Roodkapje in Vlaanderen

door lievendebrouwere

20131128-105512.jpg

Deze sympathieke bompa is Eric Corijn, professor-emeritus sociale en culturele geografie aan de Vrije Universiteit Brussel en lid van de Vooruitgroep.
De Vooruitgroep is ‘een informele groep van academici, kunstenaars en publicisten die zich zorgen maken over de toenemende verrechtsing van het politiek klimaat en de daamee samenhangende verschraling van het democratisch besef, vooral in Vlaanderen.’
Een bezorgde linkse bompa dus.

Wat schrijft hij vandaag in De Morgen?

‘Je ziet het aan de verkavelingen, je hoort het in de politiek: het vreemde heeft geen plek in Vlaanderen’.

Zozo. Het vreemde heeft geen plek in Vlaanderen.
En Di Rupo dan?
Hij is een Waal die geen deftig woord Nederlands spreekt.
Hij is ook Italiaan.
Hij is homo.
Hij is praktiserend pedofiel.
En hij draagt een strikje.
Ik ken geen land waar de premier ‘vreemder’ is.

Maar toch heeft het vreemde volgens Eric Corijn geen plek in Vlaanderen.

En Brussel dan?
Brussel is een Franstalige stad.
Als je daar de weg in het Nederlands vraagt, kun je blíjven vragen.
Of je kunt in de problemen komen, want ‘sale Flamand’ is een geliefd scheldwoord.
Nochtans ligt Brussel midden in Vlaanderen.
Het is er zelfs de hoofdstad van.
Ik zou wel eens willen weten wat de Nederlanders ervan zouden vinden als in Amsterdam alleen maar Duits werd gesproken.
Of wat de Duitsers ervan zouden vinden als er in Berlijn alleen maar Frans werd gesproken.

Maar natuurlijk: het vreemde heeft geen plek in Vlaanderen.

Ik ben opgegroeid in Mechelen en in onze straat woonde ‘de Walin’.
Ze woonde er al sinds mensenheugnis, maar ze sprak geen woord Nederlands.
Daar struikelden de buurt niet over, integendeel, iedereen sprak Frans met haar.
Zo doen Vlamingen dat: als er aan tafel één Franstalige zit, dan verlopen de gesprekken als vanzelfsprekend in het Frans.

Maar natuurlijk: het vreemde heeft geen plek in Vlaanderen.

In Brugge, toch een oer-Vlaamse stad, vinden er buurtfeesten plaats waar Frans wordt gesproken en waar alleen maar Franse muziek wordt gedraaid.
Pal in het historische centrum, op de Burg, staat er al sinds jaar en dag een hedendaagse installatie in aluminium en plexi-glas van een Japanse kunstenaar.
Het ding vloekt met de oude Vlaamse omgeving dat het tot in Damme te horen is.

Maar natuurlijk: het vreemde heeft geen plek in Vlaanderen.

Tijdens de twee wereldoorlogen werd Vlaanderen telkens onder de voet gelopen door de Duitsers.
Daarvoor waren het de Nederlanders, de Fransen, de Oostenrijkers, de Spanjaarden en ik zal er nog wel een paar vergeten.
Vandaag zijn het de Marokkanen, de Turken, de Polen, de Roemenen, de Afrikanen, de zigeuners en noem maar op.
Ja, Vlaanderen is altijd zeer in trek geweest bij de buitenlanders.

Maar natuurlijk: het vreemde heeft geen plek in Vlaanderen.

Want Europa zegt het, de onderzoekers zeggen het, de cijfers bewijzen het.
We kunnen er niet onderuit.
En dus moet er in Vlaanderen meer plaats komen voor het vreemde.
Anders ontstaat er ‘een verschraling van het democratische besef’.
En daar maken de linkse bompa’s zich heel veel zorgen over.

Dat die ‘verschraling van het democratische besef’ misschien ook wel iets te maken zou kunnen hebben met de linkse bompa’s zelf, wier tweede natuur het geworden is om smalend neer te kijken op alles wat Vlaams is, nee dat komt geen moment op bij de linkse derde leeftijd.
Daarvoor zijn de bompa’s veel te verstandig.
Luister maar.

‘De verhouding gemeenschap(pen)/maatschappij verloopt/moet verlopen in een discontinuüm, in een onherleidbaar onderscheid, verschil. Tussen gemeenschap en maatschappij moet een gat zitten, en net daarover zou politiek moeten gaan.’

Voor één keer ben ik het roerend eens met Eric Corijn.
Politiek zou moeten gaan over het gapende gat tussen tussen de maatschappij en de gemeenschap van intellectuelen á la Corijn.
Want het begint er sterk op te lijken dat deze bompa’s niet alleen vinden dat het vreemde geen plek heeft in Vlaanderen, maar ook – en vooral – dat Vlaanderen geen plek meer heeft in het vreemde land dat België heet.

Achter de immer beate glimlach van Eric Corijn hoor ik een klein stemmetje dat zegt:

Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa.
Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld.
Want ik heb zeer gezondigd in gedachte, woord en daad.

De woorden van het ‘Confiteor’. De katholieke schuldbelijdenis.

Maar ik hoor nog een andere stem, die zegt:

Verdorie, als ik al zo schuldig ben, hoe schuldig moeten die racistische, etnocentrische, kleinstedelijke, kleinburgelijke, benepen Vlamingen dan wel niet zijn!
Als ik boete moet doen, dan zij nog tien keer meer!

Dus beste lezers: hoed u voor de Eric Comijns dezer wereld.
Denk aan Roodkapje!

20131128-123828.jpg

Advertenties