Schorpioen

door lievendebrouwere

20131029-134008.jpg

Het is alweer een hele tijd geleden dat ging luisteren naar een Nederlandse astroloog die in Gent kwam spreken. Ik herinner me niks meer van zijn voordracht, behalve dat hij op een bepaald moment zei: ‘ik zou over elk teken van de dierenriem een boek kunnen schrijven, behalve over de Schorpioen, daar heb ik twee boeken voor nodig.’

De Schorpioen is niet zomaar een teken.
Om daaraan te beginnen, heb ik een aanloop nodig.

Ik begin in juli, wanneer de zon nog hoog aan de hemel staat.
De aarde wordt dan als het ware platgedrukt onder het zonnegeweld.
Niets beweegt nog, ook de tijd niet.
Alles smelt samen tot één geheel dat zelfs de wolken niet kunnen verbreken.
In augustus komt de zon een beetje tot bedaren.
De aarde kan weer ademhalen.
Ze ligt er nog altijd onbeweeglijk bij, als een leeuw.
Maar ze ontspant zich, het ergste is voorbij.
De zon straalt nu een rustig gezag uit.
De wereld heeft een middelpunt gekregen.
Alle dingen krijgen hun plaats in het geheel.
Het is geen samengesmolten massa meer zoals in juli.

In september wordt dat geheel kleiner.
Het krijgt menselijke afmetingen.
De zon is nu niet meer de vurige minnaar die zich ‘on the top of the world’ voelt.
Hij is een rustige huisvader geworden die klusjes opknapt, terwijl zijn vrouw het huishouden bereddert, opgelucht dat ze ook weer aan het werk kan.
Het grote liefdeswerk is gedaan en nu begint het kleine.
De uiterlijke rust van de Leeuw wordt tot de innerlijke rust van de Maagd.
Terwijl binnenshuis rustige bedrijvigheid heerst, daalt buiten een betoverende stilte over de natuur.
Nog altijd is er eenheid tussen hemel en aarde, tussen binnen en buiten, tussen man en vrouw, maar de taken zijn nu keurig verdeeld.

In oktober beginnen zich duidelijk twee polen af te tekenen: de schalen van de Weegschaal.
Maar het is nog geen scheiding, want de schalen blijven met elkaar verbonden.
De zakelijke, huishoudelijke activiteit van Maagd wordt nu een kunstzinnige activiteit.
De polen wisselen elkaar ritmisch af, zoals een schilder ook telkens achteruit stapt om te kijken of het goed is.
De verinnerlijkte, vermenselijkte zon is nu tot een beeld geworden.
Zijn liefdeswerk is een kunstwerk geworden.
Een kunstwerk dat het scharnierende middelpunt vormt tussen de scheppende mens en de oordelende mens.
Oktober is de maand der beelden: het scheppen van beelden, maar ook het zien van beelden.

De louter zintuiglijke natuur van juli krijgt stap voor stap een innerlijke betekenis.
Haar geestelijke dimensie wordt langzaam zichtbaar.
Naast de ‘horizontale’ (natuurlijke) polariteit ontstaat nu ook een ‘verticale’ (geestelijke) polariteit: tegenover het scheppende middelpunt van de zon wordt nu ook een vernietigende pool zichtbaar: die van de draak.
Oktober is de Michaëlmaand: de strijd met de draak begint.
Maar die strijd speelt zich nog altijd af binnen een harmonisch, kunstzinnig geheel.
Michaël is de schitterend uitgeruste ridder die de draak volgens de regels van de kunst bevecht.

20131029-134035.jpg

Op het moment dat ik dit schrijf, woedt er buiten een herfststorm.
Donkere wolken jagen laag en dreigend door de lucht.
De roerloze donsdekenhemel van oktober is in beweging gekomen, een machtige, indrukwekkende beweging.
De wind giert door de bomen en rukt aan de daken.
Alles wat niet goed vast zit, wordt meegesleurd.
Scorpio zal blijven rukken tot alle bladeren op de grond liggen en de bomen er naakt bij staan.
De scheiding zal dan compleet zijn.
Alle leven zal naar binnen verdwijnen, onder de grond of in de huizen, en buiten zal de dood regeren.

De zonovergoten wereld van juli, toen mens en natuur nog een eenheid vormden, is nu uiteengevallen in twee werelden: de menselijke en de natuurlijke, de innerlijke en de uiterlijke, de levende en de dode.
En daarover kun je inderdaad twee boeken schrijven: het boek van de natuur en het boek van de mens.
Of het boek van de materie en het boek van de geest.
Juist door hun scheiding, wordt de mens zich van beide bewust.
Schorpioen is enerzijds het teken van de zelfbewustwording van de mens.
Maar anderzijds is ook het teken waarin de mens zich bewust wordt van de lagere, duistere natuur, de natuur waar de draak heerst.
Er is niks lieflijks aan de storm die nu raast.
Hij is als een hongerig monster op zoek naar een prooi, naar een zwak element dat hij los kan rukken uit de mensenwereld en mee kan sleuren in zijn kolkende natuurwereld.

November is de maand waarin het middelpunt dat zich in augustus vormde en in september in beweging kwam, de omtrek van de cirkel bereikt heeft.
De Schorpioen is het teken van het keerpunt.
Nu moet de mens kleur bekennen, nu moet hij kiezen.
Zet hij zich schrap of laat hij zich meesleuren?
Kiest hij voor de mensen of kiest hij voor de draak?
Het is angstaanjagend om de wind te horen gieren door alle gaten en kieren van het huis, als een roofdier dat rond het huis sluipt op zoekt naar een opening, een spleet of een loszittend raam om naar binnen te komen.
Stadsmensen die in hun comfortabele, hermetisch afgesloten huizen wonen, kennen dat gevoel waarschijnlijk niet meer.
Maar als je huis nog ‘openingen’ heeft naar de natuur, zit je constant onder spanning, want ieder moment kan er een deur openvliegen, een raam openslaan, een dakpan naar beneden vallen, of erger.
Ik heb ooit nog een atelier gehad in een huis waarvan op een dag het hele dak is weggewaaid en twee straten verder neergekomen.
Ja, wanneer de Schorpioen een opening ontdekt en binnen raakt dan richt hij een ravage aan, dan vallen er brokken.

Mensen die onder dit teken geboren zijn, vinden feilloos iemands zwakke plek, en als ze daar dan hun gif in spuiten, vergeet je het niet gauw.
Ze kunnen mensen diep kwetsen, niet alleen uiterlijk maar ook, en vooral, innerlijk.
Want de draak valt nu van twee kanten aan: van buiten én van binnen.
Maar zelf staan deze mensen ook voortdurend onder spanning, want ze leven op de grens tussen de twee polen, op de plaats waar les extrêmes se touchent.
Als ze zich in één van beide richtingen laten meesleuren, dan zijn de gevolgen soms niet te overzien.
Daarom beschikt een Schorpioen ook over een stalen zelfbeheersing, hij heeft zichzelf volkomen onder controle. Denk maar aan de Japanners, een uitgesproken Schorpioenenvolk. Hun zelfbeheersing is legendarisch. Het verlies ervan ook.
Een verhaal als ‘Doctor Jekyll and mister Hyde’ kon alleen door een Schorpioen geschreven worden.

20131029-134231.jpg

Alle dierenriemtekens dragen een dubbelheid in zich, maar nergens is die zo extreem als in Schorpioen.
In dit teken staan goed en kwaad lijnrecht tegenover elkaar, en derhalve moet er gekozen worden.
De Schorpioen is tot het allerhoogste in staat: hij wordt dan een adelaar.
Hij verenigt beide polen dan in zijn Ik en stijgt boven iedereen uit.
Johannes, de leerling die Jezus liefhad, was een Schorpioen.
Maar hij is ook tot het allerlaagste in staat: hij wordt dan een draak die de sluwe verleidingskracht van Lucifer paart aan de kille beredenering van Ahriman.
Judas, de leerling die Jezus met een kus verraadde, was eveneens een Schorpioen.
De Schorpioen staat het dichtst bij Christus, maar hij staat ook het dichtst bij de draak.
Hij is degene die Christus trouw blijft tot in de dood, maar hij is ook degene die Christus aan het kruis slaat.

Dezelfde extremen treffen we ook aan in dat andere Schorpioenland, Duitsland.
Het heeft figuren voortgebracht als Bach, Goethe en Schiller.
Maar het heeft ook Hitler, Himmler en Goebbels voortgebracht.
Hitler was weliswaar geen echte Duitser, hij kwam uit Oostenrijk.
Maar dat gold ook voor Rudolf Steiner.
Beiden hebben echter carrière gemaakt in Duitsland.
Het is pas toen daar de ster van Hitler begon te rijzen dat Steiner uitgeweken is naar Zwitserland.

Hitler en Steiner vormen een archetypisch Scorpio-koppel: ze belichamen als geen ander de extremen waartoe dit teken in staat is.
In hun persoon betraden goed en kwaad het toneel van Duitsland.
En de Duitsers moesten kiezen.
De tragische geschiedenis van dit hoogontwikkelde Schorpioenland toont niet alleen aan hoe moeilijk de keuze is tussen mens en draak, maar ook hoe groot de gevolgen van die keuze zijn.
Want veel van wat er vandaag in de wereld gebeurt, vloeit nog altijd voort uit de verkeerde keuze die de Duitsers gemaakt hebben.
Natuurlijk waren zij niet de enige schuldigen.
Zij vertegenwoordigden het Ik van de mens, het Ik dat op het keerpunt der tijden moet kiezen tussen goed en kwaad.
Als zodanig vertegenwoordigden de Duitsers iedere mens.
Ze waren Jedermann en Jedermann heeft schuld aan hun keuze.

We kunnen uit het lot van Duitsland veel leren over de beslissende keuze waarvoor de mensheid vandaag staat.
Onder meer dat er geen derde mogelijkheid is.
Het is onzin om te zeggen dat de juiste keuze de gulden middenweg tussen Hitler en Steiner is: een paar vernietigingskampen en een paar steinerscholen.
Dat slaat nergens op.
Nee, in de Schorpioen moet de mens zelf het gulden midden zijn.
En dat midden houdt een duidelijke standpuntbepaling in.
Je kunt niet voor Hitler en Steiner tegelijk zijn.
Sommige antroposofen hebben gemeend dat ze zowel lid van de Antroposofische Vereniging als van de nazipartij konden zijn.
Het was een tragische vergissing.
Ook vele anderen hebben die vergissing gemaakt: ze dachten dat ze de vrede konden bewaren door de kerk in het midden te houden.

20131029-134415.jpg

Maar in de Schorpioen IS er geen midden.
Er is alleen de intense spanning tussen de tegenpolen, een soort leegte, het oog van de storm.
En die leegte wordt ofwel door de mens ofwel door de draak ingenomen.
Dit is het vrijheidsmoment van het jaar: in november moet er gekozen worden, willen of niet.
Nu zaait de mens wat hij in december, op het dieptepunt van het jaar zal oogsten.
En ofwel zal dat het kerstkind zijn (het nieuwe menselijke midden) ofwel een wisselkind (het nieuwe draken-Ik).

In de Schorpioen wordt de Maagd bevrucht.
November is niet alleen de maand van de grootste tegenstelling, maar ook van de diepste vereniging: les extrêmes se touchent, beide polen bevruchten elkaar.
Scorpio is dan ook het teken van de sexualiteit.
De sexuele vereniging verandert alles.
Zij is het fysieke beeld van het keerpunt.
Zolang er tussen man en vrouw geen sexuele vereniging heeft plaatsgevonden, kan het nog alle kanten op.
Daarna niet meer.
Dan treedt de relatie in een ander stadium.
De zwangerschap begint en valt niet meer te stuiten.
Tenzij met moordend Scorpio-geweld.

De relatie tussen man en vrouw begint in de Weegschaal.
Beide partners wikken en wegen: hebben ze de juiste gevonden?
Om daarachter te komen gebruiken ze zowel hun gevoel als hun verstand, en proberen die twee in evenwicht te houden om zo tot een ja of neen te komen.
In de Schorpioen wordt die keuze in de daad omgezet: de vereniging vindt plaats en het keuzemoment is voorbij.
In de Boogschutter kan er niet meer gekozen worden.
Het gaat nu in rechte lijn naar kerstmis, naar de geboorte van het kind.
De mens kan nu – zoals iedere zwangere vrouw – niets anders meer doen dan in verwachting zijn.
Met de geboorte wordt de beslissing die in Weegschaal werd genomen en in Schorpioen werd uitgevoerd, omgezet in werkelijkheid, een werkelijkheid die in het diepste van de tijd zichtbaar wordt.
Het morele oordelen van de Weegschaal en het scherpe onderscheiden van de Schorpioen spelen nu geen rol meer.
Het kind zal geboren worden en omringd met de beste zorgen.
Of het nu een kerstkind of een drakenkind is.
Zoals een vogelmoeder geen onderscheid maakt tussen haar eigen jongen en een koekoeksjong, zo zal de mens nu geen onderscheid meer maken tussen Christus en de draak.
Hij zal ze beide liefhebben met de zelfopofferende liefde van de moeder.

20131029-134558.jpg

In Leni Riefenstahls film ‘Triumph des Willen’ over de grote nazi-bijeenkomst in Neurenberg kan men zien met hoeveel enthousiasme de vrouwen Hitler begroetten.
Je kunt nochtans niet zeggen dat Hitler een sexy man was.
Hij had heel wat Scorpio-eigenschappen, maar sex-appeal was er niet bij.
Hij zag eruit als een onbeduidende proleet.
En toch spreekt er uit de ogen van die enthousiaste vrouwen onvervalste liefde.
Duitsland was verliefd op Hitler, niet met de wikkende en wegende verliefdheid van de Weegschaal, en evenmin met de erotische daadkracht van de Schorpioen, maar met blinde moederliefde.
Duitsland zag – met de helderziendheid van de liefde – in Hitler ‘het kind’ van Duitsland, het langverwachte kind dat alles anders zou maken.
Het kon niet anders dan Hitler liefhebben, zoals ook een moeder niet anders kan dan haar kind liefhebben, zelfs al twijfelt ze eraan of het wel haar kind is.
Ze heeft eenvoudig geen keuze.
Alleen in Weegschaal en Schorpioen – in de Michaëlstijd – heeft de mens een keuze. Daarna niet meer.
Als het kind in december geboren wordt, kan hij niet anders dan het liefhebben, ook al vernietigt het zoals een koekoeksjong al zijn eigen kinderen.
Dat Duitsland niet helemaal vernietigd werd, dankt het aan enkele individuen, die in het heetst van de strijd (toen de geallieerden en de Russen Berlijn in de tang hadden) het hoofd koel hielden en weigerden de laatste bevelen van Hitler uit te voeren.

Wat in Duitsland gebeurde, is niet zomaar een eenmalige en onbegrijpelijke catastrofe.
Het is een soort oerbeeld van de verkeerde keuze.
Het toont ons wat er gebeurt als we de Michaëlische onderscheidingskrachten van Weegschaal niet ontwikkelen en ons in Schorpioen door de draak laten bevruchten.
Verleden en toekomst ontmoetten elkaar in dat Scorpio-beeld, en zolang we het niet doorgronden, zal het zich blijven herhalen.
Het zal van de tegenwoordigheid van geest van individuen afhangen of het einde de totale vernietiging zal zijn, het Armageddon.
Van deze Michaëlieten zal het afhangen of er een mondiaal Wirtschaftswunder zal plaatsvinden en of de wereld (die in één groot nazi-Duitsland zal zijn herschapen) op wonderbaarlijke wijze aan de totale vernietiging zal ontsnappen en weer uit zijn assen verrijzen.

Het Duitse oerbeeld is een typisch Schorpioenbeeld: het bevat beide mogelijkheden, de totale vernietiging en de wonderbaarlijke verrijzenis.
Hoe apocalyptisch dit beeld ook is, het bevat ook de hoop op een nieuwe en betere wereld, want het toont ons hoe de feniks uit zijn assen verrijst.
Maar dat moeten we wel willen zien.
We moeten de Michaëlische moed opbrengen om dit oerbeeld in zijn geheel te zien, want het zal van ons onderscheidingsvermogen afhangen of op het ‘Stirb’ ook een ‘Werde’ zal volgen.
En in dezen dragen de antroposofen een zware verantwoordelijkheid.
Zij maken namelijk deel uit van het oerbeeld.
Zij moeten de moderne mens tonen dat hij een vrije keuze heeft.
Ze moeten de twee keuzemogelijkheden duidelijk zichtbaar maken.
En één van die opties zijn zijzelf.
De keuze waarvoor de mensheid staat, is de keuze tussen Christus en de draak.
Maar dat is de geestelijke grond van de zaak, en die kan de moderne mens niet waarnemen.
Hij is aangewezen op beelden van die geestelijke werkelijkheid, sprekende beelden.
En de meest sprekende beelden zijn Rudolf Steiner en Adolf Hitler.
Deze twee mensen hebben zichzelf tot een levend beeld van respectievelijk Christus en de draak gemaakt.
Zij zijn de aardse oerbeelden waartussen de moderne mens moet kiezen.
Het beeld van Hitler wekt vandaag algemene afschuw op.
Maar de beslissende keuze kan nooit uit afschuw gemaakt worden, want dan wordt het een drakenkeuze.
Dat kunnen we vandaag duidelijk zien: de afschuw voor Hitler leidt niet naar Rudolf Steiner en de antroposofie. Hij leidt naar een metamorfose van Hitler, en die wordt opnieuw niet herkend, wel integendeel.

20131029-135005.jpg

Deze metamorfose van de draak, die zich vandaag in een geheel andere vorm manifesteert, wijst erop dat ook de antroposofie een metamorfose moet ondergaan, wil zij tenminste de draak nog kunnen bevechten en de moderne mens op die manier een alternatief bieden.
Het kan in onze tijd niet meer gaan om de navolging van de persoon Rudolf Steiner of om het in stand houden van de antroposofische vormen.
Het gaat om de geest van Rudolf Steiner en om de inhouden van de antroposofie.
Beide moeten een vorm aannemen die aangepast is aan onze tijd, met name aan de vorm die draak vandaag heeft aangenomen.
En dat betekent dat we de draak moeten ontmaskeren.
We moeten hem leren herkennen in de moderne, hedendaagse wereld.
De geest van de antroposofie wordt maar zichtbaar tegen de donkere achtergrond van de draak.
Als we die duisternis niet zien, zien we ook het licht niet dat in die duisternis schijnt.
We kiezen dan voor een schijnlicht.

Dit soort beschouwingen hebben een apocalyptisch karakter.
Het is niet het soort beschouwingen dat een mens voor zijn plezier leest.
Schorpioen is het teken van de omkering: hij brengt zaken aan het licht die in duistere diepten leven, zaken die we niet kennen en ook niet willen kennen.
Maar toch kennen we ze.
We kennen ze in hun kunstzinnige oervorm.
En die oervorm is het ‘Offenbare Geheimnis’ van de natuur.
Al die duistere, dreigende gedachten over de draak en het kwaad zien we ieder jaar in beeldvorm verschijnen in de herfst.
Het is een onaangenaam seizoen, met wind en regen, met kille kou en ziekte.
En ieder jaar weer is het een beproeving en voelen we de draak onder onze leden kruipen, niet bij machte om ons te verzetten tegen zijn sluipende werking, die ons doet hoesten en snotteren en ellendig voelen.
Maar wie zou de herfst willen missen?
Voor veel mensen is de herfst het mooiste seizoen, het seizoen ook dat het best past bij de moderne tijdsgeest.
Als de zon het op een mooie dag wint van de draak, dan wordt de natuur een explosie van adembenemende schoonheid, een schoonheid zoals we die alleen in dit seizoen kennen.
Wat is er mooier dan op een donkere herfstdag de zon te zien doorbreken en de natuur te zien opvlammen als een vuur tegen de donkergrijze achtergrond van een dreigende hemel?
Voor mij is dat hét beeld van de strijd met de draak, van het licht dat – even – opvlamt in de duisternis.

20131029-135812.jpg

Het wonderlijke is dat alles wat we in onze tijd beleven, al van oudsher als beeld in de natuur opgeslagen ligt.
Tijd en ruimte vallen samen in de beelden van de natuur.
Verleden, heden én toekomst zijn reeds aanwezig.
We beleven als het ware ieder jaar de hele wereldgeschiedenis, de voorbije én de toekomstige.
Het is er allemaal, alleen zien we het niet.
Want we kunnen de beelden van de natuur niet lezen.
En dat is niet omdat ze zo’n duister, apocalyptisch karakter hebben.
Nee, het is juist omdat ze zo adembenemend mooi zijn.
We kunnen die schoonheid niet verdragen en werpen ons dus in haar armen.
We beleven het jaar onbewust, we bewegen mee met de gang der seizoenen.
En vaak is het enige wat daarvan tot bewustzijn komt, onze dagelijkse commentaar op het weer: goed weer vandaag! Of: slecht weer vandaag!
Als we dit gevoelsmatige morele oordeel uitbreiden, en bewuster gaan oordelen over het weer, dan maken we ons langzaam los uit de kringloop van het jaar.
We beginnen die kringloop dan bewust waar te nemen.
En naarmate we afstand nemen en naar het middelpunt van de cirkel opschuiven, wordt die kringloop alsmaar mooier, alsmaar adembenemender.
We staan dan in het midden van wat Rudolf Steiner ‘de dans der cherubijnen’ noemde.
Maar tegelijk worden we ons ook bewust van de draak, want het is dankzij zijn krachten dat we ons kunnen losmaken uit die kringloop.
De draak wil ons naar dat middelpunt – de aarde – voeren, maar hij wil niet dat we dat met open ogen doen.
Hij wil dat we ons losmaken van de beelden van de natuur en blindelings naar het middelpunt lopen waar we alleen nog atomen zien ronddansen.
Hij wil niet dat we op weg naar dat midden steeds bewuster worden en steeds duidelijker de schoonheid van de natuur zien. Hij wil juist dat we ons bewustzijn verliezen en ons overgeven aan de duisternis, want in dat middelpunt kan hij dan de plaats van ons Ik innemen. We hebben dan niet meer het bewustzijn om dat op te merken, laat staan om er ons tegen te verzetten.

Het waarnemen van de natuur, het steeds bewuster waarnemen van de natuur in ruimte en tijd, is het grote anti-gif tegen de bewustzijnsverdovende werking van de draak.
Want in de natuur zien we een beeld van de Drieëenheid, een zelfportret van God.
De manier waarop de tijd zich uitdrukt in de ruimte, zodat we onze moderne tijd kunnen herkennen in de herfst, geeft ons een idee van hoe we de relatie tussen de Vader en de Zoon moeten zien.
Ze zijn beiden één, maar de Vader drukt uit in de ruimte wat de Zoon uitdrukt in de tijd. En beiden drukken de Drieënheid uit, want de relatie tussen Vader en Zoon is de derde persoon, de Heilige Geest.
Door het dubbele karakter van de natuur te onderscheiden, door te zien hoe tijd en ruimte zich verenigen, worden we ons bewust van de relatie tussen Vader en Zoon, en wekken we de Heilige Geest in onszelf.
Door ons los te maken uit de natuur, door tegenover haar schoonheid te gaan staan en die bewust waar te nemen, verenigen we ons stap voor stap met de geest van die natuur, dat wil zeggen met de Drieëenheid.

20131029-140325.jpg

In de kringloop van het jaar beleven we de relatie tussen Vader en Zoon, want ruimte en tijd verenigen zich hier.
De tijd – dat ongrijpbare fluïdum – wordt zichtbaar in de ruimte van de natuur.
Tijd wordt tot beeld, en daardoor begint dat beeld te spreken.
De Logos, het Woord, wordt hoorbaar doorheen de beelden van de natuur.
Als we tenminste luisteren naar hun taal.

Maar vóór we kunnen luisteren, moeten we eerst zien.

We moeten de natuur als een beeld leren zien, en dat kunnen we alleen als we ook met ons hart kijken en niet alleen met ons hoofd.
In geen enkel seizoen spreekt de natuur zo sterk hoofd én hart aan als in de herfst.
Het welsprekendst is de herfst in de maand van de Weegschaal, maar het luidst spreekt ze in de Schorpioen.
In de Weegschaal spreekt zij vooral als beeld en ligt de klemtoon op het zien.
Oktober is kunstzinnigste maand, maar dan in de zin van de beeldende kunst.
In de Schorpioen verschuift de klemtoon naar het horen. De beelden beginnen hier te spreken.
Schorpioen is de kunstzinnigste maand in de zin van de muziek, met name de ‘beeldende’ muziek, de klassieke muziek.
Niet voor niets is de grootste klassieke componist een Duitser: Bach.
Hij verbindt als geen ander de beide polen van de Schorpioen: een uiterst abstract denken en een grote kinderlijke innigheid.
Groter contrast is niet denkbaar, maar Bach verzoent de tegenstelling spelenderwijs. En juist dat geeft zijn muziek dat unieke eeuwigheidskarakter.

20131029-140502.jpg

Het verschil tussen oktober en november is het verschil tussen de beeldende kunst en de muziek.
De eerste speelt zich af in de ruimte, de tweede in de tijd.
De eerste zwijgt in stilstaande beelden die ons uitnodigen om te kijken en ons daarbij alle ruimte en vrijheid geven.
De tweede spreekt in bewegende beelden waar we ons moeten aan overgeven en die ons veel minder vrijheid laten.
Onze ogen kunnen we sluiten, maar onze oren niet.
Beelden kunnen we afwijzen, geluiden niet, die dringen hoe dan ook binnen, zoals de Schorpioen dat doet.

Het verschil tussen Weegschaal en Schorpioen beleefde ik heel duidelijk toen ik verleden week ging wandelen in Bottelare, een uitloper van de Vlaamse Ardennen.
Het weer was prachtig en de natuur was hartverscheurend mooi, veel mooier nog dan in Weegschaal.
Het deed werkelijk pijn.
Het was de pijn die je voelt als je heel mooie muziek hoort, de air van Bach bijvoorbeeld.
Het genot dat je beleeft aan zo’n muziek is altijd gemengd met pijn.
De hemel, ons ‘verloren vaderland’ klinkt er veel directer in door dan in de beeldende kunst, waar juist de aardse wereld op het voorplan staat.
Bij de grote schilders voel je die pijn ook wel, maar hij is niet zo schrijnend als in de muziek, die een ondraaglijk verlangen in ons wakker kan maken.
Dat verlangen voelde ik ook toen ik rondliep in het schilderachtige Bottelare op de laatste dag van de Weegschaal, op de grens met de Schorpioen.
De herfst was zo welsprekend geworden, haar geest kwam zo schitterend tot uiting in die tegelijk vurige en tedere schoonheid, dat ik het nauwelijks kon verdragen.
Ik voelde een intens verlangen naar die schoonheid, want ik zag ze wel, maar ik kon er mij niet mee verenigen.
Zien schept namelijk afstand.
Het was hartverscheurend om die schoonheid te zien en tegelijk haar onbereikbaarheid te beleven.
Het was een ontmoeting met de Schorpioen: genot en pijn in één.
Ik was (bijna) opgelucht dat ik weer naar Destelbergen kon terugkeren, waar het allesbehalve schilderachtig is en waar de draak onafgebroken brult en gromt en gilt (op steenweg en autostrade).

20131029-140812.jpg

Human kind cannot bear much reality, schrijft de dichter, en dat geldt zowel voor de schoonheid van de werkelijkheid als voor haar lelijkheid.
Maar het geldt méér voor de schoonheid.
Goethe zei het al: het ondraaglijkste is een reeks van mooie dagen.
Waarschijnlijk had hij het over herfstdagen.
We hebben de lelijkheid nodig om de schoonheid te kunnen verdragen, om haar te kunnen zien, om niet verteerd te worden door haar vuur.
In geen enkel seizoen is de schoonheid van de natuur zo vurig als eind oktober, op de grens van Weegschaal en Schorpioen, waar Michaël de draak ontmoet.
In geen enkel seizoen is de draak ook zo nadrukkelijk aanwezig.
In de natuur buiten ons ontketent hij zijn doodskrachten op stormachtige wijze, in onze eigen natuur sluipt hij ongemerkt binnen en maakt ons ziek.
En juist omdat beide – schoonheid en lelijkheid – hier naast elkaar staan, kunnen we beide waarnemen.
Ze maken elkaar zichtbaar.
En die kans moeten we grijpen.
Want als de Schorpioen gepasseerd is en de draak onzichtbaar wordt door al de kerstlichtjes die we aansteken, verdwijnt ook de schoonheid in de natuur.
Verdwenen zijn dan de zo sprekende herfstbeelden aan de hand waarvan we onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad.
Als we die beelden niet gezien én gehoord hebben, als we ze niet tot innerlijke, bewuste beelden hebben gemaakt, dan zullen we het volgende jaar, wanneer de natuur opnieuw in al haar schoonheid verschijnt, de draak niet opmerken.
We zullen geen oog hebben voor het kruis, dat uitgerekend te midden van al die lente-pracht wordt opgericht.
Ja, in ons enthousiasme voor de nieuwe lente, in onze grenzeloze opluchting dat de lange winter eindelijk voorbij is, zullen we geen flauw benul hebben dat we diep in onszelf veranderd zijn in drakenmensen die Christus juichend aan het kruis nagelen in de overtuiging dat het goede eindelijk zegeviert.

Want dát is wat ons te wachten staat: de komst van Ahriman.
En hij zal niet komen als de draak in november, overal dood en ziekte verspreidend.
Nee, hij zal komen als de lente zelf.
Hij zal in ons nieuw leven wekken, nieuwe hoop.
Hij zal ons verlossen uit de duisternis en ons binnenleiden in een heerlijke nieuwe wereld.
Hij zal verschijnen als de wedergekomen Christus zelf en wij zullen met onze vreugde geen blijf weten.
Tenzij we in ons hart het onderscheid dragen dat we in de herfst gezien en gehoord hebben.
Want alleen met ons hart zullen we de luciferische schoonheid waarin Ahriman zich zal hullen, kunnen ontmaskeren, en onszelf beletten ons in zijn armen te gooien.
Dat laatste is waar Ahriman op wacht om zijn luciferische masker af te gooien en zijn ware aard te tonen.
Geen antroposofische wijsheid zal ons dan kunnen helpen als ze niet tot een onwrikbare ‘grondsteen’ in ons hart is geworden, een helder oog dat zich niet laat misleiden door de geniale kunsten van Ahriman.

20131029-140941.jpg

Dit zal veel mensen wellicht als een duister toekomstvisioen in de oren klinken.
Maar ik kan iedereen verzekeren dat ik niet in de toekomst kan kijken.
Ik bezit geen greintje helderziendheid.
Ik kijk echter wel naar de natuur, naar het eeuwige heden dat zich daar in een continue metamorfose van beelden manifesteert.
En in dat heden is de toekomst reeds aanwezig.

Wie niet graag leest in het boek van de natuur, kan ook lezen in het boek van de geschiedenis, en meer bepaald het hoofdstuk Schorpioen, dat zich afspeelt in Duitsland, in het midden van Europa.
Ook in dit beeld ligt de toekomst reeds besloten.
De opkomst van het Derde Rijk is tevens een beeld van de toekomstige opkomst van Ahriman.
En de verliefde vrouwen in ‘Triumph des Willen’, dat zijn wij.
Het verlangen naar ‘het kind’ leeft nu reeds in ons.
En niets zal ons kunnen weerhouden om dat kind lief te hebben zoals de Duitsers hun ‘kind’ hebben liefgehad.
Daarom is het zaak dat we goed uitkijken door welke geest we ons laten bevruchten.
Want als we eenmaal zwanger zijn, is het te laat.
En de tijd dringt.
Winter is coming…

20131029-141854.jpg

Advertenties