De Weihnachtstagung (2)

door lievendebrouwere

De oergeschiedenis van de antroposofie wordt begrensd door twee zaken die een uitgesproken cult-karakter gekregen hebben: iedere antroposoof kent ze, maar niemand begrijpt ze.
Ik heb het over de Filosofie der Vrijheid en de Weihnachtstagung, de alfa en de omega van de antroposofie.
Uiteraard is het een boutade dat niemand ze begrijpt.
Er wordt zelfs in toenemende mate over nagedacht en er worden dikke boeken over geschreven.
Toch blijven ze tot de meest ontoegankelijke onderwerpen van de antroposofie behoren.
En dat wil wat zeggen.
De kloof tussen antroposofie en moderne wereld is sowieso al groot, maar ze wordt pas echt extreem als het gaat om de Filosofie der Vrijheid en de Weihnachtstagung.
Als je daarover vertelt aan buitenstaanders kijken ze je aan alsof je hen voor de gek houdt.
Nee, je kunt er maar beter over zwijgen als je nog enige geloofwaardigheid over wilt houden.

En toch.
Is het niet zo dat les extrêmes se touchent?
Zouden deze twee meest ontoegankelijke aspecten van de antroposofie niet ook de meest toegankelijke moeten zijn?

Het is alvast een feit dat ik zelf de toegang tot de antroposofie gevonden heb door de Filosofie der Vrijheid te lezen.
Dat heb ik ‘toevallig’ precies op mijn 30ste verjaardag gedaan.
Toen ik eraan begon was ik geen antroposoof, allesbehalve zelfs.
Toen het ik het uit had, was ik het wel.
Later heb ik het boek nog verschillende keren herlezen, of dat althans geprobeerd, want ik begreep er niks meer van.
En toch was die eerste keer voor mij een verlossing.
Uitgerekend het moeilijkste en meest onverteerbare boek van de hele antroposofie sloeg een brug tussen mijn innerlijke wereld en de buitenwereld.
Tegelijk sloeg het ook een brug tussen mezelf en de antroposofie.

20131104-142035.jpg

Hoe dat precies gebeurd is, weet ik nog altijd niet.
De Filosofie der Vrijheid drong als het ware rechtstreeks in mijn ziel door, zonder de omweg van mijn verstand.
Waarschijnlijk een verjaardagscadeautje van mijn engel.
Maar, vraag ik mij af, zou dat ook niet mogelijk zijn met dat andere antroposofische uiterste, de Weihnachtstagung?
Als de uitersten elkaar inderdaad raken, dan moet ook de kerstbijeenkomst van 1923 een rechtstreekse toegang tot de antroposofie kunnen zijn, een gebeurtenis die een brug slaat met de buitenwereld.

Ik heb inmiddels al dikke boeken gelezen over de Weihnachtstagung, met name van de hand van Sergej Prokofieff.
Ik vond ze buitengewoon interessant, heel helder geschreven en heel toegankelijk voor mijn verstand.
Maar het wezen van de kerstbijeenkomst kon ik er toch niet door vatten.
Er werd geen brug geslagen met mijn ziel, laat staan met de moderne wereld.
Daarvoor moet je niet bij Prokofieff zijn.
Hij gunt je wel een blik in ‘het mysterie van Dornach’, maar meer ook niet.
Het blijft allemaal zeer abstract.
Als ik van zijn duizelingwekkende geestelijke hoogten weer afdaal naar de aarde, sta ik met lege handen: ik herinner me niks meer van wat ik gelezen heb.
Het is als ’s morgens ontwaken en, behalve een snel vervagende droom, niks meer weten van wat je in de geestelijke wereld beleefd hebt.
Tja, wanneer we met ons rationele, heldere verstand de geestelijke wereld betreden (en dat doen we wanneer we Prokofieff lezen) dan vallen we zonder het te beseffen in slaap.
De kunst is om IN die ‘slaap’ wakker te worden.
En dat lukt me niet bij Prokofieff.

De Weihnachtstagung bleef dus ver van mijn bed.
Het was iets voor ingewijden, voor hardcore antroposofen.
Niet voor een eenvoudige liefhebber zoals ik.

20131104-142211.jpg

Toch begon er langzaam iets te dagen.

De abstracte beelden die Prokofieff en anderen met woorden en begrippen vormden, werden in mijn onderbewuste (heel) langzaam getransformeerd tot concretere beelden die ik wel kon begrijpen en vasthouden.
Zo begon het tot me door te dringen dat Rudolf Steiner op de Weihnachtstagung zijn leven had gegeven voor de antroposofie.
Dat bleef nog altijd een moeilijk te bevatten iets, maar ik kon het verbinden met andere beelden, zoals het Laatste Avondmaal en het lijden van Christus.

Zelf sprak Steiner met geen woord over zijn offer.
Hij sprak er alleen in beelden over.
Zo had hij het over een Grondsteen die hij ‘in de harten’ van de aanwezigen had gelegd.
En die Grondsteen noemde hij een ‘liefdessteen’.
Dat zijn bepaald geen eenvoudige beelden.
Wat moeten we ons in godsnaam voorstellen bij een steen die in ons hart wordt gelegd?
En wat kan een ‘liefdessteen’ betekenen?

Het is duidelijk dat het niet om een fysieke steen gaat.
We moeten die Grondsteen waarschijnlijk opvatten als een soort ‘steen der wijzen’, met dat verschil dat hij niet alleen uit wijsheid maar ook uit liefde bestond.
De Grondsteenspreuk bevatte namelijk alle wijsheid van de antroposofie in een notedop.
En in de Grondsteen werd die wijsheid verbonden met liefde.
Steiner smeedde dus een mannelijk principe samen met een vrouwelijk principe en noemde dat een ‘steen’.
Het ging op de Weihnachtstagung dus om een zeer geconcentreerde wijsheid en liefde, een wijsheid en liefde die samen tot een ‘etherische steen’ werden.
Want dat was waar de Grondsteen gevormd werd: in de etherwereld.
Dat was ook waar hij ontvangen werd: in de ethersfeer van het hart.

Een dergelijke zeer geconcentreerde en ‘etherische’ eenheid van wijsheid en liefde staat natuurlijk zeer ver af van onze eigen zeer diffuse en ‘astrale’ dualistische wijsheid en liefde.
Er mag hier zeker gesproken worden over de hogere of ‘hemelse’ wijsheid en liefde van Rudolf Steiner en onze eigen lagere, en zeer aardse wijsheid en liefde.
De kloof tussen beide is zo groot dat we ons geen voorstelling kunnen maken van de liefde en wijsheid zoals Steiner die in de praktijk bracht op de Weihnachtstagung.
En dat maakt de kerstbijeenkomst tot zo’n ongrijpbaar gebeuren.
Ze gaat eenvoudig ons voorstellingsvermogen te boven.

Maar hier stuiten we op een contradictie.

20131104-142505.jpg

Het hele streven van Steiner was erop gericht om begrip te wekken voor wat ons voorstellingsvermogen te boven gaat: de hemel, de wereld van de geest.
Het was er hem niet om te doen ons die wereld te laten beleven.
Dat is trouwens niet zo moeilijk, zei hij.
Er zijn middelen genoeg om contact te krijgen met de Vadergod.
De New Age wereld kent er honderden.
Maar daar gaat het in de antroposofie helemaal niet om.
In de antroposofie gaat het om Christus, de Zoon die mens is geworden.
Hij heeft de Vader in woord en beeld gebracht en Hem op die manier toegankelijk gemaakt voor het menselijke voorstellingsvermogen.
In de antroposofie wordt geprobeerd om via Christus de Vader te begrijpen, zodat we ons niet langer als kinderen in zijn armen hoeven te werpen, maar een vrije liefdesrelatie met hem kunnen aangaan.

Niemand komt tot de Vader dan door mij, zei Christus, en daarmee sloot hij de oude, rechtstreekse poort tot God.
Voortaan loopt de weg naar God via hem, en we bewandelen die weg met ons gewone begrips- en voorstellingsvermogen.
Dat is waar het in de antroposofie om gaat: niet om de mystieke eenwording, niet om de spirituele extase, niet om de helderziendheid, maar om het gewone, doordeweekse denken en begrijpen.
Dat denken wil Steiner stap voor stap ontwikkelen en op een hoger plan brengen.
Daarom noemt hij zijn antroposofie ook een wetenschap.
Met dezelfde middelen die de wetenschap vandaag gebruikt om de materiële wereld te onderzoeken – waarneming en denken – wil de antroposofie ook de geestelijke wereld onderzoeken.
Want de bedoeling is dat we deze wereld betreden als vrije mensen en niet als blinde minnaars die er in opperste vervoering mee versmelten en … ophouden mens te zijn.

In de antroposofie gaat het er dus om dat we de geestelijke wereld van de Vader leren kennen via het woord en beeld van Christus en zo de Heilige Geest in onszelf opwekken.
De woorden en beelden van Christus zijn enerzijds zeer hemels (want een afspiegeling van de Vaderwereld) en anderzijds zeer aards (want afkomstig van een mens).
De bedoeling van zijn menswording was dus dat we zijn woorden en beelden zouden leren begrijpen om op die manier als vrije mensen weer tot de Vader te kunnen komen.
En dat was ook de bedoeling van de menswording van Rudolf Steiner, de grote navolger van Christus.
Hij wilde dat we zijn woorden en beelden begrepen.
En dat geldt heel in het bijzonder voor het meest geconcentreerde woord en beeld dat hij ons geschonken heeft: de Weihnachtstagung.

20131104-142601.jpg

Het kan nooit de bedoeling zijn dat we de Weihnachtstagung alleen maar vereren als het heiligste mysterie van de antroposofie, en dat we dat mysterie enkel ‘slapend’ leren kennen, zoals in de boeken van Prokofieff.
We moeten dat mysterie doorgronden met ons verstand en ons gevoel, en het op die manier op aarde brengen zodat het hier werkzaam kan worden.

Aangezien de Weihnachtstagung woord en beeld in één is, moeten we ze ook via woord en beeld benaderen.

Dat kan op de manier van Prokofieff.

Hij benadert de Weihnachtstagung met woorden en vormt met die woorden een helder beeld.
Maar dat beeld blijft een woordbeeld, een ideeënbeeld.
Zoals het zich aan ons voordoet, is het in hoge mate abstract.
Het blijft een ‘astraal’ beeld dat we slechts kunnen benaderen zoals we ’s nachts de geestelijke wereld betreden: door ons fysieke en etherische lichaam achter te laten.
Wanneer we Prokofieff lezen, verheffen we ons tot hoge geestelijke sferen.
Maar de lage, aardse sferen laten we ver achter ons.
Toch brengen we iets mee wanneer we weer op aarde ontwaken: dromerige beelden, die soms even in ons dagelijkse bewustzijn doordringen, maar grotendeels in ons onderbewuste wegzakken.
En daar worden ze langzaam getransformeerd tot beelden die dichter bij de aarde komen, en gemakkelijker door ons aardse bewustzijn kunnen gegrepen worden.

Maar er blijft nog altijd een grote kloof tussen deze ‘geëtheriseerde’ beelden en de fysieke beelden van de wereld waarin we dagelijks leven.

Die kloof kan alleen overbrugd worden als er van de tegenoverliggende kant een tegenbeweging komt die de fysieke aardse beelden eveneens ‘etheriseert’, dat wil zeggen op een hoger plan heft zodat ze zich met de ‘van boven komende’ beelden kunnen verenigen en bij wijze van spreken een ‘grondsteentje’ vormen.

We herkennen hierin de tegenstelling tussen kunst en wetenschap.
De kunst werkt met de materie. Ze probeert deze een hogere, geestelijker vorm te geven zodat ze drager wordt van een idee.
De wetenschap doet het omgekeerde: zij werkt met de geest en probeert deze een lagere, aardser vorm te geven zodat hij kan ingrijpen in de materiële wereld.

We herkennen hierin ook de tegenstelling tussen de oude en de jonge zielen.

De oude zielen volgen de weg van het woord.
Zij verheffen zich ‘slapend’ in de geest en brengen op die manier inzichten op aarde die in eerste instantie zeer abstract zijn, maar die zich in het onderbewuste nestelen en zich daar (verder) verdichten tot ‘etherische beelden’.
De jonge zielen volgen de weg van het beeld.
Zij werken in de toepassingsgebieden van de antroposofie met de aardse materie, de dode zowel als de levende. Die materie proberen ze zodanig te ‘kneden’ dat hij toegankelijk(er) wordt voor de geest. Ze maken er met andere woorden eveneens ‘etherische beelden’ van.

Tussen deze twee vormen van ‘etherische beelden’ – de geestelijke en de aardse – gaapt nog altijd een kloof.
Die ‘laatste’ kloof kan alleen gedicht worden door de bewuste en vrijwillige samenwerking tussen oude en jonge zielen.
Hier ligt de vrijheid van de antroposoof.
Hij zal maar tot die samenwerking komen als hij er zelf het belang van inziet.
En daarvoor moet hij zich een beeld vormen van het geheel van de antroposofie en van de Weihnachtstagung in het bijzonder.

Ik heb de indruk dat de antroposofen die de weg van het woord volgen, de oude-zielenweg, heel moeilijk doordringen tot het geheim van de oude en jonge zielen.
Het is dan ook een uitgesproken dualistisch, aards geheim.
Dat wil overigens niet zeggen dat alleen oude zielen de weg van het woord volgen.
Het is zelfs zo dat oude en jonge zielen alleen tot samenwerking komen als ze elkaars weg betreden, als ze elkaars eigenschappen verwerven.

Ikzelf ben bijvoorbeeld een oude ziel die de weg van het beeld volg.
Maar ik doe dat wel met de oude-zielenwijsheid in mijn achterhoofd.

Dat is dan ook wat ik een volgende keer wil proberen: door middel van beelden een brug slaan tussen de Grondsteenliefde en de aardse liefde, tussen de Weihnachtstagung en ons moderne leven. Het zal waarschijnlijk een heel wankel brugje worden, maar wie weet kan het toch een idee geven van hoe twee uitersten elkaar raken.

20131104-144802.jpg

Advertenties