenselijke oorlogsmachine de wieg van onze beschaving vernietigt, alsof ze een vlieg achteloos platdrukt.
En dat doen we bijna iedere avond.
Hoeveel uren zitten onze kinderen niet Grand Theft Auto V te spelen, een game waarin mensen moeten gemarteld en gedood worden om een ‘higher level’ te bereiken?
Hoeveel uren zitten we zelf niet te kijken naar films waarin mensen elkaar op alle mogelijke manieren doden?
Ja beslist, wij behoren allemaal tot de ‘Generation Kill’.

Als we naar deze serie kijken, dan kijken we naar onszelf.

Dat is wat deze serie zo zwaar verteerbaar maakt.
Zeker wanneer je ze voor de 2de keer bekijkt.
Want de eerste keer was er nog hoop.
De hoop dat er iets zou veranderen.
De hoop dat er ondanks alles nog een happy end zou volgen.
De hoop dat al dit vernietigende geweld een zin zou hebben, een betekenis.
Maar dat heeft het niet.
Het is zinloos geweld.
Het wordt niet beter.
Het houdt alleen op als iedereen doodmoe is van al dat doden, als ‘de vijand’ gebroken is, als hij geen verzet meer biedt.
Want dan is er geen plezier meer te beleven aan het doden en vernietigen.

Ahriman doodt omdat hij ervan geniet.

Hij geniet ervan omdat zijn slachtoffers zich verzetten, omdat ze tegenspartelen.
Doen ze dat niet meer, omdat ze allemaal dood zijn, dan is voor hem de lol eraf.
Dan moet hij wachten tot er een nieuwe generatie slachtoffers geboren is.
En dan barst zijn geweld weer los, met verdubbelde kracht, want hij heeft dan honger, honger naar macht, geweld, dood, vernietiging.

Dat hebben we onlangs nog kunnen zien toen Obama bloeddorstig tekeer ging en Syrië wilde gaan bombarderen.
Irak en Afghanistan lagen nog vers in het geheugen, maar het monster had alweer honger.
En dat zal niet veranderen.
Hoe meer voedsel Ahriman krijgt, des te groter wordt zijn honger.
Hij is verslaafd aan geweld.
Het Amerika van de Obama’s zal niet stoppen met oorlog voeren, het zal altijd weer nieuwe redenen vinden om ergens dood en vernieling te zaaien.

Er wordt in dat verband een veelzeggend grapje gemaakt in de serie.
Terwijl ze de tijd liggen te doden tot ze weer mensen kunnen gaan doden, zegt de ene soldaat tegen de andere:

It’s weird dude, all them fat Americans.
You see no fat people here.
Only in America you see so many fat people.
How that come?
They’re sitting the whole day on the bench, watching tv or playing video-games, eating cornflakes and drinking beer.
And you know why they do that?
Cause they’re poor!
That’s all they can do: sit and watch tv.
It’s the reverse world, dude!
Today, the poor people are fat!

20131021-162118.jpg

Dat zo machtige en rijke Amerika is innerlijk zeer arm, armer dan welk land ook ter wereld.
Maar geklemd tussen deze beide uitersten – extreme uiterlijke rijkdom en extreme innerlijke armoede – leeft nog een ander Amerika, een Amerika dat écht great and awesome is.

En dat is het kunstzinnige Amerika.

Het is het Amerika dat diep in de huid van de draak kruipt en … daar beelden van maakt.
Geen enkel land ter wereld bezit het vermogen van Amerika om beelden van zichzelf te maken, ongenadig eerlijke beelden.
Vanuit dat Amerika worden we overspoeld met filmbeelden die maar één onderwerp lijken te hebben: Ahriman, de grote geweldenaar, de moordmachine, de serial killer.
En omdat Ahriman steeds gewelddadiger wordt, worden ook die beelden steeds gewelddadiger.
Het mag wonder heten dat daar – nog altijd – zeer kunstzinnige beelden bij zitten.
Het is al niet gemakkelijk om kunstzinnige beelden te maken van de prachtige, stralende en verleidelijke Lucifer (want daarvoor moet je hem eerst overwinnen), maar om de lelijke, grauwe en gewelddadige Ahriman te overwinnen en daar kunstzinnige beelden van te maken, dat is pas écht hedendaagse kunst.

Ieder kunstwerk is een overwinning op de draak.
Vroeger was het voornamelijk de luciferische versie die moest overwonnen worden, vandaag gaat het in de eerste plaats om de ahrimanische kop van de draak.
Hij is degene die moet afgebeeld worden.
Hij is het echte onderwerp van de hedendaagse kunst.
Die evolutie van Lucifer naar Ahriman wordt trouwens in de hedendaagse kunst zelf in beeld gebracht.
Aan het begin ervan stond de pispot van Marcel Duchamp.
Aan het eind ervan staat de kakmachine van Wim Delvoye.
Van pis naar kak, ziedaar de ‘evolutie’ die de hedendaagse kunst heeft doorgemaakt.
Van het kleine kwaad naar het grote.

20131021-162239.jpg

In de 21ste eeuw begint er een nieuw tijdperk: Lucifer en Ahriman slaan de handen in elkaar, ze vermengen zich, het kleine en grote kwaad worden langzaam één.
Het is nu de draak zelf die uit zijn hol kruipt.
En dat is een beslissend moment.
Want ofwel verslaan we die draak, ofwel verslaat hij ons.
En dat zal een nederlaag zijn waarvan we ons in zeer lange tijd niet meer zullen kunnen herstellen.

De grote vraag is natuurlijk: hoé verslaan we dat Beest uit de afgrond?
Eén ding duidelijk: niet door er ons tegen te verzetten.
Dat hebben we van Ahriman kunnen leren: ieder verzet is nutteloos.
Verzet is juist waar Ahriman op kickt, het verschaft hem (zijn waarschijnlijk enige) plezier.
Het zorgt er alleen maar voor dat hij nog meer honger krijgt.
Want alle Lust will Ewigkeit, tiefe, tiefe Ewigkeit.
Verzet maakt de draak alleen maar sterker.

Tenzij je hem natuurlijk niet bevecht met wapens, schiettuig, computers en ander ahrimanisch materiaal, maar … met bewustzijn.
Dat is de enige manier waarop we Ahriman kunnen overwinnen.
Dat is ook de enige manier waarop we het verschijnen van het Beest zelf kunnen overleven: door het te zien, door het te leren kennen, door het te ontmaskeren.
Het staat al in de bijbel (Apocalyps 13:11): het Beest ziet eruit als een lam.
Je kunt het nauwelijks onderscheiden van dat ander lam, Christus.
Het komt er dus op aan dat we die twee absolute tegenpolen leren onderscheiden.
We moeten doorheen het bedrieglijk onschuldige uiterlijk van het Beest leren kijken.
Want als we dat niet doen, als we er blind voor blijven, zullen we onszelf in liefdesvervoering in zijn armen werpen.
Er zal geen verschil zijn tussen het zien van het Beest en onze onvoorwaardelijke overgave of onvoorwaardelijke afwijzing.

De keuze tussen deze twee zal bepaald worden door ons vermogen om de draak of het Beest te herkennen

En daarin ligt de grote betekenis van de hedendaagse kunst: zij produceert het ene na het andere beeld van Ahriman.
Omdat er geen kunst bestaat zonder Lucifer, zijn die beelden tegelijk ook beelden van de (tweekoppige) draak zelf.
De kunst – en de kunst alleen – bereidt ons voor op de komst van het Beest, en wel door ons dag in dag uit zijn beelden voor te houden.
Alleen kunst kan de wereld redden, maar dan moeten wij eerst wel leren om die kunst te herkennen, om haar beelden als beelden te zien, en niet als realiteit.
Dat is vandaag niet eenvoudig want fictie en werkelijkheid liggen zeer dicht bij elkaar.
De kunst gaat steeds meer over in de werkelijkheid.
En dat betekent dat haar beeldkarakter langzaam verdwijnt.
Ze wordt zo realistisch dat ze niet langer als kunst, als beeld herkenbaar is.
De hele officiële hedendaagse kunst is daar een voorbeeld van.
Ze is één groot portret van de draak.
Maar het is vrijwel onmogelijk om dat portret te herkennen, om die beelden te lezen en te begrijpen.
Want enerzijds zijn die beelden zo onmenselijk dat we er geen aanknopingspunt in vinden voor ons bewustzijn en anderzijds heerst er een wereldwijd verbod om dat bewustzijn ook te gebruiken.
De hedendaagse kijker kan en mag niet meer oordelen en nadenken over de kunst van zijn tijd.
Hij wordt gedwongen om haar ahrimanische beelden te bewonderen en te bewieroken.
En wee degene die dat niet doet!
Hij wordt afgeschilderd als een cultuurbarbaar, een achterlijke provinciaal.
Voor hem is geen plaats meer in de kunstwereld, hij wordt als een melaatse de tempel van de kunst uitgejaagd, wat er meestal ook nog eens op neer komt dat hij gebroodroofd wordt.
Anders gezegd, wie niet eerbiedig neerknielt voor deze drakenportretten, op hem wordt karaktermoord gepleegd, met alle gevolgen van dien.

20131021-162632.jpg

Het is interessant om deze situatie te vergelijken met wat de bijbel zegt (Apocalyps 13:14-15):

‘En het zegt tot hen, die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest (…). En hem werd gegeven om aan het beeld van het beest een geest te schenken, zodat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken, dat allen, die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood werden.’

En dat wordt gezegd één bladzijde na de passage over Michaël die de draak in de hemel overwint en op de aarde werpt.
Het gaat met andere woorden over onze tijd, een tijd die overspoeld wordt met ‘beelden van het beest’ die aanbeden dienen te worden op straffe van de ‘dood’.

‘Generation Kill’ is één van die beelden, daar kan volgens mij geen twijfel over bestaan.
Het is een beeld van ‘de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid’ (Apoc. 12:12)
Maar anders dan de beelden van de (officiële) hedendaagse kunst, is dit een zeer herkenbaar en begrijpelijk portret van Ahriman.
Als we er ons tenminste niet vol afschuw van afkeren.
Maar we worden hier in ieder geval niet gedwongen om deze beelden kritiekloos te bewonderen, wel integendeel.
We horen in de officiële kunstkritiek geen woord over ‘Generation Kill’ of andere Amerikaanse drakenbeelden.
Er wordt dus geen ahrimanische, intellectuele druk op ons uitgeoefend, alleen emotioneel-luciferische.
En dié kunnen we overwinnen.
Met behulp van onze ahrimanische afstandelijkheid kunnen we onze emotionele afschuw overwinnen en precies tussen Lucifer en Ahriman in gaan staan.
Maar het hangt wél van onze vrije wil af of we dit inderdaad doen, en op die manier het Ahriman-portret herkennen.

Door onze luciferische afschuw voor Ahriman te overwinnen (en dat is vaak een zeer terechte en zeer spirituele afschuw) kunnen we van zijn beeld een wapen maken om de draak te ontmaskeren: een herkenningswapen, een bewustzijnswapen.

‘Generation Kill’ is zo’n wapen.
Als we dat willen natuurlijk.
Als we onze – begrijpelijke en terechte – afschuw voor deze tv-serie overwinnen, dan kan ze uigroeien tot een ‘michaëlisch zwaard’ waarmee we de draak te lijf kunnen gaan.
En zo’n zwaard hebben we echt wel nodig, want we laten ons massaal misleiden door het onschuldige, meevoelende, humanitaire, spirituele, Nobelprijzen-voor-de-vrede-in-de-wacht-slepende luciferische gezicht van de draak.
Nochtans is dit ‘lammerengezicht’ niets anders dan de vrouwelijke keerzijde van het mannelijke gezicht van het kwaad: het keiharde, gewelddadige Ahrimangezicht dat we in ‘Generation Kill’ te zien krijgen.

Deze serie bewijst zijn kunstzinnigheid door het feit dat we de Lucifer in dit Ahrimangezicht kunnen zien.

De leider van het verkennersbataljon dat in ‘Generation Kill’ de hoofdrol speelt, is de met een hees, en allesbehalve mannelijk stemmetje sprekende kolonel die nooit het woordje ‘ik’ gebruikt, maar voortdurend over zichzelf in de 3de persoon spreekt als ‘the Godfather’.
Deze kolonel heeft maar één grote angst, en dat is dat hij geen goede punten zal krijgen van zijn baas, generaal Mattis.
Daar gaat het voor hem in deze oorlog over: roem vergaren, goede punten krijgen, carrière maken.
Daarvoor is hij bereid zijn mannen op te offeren.
De hele oorlog is voor hem een spel dat gespeeld wordt tot meerdere eer en glorie van hemzelf.
Hij wil de andere compagnieën de loef afsteken.
Hij wil de grootste, de beste en de snelste zijn.
De vijand kan hem geen mallemoer schelen, die is slechts een middel om zichzelf te verheffen.

Het grootste gevaar voor de soldaten komt dan ook niet van de Iraki’s maar van hun eigen officieren.

20131021-165943.jpg

Maar deze serie zou niet kunstzinnig zijn als tussen deze bijna samenvallende Lucifer en Ahriman niet ook nog iemand anders zichtbaar maakten.
Dat gebeurt in een zeer merkwaardig voorval.
Eén van de soldaten, die al de hele tijd zit te mekkeren omdat hij nog altijd niemand heeft kunnen doodschieten, opent in zijn frustratie het vuur op een paar kamelendrijvers.
Yeehaa! De jongen voelt zich weer man.
Wat later komen twee vrouwen naar het kamp die een lichaam voortslepen en het voor de soldaten neerleggen.
Een bloedmooie vrouw buigt zich jammerend over het lichaam van haar zwaar gewonde zoontje.
De soldaten zijn uit het lood geslagen.
Het is de eerste keer dat ze zo duidelijk geconfronteerd worden met de gevolgen van hun ‘schietspelletje’.
Uit medelijden en schuldbewustzijn willen ze het kind helpen, maar de reglementen verbieden dat.
Daarop dragen ze het zwaar gewonde kind naar de tent van Godfather, wat op zich al een overtreding is van de regels.
Eerst worden ze weggejaagd door een schreeuwende sergeant.
Maar dat maakt op hen geen indruk.
Ze zijn gewend aan zijn hysterische geschreeuw over onbenulligheden.
Dan komt de kolonel zelf naar buiten.
Hij reageert heel anders, heel begrijpend, heel rationeel.
Omstandig legt hij uit waarom hij niks kan doen voor het kind.
Hij toont op de kaart in welke penibele positie ze zich bevinden.
Er is geen speld tussen zijn betoog te krijgen.
Maar de soldaten kennen niet alleen het (luciferische) geschreeuw van de sergeant, ze kennen ook de (ahrimanische) pseudo-rationaliteit van de kolonel.
Ze blijven zwijgend staan en kijken hun overste alleen maar aan.
Beleefd en ongehoorzaam.
Ze leggen in feite hun leven in de waagschaal om dat van de Iraki-jongen, de onschuldige kamelendrijver, te redden.

En dan gebeurt het onverwachte.
De kolonel barst niet uit in woede en sleept de soldaten niet voor de krijgsraad.
Hij grijpt de telefoon en maakt een volledig peloton vrij om de jongen 30 km verder naar een militair veldhospitaal te brengen.

Wanneer je deze scène het eerst (of zelfs de tweede keer) ziet, word je getroffen door de zinloosheid van die hele oorlog, door de rauwheid van de beelden.
En dat moet ook, anders voel je niks.
Maar wanneer je deze instinctieve, natuurlijke en volkomen terechte reactie overwint, dan worden langzaam de grootse, eeuwige beelden zichtbaar die zich in die grauwe beelden verbergen.
Want de moeder die haar kind beweent, is niets anders dan een moderne pièta.
En de harde (en tegelijk kinderachtige) soldaten zijn mensen die door dat beeld zo diep getroffen worden dat ze in verzet gaan tegen hun eigen officieren.
En dat verzet is volkomen geweldloos.
Ze vallen hun meerderen niet aan.
Ze vormen gewoon een beschermende kring rond het gewonde kind.
Ze worden Michaëlstrijders.

En dát doet ‘the Godfather’ overstag gaan.

20131021-164638.jpg

Het is een aangrijpend beeld dat ons toont hoe we zelf als kijker naar deze serie kunnen kijken, zodat de bloederige beelden ‘geheeld’ worden en de verborgen geestelijke dimensie ervan zichtbaar wordt.
Als we onze luciferische afschuw voor deze uitgesproken ahrimanische beelden overwinnen, als we ons niet verliezen in verontwaardiging over de gewelddadigheid ervan, maar zwijgend blijven staan uit medelijden voor de lijdende mens – en dat is uiteindelijk zowel de Irakees als de Amerikaan – dan verandert ‘Generation Kill’ in een spiegel, in een beeld waarin we onszelf herkennen als mens, een mens die diep in de huid van de draak zit, geklemd tussen Lucifer en Ahriman.

En in die spiegel zien we dan wat ons te doen staat:
We moeten de Lucifer in onszelf overwinnen, de Lucifer die Ahriman schreeuwend te lijf wil gaan en ons daardoor blind maakt voor de draak. Want als we dat niet doen, als we niet de tegenwoordigheid van geest kunnen opbrengen om zwijgend en beheerst naar Ahriman te kijken, dan zal dezelfde Lucifer die ons nu zo vol verontwaardiging en afschuw doet schreeuwen, ons juichend van vreugde in de armen van het Beest drijven.

We zullen dan niet meer naar Generation Kill kijken, we zullen dan een Generation Kill wórden.
We zullen veranderen in kille killers, voor wie het leven één groot videospel is.
Gekluisterd aan onze computers zullen we het grootste onheil over de wereld brengen.
En we zullen het niet beseffen.
Want innerlijk zullen we dood zijn.
We zullen de even dode als dodelijke New Generation zijn.

20131021-164821.jpg

Advertenties