Is kunst wetenschap?

door lievendebrouwere

Ik lees en hoor steeds vaker de vraag: is kunst wetenschap?
Waar komt zo’n vraag in ’s hemelsnaam vandaan?
Niemand vraagt toch ook: is religie wetenschap?
Religie en wetenschap zijn immers gezworen vijanden.
Maar kunst en wetenschap zijn dat ook.
Wetenschap streeft naar objectiviteit.
Kunst naar subjectiviteit.
Ze staan dus lijnrecht tegenover elkaar.
En toch vraagt men of ze hetzelfde zijn.
Alsof hun tegenstelling niet bestaat.
Alsof men geen verschil ziet tussen beide.

Wat zit daarachter?

20131023-120947.jpg

Ooit vormden kunst, wetenschap en religie een eenheid.
Die eenheid raakte in de loop der tijden opgesplitst in drie delen, die ieder hun eigen weg gingen.
Omstreeks 1900 hadden ze niets meer met elkaar gemeen, behalve hun onderlinge vijandigheid.
Die vijandigheid was het gevolg van hun aards-worden.
Naarmate de mens het contact met de geestelijke wereld verloor, verloren ook kunst, wetenschap en religie het contact met elkaar.

Hun zelfstandig worden betekende ook het zelfstandig worden van de mens.
De vrije ruimte die tussen hen in ontstond, was de ‘baarmoeder’ waarin het Ik zich kon ontwikkelen.
Ze was de ‘huid van de draak’, want het was immers de draak die de mens losscheurde van de geestelijke wereld, en kunst, wetenschap en religie uit elkaar dreef.

Vandaag zijn we echter op een keerpunt gekomen.
Het Kali Yuga is afgelopen, het ‘duistere’ tijdperk waarin de mens het contact met de geest verloor en het materialisme gestaag toenam.
Omstreeks 1900, bereikte dat materialisme zijn hoogtepunt en sloeg om in zijn tegendeel: het nieuwe ‘lichte’ tijdperk begon, waarin de mens het contact met de geest herstelt en de spiritualiteit gestaag toeneemt.
Dit keerpunt heeft tot gevolg dat kunst, wetenschap en religie weer naar elkaar toe groeien.
Stap voor stap wordt hun onderlinge afstand kleiner en vandaag zien we zelfs hoe ze in elkaar beginnen over te vloeien.

Een paar voorbeelden.

In haar ijver om de evolutietheorie te verkondigen, heeft de wetenschap iets van een religie gekregen, en door in te grijpen in genetische structuren gedraagt zij zich als een kunst die nieuwe vormen wil scheppen.
De religie van haar kant is, net als de wetenschap, verstard tot een geheel van dogma’s en voorschriften, en door deel te nemen aan de politiek wil zij, net als de kunst, de wereld veranderen.
De kunst ten slotte is niet langer denkbaar zonder wetenschappelijke verklaringen, en tegelijk is ze georganiseerd als een kerk, met een paus aan het hoofd.

20131023-121149.jpg

De grenzen tussen kunst, wetenschap en religie vervagen en we stevenen af op een hereniging.

Maar de oude, oorspronkelijke eenheid kan niet meer hersteld worden.

Twee zaken verhinderen dat.
Enerzijds de ‘drakenkrachten’ die kunst, wetenschap en religie uit elkaar hebben gedreven.
En anderzijds de vrijheid die de mens in hun tussenruimte ontwikkeld heeft.
De draak denkt er niet over om zijn macht op te geven, en de mens wil zijn vrijheid evenmin afstaan.
Geen van beiden, drakenmacht of menselijke vrijheid, kan nog ongedaan worden gemaakt.
De eenheid waar we sinds 1900 op afstevenen, kan dus nooit de oude, door de geestelijke wereld geïnspireerde en door de religie geleide eenheid zijn.
Het zal noodzakelijkerwijs een nieuwe eenheid zijn, die zowel de draak als de vrije mens zal insluiten.
En die twee zullen met elkaar uitvechten wie de leiding krijgt over de nieuwe eenheid die tot stand komt.

We leven in een Michaëlstijd, een tijd van grote beslissingen.
De scheiding der geesten begint.
De mensheid raakt verdeeld.
Een deel plaatst zich onder leiding van de draak.
Een ander deel plaatst zich onder leiding van Michaël.

Die scheiding is het gevolg van een keuze,
een keuze tussen goed en kwaad.
Maar het gaat niet om goede of slechte daden, goede of slechte gedachten, goede of slechte gevoelens.
Het gaat om het wezen van goed en kwaad.
Het gaat om twee (geestelijke) wezens waartussen we moeten kiezen.
En een derde is er niet.

Het probleem is natuurlijk dat we geen geestelijke wezens (meer) kunnen waarnemen.
We kunnen het wezenlijk goede en het wezenlijk kwade niet onderscheiden.
Nochtans is dat juist wat we zozeer nodig hebben, want in hun uitingen – in gedachten, gevoelens en daden – zijn goed en kwaad zodanig met elkaar verstrengeld dat ze niet meer uit elkaar te houden zijn.
Met ons moderne, heldere onderscheidingsvermogen zien we geen verschil meer tussen beide.
Goed en kwaad zien er net hetzelfde uit.

20131023-122210.jpg

Tot nog toe maakten we onderscheid tussen beide met ons geweten.
Dat geweten is een soort herinnering aan wat we vroeger ge-weten hebben.
En we wisten het omdat we het zagen.
We konden de geestelijke wereld nog waarnemen en onderscheid maken tussen de verschillende wezens die hem bevolkten.
Van dat oude (helder ziende) weten is vandaag nog slechts een (slecht ziend, tastend) geweten overgebleven.
Dat moderne geweten is een gevoelszintuig: we maken onderscheid tussen goed en kwaad met ons ‘hart’.

Maar dat hart is nagenoeg blind geworden.
Het heeft ook bijna geen stem meer.
Het wordt het zwijgen opgelegd door het hoofd, dat Oost-Indisch doof blijft voor alles wat wezenlijk of geestelijk is.
En dus zijn onze morele keuzes in toenemende mate blinde en willekeurige keuzes.
We tasten letterlijk en figuurlijk in het duister.

Maar een willekeurige keuze is geen vrije keuze.
Het is geen keuze van de vrije mens, maar van … de draak.
Zonder het te beseffen, laten we de draak in onze plaats kiezen.
Door niet (goed) te weten waarvoor we kiezen, geven we ons leven steeds meer in handen van de draak.
En de enige manier om het zelf weer in handen te nemen, is door vrije keuzes te maken, dat wil zeggen, keuzes waarbij we weten waartussen we kiezen.
En daarvoor is het noodzakelijk dat we goed en kwaad leren onderscheiden, dat we hun geestelijke wezen leren waarnemen.

Niemand die bij goed bij zijn hoofd is, zal namelijk voor het kwaad kiezen.
Het volstaat het wezen van het kwaad te zien, om het af te wijzen.
Maar daar ligt juist het probleem: we zien het niet.
We zijn (met ons hart dat moet kiezen) niet goed bij ons hoofd (dat onderscheidt).
Ons bewustzijn is verdeeld.
Er gaapt een kloof tussen hoofd en hart.
Ons denken bestaat uit abstracte, dode gedachten.
Onze gevoelens worden vertroebeld door brandende begeerten.
En onze wil is verlamd omdat hij de kloof tussen beide niet kan overbruggen.

Van het oude eenheidsbewustzijn rest ons niets meer dan kille gedachten, verhitte emoties, een verlamde wil, en daartussen … niets.
Althans, dat denken we.
Want het is de draak die zich genesteld heeft in die lege ruimte tussen denken, voelen en willen.
De draak met de twee koppen: een luciferische kop die ons hart in brand steekt, en een ahrimanische kop die ons hoofd bevriest.
Zolang we die twee koppen niet onderscheiden, kunnen we ook de draak zelf niet onderscheiden.
En zolang we de draak (het wezen van het kwade) niet onderscheiden, kunnen we ook Christus (het wezen van het goede) niet onderscheiden.

20131023-122719.jpg

Op dit keerpunt der tijden moeten we een nieuw moreel zintuig ontwikkelen.
Het oude werkt niet meer.
Zonder dat nieuwe zintuig zullen we binnenkort geen onderscheid meer kunnen maken tussen goed en kwaad.
We zullen geen vrije keuzes meer kunnen maken.
We zullen onze vrijheid verliezen.
Alle keuzes zullen in onze plaats gemaakt worden, door de draak.
We zullen stap voor stap zelf draken worden.
En we zullen het niet weten.
Want we zullen geen verschil meer zien tussen goed en kwaad.
We zullen de vreselijkste dingen doen in de overtuiging dat we het goede doen.
Ja, hoe beestachtiger we ons zullen gedragen, des te betere mensen zullen we ons voelen, des te groter zal ons morele superioriteitsgevoel worden.
En dat is al lang geen apocalyptische toekomstvoorspelling meer.
Het is gewoon een waarneming van wat reeds aan de gang is.
Dat we de Nobelprijs voor de Vrede geven aan de grootste terroristenleider ter wereld is geen krankzinnige fictie maar harde werkelijkheid, een werkelijkheid die zich onder onze bijna blinde ogen afspeelt.

Het openen van onze nieuwe ‘morele ogen’ is dan ook geen spirituele prietpraat maar dringende noodzaak.
Tenminste als we niet werkloos willen toekijken hoe de menselijke beschaving systematisch vernietigd wordt en het leven van miljoenen mensen tot een hel maakt.
Als we nog een hart in ons lijf hebben en niet helemaal afgestompt zijn door de luxe en de leugens die dagelijks over ons uitgestort worden, dan moet het ontwikkelen van dit innerlijke zintuig een absolute prioriteit zijn.
Onze ene mensenplicht tegenover alle mensenrechten.

Als we beweren dat niets belangrijker is dan vrede, dan vergissen we ons.
Als we denken dat we het hier zo goed hebben in ‘ons landje’, dan zijn we al flink verdwaasd.
We worden bedreigd door het allergrootste gevaar: het gevaar op te houden mens te zijn, het gevaar ongemerkt te veranderen in een beest dat zich moreel superieur waant en daaraan het recht ontleent ‘de inferieuren’ uit te roeien.
Wie denkt dat hij dat gevaar niet loopt, droomt.
Denken we maar aan wat er nog niet zolang geleden gebeurd is in Duitsland, het meest ontwikkelde, meest progressieve en cultureel meest hoogstaande land ter wereld, het land waar wetenschap en kunst de hoogste toppen scheerden.
Uitgerekend daar sloeg de draak ongenadig toe, en hij kreeg nagenoeg iedereen in zijn macht, de intelligentsia op kop.
We denken dat zoiets niet nog eens kan gebeuren, maar het is al volop bezig en we zien het niet.
Tientallen jaren reeds voert de overheid een door de media en de hele intellectuele wereld gesteunde propagandacampagne waarin mensen dag in dag uit aan de schandpaal worden genageld en afgeschilderd als het grootste gevaar voor de samenleving: de zogenaamde racisten, de onverdraagzamen, de haatzaaiers, de islamofoben, de fascisten, de verzuurden, de extreem-rechtsen, de ‘onmensen’ kortom.
En we trappen er met beide voeten in.
Want de draak is buitengewoon sluw en intelligent.
Hij weet precies waar onze achillespees ligt.

En wij weten dat niet.

20131023-123204.jpg

Ons fel verzwakte morele zintuig, dát is onze achillespees.
Daar richt de draak zijn pijlen op.
En we hoeven ons geen illusies te maken: hij zal ons geweten vernietigen.
Hij zal de herinnering aan ons oude menszijn helemaal uitwissen.
Hij zal ons tot gewetenloze mensen maken, mensen die niet meer weten wat menszijn is.
En in ruil zal hij ons een nieuw geweten geven.
Hij zal van ons mensen maken die bij het minste kwaad vol verontwaardiging opspringen en roepen: we moéten iets doen, we moeten dat kwaad uitroeien!
Alleen zal dat kwaad geen kwaad zijn, maar goed.
Het nieuwe ‘geweten’ zal immers alles omdraaien: het zal goed en kwaad verwisselen.
De draak zal van ons mensen maken die het goede in naam van het goede willen uitroeien.

Het grote gevaar is dus niet dat onze morele ogen helemaal gesloten worden.
Het grote gevaar is dat ze opnieuw opengaan en alles omgekeerd zien.
Het grote gevaar is dat het nieuwe morele zintuig niet óns zintuig wordt maar dat van de draak.

De enige manier om dat te voorkomen, is door wakker te blijven.

Waar we vandaag getuige van zijn, is het verdwijnen van de oude moraliteit, het volledig dichtgaan van ons innerlijke oog, het uitsterven van de oude gewetensvolle mens.
Maar tegelijk zijn we getuige van het ontstaan van een nieuwe moraliteit, van het opengaan een nieuw moreel zintuig.
We zijn wereldwijd getuige van de geboorte van de nieuwe mens, de nieuwe mens die zich een nieuwe wereld schept.
Maar zijn we wakkere getuigen?
Zien we dat de nieuwe moraliteit een omgekeerde moraliteit is, die goed en kwaad gewoon verwisselt?
Zien we dat de moreel o zo gevoelige nieuwe mens in feite een drakenmens is, die in naam van het goede de vreselijkste dingen doet?
Zien we dat de nieuwe wereld niets anders is dan de vernietiging van de oude?

De vraag stellen, is ze beantwoorden.
We zien het niet.
Het zou overdreven zijn te zeggen dat we er compleet blind voor zijn, want ons oude morele zintuig werkt nog genoeg om ons te doen lijden onder de situatie waarin mens en wereld zich vandaag bevinden.
Maar we zien niet helder meer.
We begrijpen niet meer wat er gebeurt.
In feite raken we steeds meer in de war.
We kunnen goed en kwaad niet langer van elkaar onderscheiden.
Ons bewustzijn dooft langzaam maar zeker uit.

En daar ligt het werkelijke gevaar.

20131023-124001.jpg

We kunnen het sterven van de oude wereld niet tegenhouden, het maakt dat sterven alleen maar pijnlijker.
We kunnen ook niet beletten dat er een nieuw moreel zintuig – en daarmee ook een nieuw soort mens – ontstaat.
Dit wereldwijde Stirb und Werde, dit sterven en weer geboren worden, zal hoe dan ook plaatsvinden.
Het is een kosmische wetmatigheid waaraan de hele wereld en de hele mensheid op dit moment onderworpen is.
Maar wat we wél in de hand hebben, is of we dit sterven-en-geboren-worden bewust meemaken of niet.
Knijpen we onze ogen dicht of houden we ze open?
That is the question.

In feite is dát onze Michaëlische opgave: wakker blijven, kijken, zien wat er gebeurt.
En daar is moed voor nodig, want zowel sterven als geboren worden zijn ingrijpende, schokkende en zelfs gewelddadige processen.
Maar het zijn juist deze processen die we moeten leren zien en doorzien.
We moeten leren zien dat ze samen een ingewikkelde omkering vormen.
En om getuige te kunnen zijn van deze omkering moet ons bewustzijn die omkering zelf meemaken.
Alleen een ‘omgekeerd’ bewustzijn is in staat om in de nieuwe wereld onderscheid te maken tussen goed en kwaad.

Dat het nieuwe Lichte Tijdperk nog niets anders opgeleverd heeft dan oorlog en geweld is niet te wijten aan het feit dat het wezen van de mens door een diepgaande transformatie gaat, het is te wijten aan het feit dat zijn bewustzijn die transformatie niet meemaakt.
Het keert er zich van af, het sluit de ogen, het valt in slaap.

Het oerbeeld van dit omkeringsproces is natuurlijk het sterven en verrijzen van Christus.
Wanneer dat sterven inzet, in de tuin van Gethsemane, vraagt Christus maar één ding van zijn leerlingen: waakt met mij!
Hij wil niet dat ze zijn gevangenneming verhinderen of zich verzetten tegen zijn kruisdood, want die dingen moeten juist gebeuren, daarvoor is hij op aarde gekomen.
Hij wil alleen dat zijn leerlingen wakker blijven, dat ze getuige zijn.
Maar het lukt hen niet, ze ‘vallen in slaap’.
Hun bewustzijn wordt overweldigd, het is niet sterk genoeg..
Alleen het vrouwelijke bewustzijn kan het zien van dit lijden verdragen.
Het zijn ‘de vrouwen’ die getuige zijn van de kruisdood van Christus.
Volgens Mattheus, Marcus en Lucas kijken ze ‘uit de verte’ toe.
Alleen volgens Johannes staan ze onder het kruis.
Ze zijn nu echter ook vergezeld van ‘de leerling die Jezus liefhad’.
Tegen hem zegt de stervende Christus: zie, uw moeder.
En tegen zijn moeder zegt hij: vrouw, zie, uw zoon.

20131023-124436.jpg

Met deze woorden verenigt Christus het mannelijke en het vrouwelijke bewustzijn en vormt daarmee het oerbeeld van het nieuwe Michaëlische bewustzijn dat in staat is wakker te blijven en zijn sterven van dichtbij waar te nemen.
Michaël is namelijk de engel die voor het aangezicht van Christus staat.
Hij is degene die de blik niet neerslaat bij het zien van het lijden en sterven van degene die hij boven alles liefheeft en die hij bij zijn neerdaling ‘uit de hemel’ gevolgd is.
Hij is Christus evenwel niet tot in de materie gevolgd.
Hij is blijven staan in de geestelijke wereld.
En van daaruit kijkt hij toe.
Hij maakt het lijden en sterven van Christus in zijn bewustzijn mee.
Hij is de mede-lijdende getuige.
Hij is degene die zowel Maria als Johannes de kracht geeft om ‘wakker’ onder het kruis te staan en toe te kijken.

De oude, gewetensvolle mens herkennen we in Petrus.
Hij is degene die de gevangenneming van Christus wil verhinderen en naar het zwaard grijpt.
Hij is ook degene die Christus, uit angst voor zijn eigen leven, verloochent.
En wanneer zijn geliefde meester sterft, dwaalt hij ergens rond in de nacht, verteerd door schaamte en schuldgevoel.
Het oude bewustzijn van Petrus is niet sterk genoeg om het sterven van Christus onder ogen te zien.
Daarvoor is een nieuw bewustzijn nodig, een ‘geheeld’ bewustzijn, dat het meevoelende moederhart van Maria verbindt met de scherpe blik van Johannes, de ‘adelaar’ onder de evangelisten.
Het is dít bewustzijn dat ook in staat is de verrezen Christus te herkennen.
Maria Magdalena, de ‘adelaar’ onder de vrouwen, is de eerste die de ‘nieuwe’ Christus ontmoet en herkent.
Zij staat aan het lege graf, samen met Johannes en Petrus.
In dit beeld heeft het nieuwe Michaëlische bewustzijn van Maria en Johannes zich verbonden met het oude bewustzijn van Petrus.
Zoals Christus zich verbonden heeft met de aarde, zo heeft Michaël zich verbonden met de aardse Petrus.

20131023-124820.jpg

Dit is het oerbeeld:
van het oude, gespleten bewustzijn,
over het nieuwe geheelde bewustzijn,
naar het drieledige aardse bewustzijn.

Dit bijbelse oerbeeld is op zijn beurt drieledig.
Het transformatieproces dat ons bewustzijn moet doormaken als we (een vrij) mens willen blijven, begint bij het oude dualistische bewustzijn en eindigt met een nieuw, drieledig bewustzijn.
Over dit deel van het proces hebben we geen zeggenschap.
Ons oude gespleten bewustzijn zal onherroepelijk sterven en het zal even onherroepelijk verrijzen als een nieuw eenheidsbewustzijn.
Vrij zijn we alleen in de tweede en middelste fase van het transformatieproces: de verbinding van hoofd en hart.
Daar valt de beslissing.
Daar wordt uitgemaakt of het nieuwe bewustzijn een menselijke bewustzijn zal zijn dan wel een drakenbewustzijn.
Het is déze fase die we niet mogen verslapen.

En daarmee komen we weer terug bij de oorspronkelijke vraag: is kunst wetenschap?

Kunst en wetenschap zijn namelijk uitdrukking van hart en hoofd.
Ze zijn de spiegel van wat zich in ons bewustzijn afspeelt.
Zij geven ons een objectief beeld van de tweede, centrale fase in de bewustzijnstransformatie die we vandaag doormaken.
En aan dat beeld kunnen we aflezen dat hoofd en hart inderdaad verbonden worden.
Kunst en wetenschap groeien naar elkaar toe en gaan in elkaar over.
Maar we kunnen er ook aan aflezen dat dit volgens de regels van het hart gaat, dat wil zeggen: blind, gevoelsmatig, meedrijvend op de grote kosmische verbindingskrachten die sinds het einde van het Kali Yuga de plaats hebben ingenomen van de oude scheidende krachten.
Het gaat met andere woorden om een vrouwelijke verbinding, een samensmelten met de kosmisch-vrouwelijke krachten die op alle gebieden streven naar een hereniging van wat gescheiden is.
Aan deze verbinding heeft het wakkere hoofd part noch deel.
Het is er veeleer het slachtoffer van.
De ‘mannelijke’ onderscheidingsvermogen van het hoofd lost langzaam maar zeker op in die zee van ‘vrouwelijke’ krachten.
In de beslissende fase van het aan de gang zijnde bewustwordingsproces vallen we met andere woorden in slaap.
We slagen er niet in om wakker te blijven.

De gevolgen daarvan zijn duidelijk.
De wetenschap houdt op wetenschap te zijn,
en de kunst houdt op kunst te zijn.
Ze vermengen zich tot een heksenbrouwsel vol leugens en lelijkheid, waarin alle menselijkheid en moraliteit oplost en verdwijnt.
De wetenschap stelt de mens voor als minder dan een aap, als een kruipende worm.
En de kunst doet eigenlijk net hetzelfde, zij het iets ‘plastischer’: zij stelt de mens voor als een stuk stront, een uitwerpsel.

20131023-125337.jpg

De vraag ‘is kunst wetenschap?’ is – op cultureel gebied – de meest prangende vraag die men kan stellen.
Enerzijds is zij uitdrukking van ons falende ‘mannelijke’ onderscheidingsvermogen, dat beide niet meer uit elkaar kan houden.
Anderzijds is zij een appèl aan ons Ik om wakker te worden, om vragen te stellen over de relatie tussen kunst en wetenschap, om te zien wat er met beide aan de hand.
En die vragen komen uiteindelijk neer op die ene Michaëlische vraag: wie is als God?
Het antwoord op die vraag is: de mens.
Maar in zijn abstractie is dat antwoord natuurlijk een leugen.
Verre van ‘als God’ te zijn, is de moderne mens veel meer ‘als een worm’ of nog minder.
De Michaëlische vraag moet dus heel concreet gesteld worden.
Het is de vraag naar de mens en het menselijke op ieder gebied.
Het is het afwegen tussen wat ‘als God’ is en wat ‘als de draak’ is.
Het is, kortom, het maken van onderscheid tussen goed en kwaad.

Om een Michaëlvraag te zijn moet de vraag ‘is kunst wetenschap?’ heel concreet gesteld worden.
Van ieder afzonderlijk kunstwerk moeten we ons afvragen wat er subjectief aan is en wat objectief.
En ten aanzien van de wetenschap moeten we eigenlijk precies hetzelfde doen.
Iedere wetenschappelijke bewering moet onderzocht worden op haar wetenschappelijkheid. De objectieve elementen moeten gescheiden worden van de subjectieve.

In beide gevallen betekent dat een strijd met de draak.
Want de draak spant zich tot het uiterste in om zowel het objectieve in de kunst als het subjectieve in de wetenschap te verbergen.
Hij stelt de kunst voor als een zuiver subjectieve aangelegenheid waarover niets objectiefs te vertellen valt (met als gevolg dat anything goes).
En hij stelt de wetenschap voor als een volkomen objectieve aangelegenheid waar geen subjectiviteit aan te pas komt (met als gevolg dat er niet meer kan getwijfeld worden aan de wetenschap).

Dit is de achillespees van de draak.
Als men heel bewust en heel concreet de vinger legt op het samengaan van objectief en subjectief in zowel kunst als wetenschap, dan wordt de draak woest, dan laat hij zich kennen.
En dan is het zaak om goed te kijken.
Want zonder kennis van de draak kunnen we binnenkort geen onderscheid meer kunnen maken tussen goed en kwaad.
De draak zal zich dan diep in ons verborgen hebben en vanuit zijn schuilplaats heel ons denken en doen bepalen, zonder dat we het beseffen.
Daarom moeten we de draak zichtbaar maken, want alleen een onzichtbare draak kan ons in zijn greep krijgen.

20131023-125656.jpg

Advertenties