De Steen der Liefde

door lievendebrouwere

Toen Rudolf Steiner tijdens de Weihnachtstagung van 1923 zijn leven offerde, was dat een daad van liefde, een daad van volkomen bewuste en dus vrije liefde.
Toch werden er op die kerstbijeenkomst alleen spreuken gezegd, statuten voorgelezen en voordrachten gehouden.
Misschien was er ook wat euritmie, dat is mogelijk.
Maar voor de rest werd er niks gedaan dat ook maar in de verste verte iets te maken had met wat wij onder vrije liefde plegen te verstaan.
Het ging op de Weihnachtstagung om een heel ander soort liefde.
De liefde van Rudolf Steiner was zuiver geestelijk van aard.

Wat moeten we ons bij een dergelijke liefde voorstellen?
Is zij het complete tegendeel van onze aardse, fysieke liefde?
Of is er toch een verband?

20131105-171047.jpg

In zijn Filosofie der Vrijheid betoogt Rudolf Steiner dat er maar één werkelijkheid bestaat.
Dat die werkelijkheid zich aan ons voordoet als een materiële wereld enerzijds en een geestelijke wereld anderzijds is volgens hem geheel en al toe te schrijven aan de structuur van ons bewustzijn.
We nemen als gescheiden waar wat in feite één is.
Dat moet dus ook voor de liefde gelden.

We kennen de liefde vooral in haar fysieke, zinnelijke gedaante.
We kennen ook andere, minder ‘vleselijke’ vormen van liefde, zoals de moederliefde, de liefde voor het vaderland, de liefde voor een ideaal, de liefde voor de kunst, enzovoort.
En blijkbaar bestaat er ook een liefde die daar nog bovenuit stijgt: de zuiver geestelijke liefde zoals die van Rudolf Steiner.

Als we al deze liefdes op een niet-dualistische manier willen bekijken, dan moeten we ervan uitgaan dat ze allemaal verschijningsvormen zijn van één en dezelfde liefde.
De kunst bestaat er natuurlijk in om die ene, wezenlijke liefde te herkennen in al haar aardse gedaanten, gaande van de sexuele liefde tot de liefde zoals die op de Weihnachtstagung in de praktijk werd gebracht.

Dat kunststuk wil ik hier eens wagen, in het besef dat het niet meer dan een poging kan zijn.
Een Filosofie van de Liefde is nog niet voor morgen.
Maar er moet een begin mee gemaakt worden, lijkt me.
De kloof tussen de Filosofie der Vrijheid en de Weihnachtstagung is al te diep.
Het is de kloof tussen denken en doen.
Het is ook de kloof tussen de antroposofie en de moderne wereld.
In die kloof wil ik een lucifer afstrijken, om eens een blik te werpen op dat duistere middengebied.
Want het is daar dat de lamp moet branden.

20131105-171410.jpg

Het oerbeeld van de aardse liefde is de liefde tussen man en vrouw.
Die liefde begint met een uitslaande brand: de verliefdheid.
Vroeger, toen huwelijken nog gearrangeerd werden, was dat niet het geval.
De liefde was nog niet vrij.
Nu is ze dat wel.
Mensen gaan vandaag een relatie aan omdat hun hart vlam vat.
De vonk die dat hart in brand steekt, is het zien van de ander.
Maar wat verliefden zien, is niet de ander zoals hij of zij werkelijk is.
Ze zien een beeld van de ander, een zeer subjectief beeld dat ze zelf maken en waarvoor ze in liefde ontbranden.

Verliefden zijn dus in feite kunstenaars: ze maken beelden die in staat zijn de brug te slaan tussen twee tegengestelde werelden: die van man en vrouw, maar ook die van twee individuele wezens die niet zelden elkaars tegenpool zijn.
Deze verbinding van twee tegenpolen veroorzaakt een intens geluk.
Het leven is opeens zoals het zou moeten zijn.
Alle stukken vallen op hun plaats.
Verliefden vormen niet alleen uiterlijk een hechte eenheid.
Ook innerlijk zijn ze ‘geheeld’.

Iedere verliefdheid is in feite driegeleed.
Er zijn de twee verliefden, en er is hun gemeenschappelijke ‘inspiratie’ die hen tot kunstenaars maakt die onweerstaanbare beelden maken van elkaar.
Via die beelden wordt ook de verliefde mens zelf geheeld: zijn dualistische toeschouwersbewustzijn wordt een scheppend drieledig bewustzijn.
Verliefden zetten dus de stap van twee naar drie.
Ze worden … driegeleders.

Er is echter één probleem.
Ze weten het niet.
Ze weten niet wat – of wie – hen overkomt.
En daarom blijft de verliefdheid niet duren.
Ze is van voorbijgaande aard.
Hoewel verliefden er heilig van overtuigd zijn dat hun liefde eeuwig zal duren, komt er vroeg of laat een eind aan.
Maximum drie jaar.
Zolang blijft het liefdesvuur, naar verluidt, branden.
En dan doven de vlammen.
De verliefden komen weer op aarde en hun ogen gaan weer open.

20131105-171259.jpg

Het is van deze brandende liefde dat men zegt dat ze blind is.
Ze heeft geen oog voor de realiteit, ze idealiseert de geliefde, ze ziet niet hoe hij of zij werkelijk is.
Buitenstaanders kijken dan ook met enige meewarigheid naar verliefden.
Ze hebben het zelf meegemaakt, ze weten hoe ‘hemels’ het is om verliefd te zijn.
Maar ze weten ook dat er eind aan komt en dat dat einde bijzonder hard kan zijn.
Ze zien dat de verliefden zich in een luchtbel bevinden die hen afsluit van ruimte en tijd, en ze weten ook dat die luchtbel doorprikt zal worden.
Daarom kijken ze met gemengde gevoelens naar verliefden.
Enerzijds zijn ze jaloers op het jonge koppel omdat ze heimwee hebben naar het geluk dat met verliefdheid samengaat.
Anderzijds zijn ze opgelucht dat ze het allemaal niet meer moeten doormaken.
Want met verliefdheid gaat ook lijden gepaard.
Een gebroken hart is een van de ergste dingen die je kunt meemaken.
Je komt dan van de hemel in de hel terecht.
En dus hebben de buitenstaanders vrede met de aardse middenweg die zij bewandelen, de weg tussen hemel en hel in.
Maar het verlangen blijft: het verlangen naar de hemel van de verliefdheid.
Want uiteindelijk is dat waar ieder mens naar verlangt: voor eeuwig verliefd te zijn, voor altijd ‘in love’.

Het probleem met de liefde is niet de liefde zelf.
Het is de dualistische manier waarop we haar beleven.
Ofwel zien we alleen de binnenkant van de liefde, zoals verliefden dat doen.
Ofwel zien we alleen de buitenkant, zoals wanneer we naar verliefden kijken.
In het eerste geval zijn we in de hemel.
In het tweede geval staan we met onze beide voeten op aarde en zien de hemel als een voorbijgaande droom, een illusie: liefde is een droom, en dromen zijn bedrog.
We zien telkens maar één aspect van de liefde: haar binnen- of haar buitenkant.
De hele liefde krijgen we nooit te zien.
Daarvoor moeten we ons dualistische bewustzijn overwinnen. Want dat staat tussen ons en de liefde.

20131105-171535.jpg

Dat bewustzijn is drieledig: het is een denkend, voelend en willend bewustzijn.
Om de echte, levende liefde te kunnen zien, moeten we niet alleen ons dualistisch denken overwinnen. We moeten ook ons dualistische voelen en beleven overwinnen.
Pas dan kunnen we ons ook werkelijk verenigen met de liefde, zoals Rudolf Steiner dat op de Weihnachtstagung deed, dat wil zeggen zonder het bewustzijn te verliezen.

Het verliefde hart bestaat uit louter sympathie en aantrekkingskracht.
De verliefde wil maar één ding: zich verenigen met de geliefde, zich verliezen in de ander, alle scheiding opheffen, niet langer een afgesloten zelf te zijn.
Niets kan hem van de geliefde weghouden.
De verliefdheid maakt in hem een wilskracht los die zich door niets laat tegenhouden.
Het is de wil om één te worden, de wil tot overgave.
Deze wil kan slechts met geweld gebroken worden.
Zo vurig is hij.

Maar deze verbindende, verenigende wil draagt zijn tegendeel reeds in zich.
Want de scheiding der geslachten kan niet ongedaan worden gemaakt.
Hoe vurig de wil tot vereniging ook is, hij lijdt onvermijdelijk schipbreuk op de rotsen van de fysieke scheiding.
Hoe intens het verlangen ook is om één te worden met de geliefde, het gaat niet.
Het fysieke lichaam staat in de weg.
Het is de rots in de branding van de liefde.
Zonder dat lichaam zou de liefde ons zwakke ik verteren.
We zouden ophouden te bestaan als individueel, afzonderlijk mens.

Het verlangen dat in verliefden zo hevig brandt, is dus onvervulbaar.
Als het niet vroeg of laat vanzelf uitdoofde, zou het tot de dood leiden.
Soms gebeurt dat ook: er zijn geliefden die niet kunnen verdragen dat hun fysieke lichamelijkheid de totale eenwording in de weg staat en dan maar voor de dood kiezen.
Daar bestaan beroemde voorbeelden van.

20131105-172154.jpg

Het is dus de fysieke lichamelijkheid die het liefdesvuur beperkt in tijd en ruimte.
Als de verliefden louter geest waren, zouden ze zich tot één vuur verenigen, dat ook anderen zou aansteken en uiteindelijk leiden tot een wereldbrand.
De hele mensheid zou dan één groot liefdesvuur worden en zich verenigen met de oerbron van alle liefde: God zelf.
Er zouden dan geen mensen meer bestaan.
De hele schepping zou terugkeren tot haar maker.
En dat is nu juist niét de bedoeling.
God heeft de mens niet geschapen opdat hij zich weer zou ont-scheppen.
Vandaar de materie: om ons te beletten ons mens-zijn op te heffen en terug te keren in de schoot van onze Schepper.
We hebben een fysiek lichaam om, ondanks de liefde. mens te kunnen blijven.

Hier raken we aan iets dat niet zichtbaar is wanneer we de liefde van buitenaf bekijken.
Wanneer iemand verliefd wordt, ontbrandt hij in liefde voor het beeld dat hij zich van de geliefde schept, niet voor de reële individuele mens die de ander is.
Dat zien we als buitenstaander heel duidelijk.
De geliefde is helemaal geen beeldschone prinses die alle deugden in zich verenigt.
Zij is een heel gewoon meisje, waar niks bijzonders aan te zien is.
Hetzelfde geldt voor de verliefde.
Hij is helemaal geen prins-op-een-wit-paard.
Hij is gewoon een jongen op een fiets, of een kerel met een tweedehands auto.

Maar in ieder mens leeft een Ik, een stukje van God.
Het zit diep verborgen in de materie, want daarin is het door de ‘zonde’ – dat wil zeggen door de afzondering van God – terechtgekomen,
En precies dat ‘stukje God’ wordt door de verliefde waargenomen.
Liefde is inderdaad blind voor de materiële werkelijkheid, want ze wordt verblind door de geestelijke werkelijkheid die zich uitdrukt in de materiële werkelijkheid, voor de God-in-het-lichaam.

20131105-172314.jpg

Wie verliefd wordt neemt het goddelijke in de ander waar.
Het is een waarneming die de mens onverhoeds overvalt.
Daarom zegt men in het Engels: to fall in love.
Verliefdheid is niet iets waar men vrijwillig voor kiest.
Toch is het al een stap in de richting van de vrijheid, want geen enkele verliefde protesteert tegen de verliefdheid.
Hij heeft niet het gevoel dat ze hem wordt opgedrongen, zoals wanneer hij door ouders of familie gekoppeld zou worden aan een onbekende.
De verliefdheid – de ‘romantische’ liefde – is dan ook een vrij recent verschijnsel.
De sage van Tristan en Isolde markeert het opduiken ervan in onze cultuur.
Het is een buitengewoon dramatisch verhaal.
De verliefdheid is dan ook een kracht die alle grenzen, alle bestaande structuren en alle wetten doorbreekt.
Ze leidt tot een hevige strijd met alle aardse kluisters en bevrijdt de mens van alles wat hem gevangen houdt.
Maar ze is nog geen vrijheid.
Daarvoor zijn we ons te weinig bewust van deze kracht en de gevaren die ze met zich meebrengt.
Ofwel staan we buiten de liefde en beleven we er de ‘binnenkant’, de goddelijke, geestelijke dimensie niet van.
Ofwel bevinden we er ons middenin en kunnen we geen afstand nemen van de liefde.

De stap naar de echte vrije liefde gaat via de bewustwording ervan.
Alleen wanneer we de brandende, luciferische liefde begrijpen, dringen we door tot haar echte wezen, tot de vrije liefde, de liefde waarvoor we zelf kiezen in plaats van erdoor gekozen te worden.

De moderne liefde is vrij in zoverre het niet meer de maatschappij is die onze levenspartner uitkiest.
Maar ze is onvrij omdat we nog niet zelf voor de ander kiezen.
Beide verliefden wórden gekozen door iets wat ze niet kennen.
Ze zeggen weliswaar volmondig ja tegen dat ‘iets’, maar dat maakt het nog niet tot een eigen, vrije keuze.
Maar al te vaak blijkt na een tijdje dat we voor de verkeerde gekozen hebben.
Het was met andere woorden een blinde, willekeurige keuze.
In onze moderne tijd zijn heel veel relaties het gevolg van zo’n onvrije keuze.
Ze houden dan ook geen stand.
Ze volgen elkaar op in een schier eindeloze rij.

Dat is de keerzijde van de ‘vrije’ liefde: we kunnen niet kiezen.
We willen ook steeds minder kiezen.
We willen zoveel mogelijk liefdespartners hebben, achtereenvolgend of tegelijk.
En dat is natuurlijk niet bevorderlijk voor het gezinsleven en voor de maatschappelijke structuren in het algemeen.
De bevrijdende kracht van de liefde werkt vernietigend op de fysieke, materiële wereld met zijn vaste vormen en structuren.
Met name kinderen, die juist behoefte hebben aan vaste vormen, aan ritme en regelmaat, zijn het slachtoffer van deze ongecontroleerde en onbegrensde liefdeskrachten.
Er is zelfs veel voor te zeggen dat alle weerloze mensen, wier land in chaos gestort wordt door geweld, het slachtoffer zijn van de ongecontroleerde vrije liefde in onze moderne wereld.
Tenslotte was het uit ‘mensenliefde’ dat de Amerikaanse Nobelprijswinnaar voor de vrede Syrië wilde gaan bombarderen.
En het is ook uit mensenliefde dat we de lijdende mensen overal ter wereld gaan helpen, en in de meeste gevallen hun lijden alleen maar groter maken.
Want onze liefde is blind.
Ze weet niet wat ze doet.
En in combinatie met de onweerstaanbare kracht van de liefde is dit gebrek aan bewustzijn zonder meer vernietigend.

20131105-172701.jpg

Dat is de verborgen keerzijde van het vernietigende geweld dat de wereld nu al zolang teistert: het onbewuste verlangen naar de geest, de blinde liefde voor God.
Sinds het einde van het Kali Yuga omstreeks 1900 is dat verlangen opnieuw opgelaaid. De mensheid is collectief verliefd en wil alle grenzen doorbreken, tot zelfs de grenzen van de materie zelf.

Tegen al dat geweld, tegen al die blinde liefde is maar één kruid gewassen: de bewustwording van de liefde.
Het ontstaan van de vrije liefde – de ‘romantische’ verliefdheid – was een eerste stap in die bewustwording.
Maar nu moet de volgende stap gezet worden.
In plaats van de liefde óf van binnenuit óf van buitenaf te leren kennen, moeten we ze op een niet-dualistische manier leren kennen.
En die niet-dualistische manier is een driegelede manier.
Zolang we de ‘derde persoon’ in iedere liefdesrelatie niet herkennen, zullen we de echte vrije liefde niet leren kennen.

Er is maar één manier om de drieledige liefde te leren kennen, en dat is via het beeld dat ze van zichzelf maakt.
Zonder dat beeld zijn we gedoemd om buiten de liefde te blijven staan (en liefdeloos te worden) of erdoor verteerd te worden (en alles mee te sleuren in die vernietigende brand).
Het is ook met een beeld dat de vrije liefde begint: het beeld dat we (onbewust) van de geliefde maken.
Om onze liefde echt vrij te maken, moeten we ons bewust worden van dat beeld.
En die bewustwording houdt een keuze in.

Maar dat is voor de volgende keer.

20131105-172815.jpg