Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Prettig ontspoord

Op de Vlaamse televisie loopt momenteel een nieuwe fictiereeks waarover nogal wat te doen is.
Ik kan daar intens van genieten.
Ik bedoel van die heisa.
Want ik weet helemaal niet waarover het gaat.
Ik kijk al lang niet meer naar tv (behalve om dvd’s te bekijken).
Wat een opluchting!
Nu nog de krant eruit gooien.
Dat zal iets moeilijker zijn.
Ik zal dan bijvoorbeeld Koen Meulenaere niet meer kunnen lezen, zowat het enige licht in de journalistieke duisternis.
Hij heeft iets van een dwaallicht, maar ik kan er intens van genieten.
Oordeelt u zelf.

CHOCO

Er zijn op het eerste gezicht weinig redenen om kwaliteitsfictie van eigen bodem niet te verbieden. Het is niet ‘Ontspoord’ dat daar verandering in zal brengen.
In die nieuwe reeks op VTM worden recente rechtszaken in fictievorm gegoten.
Zo erg als in ‘Albert II’, waar hetzelfde procedé werd toegepast, zal het niet zijn, maar toch is er een hevige discussie over losgebarsten.

Is het gepast de moorden van Kim De Gelder, Ronald Janssen en Hans Van Themsche te gebruiken in een crimireeks?
Weet uw Kaaiman veel.
Als het moet, bellen wij wel naar Etienne Vermeersch om te vragen wat hij vindt, en dan denken wij hetzelfde. Maar velen oordelen dat een grens overschreden wordt, alweer, omdat daders of slachtoffers meestal nog leven.

De eerste aflevering ging over de Beerputmoord.
Rosie Verstraeten had haar man vermoord en in de aalput gedumpt.
Zo stond het in de acte van beschuldiging.
Volgens Jef Vermassen, advocaat van Rosie, was haar man er zelf in gesprongen en hadden we niet te maken met moord maar met zelfmoord.
Jefs tegenstander was Piet Van Eeckhaut, raadsman van de burgerlijke partij.
Terwijl Vermassen zich in het zweet stond te pleiten voor Rosie, zat Piet de krant te lezen.
Toen de Jef na vijf uur speechen de uitputting nabij was, vulde Piet het laatste woord van het kruiswoordraadsel in (Egyptische zonnegod, twee letters), stond recht, en hield het voor één keer kort:
‘Mijnheer de voorzitter, dames en heren van de jury, niemand pleegt zelfmoord door zich in een beerput te verzuipen. Ik dank u.’
Daarna ging Piet weer zitten en kreeg Rosie 20 jaar dwangarbeid.
Vermassen was zo ontdaan, dat hij acht jaar geen assisenzaak meer deed en nooit meer sprak met Van Eeckhaut.

Diezelfde moord was woensdag op tv en Rosie had het weer gedaan.
Volgens Vermassen is dit amusement op de kap van het gruwelijke leed van de slachtoffers, in casu Rosie.
Jef mist naast een goede kapper ook een beetje consequentie.
Voor ons ligt een artikel uit Het Nieuwsblad van begin dit jaar, ons door een alerte lezer gezonden. Het gaat over het proces tegen de bekende beeldhouwer Jan Desmarets die had geschoten op Choco, de chihuahua van zijn buurman, omdat die Ricard, zijn Duitse herderin, had proberen te bezwangeren.
Wij citeren.
‘Ik heb mijn buren eerst verschillende keren gevraagd hun honden uit mijn tuin te houden’, verdedigde de kunstenaar zich.
‘Toen Choco voor de zoveelste keer door de haag kroop, heb ik geprobeerd hem weg te jagen door met een steen te gooien. Omdat dat niet hielp, heb ik mijn tweeloop van de zolder gehaald. Het was niet de bedoeling dat hondje te raken, maar de hagel verwondde hem aan het oor en de hals.
Ik ben een dierenvriend, dat zie je aan mijn beelden, maar ik wil niet dat mijn herdershond zwanger wordt. Want het kan, hè, een chihuahua die een veel grotere hond zwanger maakt. Trouwens, als Choco niet achter Ricard zit, valt hij mijn schapen lastig.’

Nu Jef Vermassen, raadsman van de dader.
‘Mijn cliënt ontkent niet dat hij geschoten heeft en voor dat oude wapen had hij inderdaad geen vergunning. Maar er is geen sprake van dat hij dat hondje opzettelijk heeft geraakt. Anders zou er nu alleen nog chocopasta van overblijven.’
En dan klaagt diezelfde Vermassen over gebrek aan respect voor slachtoffers?
Dat gold dan blijkbaar niet voor de arme Choco.

20131129-161210.jpg

Sinte Mette van de Ruggenuchte

Woensdagavond ging ik boodschappen doen in de Aldi.
’t Was nodig, de ijskast was bijna leeg.
Het was al goed donker toen ik arriveerde.
Naast de ingang, bij de karretjes, verscholen in een hoekje, zat een bedelaar.
Ik kende hem wel.
Hij zit daar af en toe, met zijn witte bekertje voor hem op de grond.
Een man van een jaar of 50.
Een zigeuner waarschijnlijk.
Ik geef hem gewoonlijk wat, als mijn rug het tenminste toelaat, want dat bekertje staat pijnlijk laag.

Soms vraag ik me af: weten die bedelaars niet hoe het gesteld is met de Westerse rug?
Ik geef vaak niks omdat het bukken te veel pijn doet.
En geld in dat bekertje góóien, wil ik ook niet.
Dat is zo onbeleefd.
Bovendien: stel dat je ernaast gooit en het muntstuk rolt een meter verder. Wat dan?
Moet die bedelaar er dan naartoe kruipen?
Moet je zelf je geld weer gaan oprapen?
Ik wil dat soort gênante situaties niet riskeren en dus geef ik maar liever niks.

Ook wanneer het bedelen al te dramatisch is, geef ik niks.
Een man met een blote beenstomp.
Een kermende vrouw met een kind dat halfdood lijkt.
Een aan lagerwal geraakte junkie.
Daar loop ik met een grote boog omheen, me afvragend: zou dat nu echt zijn of is het gewoon show?
Ik heb al genoeg verhalen gehoord van mensen die deze sukkelaars wilden helpen, met voedsel, met warme drank, met onderdak, met professionele hulp.
Maar daar wilden de ‘sukkelaars’ niks van weten.
Ze wilden alleen geld, cash.
Bedelen is namelijk hun job.
Wij werken toch ook niet in ruil voor voedsel en drank?
Welaan dan.
Maar ik kan als werkloze toch geen mensen-met-een-job gaan steunen?
Da’s de omgekeerde wereld.

Ja, in een multiculturele samenleving mag je er zomaar niet vanuit gaan dat bedelaars sukkelaars zijn.
Dat zijn ze in ónze cultuur, maar daarom niet in ándere culturen.
Ik zag ooit een bedelaar die druk in de weer was met zijn … smartfoon.
En ’t was niet het goedkoopste model.
Hij was waarschijnlijk op het internet aan het surfen.
Zijn beursaandelen aan het controleren, wie weet.
Ik kijk ook altijd naar de schoenen van die bedelaars.
Geen enkel kledingstuk vertelt meer over een mens dan zijn schoenen.
Wel, ik heb bedelaars gezien die splinternieuwe, dure schoenen aanhadden.
Die krijgen niks van me, behalve een knipoog.

Mijn Aldi-bedelaar was echter precies op mijn maat gesneden.
Een rustige, vriendelijke man.
Niet opdringerig, niet melodramatisch.
Niet meelijwekkend, maar ook niet benijdenswaardig.
Niet te pover, maar ook niet te goed gekleed.
Een voorbeeldige bedelaar dus.
Ik mag hem graag.
Ik was dan ook van plan hem iets te geven.
Maar eerst boodschappen doen.

Ik heb een hekel aan boodschappen en supermarkten.
Ik koop altijd weer dingen die ik niet echt nodig heb.
Iedere keer weer is het een gevecht met mijn begeerten.
Soms win ik, maar meestal verlies ik.
En dan houd ik het nog heel sober vergeleken met de propvolle karren die veel mensen voortzeulen.
Enfin, ik was blij dat het achter de rug was.
Ik stak mijn karretje in de rij, prutste de euro eruit en gaf hem aan de bedelaar.
Hij lachte zijn drie tanden bloot.
Maar toen gaf hij me de euro terug, gebarend naar mijn karretje.

Wat kregen we nu?
Moest hij mijn euro niet hebben?
Vond hij het te weinig?
Maar hij keek helemaal niet kwaad, integendeel, hij keek vrolijk.
Ik snapte het niet.
Hij wees opnieuw naar mijn kar en mompelde iets onverstaanbaars.
En toen zag ik het.
Ik had m’n kar niet uitgeladen, ik had ze meteen in de rij geduwd.
Ik schudde m’n hoofd, sloeg er eens tegen, nam de euro dankbaar weer aan, en stak hem in het gleufje.
De bedelaar lachte en knikte.
Ja, hij had er plezier in.
Ik iets minder.
Hoe dom kan een mens zijn!
Ik laadde mijn inkopen vlug in de auto en kwam ten tweede male mijn karretje in de rij duwen.
De euro gaf ik terug aan de bedelaar.
En om hem te bedanken, deed ik er nog een euro bij.
Voor wat hoort wat.

Toen ik wegreed, dacht ik bij mezelf:
Als dát geen hedendaags tafereel was!
Blanke man speelt Sint Maarten en bedelaar keert de rollen om.

Wat gaat er allemaal niet nog omgekeerd worden!

20131129-151758.jpg