Van twee naar drie (1)

door lievendebrouwere

‘Al het goede komt in drieën’, zo heet een boek van Henk Verhoog waarin hij het principe van drieledigheid in het werk van Rudolf Steiner belicht.

Ik citeer:

‘…dat het bij het idee van de drieledigheid om de kern van de antroposofie gaat, om het meest eigene en oorspronkelijke idee dat Steiner heeft ontwikkeld. Met het principe van drieledigheid wilde Steiner een tegenwicht geven tegen het (dualistische) denken in elkaar uitsluitende tegenstellingen. Dat dualistische denken was niet alleen in de tijd van Steiner belangrijk. Ook nu nog speelt het een belangrijke rol, in de vorm van de tegenstelling tussen geloof en wetenschap, tussen cultuur en natuur, tussen geest en lichaam (hersenen), enzovoort.’

‘Drieledigheid is als kerngedachte in het leven van Steiner steeds aanwezig. Het is een kerngedachte die zich in de loop van de tijd ontwikkelt en steeds meer aan inhoud wint. Bij verschillende gelegenheden geeft Steiner aan dat het ongeveer 30 jaar geduurd heeft voordat hij alle facetten van dit principe had doorgrond.’

Henk Verhoog geeft dan een hele reeks voorbeelden van die drieledigheid:

Geest, ziel en lichaam.
Denken, voelen, willen.
Hoofd, hart en ledematen.
Zenuw-zintuigsysteem, ritmisch systeem, stofwisselingssysteem.
Geestesleven, rechtsleven, economisch leven.
Vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid.
Religie, kunst en wetenschap.
Vader, Zoon en Heilige Geest.
Lucifer, Christus, Ahriman.
Licht, kleur, duisternis.
Bloem, blad, wortel.
Zwavel, kwik, zout.
Ruimte, tijd, eeuwigheid.
Denken, spreken, schrijven.
Eerste, tweede en derde engelenhiërarchie.
Antroposofie, manicheïsme, rozenkruisers.
Michaëlieten, graalridders, rozenkruisers.
Enzovoort.

Hij vervolgt:

‘Prokofieff noemt Michaël de behoeder van het principe van drieledigheid. Inspiraties die van Michaël uitgaan zijn altijd drieledig.’

‘Ahrimanische en luciferische wezens hebben er baat bij als mensen in dualistische termen denken, door bijvoorbeeld geloof en wetenschap, of goed en kwaad, als elkaar uitsluitende activiteiten tegenover elkaar te stellen. Zij stellen alles in het werk om het principe van drieledigheid te verhullen.
In ‘Die Sendung Michaels’ zegt Steiner dat de strijd tussen luciferische en ahrimanische krachten in de kosmos alles doordringt en dat we de wereld waarin de mens in werkelijkheid staat alleen kunnen begrijpen als we hem drieledig opvatten.’

Zo, tot zover Henk Verhoog.
Dat moet voorlopig volstaan.

20131027-141251.jpg

De aandachtige lezer zal zich nu vragen beginnen stellen.
Zoals: hoe valt deze drieledigheid te rijmen met het feit dat ik niks liever doe dan … in tegenstellingen denken?
Ik kom met dat tweeledige denken zelfs tot de conclusie dat we in onze tijd voor een keuze staan, een keuze tussen goed en kwaad, zonder derde optie.
Als ik daarover in antroposofische kringen spreek (iets wat ik intussen wel afgeleerd heb) zie ik altijd weer monden openvallen.
Ze hebben geen idee waarover ik het heb.
Ze kunnen mijn dualisme niet rijmen met de antroposofische drieledigheid.
Het doet hen dan ook steigeren.
Al van zolang ik me kan herinneren, krijg ik er opmerkingen over.
Je veralgemeent!
Je moet nuanceren!
Je bent veel te absoluut!
Er gaapt met andere woorden een kloof tussen mij en mijn mede-antroposofen.
Zij begrijpen mij niet, en ik begrijp hen niet.

Ik ben nochtans een grote fan van het drieledigheidsprincipe.
Als er iemand is die steeds weer hamert op de afwezigheid van de kunst in de tegenstelling tussen geloof en wetenschap, dan ben ik het wel.
Maar ik ben een even grote fan van het tweeledigheidsprincipe.
Ik snap niet hoe je anders kunt denken dan juist in tegenstellingen.
Henk Verhoog schrijft trouwens zelf: ‘Rudolf Steiner verklaarde dat we de wereld alleen maar kunnen begrijpen vanuit de werking van tegenstellingen, dualistisch dus.’
Welaan dan.
Ik peins er dus niet over om de tweeledigheid op te geven in ruil voor de drieledigheid.
Ik wil ze allebei.
Voor minder doe ik het niet.
Ik zal me dan ook altijd blijven verzetten tegen de exclusiviteit van de drieledigheid.
Die drieledigheid is de sterkte van de antroposofie, maar ze is ook haar zwakte.

In het toch al vrij exclusieve antroposofische wereldje bestaat er een nog exclusiever clubje: dat van de ‘driegeleders’.
Iedere antroposoof weet: dat is een soort apart.
Ik ken er zo eentje.
Schat van een man.
Ik geniet er vooral van wanneer hij (in het Gents) begint te foeteren op de ‘sofen’ met al hun boeken en principes. Want hij is iemand die in de praktijk van het moderne leven staat, en daar heb je niet veel aan mooie theorieën.
Als hij dan uitgefoeterd is, zeg ik: maar ik ben zelf zo’n soof met een hoofd vol theorieën, ik sta geheel en al buiten de praktijk, en toch foeter je niet op mij!
Ik zou niet durven, antwoordt hij dan.
Waarop we alle twee in lachen uitbarsten en een slok van onze Westmalle tripel nemen.
Maar ondanks alle kameraadschap en goede verstandhouding blijft er tussen ons een kloof die onbespreekbaar is en die langzaam maar zeker verwijdering veroorzaakt.
Het is inmiddels alweer jaren geleden dat ik hem nog gezien heb, en ik heb de indruk dat hij mij vermijdt, vanuit een wantrouwen dat dieper ligt dan het gewoon menselijke.

Het is het wantrouwen tussen de twee- en de driegeleders.
En dat zit heel, heel diep.
Ik kan het weten, want ik ben al bijna 30 jaar getrouwd met een driegeleedster.
Zij foetert weliswaar nooit op antroposofen.
En het foeteren op mij heeft ze afgeleerd, want het helpt toch niks.
Maar als we discussiëren over twee- en driegeleding dan gaat het hard tegen hard.
Want het gaat niet zomaar om principes of ideeën.
Het gaat om veel meer.
Het gaat om wie wij in het diepst van onze ziel zijn.
Het gaat om roots die heel ver in het verleden reiken en waarvoor we door het vuur gaan.
Ja beslist, de gensters vliegen eraf als we dit gebied betreden.
Maar het is ook door dit gebied te betreden dat we een hechte eenheid zijn gaan vormen, een eenheid waar we veel plezier aan beleven.

20131027-141426.jpg

Die eenheid is uit strijd geboren.
De aardse strijd tussen man en vrouw enerzijds.
De geestelijke strijd tussen oude en jonge zielen anderzijds.
En de etherische strijd met de draak samen.

Ik had eerst geschreven: de strijd tégen de draak.
Maar dat is het nu juist niet.
La guerre des sexes is geen strijd van mannen tégen vrouwen of omgekeerd.
Het is evenmin een strijd tégen de scheiding der geslachten.
Want wie zou deze scheiding ongedaan willen maken?
Wie zou de ‘wrijvingen’ tussen man en vrouw willen missen?
Wie zou de … liefde willen missen?
Want daar gaat het uiteindelijk om.
Dat is de reden van die ‘oorlog’.
En de voorwaarde voor die liefdesoorlog is de scheiding,
de scheiding die er niet zou zijn zonder de draak.
We vechten dus niet tégen de draak.
We vechten mét de draak.
We vechten om de liefde Gods.

Misschien begrijpt u al een beetje waarom ik zo hardnekkig vasthoud aan mijn ‘tweeledig’ denken, tegen alle antroposofische protesten en bezwaren in.
Ik vecht helemaal niet tégen het drieledig denken, ik vecht mét het drieledig denken.
Ik vecht ermee zoals ik met mijn vrouw vecht: om er mij des te beter mee te kunnen verenigen.
Er staat veel op het spel als man en vrouw met elkaar vechten.
Want zij vechten uit liefde, om de liefde en voor de liefde.
De liefde is het begin en het einde van de strijd.
En daartussen groeit zij.
De liefde groeit door te leven, te sterven en te verrijzen.

Ziedaar de drieledigheid zoals ík ze zie:
een zich voortdurend transformerende tweeledigheid,
een onafgebroken metamorfose van het gevecht tussen de tegenpolen.
En dat gevecht zelf is de derde pool, een pool die steeds in ontwikkeling is.
Ze begint fysiek, bijvoorbeeld als la guerre des sexes.
En geleidelijk, heel geleidelijk wordt ze geestelijker.
Stap voor stap wordt ze een kunst.
En ten slotte eindigt het gevecht als een spel, in de hoge betekenis die Schiller eraan geeft.

Als we de dualiteit in de tijd plaatsen, als een steeds evoluerende relatie tussen twee polen, dan vormt ze geen tegenstelling met de driegeleding, dan IS ze reeds een driegeleding.
Dualisme en driegeleding als een tegenstelling zien, en de een verwerpen ten voordele van de andere, is geen driegeleed maar dualistisch denken.

20131027-141519.jpg

Maar ook de tijd heeft een structuur.
Ze verloopt in zeven fasen, waarvan de middelste een keerpunt is.
En op dat keerpunt moet de mens kiezen.
Daar moet hij kiezen tussen de fysieke liefde (de liefde voor de materie), en de geestelijke liefde (de liefde voor de geest).
In het ‘midden’ van de tijd wordt de liefde vrij of raakt ze definitief in de greep van de draak.
Want in dat midden ontmoeten de tegenpolen elkaar op volle kracht.
Les extrêmes se touchent.
Ofwel vindt dan de ‘Steigerung’ plaats, zoals Goethe het noemt,
ofwel gaat de ‘verlaging’ van de liefde onverminderd door.
Want anders dan in de plantenwereld vindt de ‘verhoging’ in de mensenwereld alleen plaats als de mens het wil, als hij ervoor kiest.
En dat is een buitengewoon moeilijke keuze.
Want in de uitersten die elkaar raken, leven Lucifer en Ahriman.
Zij reiken elkaar in het midden de hand en proberen de mens naar beneden te sleuren.

Over deze keuze lees ik niets in het boek van Henk Verhoog.
Het is alsof hij van het dualisme meteen overstapt naar de driegeleding zonder zich af te vragen hoé dat moet gebeuren.
Daardoor komt hij in een nieuw dualisme terecht: dat tussen dualisme en driegeleding.
Zou dat niet de reden zijn waarom de antroposofische driegeleding niet van de grond komt?
Het hart van de driegeleding ontbreekt, het levende midden, waar een vrije keuze wordt gemaakt.
En als er niet bewust gekozen wordt, krijgen (luciferisch) sektarisme en (ahrimanische) verstarring de antroposofie in hun greep.

Het grote probleem is dus de overgang van ruimte naar tijd.
Wanneer we de drempel overschrijden – en dat doen we allemaal in deze tijd – dan betreden we de etherische wereld, de wereld van de tijd.
Hier zijn geen vaste structuren zoals in de ruimte, alles is er in beweging, alles evolueert, alles metamorfoseert.
Hier vind je de afwisseling van dag en nacht, de afwisseling van de seizoenen, het eeuwig bewegende leven.
Als we hier het bewustzijn niet willen verliezen, dan moeten we ons ‘ruimtelijke’ dualistische denken verlossen uit zijn verstarring.
We moeten het als het ware bevochtigen en kneden zoals een beeldhouwer dat met zijn klei doet.
We moeten het ‘spiritualiseren’.

Dat betekent dat we in processen moeten leren denken.
En dat is heel, heel moeilijk.
Maar juist in de natuur hebben we een prachtig voorbeeld.
Want alles in de natuur speelt zich af tussen licht en donker, tussen hemel en aarde, tussen water en land.
De natuur is door en door dualistisch.
Maar wat een onvoorstelbaar kunstwerk is de kringloop van het jaar, dat dualisme-in-beweging!
En welke schitterende geest drukt zich daarin uit!
Die geest is Christus, de God die zich in de tijd manifesteert.
En hij doet dat vooral in het midden, op het keerpunt van de tijd.

20131027-141701.jpg

In de natuur is dat keerpunt de herfst.
In het denken is dat het tweegelede denken.

In dit tweegelede of polaire denken keert het dualisme om tot driegeleed denken.
Het is een overgangsdenken dat de brug slaat tussen het dualistische ruimtelijke denken en het driegelede geestelijke denken.
Het is het Michaëlische denken-in-actie.

In het dualistische denken komen we tot bewustzijn (ex Deo nascimur).
In het tweegelede denken sterft dit bewustzijn (in Christo morimur).
In het driegelede denken wordt het opnieuw geboren (per Spiritus Sanctus reviviscimur).

Het Michaëlische denken is een stervend dualistisch denken, een herfstdenken.
Maar het is een bewust stervend denken, een denken dat de herfst – en we leven in de herfst der tijden – bewust doormaakt.
En juist omdat het bewust sterft, verrijst het denken ook opnieuw, en wel in een driegelede vorm.
Het driegelede denken is het gestorven en verrezen dualistische denken.
Het is er de metamorfose van, niet het tegenovergestelde.
Een levend driegeleed denken wijst het dualistische denken derhalve niet af.
Het reikt het de hand en vormt er een eenheid mee, een driegelede eenheid:
dualisme – polariteit – driegeleding.
Wie het tweegelede polariteitsdenken niet onderscheidt van het dualistische denken en tegenover beide gaat staan, denkt niet driegeleed.
Hij denkt dualistisch.
En juist omdat hij zich tegen het dualisme keert, is zijn denken zelfvernietigend.

Dat is dan ook de keuze waarvoor de moderne mens vandaag staat:
ofwel leert hij tweegeleed denken ofwel vernietigt hij zijn denken.
En dat geldt ook voor de antroposoof.
Hij mag dan wel veel over de driegeleding denken, maar zolang hij het hart van de driegeleding – het tweegelede denken – vermijdt, zal hij de antroposofie niet kunnen beletten zichzelf te vernietigen.

Ik heb het boek van Henk Verhoog over de driegeleding met grote belangstelling gelezen.
Het is heel interessant en ik kan het iedereen aanbevelen.
Maar er ontbreekt iets in, en wel het belangrijkste: het hart.
Dat wil niet zeggen dat dit boek niet vanuit het hart geschreven is.
Henk Verhoog is duidelijke een enthousiaste, bezielde antroposoof.
Maar het ontbreekt hem aan bewustzijn van dat hart.
Hij betreedt het middengebied niet bewust (genoeg).
En daardoor blijft zijn betoog schematisch en abstract.

Lees bijvoorbeeld wat hij schrijft over de Weihnachtstagung, het Grote Keerpunt van de antroposofie.

‘De Grondsteenspreuk is uitgesproken tijdens de grondsteenlegging, een toespraak van Steiner op 25 december 1923, waarbij hij niet een fysieke grondsteen legde, zoals men pleegt te doen bij een nieuw gebouw, maar een geestelijke grondsteen. Deze grondsteen werd door Steiner ‘in de harten van de mensen gelegd’. Daarmee wordt bedoeld dat het niet alleen gaat om iets dat je met je verstand kunt begrijpen. Het gaat om iets dat in je ziel, in het middengebied van de mens, moet worden opgenomen als een ijkpunt voor al je denken, voelen en willen. Vandaar de grote nadruk in deze toespraak, en ook al tijdens de openingstoespraak op 24 december, op het hart.
In deze openingstoespraak zei Steiner dat de antroposofische vereniging (beweging) alleen recht van voortbestaan heeft als de leden er een aangelegenheid van het hart van maken. Hij gaf verder aan dat hij alle gedelegeerden bijeengeroepen had om ‘een harmonie van harten’ tot stand te brengen.
(…)
De Grondsteen werd door Steiner ter plekke in de etherwereld gevormd uit de krachten van de Triniteit: de geest der hoogten, de Christuskracht in de omtrek en de scheppende Vaderkracht die uit de diepten stroomt.
(…)
Steiner beschreef de Grondsteen als iets dat door de leden in hun hart kan worden opgenomen, iets waarop ze kunnen bouwen bij hun toekomstige werk binnen en buiten de vereniging.
(…)
Daarom sprak Steiner ook over een ‘liefdessteen’. Werkelijk iets nieuws scheppen dat in overeenstemming is met de goddelijke scheppingskrachten, is een daad van liefde. Antroposofie moet na de Weihnachtstagung niet meer alleen gedacht, maar ook geleefd en gedaan worden vanuit het hart als centrum.’

20131027-142015.jpg
(bron: http://www.stella-anthroposophica.de)

Dat is veel ‘hart’ en ‘liefde’.
Volkomen terecht overigens.
Maar wat moeten we ons in godsnaam voorstellen bij die ‘liefdessteen’?
Wat is ‘een grondsteen die in de etherwereld gevormd wordt uit de krachten van de Triniteit en in de harten van de mensen wordt gelegd’?
Het is dit soort formuleringen waar niet-antroposofen finaal op afknappen.
En er zullen ook wel niet veel antroposofen zijn die begrijpen waarover het hier gaat.
Dit is geen antroposofie die ‘niet alleen gedacht, maar ook geleefd en gedaan wordt vanuit het hart als centrum.’
Dit is pre-Weihnachtstagung-antroposofie.
Dit is dualistische antroposofie in een driegeleed kleedje.
Dit is antroposofie die netjes om de hete brij heen loopt.
Dit is het soort antroposofie dat nooit iets kan betekenen voor de wereld.
Goed bedoeld, dat wel, maar krachteloos.

Dat is een hard oordeel, en altijd wanneer ik zo’n oordeel vel, gaat er een alarmbelletje rinkelen.
Ik heb namelijk (met scha en schande) geleerd dat dergelijke oordelen ook altijd op jezelf slaan.
Hoe waar ze ook mogen zijn, als je ze niet op jezelf betrekt, maak je dezelfde fout als degene waarover je oordeelt.
Ik vermoed dus dat mijn eigen uiteenzetting over twee- en driegeleding mank gaat aan hetzelfde euvel: te abstract, te schematisch, te levenloos.
Het probleem is dat je dat zelf niet ziet, want je zit IN het denkproces en dat voelt heel levendig en spannend aan.
Je weet echter niet hoe het er van buitenaf uitziet, voor degene die leest wat je schrijft.

Dus wil ik een volgende keer proberen om een en ander wat concreter, wat levendiger te maken, met het risico dat ik in het andere uiterste val.
Maar dat kun je nu eenmaal niet vermijden.
Het middengebied is het gebied waar risico’s worden genomen.
Het is het gebied van de vrije keuze.
Het gebied ook waar de draak wordt bevochten.
En daar kom je nooit zonder kleerscheuren van af.

20131027-142840.jpg

Advertenties