Kerstmis als kunstwerk zien

door lievendebrouwere

Het is geen witte kerst geworden dit jaar.
Jammer, want kerstmis zonder sneeuw, dat is maar half werk.
Sneeuw staat voor zuiverheid, schoonheid, geborgenheid, betovering, stilte.
Sneeuw is een deken waarmee de aarde als een kind wordt toegedekt.
Sneeuw is als kerstmuziek, maar dan in beeld.
Beide, beeld en klank, brengen een boodschap van vrede.
Stilte die tot muziek wordt, muziek die tot beeld wordt, beeld dat tot werkelijkheid wordt.
Kerstmis is een sfeer die ontstaat wanneer geest, natuur en cultuur samenvallen.
Wanneer buiten de wereld wit ligt en de klokken luiden.
Wanneer binnen de lichtjes in de kerstboom branden.
En het kindje zijn schaapjes telt.

20131230-125221.jpg

Nee, zo’n kerstmis is het dit jaar niet geworden.
De wind rukte aan alles wat los en vast zat, hij gierde door gaten en kieren.
Slapen lukte nauwelijks, dromen nog minder.
Overal was onrust, vrede bleef een vrome wens.
Maar ook dat hoort bij kerstmis: geen geboorte zonder weeën.
Ook tijdens die stormachtige dagen vielen natuur en cultuur samen.
Was deze kerststorm immers geen treffend beeld van hoe het er bij ons ‘van binnen’ uitziet?
Raast in deze tijd van het jaar de stress niet als een storm door ons lijf?
Is de koopwoede niet als een hevige wind die al onze verlangens, begeerten, angsten en dromen hoog doet opwaaien?
Zo buiten, zo binnen.
Zo natuur, zo cultuur.

20131230-125304.jpg

Iedere geboorte kent deze twee aspecten: hemelse vrede en aardse pijn.
Ook kerstmis heeft twee gezichten: de stilte van de sneeuw en het woeden van de storm.
Het is niet moeilijk om hierin de gezichten van beide Jezuskinderen te herkennen.
Enerzijds de hemelse liefde van het jongere kind, een onschuldige ziel die voor het eerst op aarde is.
Anderzijds de aardse wijsheid van het oudere kind, de vrucht van veel lijden.
Beide maken deel uit van het oerbeeld van kerstmis, een oerbeeld dat van alle tijden is maar 2000 jaar geleden, in het ‘midden’ van de tijd, tot levende werkelijkheid werd.
Dat kerst-oerbeeld is ook vandaag nog onverminderd van kracht, want oerbeelden trekken er zich niks van aan of ze door mensen gezien en begrepen worden. Het zijn eeuwige ideeën die leven in de wereld van de geest.

De concrete vorm die deze oerbeelden op aarde aannemen, is natuurlijk wel afhankelijk van de waarneming en het begrip van de mens.
2000 jaar geleden werd die mens in hoge mate geïnspireerd door de goden.
De fysieke vorm die hij aan het oerbeeld van kerstmis gaf, was een onvergelijkelijk kunstwerk, een levend kunstwerk, een kunstwerk dat tegelijk werkelijkheid was.
Anno 2013 laat de mens zich echter niet meer leiden door de goden, en in geestelijke inspiratie gelooft hij niet meer.
Laten we eens kijken wat hij tegenwoordig van kerstmis maakt.

De betoverende kinderlijke onschuld waarover het Lucas-evangelie vertelt, heeft hij herleid tot … plastic: plastic kerstbomen, plastic lichtjes, plastic kerstbollen, een plastic kindje Jezus. Een synthetisch kerstmis dus, bestaande uit louter glitter en schijn.

20131230-125412.jpg

Deze uiterlijke beelden zijn een weerspiegeling van wat kerstmis in onszelf is geworden: een paar sentimentele herinneringen uit onze kindertijd. We houden eraan vast omdat het jaareinde anders alle decorum verliest en herleid wordt tot louter eten en drinken.
Dat is wat overblijft van de hemelse vrede van kerstmis: plastic en sentiment.
En af en toe wat sneeuw.

Het hedendaagse kerstfeest weerspiegelt ons onvermogen om gestalte te geven aan levende ideeën, aan oerbeelden.
We voelen dat we in deze donkerste tijd van het jaar iets moeten doen. Maar we tasten in het duister, we hebben geen contact meer met de wereld van de oerbeelden.
En dus voeren we ieder jaar onze ‘kerstperformance’ op, waar we veel geld tegenaan gooien om onszelf wijs te maken dat het belangrijk is, maar het raakt ons hart niet.
Onze kerstvreugde is al even vals als de plastic rommel die we gebruiken.
Kerstmis is een bezweringsritueel waarmee we onze onmacht toedekken.
Het hemelse Jezuskind waar we (stiekem) zo naar verlangen, is onbereikbaar geworden.

Heel anders is het met gesteld met het andere Jezuskind.
Het Mattheus-aspect van kerstmis is alive and kicking.
Dit jaar raasde storm ‘Dirk’ over het land en ranselde de kerstbollen uit de bomen.
Niks geen vrede dus, alleen hevige onrust.
Alsof de soldaten van Herodes overal op zoek waren naar pasgeboren kinderen.
Maar niet alleen in de natuur ging Herodes tekeer.
Overal ter wereld zijn mensen met hun kinderen op de vlucht voor soldaten.
En ze vluchten naar het moderne Egypte, naar Europa, waar ze schuilen tussen de resten van een oude, vervallen beschaving.
Maar er wordt ook op modernere manieren jacht gemaakt op kinderen: als abortus meetelt als moord, dan was de Herodiaanse kindermoord klein bier vergeleken bij wat kinderen vandaag te verduren hebben.
En dan heb ik het nog niet over de figuurlijke kindermoord: de manier waarop het kinderlijke in de mens systematisch wordt uitgeroeid en vervangen door angst, agressie, wantrouwen, depressie, wanhoop.

20131230-125724.jpg

Het kerstmis van 2000 jaar geleden heeft zich in de loop der eeuwen zodanig vermenigvuldigd dat Bethlehem vandaag overal ligt.
Maar die wonderbaarlijke ‘vermenigvuldiging’ ging gepaard met een pijnlijke ‘aftrekking’: van de hemelse schoonheid van de Lucas-geboorte blijft enkel wat blinkend plastic over, en van de dramatiek van de Mattheus-geboorte blijft alleen het Herodiaanse aspect over.
Het jongere Jezuskind is als het ware het hart uitgerukt, het oudere Jezuskind is onthoofd.
Zowel de bezieling als het bewustzijn zijn verdwenen.
Overgebleven zijn alleen de dode vormen waarin Lucifer en Ahriman zich genesteld hebben.

Het oerbeeld van kerstmis drukt zich vandaag over de hele wereld uit, maar tegelijk heeft het zijn drieledigheid verloren. Het is herleid tot een louter aards, dualistisch beeld.
Wat eruit verdwenen is, is de Christusgeest.
Hij was het die 2000 jaar geleden beide Jezuskinderen bezielde en ze samenbracht in een onvergelijkelijk kunstwerk dat we tot op vandaag blijven nabootsen.
Maar die nabootsing is een louter automatisme geworden, een uiterlijke gewoonte zonder enige inhoud. Kerstmis is daardoor tot een kwellende leegte geworden, een holle vorm die erom schreeuwt gevuld te worden.

En ook dát hoort bij kerstmis, want wat we op 25 december vieren, is (de verjaardag) van de komst van Christus, en die komst was de vervulling van een kwellende leegte.
Het joodse volk was ‘uitverkoren’ om de komst van Christus voor te bereiden.
Daartoe had het zich, veel vroeger dan de andere volkeren, afgekeerd van de uiterlijke leiding van de mensheid: de sterren en de natuurgeesten. Het had zich naar binnen gekeerd en de leiding in zichzelf gezocht, in de ‘innerlijke stem’ van Jahweh. Die stem werd vertolkt door de profeten, mensen die het ‘luisteren’ naar God tot een kunst hadden verheven. Maar in de eeuwen die vooraf gingen aan de komst van Christus was de innerlijke stem van het joodse volk verstomd. Er traden geen profeten meer op en de joden kwamen in een soort innerlijke leegte terecht, waarin alleen nog een intens Messiasverlangen leefde.
De situatie was dus in hoge mate vergelijkbaar met de situatie vandaag.
Zelfs de politieke toestand is vergelijkbaar.
Zoals de joden kreunden onder het Romeinse juk, zo kreunen vandaag alle volkeren onder het juk van het materialisme, in zijn Westerse-kapitalistische of Oosters-communistische variant. En overal staan moderne Herodessen op, lijdend aan machtswellust en grootheidswaanzin.

20131230-130555.jpg

We beseffen het wellicht niet goed, maar ook vandaag heerst er onder de mensheid een sterk Messiasverlangen. Mensen voelen zich machteloos tegenover de stortvloed van problemen waarmee ze geconfronteerd worden, en dagelijks kunnen we in de kranten de kreet lezen: ‘de overheid moet ingrijpen’ of ‘de wereldleiders moeten iets doen’ of ‘de politici moeten hun verantwoordelijkheid nemen’. Het zijn allemaal variaties op het thema van de sterke man die de wereld moet redden. De idee dat de mens zelf zijn problemen zou kunnen oplossen, komt in de moderne geest niet meer op. Bewust of onbewust is alle hoop gevestigd op een moderne Messias.

Een beetje antroposoof begrijpt welk gevaar de mensheid daardoor bedreigt, want degene die vandaag zijn komst (op grote schaal) voorbereidt, is niet Christus maar Ahriman.
Als er niet meer bewustzijn komt van het verschil tussen beide tegengestelde geesten, zal het wereldwijde Messiasverlangen op de verkeerde geprojecteerd worden. En wat daar de gevolgen van zijn, hebben we in de 20ste eeuw al kunnen zien, toen de joden-van-de-moderne-tijd, de Duitsers, hun Messiasverlangen op de man met het snorretje richtten. Aanvankelijk leek hij inderdaad de redder van het gekwelde Duitsland te zijn, maar uiteindelijk ontpopte hij zich tot de vernietiger van Duitsland en probeerde hij de hele wereld mee te sleuren in zijn val.

Het gevaar dat de mensheid bedreigt, is dus dat de geschiedenis zich herhaalt.
Want 2000 jaar geleden sloegen de joden hun Messias aan het kruis en kozen de kant van de Romeinse keizer. Anders gezegd: zij verwisselden goed met kwaad.
Als we niet weer dezelfde vergissing willen begaan, moeten we Christus leren onderscheiden, want alleen wanneer we erin slagen ons een beeld van de Christusgeest te vormen, kunnen we hem onderscheiden van zijn tegenpool.
Wie denkt dat zulks niet nodig is, omdat hij echt wel het verschil zal kunnen zien tussen Christus en de Antichrist, vergist zich schromelijk.
Niet alleen lieten de meest vooraanstaande en ontwikkelde Duitsers zich destijds misleiden door Hitler, maar ook vandaag laten intellectuelen zich massaal voor de kar van de politieke correctheid spannen, in de stellige overtuiging dat ze het goede doen en het kwaad bestrijden.

20131230-131325.jpg

Nee, de grootste en dringendste opgave van onze tijd is het ontwikkelen van een zintuig voor de Christusgeest. En dat kan geen ander dan een kunstzinnig zintuig zijn, want Christus manifesteert zich in onze tijd ‘op de wolken’, dat wil zeggen in de etherische wereld, de wereld van de levens- en vormkrachten. Het is de wereld waar de beelden worden geschapen: de baarmoeder van onze zintuiglijke werkelijkheid.
Tot die wereld moeten we ons leren verheffen om de Christusgeest te vinden.
En dat betekent heel concreet dat we afstand moeten leren nemen van de materiële, zintuiglijke werkelijkheid. Want het is in dié werkelijkheid dat we Christus moeten zoeken, het is in die werkelijkheid dat hij werkzaam is. En we vinden hem daar wanneer we de wereld als een kunstwerk zien.

We leven in een kunstwerk, maar we zien het niet omdat we er met onze neus op staan.
De aantrekkingskracht van de materie is zo groot geworden dat we als het ware tegen de aarde plakken. Fysiek kunnen we nog wel rechtstaan, al krijgt onze rug het steeds harder te verduren, maar ons bewustzijn ligt plat op de grond en is niet meer in staat zich op te richten. Het ziet niets anders dan dode stof en het ziet die stofdeeltjes heel scherp, maar het is niet in staat er afstand van te nemen en te zien hoe die ze gegroepeerd zijn, hoe ze samen beelden vormen, en hoe die beelden beginnen te bewegen en uiteindelijk zelfs te spreken. Daar is het moderne bewustzijn blind voor geworden.

Als gevolg daarvan beleven we ieder jaar een kersttijd die bijna een exacte kopie is van het kerstmis van 2000 jaar geleden. Het oerbeeld van kerstmis is dus alive and kicking, maar … we zien het niet. We worden zodanig meegesleurd door de zintuiglijke aantrekkingskracht van dit moderne feest, dat we de beelden niet herkennen. Want daarvoor moeten we ons even kunnen terugtrekken uit de drukte en er met een ‘onthechte’ blik naar kijken, zoals we dat ook met een kunstwerk doen.
Als we naar een tentoonstelling gaan, dan trekken we ons terug uit de drukke werkelijkheid en kijken in alles rust naar beelden van … de werkelijkheid die we net de rug hebben toegekeerd.
Zo moeten we ook naar het moderne kerstmis kijken: we moeten ons uit de drukte terugtrekken, maar we mogen er onze ogen niet voor sluiten. Integendeel, van de rust moeten we juist gebruik maken om des te beter te kijken, om al die afzonderlijke bestanddelen van het kerstfeest samen te voegen tot beelden. Het is niet uiterlijk maar innerlijk dat we afstand moeten nemen. Er is helemaal niks tegen kerstbomen en cadeautjes en lekker eten en gezellig samenzijn, wel integendeel, al die zaken maken deel uit van het kerstfeest. Het probleem is dat we er te dicht opgeplakt zitten, we worden erdoor meegesleurd, we worden er zelfs door geterroriseerd.

20131230-131539.jpg

We mogen hier zeker denken aan Steiners uitspraak dat wie niet tegenover de idee kan gaan staan erdoor geknecht wordt. Dat is wat in het moderne kerstfeest gebeurt: we worden geknecht door de kerst-idee, en die kerst-idee is uiteindelijk Christus zelf.
Dat is in één woord de tragiek van onze tijd: we worden geknecht door Christus omdat we niet in staat zijn afstand van hem te nemen en hem te onderscheiden.
We vinden hem niet omdat hij te dichtbij is.
We klampen ons als kinderen aan hem vast – en omdat hij uit louter liefde bestaat, wijst hij niemand af – maar juist daardoor zien we hem niet en kunnen we ook geen bewuste relatie met hem aangaan.
Nochtans is dát juist onze Michaëlsopdracht: tegenover Christus gaan staan en hem in het gelaat kijken.
Hoe moeilijk dat is, kreeg ik op kerstochtend – in een beeld – te zien, want de opkomende ochtendzon blakerde met een zodanige kracht dat ik ervoor terugdeinsde en de armen voor mijn ogen moest slaan. Het is dus geen sinecure om Christus in het gelaat te kijken. Daarvoor moeten we Michaëlskrachten ontwikkelen, en dat doen we door de wereld waarin we leven – en waarin de Christuszon blakert – met een kunstzinnige blik te benaderen.
Wie denkt dat zoiets gemakkelijk is, moet het maar eens proberen.
De eerste die je dan tegenkomt, is Ahriman, want hij houdt onze kunstzinnige blik in een ijzeren greep, en wee degene die zich tegen hem verzet!
Het is pas als je het gebied van de kunst betreedt, dat het gevecht met de draak echt begint.

Daarmee kom ik weer terug bij wat eigenlijk het uitgangspunt van deze kerstbeschouwing was, en dat is de vaststelling dat we enkel de Lucasversie van kerstmis vieren: het kinderlijke feest waarbij we als schaapjes dicht bij elkaar kruipen in een sfeer van vrede op aarde aan alle mensen van goede wil. De Mattheusversie negeren we volkomen, want wrede Herodessen, kindermoorden, vluchten naar het buitenland: daar willen we in deze tijd van het jaar juist niét aan denken.
Maar daardoor zwelgen we in het ene aspect van kerstmis en sluiten we ons af voor het andere aspect. We klemmen het ene Jezuskind in onze armen en sturen het andere de nacht in.
De kunst bestaat erin tegenover beide kinderen te gaan staan en ze allebei in ons hart te sluiten, want dan wekken we de Christusgeest in onszelf en herstellen we het drieledige oerbeeld van kerstmis. En hoe duidelijker we beide Jezuskinderen leren onderscheiden, des te meer worden we ook gegrepen door hun onderlinge liefde.
Het is een paradox: we verenigen ons met Christus door afstand van hem te nemen.
Zo gaat het ook met de kunst: we leren haar niet kennen door erin te kruipen maar door er tegenover te gaan staan.
Eén ding kunnen we van de kunst alvast leren: de weg naar Christus is zeer lang.
Immers, ars longa vita brevis.

20131230-132047.jpg

Advertenties