Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Maand: november, 2013

Ik hou fan mein kumpjooter

20131130-173612.jpg

Voorleessoftware kan nadelige effecten hebben voor leerlingen met dyslexie.

Dat blijkt uit een recente publicatie van doctorandus Eva Staels en ontwikkelingspsycholoog Wim Van den Broeck van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) in het wetenschappelijk tijdschrift Journal of Learning Disabilities.

In het onderzoek werd bij 65 zwakke lezers uit het vierde of vijfde leerjaar in Vlaanderen nagegaan hoe ze nieuwe woorden leren. De helft van de leerlingen moest de nieuwe woorden, die verwerkt werden in een aantal eenvoudige teksten, leren met ondersteuning van voorleessoftware. De andere leerlingen kregen geen ondersteuning bij het lezen van de teksten. Een aantal dagen later bleek dat de nieuwe woorden beter geleerd werden door de leerlingen die de voorleessoftware niet hadden gebruikt.
De onderzoekers denken dat het laten horen van nieuwe woorden door middel van de software een negatief effect heeft op het onthouden van nieuwe woorden, omdat de lezer de woorden dan niet zelf actief moet decoderen. Uit ander wetenschappelijk onderzoek is al gebleken dat letter voor letter een woord verklanken cruciaal is voor het memoriseren van het letterbeeld waaruit een woord is opgebouwd.
De onderzoekers stellen nu voor om die software enkel te gebruiken nadat de leesontwikkeling bij het kind in grote mate voltooid is. Ze raden af om zwakke lezers al gebruik te laten maken van voorleessoftware in de basisschool. Het is volgens hen enorm belangrijk dat die lezers zoveel mogelijk actief bezig zijn met lezen om hun leesvaardigheden te verbeteren.

20131130-173721.jpg

Advertenties

Armoede

20131130-143854.jpg

Met meer dan 1.500 arrestaties heeft een 64-jarige man uit de Amerikaanse staat Kentucky een triest record gevestigd. Volgens ooggetuigen is de man dakloos en zou hij de kleine overtredingen op zijn zoektocht naar een warm onderkomen mogelijk bewust begaan. Zijn ‘gevangeniscarrière’ duurt al ruim veertig jaar en in die tijd bracht James Brown (zijn bijnaam) meer dan 6.000 dagen in de gevangenis door.

Even rekenen.

1.500 arrestaties op 40 jaar tijd, dat is 37,5 arrestaties per jaar of ongeveer 1 arrestatie om de 10 dagen.
6000 dagen in de gevangenis op 40 jaar, dat is 150 dagen per jaar of ongeveer één dag op twee.
Als ik goed kan rekenen (quod non) dan betekent dat dat de man afwisselend vijf dagen in de gevangenis doorbracht en vijf dagen op straat.

Het is duidelijk: de man sliep liever in de gevangenis dan op straat, wat begrijpelijk is.
Vraag: waarom liet men hem dan niet gewoon in de gevangenis blijven?
Antwoord: daar dient een gevangenis niet voor.
Commentaar: geen speld tussen te krijgen.

Maar deze volkomen logische situatie heeft wel een beschamende en geldverslindende vaudeville tot gevolg.
Want niet alleen is het uitermate zielig dat een man telkens weer de openbare orde moet verstoren om een slaapplaats te krijgen, maar al die arrestaties hebben de Amerikaanse staat ook een fortuin gekost.
Het zou niet minder logisch en veel menselijker en goedkoper zijn geweest om die man gewoon een permanente slaapplaats en gratis eten te geven.
Letterlijk iedereen zou daar beter af mee geweest zijn.
Maar dat is dus niet gebeurd.
Waarom niet?
Omdat men dat ongepast vindt.
Omdat een mens hoort te werken voor de kost.
Wie dat om de een of andere reden niet kan, die moet het maar bezuren.
Daarvoor zijn wij, belastingbetalers, bereid om flink wat geld neer te tellen.
Liever dan dat geld in onze eigen zak te steken en er eens goed mee uit te gaan terwijl de werklozen rustig thuis zitten, geven wij het aan vadertje staat zodat die er kan voor zorgen dat werklozen op straat terecht komen, de openbare orde verstoren, gearresteerd worden, plaats innemen die voor criminelen bestemd is, politiemensen beletten om echt politiewerk te doen, enzovoort.
Want Barbertje moet hangen!
De werkloze moet boeten.
Tot iedere prijs.

20131130-144000.jpg

In Londen heeft men in 2009 een experiment opgezet met 13 daklozen.
Je verwacht het niet, maar die armoedzaaiers kostten de stad ieder jaar 2,5 miljoen pond.
Politie, justitie, zorg: hetzelfde liedje als in Kentucky.
Dat moet beter kunnen, dachten een paar verlichte geesten.
En ze besloten 2% van die 2,5 miljoen pond gewoon aan die daklozen te geven.
Alle 13 kregen ze 3000 pond cash in het handje, zomaar, voor niks.
Ze mochten ermee doen wat ze wilden.
Iedereen dacht natuurlijk: dat gaat hier een orgie worden!
Maar dat viel tegen.
Na één jaar waren 11 van de 13 zwervers van straat verdwenen.
En sommigen zwierven daar al meer dan 40 jaar rond, net als James Brown hierboven.
Eén ervan zat al 20 jaar aan de heroïne.
Hij kickte binnen het jaar af en begon te tuinieren.
Niemand gaf het geld uit aan drugs of drank of gokken.
Integendeel, ze waren er zeer zuinig op. Na één jaar hadden ze gemiddeld niet meer dan 800 pond uitgegeven. En allemaal hadden ze hun leven weer op de rails gekregen, ze hadden hun familie weer opgezocht, ze maakten plannen voor de toekomst.
Gore, haveloze, hopeloze zwervers.

Ik had tot voor kort nooit van dit experiment gehoord.
Nogal begrijpelijk natuurlijk, want het is ronduit choquerend.
Het betekent namelijk dat de armoede in één klap uit de wereld zou kunnen worden geholpen.
Geef de armen gewoon geld, en klaar is kees.
Het komt veel goedkoper uit dan de ‘hulp’ die we nu verlenen.
De zogenaamde armoedebestrijding (het woord alleen al!) is één groot fiasco.
En wel om één reden.
De achterliggende gedachte is barbaars.
De gedachte dat mensen geen menswaardig leven verdienen als ze er niet voor werken.

Daarom worden er geldverslindende constructies opgezet die de armen onder het mom van hulp nog meer straffen.
Voor een fractie van het bedrag dat hij nu gekost heeft, had James Brown uit Kentucky een menswaardig en misschien zelfs aangenaam leven kunnen hebben.
Maar hij moest levenslang vernederd worden, ongeacht de prijs.

Het doet me denken aan een uitspraak van Maxim Gorki.
De rijken minachten de armen niet, schreef hij ooit, ze haten hen, want ze zijn het aangezicht van Christus.

20131130-144125.jpg

Volgens mij is dit de uiteindelijke reden waarom er in de rijke hedendaagse wereld zoveel armoede is.
De armen zijn arm omdat de rijken hen haten, omdat ze hen op alle mogelijke manieren kwellen en straffen, ook al kost dat handenvol geld.
Liever dan een fractie van dat geld gewoon aan de armen te geven, besteden ze het aan uitgebreide en ingewikkelde straf-constructies.
Dat is ook de reden waarom Luc Coene, gouverneur van de Nationale Bank, onlangs verklaarde dat werklozen eigenlijk geen recht hebben op (evenveel) pensioen.
Allemaal heel logisch wat hij zei, maar achter zijn logica schuilt haat, haat tegen de werklozen, haat tegen de armen, haat tegen de mens.
Want zijn werklozen dan niet net zo goed mensen als werkenden?
Hebben zijn niet net zo goed recht op menswaardig leven(seinde) als gelijk wie?
Nee, zegt Luc Coene.

Het is de vraag hoe lang het nog zal duren voor de rijken gaan beslissen wie er recht heeft op leven tout court.
Want dat zij de armoede de wereld uit willen helpen, is pure fictie.
Hoe rijker zij worden, des te armer zullen de armen worden.
Omdat zij vinden dat het zo moet.
En in de mate dat wij ook vinden dat mensen moeten werken voor de kost (en anders niks verdienen) zijn wij medeplichtig aan hun onmenselijkheid.

Het rose cliché

20131130-103913.jpg

Aan het woord is Alexis Dewaele, bestuurslid bij Sensoa en promotor van verschillende onderzoeken met betrekking tot holebi’s.
Hij schrijft vandaag in de krant:

‘Die losbandige homomannen toch! Geef toe, dat is toch ook wat u stiekem denkt als de jaarlijkse cijfers opnieuw aantonen dat het aantal nieuwe hiv-besmettingen bij homomannen is toegenomen. Telkens weer geven die cijfers aanleiding tot verontwaardiging. De internationale consensus is dat ongeveer 5 procent van de homomannen besmet is met het virus, maar op specifieke locaties in België, zoals in bepaalde seksclubs, loopt dat op tot 15 procent.’

Meneer Dewaele, dat is helemaal niet wat ik stiekem denk.
Waar haalt u dat ‘stiekem’ trouwens vandaan?
Laat u alstublieft die insinueringen achterwege, anders ga ik nog denken dat die clichés over homo’s waar zijn.
En die verontwaardiging over de cijfers, waar haalt u dat?
Uit de kranten?
Maar u weet toch dat die garen spinnen bij de spanningen tussen bevolkingsgroepen!
Ik voel geen enkele verontwaardiging als ik lees dat AIDS (veel) meer voorkomt bij homo’s dan bij hetero’s.
Waarom zou ik daar verontwaardigd over zijn?
Hoe komt u bij het idee dat hetero’s (want tot hen richt u zich toch?) verontwaardigd zijn over zieke mensen?
Bent u misschien verontwaardigd als u dikke mensen ziet?
Zij jagen de gemeenschap nochtans ook op kosten.
Is dat een reden om verontwaardigd te zijn?
Dan kunnen we wel verontwaardigd blijven.

Mij stoort het dat u spreekt over ‘stiekem’ en over ‘verontwaardiging’.
Mij storen die vooroordelen over hetero’s.
Mij stoort het dat ik als lid van een groep word aangesproken, een groep die ik dan nog in hoge mate als artificieel beschouw.
Ik snap dat homo’s vaak als groep worden beschouwd, maar dat is nu eenmaal het lot van minderheden.
Ik zou zeggen: deal with it!
En zoek uw heil niet in het behandelen van anderen zoals u zelf behandeld wordt.
Dat is een vicieuze cirkel die de zaken alleen maar erger maakt.
Dat zou u als verstandig mens, als onderzoeker, en als spreekbuis voor de homo-gemeenschap moeten weten.
Maar nee, u schept nog wat kolen op het vuur.

Weet u wat ik denk als ik weer eens zo’n cliché-tekst als die van u lees?
En ik denk het niet stiekem, ik zeg het u vlakaf.
Ik denk dan: arme homo’s die vertegenwoordigd worden door dit soort hypocrieten!

Toen ik uw tekst begon te lezen, wist ik al wat er zou komen.
U hebt een flinke aanloop genomen, maar ja hoor, daar was het dan: het cliché-der-clichés!

‘Tenslotte blijft homofobie wegwerken een belangrijke randvoorwaarde.’

Kijk eens, meneer Alexis, als iemand homofobie verspreidt, dan bent ú het wel.
Hoe denkt u dat ‘wij, hetero’s’ ons voelen als we door ‘jullie, homo’s’ weer eens als zondebok worden gebruikt?
Keer op keer worden we beschuldigd van homofobie terwijl jullie heel goed weten dat de homofobie niet bij ons moet worden gezocht maar bij jeweetwel: degenen-waarover-niet-gesproken-mag-worden.
Nog nooit heb ik een homo- of holebi-woordvoerder de waarheid horen vertellen in dit verband.
Altijd weer wordt die waarheid-als-een-koe genegeerd, verdoezeld, weggemoffeld en vervangen door de stuitende leugen dat wij, blanke hetero’s, het zijn die de holebi’s het leven zuur maken.
Je zou voor minder een hekel aan homo’s krijgen.

Dus, meneer Dewaele, blijft u maar flink stoken.
Vroeg of laat zult u oogsten wat u zaait.
En dat zal onverschilligheid zijn.
Als de smeulende homofobie van jeweetwelwie eens echt losbarst, zullen de hetero’s die jullie zolang als zondebok gebruikt hebben, denken: eigen schuld, dikke bult!
Hopelijk zullen er dan genoeg kasten zijn waar ‘jullie’ weer in kunnen kruipen …

20131130-120554.jpg

Door dik en dun

20131130-101220.jpg

Als de Body Mass Index (BMI) van Belgen met overgewicht zou dalen met één eenheid, levert dit ons land vier miljard euro aan besparingen op over 20 jaar. Dat blijkt uit een studie van professor Lieven Annemans, gezondheidseconoom verbonden aan de Universiteit van Gent.

Die besparingen betreffen de kosten die medicatie en zorg voor zieke patiënten met zich meebrengen, want de kans op het ontwikkelen van een ziekte vermindert met ongeveer 10 procent wanneer het BMI met één punt naar beneden gaat. Daarbovenop komen nog de kosten door absenteïsme en slechte prestaties op het werk.

Door de berekening van de Quality Adjusted Life Years (QALY) kan de wetenschap ook een positieve economische waarde toekennen aan een betere gezondheid. Als de Belgische obese populatie één BMI-eenheid zou verliezen, zou dat in totaal zo’n 303.602 QALY’s opleveren. Aangezien één QALY een economische waarde van 40.000 euro vertegenwoordigt, komt dat voor de Belgische samenleving uit op ongeveer 12 miljard euro.

Tot zover de krant.

Dat zijn nogal eens cijfers: vier miljard, twaalf miljard!
En dan gaat het nog maar over een daling met één enkele eenheid.
Ik ben eens gaan kijken naar die BMI (die by the way is uitgevonden door een Gentenaar) en wat blijkt?
Als alle Belgen een normaal gewicht hadden, zou dat zo maar eens eventjes 15 (vijftien) eenheden schelen. Ik reken er de ziekelijke zwaarlijvigheid niet eens bij.
Vijftien eenheden!
Dat zou dus een besparing betekenen van 12 x 15 = 180 miljard euro!
Ik weet wel niet precies wat het verschil is tussen die 4 en die 12 miljard, maar wie in miljarden rekent, kijkt niet op een paar eenheden meer of minder.

Eén ding is zeker: het gaat om verdomd veel geld.
En dan worden er nog heel wat zaken niet meegerekend.
Als iedereen minder zwaar wordt, zullen auto’s, bussen, treinen en vliegtuigen minder benzine hoeven te verbruiken.
En iedereen weet wat dat betekent: minder CO2, minder Global Warming, minder landen onder water, meer wereld gered!
Er zal ook aanzienlijk bespaard worden op kleren, er zal minder stof moeten geproduceerd worden, de CO2 zal nog verder naar beneden gaan.
Dikke mensen verbruiken ook veel meer zuurstof, want ze lopen voortdurend te puffen en te hijgen. Het milieu zal er dus wel bij varen.
En dan spreek ik nog niet over de ontelbare dieren die minder geslacht zullen moeten worden.
Ja, eigenlijk komt er geen eind aan de besparingen en voordelen.

Hoe is het mogelijk dat men daar niet vroeger aan gedacht heeft!
Het spreekt vanzelf dat er sito presto een obesitasbelasting moet komen.
Naast de BTW, de BTK: Belasting op de Toegevoegde Kilo’s.
Iedere Belg dient zich om de drie maanden te laten wegen bij de DROG, de Dienst voor Registratie van Overtollig Gewicht.
Arme, magere Belgen mogen de kilo’s die zij op overschot hebben uiteraard verkopen aan rijke, dikke mensen die op die manier ongestoord kunnen blijven tafelen.
Op die manier kan ook het economische evenwicht tussen Noord en Zuid hersteld worden.

In ieder café en restaurant dient een KT te worden geïnstalleerd, een Kalorieteller, zodat iedereen weet hoeveel belastingen hij meer zal moeten betalen als hij nog een portie frieten of een dessert neemt.
Frietkoten worden, om redenen van cultureel erfgoed, vrijgesteld van deze regeling.
Bij iedere zak frieten zal een formulier worden geleverd waarmee een Aanvraag tot Vrijstelling van BTK kan worden ingediend bij de betrokken diensten.
Auto’s kunnen dan weer uitgerust worden met intelligente weegschalen, zodat ze niet meer starten als de chauffeur of de inzittenden te zwaar zijn geworden.

Als deze zaak met overleg wordt aangepakt, kan ze een goudmijn worden voor de overheid.
Ik vermoed dan ook dat het niet lang meer zal duren voor de WOF verklaard wordt, de War on Fat.
Laten we dus het meetlint omgorden en ten strijde trekken!

20131130-101309.jpg

Prettig ontspoord

Op de Vlaamse televisie loopt momenteel een nieuwe fictiereeks waarover nogal wat te doen is.
Ik kan daar intens van genieten.
Ik bedoel van die heisa.
Want ik weet helemaal niet waarover het gaat.
Ik kijk al lang niet meer naar tv (behalve om dvd’s te bekijken).
Wat een opluchting!
Nu nog de krant eruit gooien.
Dat zal iets moeilijker zijn.
Ik zal dan bijvoorbeeld Koen Meulenaere niet meer kunnen lezen, zowat het enige licht in de journalistieke duisternis.
Hij heeft iets van een dwaallicht, maar ik kan er intens van genieten.
Oordeelt u zelf.

CHOCO

Er zijn op het eerste gezicht weinig redenen om kwaliteitsfictie van eigen bodem niet te verbieden. Het is niet ‘Ontspoord’ dat daar verandering in zal brengen.
In die nieuwe reeks op VTM worden recente rechtszaken in fictievorm gegoten.
Zo erg als in ‘Albert II’, waar hetzelfde procedé werd toegepast, zal het niet zijn, maar toch is er een hevige discussie over losgebarsten.

Is het gepast de moorden van Kim De Gelder, Ronald Janssen en Hans Van Themsche te gebruiken in een crimireeks?
Weet uw Kaaiman veel.
Als het moet, bellen wij wel naar Etienne Vermeersch om te vragen wat hij vindt, en dan denken wij hetzelfde. Maar velen oordelen dat een grens overschreden wordt, alweer, omdat daders of slachtoffers meestal nog leven.

De eerste aflevering ging over de Beerputmoord.
Rosie Verstraeten had haar man vermoord en in de aalput gedumpt.
Zo stond het in de acte van beschuldiging.
Volgens Jef Vermassen, advocaat van Rosie, was haar man er zelf in gesprongen en hadden we niet te maken met moord maar met zelfmoord.
Jefs tegenstander was Piet Van Eeckhaut, raadsman van de burgerlijke partij.
Terwijl Vermassen zich in het zweet stond te pleiten voor Rosie, zat Piet de krant te lezen.
Toen de Jef na vijf uur speechen de uitputting nabij was, vulde Piet het laatste woord van het kruiswoordraadsel in (Egyptische zonnegod, twee letters), stond recht, en hield het voor één keer kort:
‘Mijnheer de voorzitter, dames en heren van de jury, niemand pleegt zelfmoord door zich in een beerput te verzuipen. Ik dank u.’
Daarna ging Piet weer zitten en kreeg Rosie 20 jaar dwangarbeid.
Vermassen was zo ontdaan, dat hij acht jaar geen assisenzaak meer deed en nooit meer sprak met Van Eeckhaut.

Diezelfde moord was woensdag op tv en Rosie had het weer gedaan.
Volgens Vermassen is dit amusement op de kap van het gruwelijke leed van de slachtoffers, in casu Rosie.
Jef mist naast een goede kapper ook een beetje consequentie.
Voor ons ligt een artikel uit Het Nieuwsblad van begin dit jaar, ons door een alerte lezer gezonden. Het gaat over het proces tegen de bekende beeldhouwer Jan Desmarets die had geschoten op Choco, de chihuahua van zijn buurman, omdat die Ricard, zijn Duitse herderin, had proberen te bezwangeren.
Wij citeren.
‘Ik heb mijn buren eerst verschillende keren gevraagd hun honden uit mijn tuin te houden’, verdedigde de kunstenaar zich.
‘Toen Choco voor de zoveelste keer door de haag kroop, heb ik geprobeerd hem weg te jagen door met een steen te gooien. Omdat dat niet hielp, heb ik mijn tweeloop van de zolder gehaald. Het was niet de bedoeling dat hondje te raken, maar de hagel verwondde hem aan het oor en de hals.
Ik ben een dierenvriend, dat zie je aan mijn beelden, maar ik wil niet dat mijn herdershond zwanger wordt. Want het kan, hè, een chihuahua die een veel grotere hond zwanger maakt. Trouwens, als Choco niet achter Ricard zit, valt hij mijn schapen lastig.’

Nu Jef Vermassen, raadsman van de dader.
‘Mijn cliënt ontkent niet dat hij geschoten heeft en voor dat oude wapen had hij inderdaad geen vergunning. Maar er is geen sprake van dat hij dat hondje opzettelijk heeft geraakt. Anders zou er nu alleen nog chocopasta van overblijven.’
En dan klaagt diezelfde Vermassen over gebrek aan respect voor slachtoffers?
Dat gold dan blijkbaar niet voor de arme Choco.

20131129-161210.jpg

Sinte Mette van de Ruggenuchte

Woensdagavond ging ik boodschappen doen in de Aldi.
’t Was nodig, de ijskast was bijna leeg.
Het was al goed donker toen ik arriveerde.
Naast de ingang, bij de karretjes, verscholen in een hoekje, zat een bedelaar.
Ik kende hem wel.
Hij zit daar af en toe, met zijn witte bekertje voor hem op de grond.
Een man van een jaar of 50.
Een zigeuner waarschijnlijk.
Ik geef hem gewoonlijk wat, als mijn rug het tenminste toelaat, want dat bekertje staat pijnlijk laag.

Soms vraag ik me af: weten die bedelaars niet hoe het gesteld is met de Westerse rug?
Ik geef vaak niks omdat het bukken te veel pijn doet.
En geld in dat bekertje góóien, wil ik ook niet.
Dat is zo onbeleefd.
Bovendien: stel dat je ernaast gooit en het muntstuk rolt een meter verder. Wat dan?
Moet die bedelaar er dan naartoe kruipen?
Moet je zelf je geld weer gaan oprapen?
Ik wil dat soort gênante situaties niet riskeren en dus geef ik maar liever niks.

Ook wanneer het bedelen al te dramatisch is, geef ik niks.
Een man met een blote beenstomp.
Een kermende vrouw met een kind dat halfdood lijkt.
Een aan lagerwal geraakte junkie.
Daar loop ik met een grote boog omheen, me afvragend: zou dat nu echt zijn of is het gewoon show?
Ik heb al genoeg verhalen gehoord van mensen die deze sukkelaars wilden helpen, met voedsel, met warme drank, met onderdak, met professionele hulp.
Maar daar wilden de ‘sukkelaars’ niks van weten.
Ze wilden alleen geld, cash.
Bedelen is namelijk hun job.
Wij werken toch ook niet in ruil voor voedsel en drank?
Welaan dan.
Maar ik kan als werkloze toch geen mensen-met-een-job gaan steunen?
Da’s de omgekeerde wereld.

Ja, in een multiculturele samenleving mag je er zomaar niet vanuit gaan dat bedelaars sukkelaars zijn.
Dat zijn ze in ónze cultuur, maar daarom niet in ándere culturen.
Ik zag ooit een bedelaar die druk in de weer was met zijn … smartfoon.
En ’t was niet het goedkoopste model.
Hij was waarschijnlijk op het internet aan het surfen.
Zijn beursaandelen aan het controleren, wie weet.
Ik kijk ook altijd naar de schoenen van die bedelaars.
Geen enkel kledingstuk vertelt meer over een mens dan zijn schoenen.
Wel, ik heb bedelaars gezien die splinternieuwe, dure schoenen aanhadden.
Die krijgen niks van me, behalve een knipoog.

Mijn Aldi-bedelaar was echter precies op mijn maat gesneden.
Een rustige, vriendelijke man.
Niet opdringerig, niet melodramatisch.
Niet meelijwekkend, maar ook niet benijdenswaardig.
Niet te pover, maar ook niet te goed gekleed.
Een voorbeeldige bedelaar dus.
Ik mag hem graag.
Ik was dan ook van plan hem iets te geven.
Maar eerst boodschappen doen.

Ik heb een hekel aan boodschappen en supermarkten.
Ik koop altijd weer dingen die ik niet echt nodig heb.
Iedere keer weer is het een gevecht met mijn begeerten.
Soms win ik, maar meestal verlies ik.
En dan houd ik het nog heel sober vergeleken met de propvolle karren die veel mensen voortzeulen.
Enfin, ik was blij dat het achter de rug was.
Ik stak mijn karretje in de rij, prutste de euro eruit en gaf hem aan de bedelaar.
Hij lachte zijn drie tanden bloot.
Maar toen gaf hij me de euro terug, gebarend naar mijn karretje.

Wat kregen we nu?
Moest hij mijn euro niet hebben?
Vond hij het te weinig?
Maar hij keek helemaal niet kwaad, integendeel, hij keek vrolijk.
Ik snapte het niet.
Hij wees opnieuw naar mijn kar en mompelde iets onverstaanbaars.
En toen zag ik het.
Ik had m’n kar niet uitgeladen, ik had ze meteen in de rij geduwd.
Ik schudde m’n hoofd, sloeg er eens tegen, nam de euro dankbaar weer aan, en stak hem in het gleufje.
De bedelaar lachte en knikte.
Ja, hij had er plezier in.
Ik iets minder.
Hoe dom kan een mens zijn!
Ik laadde mijn inkopen vlug in de auto en kwam ten tweede male mijn karretje in de rij duwen.
De euro gaf ik terug aan de bedelaar.
En om hem te bedanken, deed ik er nog een euro bij.
Voor wat hoort wat.

Toen ik wegreed, dacht ik bij mezelf:
Als dát geen hedendaags tafereel was!
Blanke man speelt Sint Maarten en bedelaar keert de rollen om.

Wat gaat er allemaal niet nog omgekeerd worden!

20131129-151758.jpg

This mild, gentle, good, kindly man

THE DOCTOR

The most enigmatic figure to emerge from the ‘occult revival’ of the early 20th century was also the most successful: the Austrian ‘spiritual scientist’ Rudolf Steiner (1861-1925). Although many of his contemporaries and near-contemporaries were outwardly more eccentric – think of Madame Blavatsky, the founder of Theosophy, or of the inimitable Gurdjieff, or the scandalous ‘magician’ Aleister Crowley – it’s precisely Steiner’s sobriety that is so striking, even making him seem out of place in the often flamboyant world of the esoteric.

We generally associate ideas of the occult, higher consciousness and spiritual worlds with exotic, extraordinary characters with something of the trickster about them. Blavatsky, Gurdjieff and Crowley would certainly fall into this category. Steiner, though, was precisely the opposite. Standing at the lectern with his pince-nez in hand, he projected an image of irreproachable rectitude. Steiner was earnestness incarnate, his one gesture of bohemian extravagance the flowing bow ties he was fond of wearing, a remnant of his early student days. Where Blavatsky, Gurdjieff and Crowley each took pains to present a formidable self-image, there was something simple and peasant-like about Steiner. Combined with this wholesomeness was an encyclopædic erudition; if we were to use an ‘archetype’ to describe Steiner, it would have to be that of ‘the professor’ – or, more precisely, the Doctor, as he was known by those around him.
Commenting on her magnum opus, The Secret Doctrine, Madame Blavatsky once remarked that she “wrote, wrote, wrote,” like the Wandering Jew “walks, walks, walks”. Steiner, too, wrote a great deal, but his main mode of disseminating his ideas was lecturing, and in the years between 1900 and 1925 he lectured, lectured, lectured, delivering more than 6,000 talks across Europe.

This humble, self-effacing character became one of the most influential – and simultaneously vilified – forces in the spiritual and cultural life of early 20th-century Europe. And his ideas are still powerfully influential today. Steiner’s efforts have produced remarkably concrete results. Since his death, more than 1,000 schools around the world work with Steiner’s pedagogical principles, not to mention the many “special needs” schools, working along lines developed by Steiner more than a century ago. There are also the hundreds of ‘bio-dynamic’ farms, employing Steiner’s agricultural insights, developed decades in advance of our interest in ecology and organic foods. The practical application of Steiner’s ideas have also informed very successful avenues in holistic healthcare, the arts, architecture, economics, religion and other areas.

So, given these achievements in the ‘real world’, which certainly exceed those of other ‘esoteric teachers’, why isn’t Steiner better known? You would reasonably expect the average educated person to have some idea of who, say, Jung is, or Krishnamurti, or the Dalai Lama; possibly even Blavatsky, Gurdjieff and Crowley.
But Steiner?
He remains something of a mystery, a name associated with a handful of different disciplines and endeavours, but not solidly linked to any one thing. He remains, as one of his most eloquent apologists, Owen Barfield, called him, “the best kept secret of the 20th century.” It’s certainly time that he was better known.

In the end, it’s difficult to give an exact assessment of a man whose work combines cogent criticisms of Kant with accounts of life in Atlantis. But this “mild, gentle, good, kindly man”, whose achievement in “humanitarian terms is remarkable and enduring” – as the psychiatrist Anthony Storr wrote of Steiner in his 1996 study of gurus, Feet of Clay – remains, for devotee and non-initiate alike, something of an enigma.

(Gary Lachman)

20131128-210357.jpg

Ik zou wel eens willen weten …

Onlangs heeft de N-VA van Bart De Wever haar plan voor Brussel voorgesteld.
Brussel is namelijk 1 probleem, niet alleen voor Europa, maar ook voor België, en vooral voor Vlaanderen.
Wat hield het Vlaamse voorstel in?
1. Meer autonomie voor Brussel in Brusselse aangelegenheden.
2. Persoonsgebonden zaken (onderwijs, cultuur, sociale zekerheid) worden geregeld door de gemeenschappen.
3. Hoofdstedelijke functies worden geregeld door de Belgen.

Punt 3 is de evidentie zelf. Een stad kan geen hoofdstad zijn van een land als dat land niks te zeggen heeft in zijn hoofdstad.
Punt 2 staat sinds jaar en dag in de grondwet. Dus dat is ook niks nieuws.
Nieuw is alleen punt 1: Brussel krijgt aanzienlijk meer autonomie.

20131128-145543.jpg

Wat maakt de Franstalige pers daarvan?

‘N-VA veut faire cogérer Bruxelles par la Flandre et la Wallonie.’
Of nog: ‘N-VA veut officiellement éradiquer les Bruxellois: ils seront soit Wallons, soit Flamands”.
In het Nederlands: de N-VA wil de Brusselaars uitroeien, ze wil er ofwel Walen ofwel Vlamingen van maken.

En dit zijn geen geïsoleerde uitspraken.
De Franstalige pers zegt unaniem het omgekeerde van wat er in het N-VA voorstel staat.
De N-VA zegt: wij willen meer autonomie voor de Brusselaars.
De Franstalige pers zegt: de N-VA wil de Brusselaars alle autonomie ontnemen.

Ook deze radicale omkering is geen uitzondering.
De Franstalige pers verspreidt al jaren dit soort leugens over de Vlamingen, hen voorstellend als bloeddorstige nazi’s die alle Franssprekenden willen uitroeien.
En ze verspreidt ze niet alleen in België.
Ze verspreidt ze over de hele wereld.
Want het spreekt vanzelf dat men in internationale diplomatieke en intellectuele kringen geen Vlaamse maar Franstalige kranten leest.
Het zijn dit soort praktijken die Yves Leterme ertoe brachten om de Franstalige pers te vergelijken met Radio Milles Collines, de radiozender die opriep tot de volkerenmoord in Ruanda.
Het heeft Leterme hoogstwaarschijnlijk zijn politieke kop gekost.

Heeft de Vlaamse pers hem toen verdedigd?
Heeft zij van de gelegenheid gebruik gemaakt om de grove leugencampagne van de Franstalige pers aan de kaak te stellen?
Heeft zij de Vlamingen geïnformeerd over de leugens die aan de andere kant van de taalgrens dag in dag uit over hen verspreid worden?
Niets van dat alles.
Ze heeft gezwegen, zoals altijd.
Meer zelfs, ze heeft vrolijk meegedaan met de lastercampagne en ze doet dat nog altijd.
Vlaamse en Franstalige pers: eendracht maakt macht.
Want Barbertje – lees: de Vlaming – moet hangen.

20131128-145727.jpg

Eén van de zeer weinige journalisten die de verdediging van Vlaanderen op zich namen, was Mark Grammens.
Een week of twee geleden werd de eminente grijsaard, die dit jaar de pen heeft neergelegd, gevierd in de aula van de Antwerpse universiteit.
De zaal zat afgeladen vol en de man kreeg een staande ovatie.
Was dit voorpaginanieuws in de Vlaamse kranten?
Het zou wat.
Niet één regel hebben ze eraan besteed.
Ze hebben Mark Grammens doodgezwegen zoals ze hem al 25 jaar doodzwijgen.
De – zeer belezen en erudiete – man kon zijn journalistieke werk alleen kwijt in een 14-daags blaadje – Journaal – dat hij zelf uitgaf en naar zijn abonnees stuurde.
Zo vergaat het Vlaamsgezinde journalisten in Vlaanderen.
Ze worden als melaatsen behandeld.
Ze worden gebroodroofd.
Ze worden de mond gesnoerd.

En zo worden niet alleen de Franstaligen maar ook de Vlamingen zelf al tientallen jaren overspoeld met leugens over Vlaanderen.
Ze zijn die leugens ook gaan geloven, zelfs in die mate dat veel Vlamingen een instinctieve afkeer van zichzelf hebben ontwikkeld.
Het is alsof Vlamingen kost wat kost moeten losgemaakt worden van hun Vlaamse volksziel.
Het is alsof die volksziel … uitgeroeid moet worden.

En het wapen bij uitstek om dat te doen, is de omkering.
Als de Franstalige pers schrijft dat de Vlamingen de Brusselaars willen ‘éradiquer’, dat wil zeggen met wortel en al uittrekken, dan verraden ze zichzelf.
Het is de Francité van Brussel die de Vlaamse volksziel wil uitroeien, niet omgekeerd.
Ik maak me zelfs sterk dat heel België in het leven is geroepen om die Vlaamse volksziel aan banden te leggen en de mond te snoeren.
Dat zulks gebeurd is middels een (Franstalige) revolutie die de Nederlanders uit het land dreef, wijst zelfs nog verder terug in het verleden.

En al deze eeuwenlange inspanningen om een klein volk nog kleiner te krijgen, doen onvermijdelijk de vraag rijzen: waarom?
Wat is er met de Vlaamse volksziel aan de hand, dat ze tot op de huidige dag als een dreigend kwaad wordt gezien dat kost wat kost uitgeroeid moet worden?
Waarom zijn wij Vlamingen ‘the niggers of Europe’?
Waarom is het van zo’n groot belang dat we getemd worden?

Dat zou ik toch wel eens willen weten.

20131128-145812.jpg

Roodkapje in Vlaanderen

20131128-105512.jpg

Deze sympathieke bompa is Eric Corijn, professor-emeritus sociale en culturele geografie aan de Vrije Universiteit Brussel en lid van de Vooruitgroep.
De Vooruitgroep is ‘een informele groep van academici, kunstenaars en publicisten die zich zorgen maken over de toenemende verrechtsing van het politiek klimaat en de daamee samenhangende verschraling van het democratisch besef, vooral in Vlaanderen.’
Een bezorgde linkse bompa dus.

Wat schrijft hij vandaag in De Morgen?

‘Je ziet het aan de verkavelingen, je hoort het in de politiek: het vreemde heeft geen plek in Vlaanderen’.

Zozo. Het vreemde heeft geen plek in Vlaanderen.
En Di Rupo dan?
Hij is een Waal die geen deftig woord Nederlands spreekt.
Hij is ook Italiaan.
Hij is homo.
Hij is praktiserend pedofiel.
En hij draagt een strikje.
Ik ken geen land waar de premier ‘vreemder’ is.

Maar toch heeft het vreemde volgens Eric Corijn geen plek in Vlaanderen.

En Brussel dan?
Brussel is een Franstalige stad.
Als je daar de weg in het Nederlands vraagt, kun je blíjven vragen.
Of je kunt in de problemen komen, want ‘sale Flamand’ is een geliefd scheldwoord.
Nochtans ligt Brussel midden in Vlaanderen.
Het is er zelfs de hoofdstad van.
Ik zou wel eens willen weten wat de Nederlanders ervan zouden vinden als in Amsterdam alleen maar Duits werd gesproken.
Of wat de Duitsers ervan zouden vinden als er in Berlijn alleen maar Frans werd gesproken.

Maar natuurlijk: het vreemde heeft geen plek in Vlaanderen.

Ik ben opgegroeid in Mechelen en in onze straat woonde ‘de Walin’.
Ze woonde er al sinds mensenheugnis, maar ze sprak geen woord Nederlands.
Daar struikelden de buurt niet over, integendeel, iedereen sprak Frans met haar.
Zo doen Vlamingen dat: als er aan tafel één Franstalige zit, dan verlopen de gesprekken als vanzelfsprekend in het Frans.

Maar natuurlijk: het vreemde heeft geen plek in Vlaanderen.

In Brugge, toch een oer-Vlaamse stad, vinden er buurtfeesten plaats waar Frans wordt gesproken en waar alleen maar Franse muziek wordt gedraaid.
Pal in het historische centrum, op de Burg, staat er al sinds jaar en dag een hedendaagse installatie in aluminium en plexi-glas van een Japanse kunstenaar.
Het ding vloekt met de oude Vlaamse omgeving dat het tot in Damme te horen is.

Maar natuurlijk: het vreemde heeft geen plek in Vlaanderen.

Tijdens de twee wereldoorlogen werd Vlaanderen telkens onder de voet gelopen door de Duitsers.
Daarvoor waren het de Nederlanders, de Fransen, de Oostenrijkers, de Spanjaarden en ik zal er nog wel een paar vergeten.
Vandaag zijn het de Marokkanen, de Turken, de Polen, de Roemenen, de Afrikanen, de zigeuners en noem maar op.
Ja, Vlaanderen is altijd zeer in trek geweest bij de buitenlanders.

Maar natuurlijk: het vreemde heeft geen plek in Vlaanderen.

Want Europa zegt het, de onderzoekers zeggen het, de cijfers bewijzen het.
We kunnen er niet onderuit.
En dus moet er in Vlaanderen meer plaats komen voor het vreemde.
Anders ontstaat er ‘een verschraling van het democratische besef’.
En daar maken de linkse bompa’s zich heel veel zorgen over.

Dat die ‘verschraling van het democratische besef’ misschien ook wel iets te maken zou kunnen hebben met de linkse bompa’s zelf, wier tweede natuur het geworden is om smalend neer te kijken op alles wat Vlaams is, nee dat komt geen moment op bij de linkse derde leeftijd.
Daarvoor zijn de bompa’s veel te verstandig.
Luister maar.

‘De verhouding gemeenschap(pen)/maatschappij verloopt/moet verlopen in een discontinuüm, in een onherleidbaar onderscheid, verschil. Tussen gemeenschap en maatschappij moet een gat zitten, en net daarover zou politiek moeten gaan.’

Voor één keer ben ik het roerend eens met Eric Corijn.
Politiek zou moeten gaan over het gapende gat tussen tussen de maatschappij en de gemeenschap van intellectuelen á la Corijn.
Want het begint er sterk op te lijken dat deze bompa’s niet alleen vinden dat het vreemde geen plek heeft in Vlaanderen, maar ook – en vooral – dat Vlaanderen geen plek meer heeft in het vreemde land dat België heet.

Achter de immer beate glimlach van Eric Corijn hoor ik een klein stemmetje dat zegt:

Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa.
Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld.
Want ik heb zeer gezondigd in gedachte, woord en daad.

De woorden van het ‘Confiteor’. De katholieke schuldbelijdenis.

Maar ik hoor nog een andere stem, die zegt:

Verdorie, als ik al zo schuldig ben, hoe schuldig moeten die racistische, etnocentrische, kleinstedelijke, kleinburgelijke, benepen Vlamingen dan wel niet zijn!
Als ik boete moet doen, dan zij nog tien keer meer!

Dus beste lezers: hoed u voor de Eric Comijns dezer wereld.
Denk aan Roodkapje!

20131128-123828.jpg

Appeasement op z’n Belgisch

20131128-093544.jpg

Premier Elio Di Rupo heeft zich burgerlijke partij gesteld tegen kamerlid Laurent Louis, die hem een “pedofiel” had genoemd. Op 5 december komt de commissie bijeen, die moet nagaan of onschendbaarheid van het onafhankelijke kamerlid kan opgeheven worden. De commissie zal een rapporteur aanduiden, die de zaak moet voorbrengen in de plenaire zitting, waar Laurent Louis zelf gehoord wordt. Daarna volgt er een stemming achter gesloten deuren, aldus kamervoorzitter André Flahaut.

Aldus de krant.

In Frankrijk staat het land (lees: de media) op stelten als een minister in een dubieus blaadje een aap wordt genoemd.
In België kijkt men nauwelijks op als de eerste minister, de premier van het land, in het parlement publiekelijk een pedofiel wordt genoemd.
De zaak dateert namelijk al van verleden jaar, en pas nu gaat men er iets aan doen.
Nu ja, doen.
Deze zaak zal nooit voor de rechtbank komen.
En als dat toch gebeurt, zal het een schijnproces worden.
Iedereen weet namelijk dat Laurent Louis gelijk heeft.
De premier van dit gezegende land is een praktiserend pedofiel.
Dat heeft hij zelf toegegeven.
Mijn voorkeur gaat uit naar jonge jongens, verklaarde hij ooit in een interview.
En ‘jonge jongens’, dat zijn geen 18-plussers.
Het is trouwens algemeen bekend dat de premier regelmatig de Brusselse homo-clubs afschuimt op zoek naar ‘vers vlees’.
Als ik me niet vergis gebruikt hij daarvoor zelfs dienstwagens.

Het geeft een idee van de macht die deze man en zijn PS in dit land heeft.
Ze kunnen zich gewoonweg alles permitteren.
Zou er één (beschaafd) land ter wereld zijn waar de bevolking een pedofiel als premier zou dulden?
Kleine misstappen zijn vaak al voldoende om de carrière van een politicus te ruïneren.
Maar niet zo in België.
Het geeft ook een idee van de grenzeloze braafheid van de Vlamingen.
Ze worden door Di Rupo als quantité négligeable behandeld, maar ze peinzen er niet over om diens pedofiele praktijken als politiek wapen in te zetten.
Bart De Wever zou het eens moeten wagen!
Het zou meteen het einde van zijn politieke loopbaan betekenen.
Dergelijke lage praktijken dulden Vlamingen niet … van andere Vlamingen.
Ze dulden ze alleen van anderen, en wel in onbeperkte mate.

Ik begin te vermoeden dat er achter die ziekelijke meegaandheid van de Vlaming een niet minder ziekelijke hoogmoed schuilgaat.
Zo van:
Ach, je kan dat Di Rupo niet kwalijk nemen, het is maar een Waal, een Italiaanse Waal dan nog. Die mensen weten niet beter.
Zij zijn nog niet zover geëvolueerd als wij Vlamingen.
Ze zitten nog in een vroeger ontwikkelingsstadium en daar moet je begrip en geduld voor opbrengen.
Het is niet omdat wij op een hoger moreel niveau staan, dat wij moeten neerkijken op die mensen.
Integendeel, wij moeten hun fouten geduldig verdragen, hoe erg ze ook zijn.

Ja, ik denk dat wij Vlamingen ons eens ernstig moeten gaan bezinnen over zowel onze verregaande braafheid als ons verregaande paternalisme.
Of zou ik ‘maternalisme’ moeten zeggen?
Want er is niks mannelijks aan om je 200 jaar te laten misbruiken door je partner en te blijven zeggen: ach, hij bedoelt het zo niet!
Want hoe zit het als die partner niet alleen jezelf, maar ook je kinderen misbruikt?
Dat is noch paternalistisch, noch maternalistisch.
Dat is iets heel anders.

Het is dus helemaal geen smerige politieke zet om Di Rupo zijn pedofiele praktijken voor de voeten te werpen.
Het is een smerige politieke zet om dat niét te doen.