Eikels

door lievendebrouwere

20131101-181404.jpg

Iedere rechtgeaarde antroposoof maakt in de loop van het jaar seizoenstafeltjes met wat hij (meestal zij) in de natuur vindt.
Omdat het nooit te laat is om je leven te beteren, heb ik er mij ook eens aan gewaagd.
Zoals u ziet, is het resultaat inderdaad nogal, euh … gewaagd.
Omdat niet al mijn lezers helderziend zijn, zal ik even uitleggen wát u ziet.
U ziet een eenzijdig mannelijk seizoenstafeltje.
Wat hier op mijn kast – pardon, die van mijn vrouw – ligt, is allemaal afkomstig van één enkele plant, een boom: de eik.

De eik is zonder twijfel de mannelijkste onder de bomen.
Je ziet hem dan ook niet veel meer in deze ‘vrouwelijke’ tijden.
Mannelijkheid is ‘out’.
Nochtans is er juist grote nood aan de robuuste, onwrikbare mannelijkheid van de eik.
Geen andere boom straalt zoveel kracht uit.
Geen boom heeft zo’n indrukwekkende stam.
Geen boom ook heeft zo’n zware kruin, getorst door knoestige takken die zich als het ware een weg door de ruimte wringen.
De eik is een boom die de grootste weerstanden kan overwinnen.
Zijn hout is keihard en bestand tegen water.
Zijn wortel gaat loodrecht de grond in en valt daar nooit meer uit te trekken.
Hij is één en al wilskracht en vastberadenheid.
En vasthoudend is hij zeker.
Een schoonheidsprijs zal hij wel niet winnen, maar daarvoor dienen mannen niet.
Daar hebben we vrouwen voor, zoals de zwierige, bevallige berk.

20131101-181449.jpg

Maar als een eik de kans krijgt om zich in volle glorie te ontplooien, dan krijgt hij iets buitengewoon fascinerends waar je je ogen niet kunt van afhouden.
Zo’n eik heb ik eens gezien in Aarschot, in het parkje naast de kerk.
Wie daar in de buurt komt: het loont de moeite om eens te gaan kijken.
Zo’n grootse mannelijkheid krijg je in de natuur niet vaak meer te zien.
Daarbuiten ook niet trouwens.

Wat je echter wel nog kunt zien, en dat loont ook beslist de moeite, is ‘kleine’ mannelijkheid, ‘gevallen’ mannelijkheid.
Ik heb het nu over de zaadvruchten van de eik: de eikels.
De grond is er momenteel mee bezaaid.

Het vallen van de eikels begint reeds in oktober, in de Weegschaal.
Dat valt te begrijpen: mannen vallen voor vrouwelijke schoonheid.
En wanneer is de natuur mooier dan in dit Venus-teken!
Maar de gevallen eikels zijn nog keurig aangekleed: ze hebben hun hoedje nog op.
Ook de natuur is nog aangekleed: ze heeft haar bladeren nog aan.
Maar er hangt liefde in de lucht, mannelijk en vrouwelijk staan tegenover elkaar.
Ze flirten met elkaar.
De vrouwelijke natuur begint al een knoopje los te maken.
De mannelijke natuur gaat al een beetje door de knieën.
De aantrekkingskracht tussen beide neemt toe.

Maar pas in de Schorpioen begint de natuur zich echt uit te kleden.
Venus en Mars ontmoeten elkaar en nu vlamt de hartstocht op.
De echte herfst begint.
Met haar gloeiende kleuren, haar vallende bladeren, haar stormwind.
Nu voert de natuur haar jaarlijkse opwindende strip-tease uit.
En daar is geen enkele man tegen bestand.
Ze vallen dan ook massaal, de eikels.
Maar daar blijft het niet bij.
Ze doen ook nog iets anders.
Zolang de zon in Weegschaal staat, zie je het niet.
Pas in de Schorpioen wordt het zichtbaar, ik heb er dit jaar speciaal op gelet.

20131101-182615.jpg

Om te beginnen verliezen de eikels nu allemaal hun hoedje.
Ze beginnen zich ook uit te kleden, zou je kunnen zeggen.
En als ‘man’ beginnen ze van boven: ze ontbloten het hoofd.
De vrouwelijke natuur begint onderaan: het zijn de onderste bladeren die eerst afvallen.
Of dat echt de regel is, weet ik eerlijk gezegd niet, ik zou er eens moeten op letten.
Maar er is zoveel waarop je in deze tijd van het jaar kunt letten.
De eikels bijvoorbeeld.
Als ze hun hoedje hebben afgezet, beginnen ze open te barsten.
Dat barsten begint bovenaan, aan het topje.
Daar verschijnt een kruisvormige barst.
Die wordt groter en geleidelijk wordt het ‘binnenste’ van de eikel zichtbaar, de eigenlijke vrucht.
Die vormt aanvankelijk nog een eenheid.
Ze heeft ook een bleke kleur, de typische blanke notenkleur.
Maar dan, als de ‘huid’ van de eikel helemaal gespleten is en de blanke pit volledig bloot komt, valt hij in twee helften uiteen.

So far, so good.
Niks bijzonders aan de hand.
Al is dit ‘mannelijke’ gebaar wel uitgesproken dualistisch.
Dat dualisme zie je uiteraard ook in het vallen van de bladeren: boom en bladeren worden gescheiden.
Maar hier gebeurt het veel geleidelijker, veel … vrouwelijker.
Bij de mannelijke eikel is het veel meer een kwestie van buigen of barsten.
Eerst worden eikel en hoed gescheiden, dan barst de eikel open, en dan splijt hij in twee.
Het is ook dualistisch, maar veel scherper, veel duidelijker.

Dan gebeurt er echter iets opmerkelijks dat zelden wordt opgemerkt.
De twee stukken waarin de eikel-inhoud uiteenvalt, beginnen nu … rood te kleuren.
Het is niet het ‘vrouwelijke’ rood van de verkleurende bladeren, want dat is eerder een diepbruin, een zeer aards rood.
Nee, het rood van de verkleurende eikels is een zuiver karmijnrood, het soort rood dat in verdunde vorm het tere baby-rose oplevert.
Het is een heel intens, maar transparant rood.
Heel anders dan de opake roodbruinen van de bladeren.
Ik vermoed dat dit diepe karmijnrood verschijnt onder inwerking van de vochtigheid.
Het is de typische, van onderen af opstijgende vochtigheid van de Schorpioen.
Want dat is één van de opvallende fenomenen in dit seizoen: de bladeren verschrompelen en drogen uit.
Als de wind erdoorheen gaat, geven ze een scherp geluid.
Maar tegelijk stijgt het water van onderaf.
De rivieren en beken staan boordevol water.
De grond is zompig en drassig.
En in die zeer vochtige, natte grond vallen dan de uitdrogende eikels, barsten open en … kleuren dieprood, een naar het blauw zwemend karmijnrood.
Het is, denk ik, de kleur van de Goetheaanse ‘Steigerung’, het violetachtige rood dat verschijnt waar de polaire kleuren geel en blauw elkaar in hun grootste intensiteit ontmoeten.
Dit blauwachtige rood, dat eigenlijk een zeer geconcentreerd rose is, vormt de tegenhanger van het groen, waar geel en blauw elkaar ‘ontspannen’ vermengen.

U merkt het, mijn seizoenstafeltje is tamelijk gewaagd.
Maar ik ben dan ook een volwassen antroposoof.
Ik benader de natuur bewust.
En dan zie je dingen, dingen die je niet meteen verwacht in die ‘reine’ plantennatuur en die duidelijk de ‘onzuivere’ dierlijke natuur van de mens weerspiegelen.
Dat onzuivere ontstaat natuurlijk door het dualistische denken, dat de mannelijke en de vrouwelijke kant van de natuur onderscheidt.

Maar zegt u zelf, wie zou dat ‘onzuivere’ willen missen?
Wie zou de herfst willen missen, dat meest sexy seizoen van allemaal?
Ik alvast niet.
En een rechtgeaarde antroposoof evenmin, want in welk seizoen kun je mooiere seizoenstafeltjes maken!

Advertenties