Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Maand: december, 2013

Hohe Nacht der klare Sterne

Hohe Nacht der klaren Sterne
Die wie weite Brücken stehn
Über einer tiefen Ferne
Drüber unsre Herzen gehn

Hohe Nacht mit großen Feuern
Die auf allen Bergen sind
Heut muss sich die Erd erneuern
Wie ein junggeboren Kind!

Mütter, euch sind alle Feuer
Alle Sterne aufgestellt
Mütter, tief in euren Herzen
Schlägt das Herz der weiten Welt!

(Hans Baumann)

20131224-150722.jpg

Said the shepherd boy to the mighty king

DO YOU HEAR WHAT I HEAR ?

Said the nightwind to the little lamb
Do you see what I see?
Way up in the sky, little lamb
Do you see what I see?
A star, a star, dancing in the night
with a tail as big as a kite.

Said the little lamb to the shepherd boy
Do you hear what I hear?
Ringing through the sky, shepherd boy
Do you hear what I hear?
A song, a song, high above the trees
with a voice as big as the sea.

Said the shepherd boy to the mighty king
Do you know what I know?
In your palace warm, mighty king
Do you know what I know?
A child, a child shivers in the cold
Let us bring in silver and gold.

Said the king to the people everyhere
Listen to what I say
Pray for peace, people everywhere
Listen to what I say
A child, a child sleeping in the night
he will bring us goodness and light.

(Gezongen door Vera Lynn)

20131224-145946.jpg

Populaire Frans

Het gaat weer goed met de katholieke kerk.
Die vervelende Ratzinger is naar een serviceflat afgevoerd en de Grote Zuivering is begonnen.
Iedereen die nog in God gelooft: eruit!
Om de brave gelovigen niet wakker te maken, wordt dagelijks de grote pope-show opgevoerd: Franciscus doet Christus na.
Na de populaire Pool, de populaire Frans.
De jammere Jozef is alweer vergeten.
En de pers roept hosanna!
Dan moet er wel iets grondigs mis zijn.

20131224-102038.jpg

JINGLE BELLS

Voor ons ligt L’ Osservatore Romano. De enige krant ter wereld waar de sudoku in Romeinse cijfers moet worden opgelost, wat heel wat meer hersenactiviteit vraagt dan bijvoorbeeld die van De Standaard.
Maar wat lezen wij nu?
De paus heeft kardinaal Burke uit de Congregatie van de Bisschoppen gezwierd.
Kardinaal Raymond Burke is een conservatieve Amerikaan die er blijkbaar van uitgaat dat Christus de Zoon van God was, en aan een kruis in Jeruzalem is gestorven om ons te verlossen van onze zonden. Kardinaal Burke – zit iedereen? – was voorstander van een correcte toepassing van de liturgie!
De paus geloofde niet wat hij hoorde toen men het hem vertelde. Wat een dwaas, die Burke. Hoe was die ooit zo hoog kunnen opklimmen in de hiërarchie van het Vaticaan? Het moest toch zijn dat Ratzinger even dom was als hij er uitzag. De paus, net terug van het kussen van een paar vieze voeten van een of andere in een Romeinse sloppenwijk opgepikte schooier, riep zijn secretaris en beval hem het formulier met als hoofding Chr-IV uit zijn tas te halen en kardinaal Burke de wacht aan te zeggen.

Cisse Eén heeft blijkbaar al twaalf van de dertig leden van de Congregatie ontslagen.
Waarom?
Omdat ze hem niet bevielen.
Er waren er bij die voor waar verkondigden dat Maria, de moeder Gods, onbevlekt ontvangen had! En dat ze op het einde van haar leven geen spuit pentobarbital kreeg, zoals voorzien in de Belgische euthanasiewetgeving, maar ten hemel steeg. Gratis, niet met Ryanair maar door de wet van Newton te overwinnen. Eruit, alle twaalf deze kortzichtige apostelen, en vervangen door eigen schatplichtigen.

Beeld u het omgekeerde in.
Dat een paus twaalf progressieve bisschoppen, of erger: bevrijdingstheologen, liquideert en door vazallen vervangt.
Zou Canvas niet te klein zijn voor alle verontwaardiging? Zou Rik Torfs weer niet van ’s ochtends vroeg tot Reyers laat in uw leven binnendringen? Zou Rik Devillé geen comité oprichten? Zou meester Van Steenbrugge het Vaticaan niet dagvaarden? Maar deze Zuid-Amerikaanse dictator, volgens monseigneur Leonard ‘the right pope on the right place’, mag zijn gang gaan.
Man van het Jaar van Time, toe maar.
Vergeleken bij de paus was Hugo Chavez een gematigd democraat.

Dat komt ervan als je een gewezen buitenwipper op de Heilige Stoel zet.
Portier van een nachtclub geweest, de paus.
Als wij correct zijn ingelicht heette die tent: ‘In de stoute wolf.’ Paaldanseressen, topless bediening, elk uur live copulaties op een glazen podium en séparés voor wie de diepe draai liever doet dan ziet. En bij het buitengaan meteen vergeving van de zonde, in ruil voor een aflaat in harde dollars aan de portier. Van de binnenwipper aan de buitenwipper zullen we maar zeggen.

Volgens kardinaal Burke gaat de westerse maatschappij ten onder aan losbandigheid.
Dat is misschien wat overdreven, maar het Vaticaan alleszins wel.
In de Congregatie van de Bisschoppen gaan tegenwoordig joints en flessen Johnny Walker van hand tot hand, wijl holebi’s kirrend en piepend over het Perzisch tapijt buitelen. En dan buigen de kardinalen, goed in de wind, zich over een volgend pakket te schrappen artikelen van de geloofsleer.

Nog een laatste bemerking van uw Kaaiman Katholica: de kalkoen regelmatig met haar eigen jus overgieten, dat zorgt voor een knapperig korstje en een zalige Kerst voor u allen.

(Koen Meulenaere)

Ik voeg me daarbij met een kleine raad: meng niet teveel antidepressiva door uw geestrijke dranken. Het kan tot zelfmoordneigingen leiden. Er is weliswaar genoeg volk op de wereld, maar ’t is toch de kwaliteit die telt, nietwaar?

20131224-095714.jpg

De weeën zijn begonnen

20131223-190931.jpg

Waai zegt de wind,
Woei doen de bomen,
Ik denk dat het kindje
Nu wel gaat komen.

Vrede op aarde

De kerstwens ‘vrede op aarde’ gaat niet zomaar in vervulling doordat er ergens een staakt-het-vuren wordt afgekondigd. Er zijn enkele voorwaarden aan verbonden. De woorden ‘aan alle mensen van goede wil’ houden al een beperking in. Maar de belangrijkste voorwaarde voor de vrede waarover de engelen tot de herders spraken, is dat eerst het goddelijke in de hemelhoogten zich openbaart: ‘Gloria in excelsis’. Echte vrede ontstaat alleen wanneer in het binnenste van de mens iets neerdaalt dat uit hemelhoogten stamt. Vrede is de toestand waarin de ziel verkeert als ze de openbaring van het goddelijke in zich opgenomen heeft.

Wat wij in onze tijd moeten ontwikkelen is een zintuig voor wat bezig is ten onder te gaan, opdat we het zouden herkennen, en een zintuig voor wat aan het opkomen is, opdat we de groei ervan zouden kunnen bevorderen. De uiterlijke wereld is in verval. Het vergankelijke en het tijdelijke zijn nu op grote schaal bezig te vergaan. Maar bij deze processen voegt zich in onze tijd ook een ontkiemen, een opgang. En wanneer we, door de scheuren en barsten van de uiteenvallende zintuiglijke wereld, de eeuwigheid zacht zien oplichten, dan kunnen we daaraan de kracht ontlenen om wat ten onder gaat rustig aan de afgrond over te laten, en ons te houden aan het nieuwe dat komende is.

(Emil Bock: Kringloop van de Jaarfeesten)

20131223-182837.jpg

Jezus en de drie koningen

Toen Joseph Ratzinger, de vorige paus Benedictus XVI, het derde deel van zijn trilogie over Jezus van Nazareth uitbracht – het deel over de kinderjaren – werd er in de media nogal wat ophef gemaakt over het feit dat Ratzinger het verhaal van de drie koningen als fantasie afdeed.
Er waren volgens hem nooit drie koningen geweest die het kindje Jezus in Bethlehem waren komen begroeten. Het verhaal was niet meer dan een ‘theologische meditatie’.
Het vreemde aan deze krantenberichten was dat ze de zaak helemaal omkeerden.
Ratzinger beweerde helemaal niet dat de drie koningen fictie waren.
Hij beklemtoonde juist de historiciteit van het verhaal.

20131223-132032.jpg

Het waarom van deze wel zeer pertinente journalistieke leugen interesseert me minder dan het feit dat die leugen uitgerekend de drie koningen gold.
Het is namelijk traditie geworden om de geboorte van de Jezus uit het Mattheusevangelie aan de kant te schuiven ten voordele van de andere geboorte, die uit het Lucasevangelie, de geboorte in de stal.
Deze ‘discriminatie’ houdt volgens mij nauw verband met de discriminatie van het esoterische christendom, want de solomonische Jezus is degene die de wijsheid belichaamt (terwijl de nathanische Jezus de liefde belichaamt) en het is vooral de wijsheid die onder invloed van de kerk uit het christendom is verdwenen.
In de plaats van die verketterde sterrenwijsheid – de drie wijzen waren astrologen – kwamen de wetenschap en het geloof.
Het zijn precies die twee vermogens die we bij Joseph Ratzinger – even vroom als verstandig – in hoge mate aantreffen en die hem tot een vertegenwoordiger maken van het beste wat de kerk nog te bieden heeft. Dat was ongetwijfeld ook de reden waarom hij zo werd gedemoniseerd in de pers: hij was nog een echte christen, en derhalve een steen des aanstoots.

Maar hoe intelligent, moedig en mild Ratzinger ook was, zijn boek over de kinderjaren van Jezus legt de zwakheid van het moderne exoterische christendom bloot.
Het ontbreekt het huidige christendom op schrijnende wijze aan het soort wijsheid dat het esoterische christendom wel bezit.
Als de kerk er niet in slaagt om de kloof met dat esoterische christendom (zoals het in de persoon van Rudolf Steiner weer aan de oppervlakte is gekomen) te overbruggen, dan zal ze tot een lege huls worden. En hoe meer ze zich vastklampt aan haar lege vormen, des te meer zal ze tot vijand van het levende christendom worden.

Het driekoningenverhaal is als het ware de Verloren Zoon van het christendom.
De rehabilitatie ervan maakt deel uit van haar wederopstanding.
Laat ons daarom eens kijken naar het geboorteverhaal van Mattheus, in het licht van wat Rudolf Steiner daarover verteld heeft.

20131223-132056.jpg

Het evangelie volgens Mattheus – en daarmee ook het Nieuwe Testament – begint met het geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham.
Volgens Steiner liggen veel geheimen van het evangelie verborgen in de structuur ervan, en wat kan binnen die structuur belangrijker zijn dan het begin?
Bovendien waren de drie koningen astrologen, en iedereen weet hoe cruciaal in de astrologie het begin van iets is: daarop wordt de horoscoop gebaseerd.
Het geslachtsregister van Jezus is in zekere zin het geboortemoment van het evangelie.
Het verbindt dat evangelie niet alleen met het Oude Testament, het verbindt Jezus ook met zijn volk.

Dit evangeliebegin plaatst de theologen voor een probleem: hoe moeten de geslachtsregisters (ook Lucas vermeldt er een) gerijmd worden met het geloofspunt dat Jezus geboren is uit een maagd?
Als Jozef niets te maken had met de verwekking, vanwaar dan de opsomming van al die mannen?
Ratzinger lost dat op (meent hij) door Jezus’ afstamming een louter symbolische betekenis toe te kennen.
De maagdelijkheid van Maria daarentegen neemt hij letterlijk: zij is niet door Jozef maar door de Heilige Geest zwanger gemaakt.
Een wonder dus.
Rudolf Steiner doet precies het omgekeerde.
Hij beschouwt de geslachtsregisters als reëel – Jozef is wel degelijk de vader van Jezus – maar de maagdelijkheid van Maria ziet hij als een metafoor voor de ongereptheid van haar ziel.

De geslachtsdaad verliep in oude tijden nog lang niet zo bewust als vandaag.
Een en ander gebeurde als ‘in een droom’.
Dat was heel speciaal het geval bij de Maria uit het Lucas-evangelie, die zo kinderlijk onschuldig was dat geen geslachtsdaad haar uit de droom had kunnen halen.
Maar ook de andere Maria maakte de conceptie van Jezus niet bewust mee.
Ze werd namelijk opgevoed in de tempel en daar liet men de voortplanting niet aan het toeval over. Ze werd vanuit diepe inzichten tot stand gebracht tijdens een zogenaamde ‘tempelslaap’.

Er is echter nog een derde luik aan deze ‘maagdelijkheid’ en die betreft de gebeurtenis die op 25 december gevierd wordt: de intrede van Christus in de aardesfeer.
Volgens Rudolf Steiner ging dat gepaard met een heel bijzonder (en volgens hem heel concreet) natuurverschijnsel: omstreeks middernacht begon de zon te schijnen, en ze scheen vanuit het sterrenbeeld van de Maad.
Zoiets kan natuurlijk moeilijk gecontroleerd worden.
Maar wat wél gecontroleerd kan worden is de sterrenconstellatie die toen aan de hemel stond en die wat Steiner noemde een ‘oerconstellatie’ vormde.
Eén element in die (uitzonderlijke) horoscoop is het aspect tussen de Maan in Maagd en Saturnus in Tweelingen.
De Tweelingen staan voor de twee Jezuskinderen, en de Maagd is het teken waarin volgens Steiner de middernachtelijke zon scheen op het moment dat Christus ‘op aarde’ kwam.
Het ‘Et incarnatus est de spiritu sancto ex Maria virgine’ uit de katholieke geloofsbelijdenis zou dus betrekking hebben op drie verschillende geboortes: die van de twee Jezuskinderen en die van Christus zelf, alle op hun manier ‘maagdelijke’ geboorten.
Dat is althans de opvatting die Jos Verhulst als in een notedop samengevat ziet in ‘De onbevlekte ontvangenis’ van Rubens, een zeer complex esoterisch schilderij dat in het Prado hangt.

20131223-132232.jpg

Een en ander maakt duidelijk dat het kerstfeest omgeven is met diepe mysteries die bekend waren in esoterische en artistieke kringen, maar waarvan de exoterische kerk geen flauw benul meer heeft of wil hebben.

De Jezus uit het Mattheusevangelie bezat een diep inzicht in dergelijke mysteries. Hij was het verst ontwikkelde Ik op aarde, een ziel die qua intelligentie en geestkracht haars gelijke niet had. Volgens Steiner was hij een reïncarnatie van de legendarische Zarathoestra, de grote Perzische ingewijde.
Zoals het bij zijn status paste, werd deze grootse ziel geboren uit ouders van koninklijken bloede.
Ze woonden weliswaar niet in een paleis, maar hun huis stond bij de joden ongetwijfeld in hoog aanzien.
We moeten ons Jozef en Maria dus voorstellen als zeer ontwikkelde, aristocratische figuren, wier indrukwekkende stamboom hen tot potentiële ouders van de Messias maakte.
En dat wilde in die tijd wat zeggen.
Mede door de Romeinse bezetting was de Messiasverwachting hooggespannen en de geboorte van het Jezuskind moet met meer dan gemiddelde aandacht zijn gadegeslagen. Die aandacht zal alleen maar zijn toegenomen na het bezoek van de buitenlandse koningen, die met hun gevolg ongetwijfeld groot opzien baarden in een klein stadje als Bethlehem.

Het waren echter niet alleen de joodse leiders die grote belangstelling koesterden voor dit kind.
Er was ook nog Herodes, de door de Romeinse bezetter aangestelde koning.
Als Jezus inderdaad de Messias was, dan betekende hij een bedreiging voor dat koningschap.
En dus ordonneerde Herodes de kindermoord, enerzijds in een poging om zijn vermeende rivaal uit te schakelen, anderzijds om zijn woede te koelen.
Maar de joden zorgden goed voor hun (mogelijke) Messias en brachten hem samen met zijn ouders in veiligheid.
We moeten ons de vlucht naar Egypte dus niet voorstellen als een man die een vrouw op een ezeltje door het holst van de nacht loodst – dat beeld is ontstaan door vermenging van beide evangelies – maar eerder als de goed georganiseerde evacuatie van een voorname familie met in haar midden wellicht de belangrijkste aller joden.
Ook in Egypte zelf zullen Jozef en Maria niet als arme immigranten geleefd hebben, maar met de nodige égards behandeld zijn.
Het kind groeide hier op in een omgeving die, door zijn grootse verleden, nauw aansloot bij zijn eigen oude en hoogontwikkelde ziel.

20131223-132414.jpg

Als we de geboorte van de solomonische Jezus (de afstamming van de andere Jezus loopt niet via koning Salomon maar via de hogepriester Nathan) van op enige afstand bekijken, dan zien we dat ze gekenmerkt wordt door grote tegenstellingen.
Enerzijds is er het Jezuskind waarvan men vermoedt dat het de Messias is, anderzijds is er Herodes die deel heeft aan de Romeinse keizerswaanzin en zichzelf als een god ziet.
Enerzijds is er het huis in het bescheiden Bethlehem, anderzijds is er het hoge bezoek van drie buitenlandse koningen.
Enerzijds is er de geboorte van het kind, anderzijds is er de kindermoord.
Enerzijds is er het knusse, groene Bethlehem, anderzijds de vlucht door de woestijn naar een ver en vreemd land.

Als enkele jaren later Herodes sterft en het gezin terugkeert naar huis, is het nog niet afgelopen met de tegenstellingen.
Jozef krijgt van een engel immers de raad om niet naar Bethlehem terug te keren, maar in Nazareth te gaan wonen.
Om te weten wat dat betekent, moeten we even kijken naar de kaart van Palestina.
Het land telde in die tijd drie ‘provincies’: Galilea in het noorden, Judea in het zuiden, en Samaria in het midden.
Ze waren alledrie heel verschillend.
Galilea en Judea waren in zekere zin een beeld van leven en dood.
Het zuidelijke Judea, met de hoofdstad Jeruzalem, waar de ‘echte’ joden woonden, was een barre streek die grensde aan de woestijn, met daarin de Dode Zee, het diepste punt van het aardoppervlak, de poort naar de onderwereld als het ware.
Het noordelijke Galilea, waar Nazareth was gelegen en waar veel verschillende volkeren door elkaar woonden, was de groene long van Palestina, een zeer vruchtbare streek, met in het midden het paradijselijke meer van Gennesareth, een kleine hemel op aarde.

20131223-132615.jpg

Was Bethlehem een klein stadje in de buurt van Jeruzalem, waar alles in het teken van de tempeldienst stond (in Bethlehem werden de dieren gekweekt die dagelijks geofferd moesten worden), Nazareth was niet eens een dorp, het was een nederzetting van vrome lieden, ver weg van alle drukte.
Hier geen tempel, geen hoofdstad, geen hogepriesters, geen koningen, geen politiek.
Alleen het eenvoudige landelijke leven in een stille Esseense gemeenschap.
De Essenen waren een kloosterorde die, een beetje zoals later de Franciskanen, armoede en eenvoud hoog in het vaandel droegen.
Ze leefden verspreid over het land in kleine kolonies.
Nazareth was er zo een.
Het leven werd er geregeld door een kern van streng ascetisch levende ordebroeders.
Er heerste een sterke gemeenschapszin: men had niet veel, maar men had elkaar.

Hoewel Jozef en Maria afkomstig waren uit het kleine Bethlehem, waren ze toch goed bekend met het drukke stadsleven en de rijke cultuur van het koninklijke Jeruzalem. Ook in Egypte waren ze omringd door de resten van een rijke en oude beschaving. Maar nu kwamen ze opeens terecht in een verafgelegen nederzetting tussen zeer eenvoudige lieden, boeren, ambachtslui en monnniken. Ze troffen er ook wel een zeker geestesleven aan, maar het was een cultuur van het hart, geen schriftgeleerden-cultuur zoals in Jeruzalem. Alle uiterlijke onderscheidingen vielen hier weg, iedereen was hier gelijk aan elkaar, alle bezit was gemeenschappelijk.

Het moet voor Maria de zoveelste schok zijn geweest.
Ze was van jongs af opgevoed in de tempel, in een zeer voorname omgeving.
Zeer jong nog werd ze uitgehuwelijkt aan de veel oudere Jozef.
Ze ging met hem in Bethlehem wonen.
Ze kreeg een kind.
Er kwamen drie buitenlandse koningen op bezoek.
Ze moest halsoverkop vluchten voor de soldaten van Herodes.
Ze leefde jaren in ballingschap in het verre Egypte.
Daarna trok ze naar het al even verre Nazareth.
Na het rustige, veilige en zeer geregelde leven in de tempel kwam ze terecht in een cascade van gebeurtenissen die van haar een groot aanpassingsvermogen vergden.

20131223-132823.jpg

Ook voor Jozef moet het een bewogen tijd zijn geweest.
Deze koningszoon was al een oude man toen hij een jong meisje tot vrouw kreeg, dat ook nog eens op onverklaarbare manier zwanger werd.
Vervolgens moest hij met vrouw en kind naar het buitenland vluchten, om jaren later terug te keren en de rest van zijn leven door te brengen in een armoedige omgeving ver weg van alles wat hem zijn hele leven vertrouwd was geweest.
In Nazareth kwamen er op korte tijd nog zes andere kinderen bij, zodat Jozef op zijn oude dag nog de verantwoordelijkheid kreeg over een grote – en ongetwijfeld drukke – kinderschare.
Het valt dan ook niet te verwonderen dat de arme man er het bijltje bij neerlegde: ongeveer 10 jaar na zijn huwelijk stierf hij en liet een jonge weduwe met zeven kinderen achter.

Het minste wat we over het gezin uit het Mattheusevangelie kunnen zeggen, is dat het in de eerste tien jaar van zijn bestaan geconfronteerd werd met een hele reeks dramatische tot schokkende gebeurtenissen. Voor beide ouders was de geboorte van Jezus het begin van een emotionele rollercoaster die hen allebei diep getekend moet hebben.
Het was voor allebei ook een harde confrontatie met het ‘echte leven’: na opgegroeid te zijn in een beschermde en geprivilegieerde omgeving, werden ze achtereenvolgens geconfronteerd met het huwelijksleven, onverwachte zwangerschap, doodsbedreigingen, een vreemde cultuur en ten slotte een armoedig leven.
Je zou kunnen zeggen dat de geboorte van Jezus ook voor hen een ‘geboorte’ was: het betekende de overgang naar een geheel ander leven. Die overgang ging gepaard met geboorteweeën, schokkende, levensbedreigende geboorteweeën die van hen allebei andere mensen maakte.
Niets zou nog hetzelfde zijn na de geboorte van Jezus.

20131223-133012.jpg

Het is juist dit geboorteweeën-aspect dat helemaal verdwenen is uit het moderne kerstmis.
We hebben alleen oog voor de kinderlijk-onschuldige sfeer van het geboorteverhaal uit het Lucasevangelie, de sfeer van de brave herdertjes met hun wollige schaapjes.
Dat ze die schaapjes kweekten om geslacht te worden in de tempel, zijn we vergeten, net zoals we vergeten dat ook het onschuldige Jezuskind-in-de-stal geboren werd om als een lam geofferd te worden.
Op 25 december willen we alleen maar vrede op aarde.
Volkomen terecht natuurlijk.
Onze viering van het kindje in de kribbe is een uitdrukking van ons intense verlangen naar vrede en onschuld in een wereld die alsmaar duisterder wordt.
Maar dat verlangen zal niet bevredigd worden als het louter gevoelsmatig blijft, als het niet verbonden wordt met de uit ‘weeën’ geboren wijsheid waarvan het andere Jezuskind de belichaming is.
Wat blijft er trouwens nog over van dat verlangen in ons hart?
Het wordt meer en meer een uitzichtloos verlangen, een vorm van zelfbedrog.
We geloven al lang niet meer in vrede op aarde aan alle mensen van goede wil.
Ongemerkt is ons verlangen tot angst geworden, een angst die we uit alle macht proberen te verdoven, maar die ons steeds wantrouwiger en agressiever maakt.
Zonder dat we het beseffen, komen we meer en meer terecht in de sfeer van het andere geboorteverhaal, het verhaal uit het Mattheusevangelie.
Maar het is niet de sfeer van de koninklijke wijsheid waarin we terechtkomen, het is de sfeer van de waanzinnige Herodes.

De oude Herodes werd ‘de bouwer’ genoemd, omdat hij van Jeruzalem een tweede Rome wilde maken, en het ene paleis na het andere bouwde. Hij was geïnfecteerd door de waanzinnige Romeinse keizerscultus.
Ook het oude Europa wil zich momenteel meten aan het machtige Amerika, dat de wereld tot haar keizerrijk wil maken. En één van de zaken waarin dat tot uiting komt is de megalomane bouwwoede die overal heerst.
Ik heb het nog meegemaakt dat de mooie, oude Leopoldswijk van Brussel tegen de vlakte ging, om plaats te maken voor de glas-en-beton-paleizen van de Europese ‘keizers’.
En vandaag zie ik hoe ook Gent getroffen wordt door deze bouwwoede.
Eerst was er de monstrueuze stadshal die als een architectonische bom in het oude stadscentrum gedropt werd.
Vervolgens werd het St. Pieterstation herleid tot een poppenhuisje door de omringende betonnen mastodonten.
Vandaag staat er een reuzenrad op meer dan uitdagende manier vlak voor de St. Baafskathedraal, en het is wachten op het volgende Herodiaanse project van ‘zigeuner’ Termont.
Al die buitensporig grote en lelijke bouwwerken zijn de uitdrukking van een demonische geest die alles bedreigt wat mooi en menselijk is.

20131223-133123.jpg

Herodes was trouwens geen jood, hij was een Arabier, die enerzijds bekend stond om zijn wreedheid en anderzijds om zijn goede relaties met keizer Augustus.
Ook dat klinkt bekend in de oren.

En ten slotte was Herodes de opdrachtgever van de kindermoord.
Die slachtpartij onder de pasgeborenen was trouwens niet zijn enige wapenfeit.
Het was een publiek geheim dat hij de grot waar later de Jezus uit het Lucasevangelie zou geboren worden, gebruikte voor zwartmagische rituelen waarbij geen lammeren maar kinderen geslacht werden.
Ja, deze Herodes was in alle opzichten het tegendeel van de ware ‘koning der joden’ die onder zijn bewind geboren werd.
Als we zien wat kinderen vandaag te lijden hebben, dan kunnen we ook hier gewagen van een herhaling – en uitvergroting – van de situatie in Palestina 2000 jaar geleden.

Anders gezegd, het dramatische kerstverhaal van Mattheus dat we zo zorgvuldig uit ons bewustzijn bannen, komt langs de achterdeur weer naar binnen, maar dan in omgekeerde zin: niet als de van wijsheid vervulde gebeurtenissen uit het evangelie, maar als de van Herodiaanse waanzin vervulde gebeurtenissen van onze tijd.
En ook al proberen we met kerstmis uit alle macht een eilandje van vrede te creëren, het proberen alleen al maakt van kerstmis vaak een kwelling.
Niet alleen moeten we tot het laatste moment werken (om de zakken van Herodes te vullen), we moeten ook cadeautjes kopen om te bewijzen dat we er nog altijd bijhoren, we moeten ons in de verkoopsdrukte storten (en en passant nog opletten voor gediscrimineerde zigeuners), we moeten kerstbomen kopen en versieren, we moeten wenskaartjes versturen, we moeten somptueuze maaltijden klaarmaken (die een berg afwas achterlaten) en ondertussen moeten we ook nog de kinderen bezighouden (al zijn er gelukkig Playstations waarmee ze de kerstdagen schietend en moordend kunnen doorbrengen).

En het kindje Jezus?
Dat kunnen we er in al die hectische drukte even niet bij hebben.
Het moet maar … naar Egypte vluchten.
Ja, uiterlijk vieren we het kindje-in-de-stal, maar innerlijk is het al Herodes wat de klok slaat.
We zijn verder dan ooit verwijderd van de eenvoud van de herdertjes die bij nacht in het veld lagen en de hemel zagen opengaan. En die eenvoud kunnen we nooit meer herwinnen zonder de koninklijke wijsheid van het kind-in-het-huis, de wijsheid die het esoterische christendom 2000 jaar lang bewaard heeft, ver weg van de tempels en paleizen van het exoterische christendom, en die 100 jaar geleden opnieuw het daglicht zag in een klein dorpje ergens in Zwitserland.

20131223-133401.jpg

Staren door het raam

STAREN DOOR HET RAAM

Er is een leven in wat bewegen,
de takken beven een beetje tegen
elkaar. Een even beginnen schudt
elke boom: een bezinnen dit,

een schemeren gevend van eerste denken,
met lome vingers gaan zij wenken
wenken, wenken, brengen uit
een vrezend menen nauw geuit.

En lichte dingen, herinneringen
lispelen zij, vertrouwelingen,
zouden wel willen, willen — dan dood
staan zij in de lucht, de bomen bloot.

De lucht, die leeg is en zonder ziel
waar uitgetuimeld de wind uitviel.

J.H. Leopold

20131222-130123.jpg

De strijd tegen het pipoïsme

Dit weekend gratis bij De Tijd: Het Jaar van de Kaaiman.
Voor wie een collector’s item wil bemachtigen.
Een voorsmaakje.

BEET VOORAF

Eenieder heeft in het leven een opdracht gekregen, hetzij van Ons Heerke, hetzij van de VDAB. En die van uw Kaaiman bestaat erin het pipoïsme in onze maatschappij te doorprikken. Wel dan heb je je werk. Heel veel werk zelfs.

Het pipoïsme is een algemene term die niet in Van Dale, en ook niet in enig ander papieren of digitaal woordenboek is opgenomen. Torenpoepster wel, met dank aan de christelijke volkspartij. Volksnationalist ook, eveneens met dank aan de christelijke volkspartij. Maar pipoïsme niet.

Pipoïsme is dan ook een begrip dat niet eenduidig te definiëren of te omschrijven valt. Niettemin voelt iedereen spontaan aan wat ermee bedoeld wordt. Je zou het in zekere zin een vorm van aanstellerij kunnen noemen, maar dan een speciale, Vlaamse variant ervan. Een overtreffende trap, die nog met een extra dosis domheid gekruid is.

Nergens tiert het pipoïsme zo welig als in de politiek en de media. Of het zou in de culturele sector moeten zijn, waar een verstandig mens zich verre van houdt. De culturele sector in Vlaanderen zou best eerst worden afgeschaft en daarna verboden. Dat vanwege het grote aantal onuitstaanbare poseurs dat er verwaand als een pauw in rond paradeert. Meestal gesubsidieerd.

Wie het pipoïsme in ons land wil blootleggen, weet niet waar te beginnen. En nog minder waar te eindigen. Een overaanbod van zichzelf ernstig nemende malloten bevolkt en bezoekt onze media, en krijgt daar steeds vaker en steeds langer de tijd om de meest hoogdravende wartaal uit te kramen. Bij de VRT staat dat zelfs in de beheersovereenkomst, het moet het enige punt daaruit zijn dat zo plichtbewust in de praktijk wordt gebracht.

Welnu, waarde lezer van De Tijd, moge het kleinood dat u in handen houdt, en dat op zijn bescheiden wijze de erkentelijkheid van de krant uitdrukt voor uw aanwezigheid in onze lezersschare, u ervan overtuigen dat uw Kaaiman niet zal rusten voor de laatste pipo de strot is doorgebeten. Hij zal dus nooit rusten, en al helemaal niet in vrede.

(Koen Meulenaere)

20131222-125658.jpg

De kunst van het kind

Het zijn donkere dagen, deze laatste dagen voor kerstmis.
Om drie uur wordt de zon al slaperig, om vier uur begint ze knikkebollen, en om vijf uur is ze al onder zeil. Dan begint de lange avond.
Hoe zouden we al die duisternis overleven zonder … kunst?
De kerstlichtjes, de kerstversieringen, de kerstmuziek, de kerstverhalen, de hoop en verwachting waarvan ze de uitdrukking zijn: kunnen we deze tijd wel voorstellen zonder?
Grote kunst is het allemaal niet, maar hoe klein deze dingen ook zijn, ze herinneren ons eraan dat we meer zijn dan natuurwezens.
Wat een akelige wezens zouden we niet zijn zonder onze woorden en beelden, zonder onze muziek en onze feesten.
Als bende krassende kauwen zouden we zijn, zwarte rovers die alle roodborstjes, mussen en mezen verjagen, en als scherpslijpers op daken en bomen zitten te wachten op een gelegenheid om toe te slaan.
Zonder de kunst, de kleine zowel als de grote, zouden we ophouden mensen te zijn.
Zo simpel is dat.

20131222-121117.jpg

En dus sprong ik eergisteren op de fiets om in de Mediamarkt nog wat kunst te gaan inslaan.
We hadden net de nieuwe Wallanderreeks bekeken, de 5de en laatste, en die was nogal in mineur geëindigd want inspecteur Kurt Wallander lijdt aan Alzheimer en wordt gedwongen om ontslag te nemen bij de politie.
Toevalligerwijs gebeurt dat in de kersttijd en we zien hem eenzaam en gekweld op het strand lopen, langs een grijze, in mist gehulde zee.
Het is een indringend beeld, dat eigenlijk de sfeer van de hele reeks samenvat, de sfeer van een langzame maar onherroepelijke verduistering.

De Zweden zijn literaire ‘masters of crime’. Met eerst Sjöwall en Wahlöö, en nu Henning Mankell hebben ze de beste misdaadschrijvers van Europa. De Wallanderreeks is, naast het Deense ‘Borgen’, ook het beste wat de Europese televisie vandaag te bieden heeft.
Maar vrolijk is het allemaal niet.
De Zweden zien het misdaadgenre als een metafoor voor de steeds ‘duisterder’ wordende samenleving. Zowel Sjöwall en Wahlöö als Henning Mankell zijn uitgesproken maatschappijkritisch en dat maakt hun boeken ‘dieper’ dan de doorsnee politieroman.
Maar tegenover deze Skandinavische ernst en somberheid staat iets anders, dat daar ruim tegenop weegt. Het is een karakteristiek soort geborgenheid, dezelfde geborgenheid die zo typisch is voor deze decembermaand.

Wat Mankells boeken bijvoorbeeld zo aantrekkelijk maakt, is dat ze helemaal geschreven zijn vanuit het Ik-perspectief van de hoofdpersoon. De schrijver zweeft niet als een alwetende geest boven de hoofden van de personages, nee hij kruipt helemaal in de huid van één ervan, in dit geval de degelijke maar niet uitzonderlijke Kurt Wallander. En doordat hij dat doet, kun je ook als lezer heel gemakkelijk in de huid van Wallander kruipen. Dat geeft aan deze boeken iets ‘oer-gezelligs’. Maar het is geen uiterlijke gezelligheid, als van kerstbomen en gekleurde lichtjes en brandende kachels, nee het is een innerlijke gezelligheid: de gezelligheid van een andere ziel waar je in kunt kruipen.
Bestaat er op deze wereld iets ‘gezelligers’ dan zich geborgen te weten in een andere ziel? En is dat niet in zekere zin het wezen van kerstmis?

Het is dat ‘kerstgevoel’ waar ik zo van hou bij de Skandinaven.
Ze hebben iets met ‘het kind’.
Denk maar aan Astrid Lindgren, de schrijfster van de mooiste boeken voor kinderen.
Of aan Sigrid Undset, de schrijfster van de mooiste boeken over kinderen.

20131222-121704.jpg

Niemand staat zo dicht bij het wezen van het kind als deze twee vrouwen, beide afkomstig uit het hoge noorden, waar de dagen kort en de nachten lang zijn, en waar het kerstgevoel nooit ver weg is.

In de Wallanderboeken en -televisieseries (niet de verfilmingen van de boeken) spelen kinderen vrijwel geen rol, althans niet in letterlijke zin. Maar het kinderlijke is er wel als atmosfeer aanwezig.
Enerzijds is er die geborgenheid, dat helemaal-weg-kunnen-kruipen-in-een-ziel.
In de boeken is het Henning Mankell die dat mogelijk maakt doordat hij zijn hoofdpersonage nooit verlaat.
In de tv-serie is het acteur Krister Henriksson die de hele reeks draagt met zijn briljant gespeelde ‘gewoonheid’. Met name in de laatste reeks krijgt die gewoonheid door het dementeren een uitgesproken kinderlijk karakter.
Wallander heeft sowieso een sterk anti-heldkarakter en in het begin van de 5de reeks dacht ik: Henriksson overdrijft, hij maakt er een karikatuur van!
Maar toen duidelijk werd dat er iets mis was met zijn personage, dacht ik: verdorie, die man speelt dat geweldig! Want Alzheimerpatiënten worden inderdaad karikaturen van zichzelf. Ze veranderen niet wezenlijk, maar hun omhullingen vallen een voor een weg. Hun ware aard komt stap voor stap boven, en uiteindelijk is dat die van een hulpeloos kind. Dat is althans mijn ervaring.

De Wallanderreeks ‘dementeert’ ook in haar geheel. Ze verliest langzaam aan kwaliteit. Het grote (en terechte) succes van de eerste delen leidde tot het klassieke uitmelken van dat succes. Maar in ‘volume 5’ leeft ze weer op en dat is enkel en alleen te danken aan de manier waarop Krister Henriksson de dementerende Wallander neerzet. En aan de manier waarop dat in beeld is gebracht.
Wallander woont nu vlak aan het strand en de grijze, mistige zee is als een beeld van Wallanders eigen geest die langzaam al zijn scherpe, heldere contouren verliest. Ze is als één groot vraagteken, een zwijgend Niets. Zoals Wallander aan het eind van de bewoonde wereld woont (een wereld die in Zweden toch al niet zo bewoond is) zo is hij ook aan het eind van zijn leven gekomen, een leven dat steeds minder ‘bewoond’ wordt door mensen, een leven waarin de bekenden één voor één weer onbekenden worden.

20131222-121828.jpg

Op deze manier krijgt deze laatste Wallanderreeks ook een ruimere betekenis: ze wordt tot een metafoor van een wereld die op alle gebieden aan een grens is gekomen en die als het ware in het Niets kijkt. Het is een wereld die niet alleen op fysiek vlak aan het dementeren is, maar die ook op geestelijk vlak datgene aan het verliezen is wat haar tot een mensenwereld maakt.
Het vergeten van het verleden, het herhalen van steeds weer dezelfde dingen, de toenemende agressiviteit, het wantrouwen ten aanzien van wat het meest eigen en vertrouwd is, het onsamenhangende denken, de ongecontroleerde emoties: het zijn allemaal dementie-verschijnselen.

Maar het zal toch allemaal niet zo vlug gaan, probeert Wallander zijn eigen angst te sussen, er kan toch altijd nog een remedie worden gevonden?
De dokter aan wie hij deze ‘vraag’ stelt, glimlacht begrijpend. Ze weten allebei dat het een illusie is. Tegen dementie is nog lang geen kruid gewassen.

En toch eindigt de reeks niet deprimerend.
Niet alleen besluit Wallander zijn professionele carrière met het ontmaskeren van … zijn eigen baas, maar hij wordt ook nog eens grootvader, en het kind lijkt de brug te slaan naar zijn eigen dochter.
Zo daalt er, naast de duisternis, ook een nieuwe geborgenheid over hem.
En terwijl hij uitkijkt over de grijze zee begint het zachtjes te sneeuwen.

Ik vind het altijd merkwaardig om zien hoe de ziel van een volk zich uitdrukt in zijn kunst en hoe je, als lid van een ander volk, die ziel toch kunt herkennen.
Wat ik in de Skandinavische ziel herken, is juist ‘het kind’ dat in het grijze, duistere jaargetijde geboren wordt en wiens heldere, zuivere licht als sneeuw uit de hemel neerdaalt en de aarde in een deken wikkelt.
Is het toeval dat de beste Europese televisie uit Skandinavië komt?
Wat ik noch in de zeer mannelijke Amerikaanse tv-reeksen (die ik nochtans zeer bewonder) noch in de vrouwelijk verfijnde Aziatische films (waar ik zelden naar kijk) vind, is die ‘kinderlijke’ kwaliteit van de beste Skandinavische tv-reeksen.
En is dat kinderlijke niet juist wat in Europa geboren moet worden en alleen maar daar geboren kán worden?
Is het geweld dat in de vorige eeuw in het hart van Europa is losgebroken, geen herhaling van de Herodiaanse kindermoord?

20131222-122153.jpg

Er is in Europa inderdaad een ‘kind’ geboren, maar de Herodessen dezer wereld kregen er lucht van en ontketenden al hun duivels, zodat het kind halsoverkop moest vluchten.
Sindsdien is de grote vraag: waar is het kind?
Want het ís geboren, anders zouden de demonen niet blijven razen, alsof ze nog altijd op zoek zijn naar hun grote ‘kleine’ vijand.
Sindsdien bestaat de kunst erin dat ‘kind’ te vinden.
En dat kunnen we alleen als we in ons eigen hart het kinderlijke weer geboren laten worden, als we het zorgvuldig in doeken wikkelen en aandachtig luisteren naar zijn zachte gebrabbel. Want er schuilt in die kindertaal een veel grotere wijsheid dan in al de geleerde exposés waarmee de hedendaagse schriftgeleerden hun angst, hun wantrouwen en hun leegte proberen te verbergen.

Op zoek naar die kleine, kinderlijke kunst sprong ik dus op mijn fiets richting Mediamarkt.
Het is dus niet bepaald een hedendaagse cultuurtempel waar een simpele ziel such as myself zijn dagelijkse portie beelden haalt. Maar ik heb geen keuze. De grote kunst is immers volslagen dement geworden. Ik laat haar over aan de schriftgeleerden, die er hun eigen verduisterde geest eindeloos kunnen in spiegelen.
Dat wil niet zeggen dat ik het leuk vind in de Mediamarkt, want in plaats van de moderne Farizeeën met hun zieke geesten, regeren daar de moderne Romeinen met hun zieke machtswellust.
Terwijl de eersten stilletjes je ziel binnensluipen om er hun gif in te spuiten, maken de laatsten een kabaal van alle duivels.
Ik ga altijd vol verwachting naar de Mediamarkt en ik kom er altijd volkomen murw weer buiten. Soms vlucht ik er letterlijk weg omdat ik het niet meer kan uithouden.
Maar niet alleen dat kabaal is een beproeving, ook het materialistische machtsvertoon van 37 soorten ijskasten, 53 soorten gsm’s, 75 soorten beeldschermen enzovoort, is nauwelijks te harden.
Het ergst van al vind ik echter het soort volk dat je daar ziet rondlopen.
Marginalen, zouden mijn kinderen zeggen, terwijl ze zelf toch niet bepaald tot de hogere klassen behoren. Werkelijk, ik weet niet waar ze vandaan komen, de mensen die je in de Mediamarkt van Oostakker ziet. Het is een bevolkingsklasse die je in Gent nooit tegenkomt. Daar voel ik me zelf soms een bedelaar als ik al die jonge, hip geklede en uiterst verzorgde stadslui zie rondlopen. Het is een totaal andere wereld.
In de Mediamarkt van Uustaakker loop ik tussen de blinkende trainingen, de afzakkende jeans, de uitpuilende buiken, de puisterige koppen en, natuurlijk, de zwarte hoofddoeken.
Iets zegt me dat die mensen daar niet zijn om kunst en cultuur te zoeken.
Ik zie ze dan ook steevast sjouwen met grote kartonnen dozen waar dure toestellen in zitten.
Nee, hier viert het materialisme hoogtij en het is verre van fraai.

20131222-122625.jpg

Maar dat is nu eenmaal de sociale onderwereld waar ik mijn kunstzinnige beelden haal, want elders vind ik ze niet meer.
Het is in deze ‘stal’ dat het kind zich heeft verborgen: een plek waar de Herodessen en schriftgeleerden in hun verwaandheid nooit zullen gaan zoeken. Want wat voor goeds kan er uit Oostakker komen!
Edoch.
Oostakker behoorde vroeger tot de Gentse parochie van de Heilige Kerst.
Later werd het zelfs een bedevaartsoord met een basiliek gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw-Onbevlekte-Ontvangenis.
En tijdens de oorlog was er een executieoord waar de Duitse bezetter verzetsstrijders executeerde.

Ik weet niet of er nog veel bedevaarders naar Oostakker-Lourdes gaan, maar de grote parking van de Mediamarkt staat gewoonlijk vol.
Iedere tijd heeft zo zijn bedevaartsoorden.
Ze zien er heel anders uit, maar wat er vereerd wordt, blijft hetzelfde.
De kunst bestaat erin ‘hetzelfde’ in zijn nieuwe gedaante te herkennen.
Het oerbeeld van kerstmis bestaat nog altijd.
In zekere zin is het actueler dan ooit, want er vandaag is er opnieuw een kind geboren, net als 2000 jaar geleden.
En opnieuw is dat kind de wereld grondig aan het veranderen.
Zelf is het nochtans onveranderd gebleven.
Zoals ieder kind is het van alle tijden.
Het hult zich alleen in nieuwe vormen, en om het te herkennen moeten we door die vormen heen leren kijken.
Dat kan alleen als we weer met ons hart leren kijken.
Alleen het kind-in-ons kan het kind waarnemen.
We vinden het kind maar wanneer het ook in onszelf geboren wordt.
En dat gebeurt op twee plaatsen: in ons hoofd en in ons hart.
Want er zijn twee kinderen.

Toen ik naar de Mediamarkt fietste, zag ik op de hoek van een straat een affiche hangen: ‘Wij wensen u een zorgeloos 2014’.
Toe maar, dacht ik.
Maar even later keek ik verbaasd naar de opgewektheid en vrolijkheid waarmee de zon haar licht op de wereld wierp.
Alsof er inderdaad niks was om je zorgen over te maken.

20131222-123046.jpg

Even later vond ik in de Mediastal het 2de seizoen van The Bridge, alweer een Skandinavische serie, dit keer niet met een demente man maar een autistische vrouw in de hoofdrol.
Was Wallander al behoorlijk grijs, The Bridge is een reeks waaruit – letterlijk – alle kleur verdwenen is. Veel somberder kan het niet worden.
Maar ook hier is een kinderlijk licht te bespeuren.
En dat licht speelt tussen de Deense politie-inspecteur Martin en zijn Zweedse collega Saga. Hij is een gezellige, sympathieke, normale man, zij een rechtlijnige, gedreven, autistische vrouw. Maar hoewel ze elkaars tegendeel zijn, kunnen ze het uitstekend met elkaar vinden.
Martins leven is een rommeltje en hij probeert alles bij elkaar te houden door verschillende rollen te spelen. Bij Saga lukt dat niet want zij begrijpt niks van het ingewikkelde spel dat mensen met elkaar spelen. Zij speelt nooit, ze volgt gewoon de regels en trekt zich nergens anders wat van aan. Voor Martin is dat een verfrissing: hij weet wat hij aan Saga heeft, ze is altijd zichzelf en ze kan niet liegen. Zij van haar kant vindt in Martin iemand die haar accepteert zoals ze is en daar hartelijk kan om lachen. Hij is waarschijnlijk de eerste mens die ze ontmoet die haar ertoe kan bewegen over … de brug te komen en enige kinderlijke stappen te zetten in het gebied dat haar als autiste zo vreemd is: dat van de intermenselijke relaties.

Als misdaadserie stelt The Bridge niet zoveel voor. De misdaden zijn groot, buitenissig en totaal ongeloofwaardig. Geloofwaardig en aantrekkelijk is deze serie alleen in het kleine, met name in de relatie tussen Martin en Saga, in de vele kleine, menselijke en humoristische voorvalletjes en woordenwisselingen tussen beide.
Hun relatie is niet die tussen man en vrouw, daarvoor is Saga veel te ‘vreemd’, maar het is evenmin een louter collegiale samenwerking. Het is eerder een broeder-zusterlijke relatie, die daardoor iets kinderlijks heeft.

20131222-123321.jpg

Centraal in deze serie staat de Sontbrug die Zweden en Denemarken met elkaar verbindt.
Het is een indrukwekkende, zeer lange brug die het ‘grote water’ tussen twee landen en volkeren overspant. Maar ze is tevens een symbool voor de brug tussen twee zielen, de ‘koninklijke’ Saga en de ‘herderlijke’ Martin.
Het is in dit verband veelbetekenend dat de oude, koninklijke ziel ‘ziek’ is.
Ze zit in zichzelf opgesloten, ze kan de brug naar de buitenwereld niet slaan.
Daarvoor hangt ze teveel vast aan de vaste regels en vormen van haar hoofd.
We zien Saga telkens weer intens nadenken over de simpelste dingen uit de gewone-mensenwereld. Alles gaat bij haar via haar hoofd en daardoor wordt de wereld één groot raadsel voor haar. Dat is trouwens ook wat haar tot zo’n goede politievrouw maakt: ze lost raadsels op, ze brengt alles terug tot zijn essentie, ze dringt door tot de kern van de zaak.

Anders dan dementie is autisme geen ziekte van het hoofd.
Het is de uitdrukking van een kind dat niet geboren durft worden.
Ondanks haar bijzonder scherpe verstand – er is echt niks mis met haar hersenen – is Saga kinderlijk en onschuldig. Zij is een kind dat al heel vroeg doorhad welk gevaar haar in de wereld bedreigde en er zich hermetisch voor afsloot. Daarom is ze ook zo’n goede ‘misdaadbestrijdster’: ze kent het kwaad, ze heeft het als het ware als kind in de ogen gekeken.
Autistisch wordt een ziel als ze zich helemaal terugplooit op zichzelf om het kind in haar schoot te beschermen.
Autisme is een zielekramp, een instinctieve bescherming van het Ik, het kind-in-de-mens.
Het is een oude-zielenziekte.

Dementie daarentegen is een jonge-zielenziekte.
Het is, zoals Rudolf Steiner zegt, een zelfbescherming tegen het materialistische denken: de mens belet zichzelf nog verder (op dezelfde dode en dodelijke manier) te denken en daardoor steeds dieper weg te zinken in de geestloosheid.
Anders dan de oude zielen, die sowieso terugdeinzen voor het leven in de materie, hebben jonge zielen de neiging zeer ver door te dringen in de materiële werkelijkheid. Daardoor raken ze versplinterd, ze kunnen de zaken niet meer samenhouden, hun denken verliest zich in ontelbare ‘deeltjes’.
Dementie is een soort hersenkramp waarmee het Ik van de mens zichzelf belet nog dieper verdwaald te raken in het ‘donkere woud’ van het materialisme.
Bij dementie sclerotiseert het lichaam (te beginnen met de hersenen), bij autisme sclerotiseert de ziel (te beginnen bij het sociale). Maar in beide gevallen is de ziekte gericht op het redden van ‘het kind’.

20131222-123747.jpg

En dit zijn dus de twee Europese, Skandinavische series die ik in deze kersttijd bekijk: één over een dementerende man en één over een autistische vrouw.
Allebei ‘donkere’ series die toch niet deprimerend zijn.
Want de duisternis omhult een heel zacht, kinderlijk licht.
Maar je moet het wel willen zien, en daarvoor heb je een hart én een hoofd nodig.

Dat laatste werd me nog eens extra duidelijk gemaakt toen ik gisterenochtend De Tijd ging kopen, want je kreeg er een boekje bij met de 50 ‘kwaadste’ columns van Koen Meulenaere.
Zoals ik me vrijdag verbaasde over het heldere, vrolijke licht, zo verbaasde ik me zaterdag over de allesdoordringende grijsheid en de gure wind die de kale boomkruinen zo machtig deed klinken.
De vrijdagse Venus en de zaterdagse Saturnus: wat een contrast!
Ik had plannen gemaakt om eens naar ’t stad te gaan: beetje kerstsfeer opsnuiven in Gent, eens gaan kijken naar het groot rad dat ze vlak voor de hoofdingang van St. Baafs neergepoot hebben, dat soort zaken. Maar ik besloot wijselijk om bij m’n kachel te blijven en me te verwarmen met wat kunst.
Wat Koen Meulenaere in De Tijd doet, is kleine kunst, net als datgene wat je in de Mediamarkt aantreft. Maar zijn scherpe, grimmige woorden passen wonderwel bij het grijze weer en de snijdige wind die aan de kale takken rukt. Ze passen ook heel goed bij de donkere beelden van The Bridge. Want ondanks hun niets ontziende ontmaskerende karakter hebben ze ook iets kinderlijk eenvoudigs. Je moet erom lachen zoals Martin lacht met Saga.
De kwade Kaaiman-columns zijn het werk van een oude ziel – oude zielen zijn altijd kwaad – die de weg ruimt voor het kind. Ze rukken ongenadig aan de hoge bomen tot ze helemaal naakt zijn en niks meer kunnen verbergen. Want alleen dan kan het kind geboren worden: als de mens ontdaan is van zijn luister, als hij alleen maar mens is, als hij zelf weer kind wordt.

20131222-124616.jpg

Warm van buiten, koud van binnen

20131220-104211.jpg

In De Morgen verscheen een brief van een 15-jarig meisje uit Aalst, Emma De Backer.
Ze wil de politici een geweten schoppen omdat ze niks doen aan de klimaatproblemen.

‘Mijn naam is Emma, ik ben vijftien jaar en spreek namens heel mijn generatie.’

‘Mijn generatie heeft recht op een gezonde planeet om op verder te leven. Het is tijd dat de politici in actie schieten.’

‘Terwijl jullie de handen vol hebben met begrotingstekorten, splitsing van BHV, verfransing en nog vele andere dingen waarvan ik de betekenis niet eens weet, zouden jullie maar eens goed moeten beseffen dat, als de klimaatverandering eenmaal hard toeslaat (en dat zal ze) jullie daar allemaal mooi zullen staan, in jullie perfect economisch politiek correct landje. De natuur is sterker dan wij allemaal, en zal ons met gemak met een ruk van de kaart vegen. Ik raad jullie het volgende aan: leer jullie prioriteiten kennen!’

‘De burger/consument kan veel doen, maar voor grote wendingen hebben wij jullie nodig! De ‘grote mannen’! Bewijs eens dat jullie groot zijn.’

Het doet me terugdenken aan de tijd dat ik zelf 15 jaar was.
Ik had toen ook al door dat het niet te best ging met de wereld, ook al waren de zomers nog warm en de winters koud.
Iedere keer dat het verkiezingen waren, voelde ik opwinding: nu zou het eindelijk beter worden!
Want dat was wat al die ‘politiekers’ beweerden, met de hand op hun hart.
Zij zouden er persoonlijk voor zorgen dat de dingen ten goede veranderden.
En wie was ik om hen niet te geloven.
Maar de dingen veranderden helemaal niet.
Alles bleef gewoon bij het oude.
Niks werd beter.
En ik verloor mijn geloof in politici.
Voorgoed.
Toen ze later ook nog eens begonnen met mij te beschuldigen van alles wat verkeerd ging in de wereld, ontwikkelde ik een diepe afkeer voor deze leugenaars.
En sinds de larmoyante brief van Fientje Moerman ben ik ervan overtuigd dat ze ziek zijn.
In het beste geval beginnen ze heel bevlogen en idealistisch aan hun loopbaan, maar al vlug veranderen ze in hun tegendeel. Denk maar aan het ‘joenk’ Verhofstadt, of Barack ‘Bombing’ Obama.
Ze lijden aan de ‘omkeringsziekte’: ze worden het tegendeel van wat ze in hun jeugd waren.
Om het antroposofisch te zeggen: Lucifer verandert in Ahriman.

Men zegt vaak dat de hedendaagse jeugd veel wakkerder en kritischer is dan wij, oude knarren, vroeger waren.
Als ik die brief van Emma De Backer lees, dan begin ik daar toch ernstig aan te twijfelen.
Ik lees daarin vooral angst (wat zeer begrijpelijk is).
Ik lees ook jeugdige overmoed en zelfoverschatting (wat zeer vergeeflijk is).
Maar ik lees vooral een geloof in ‘grote mensen’ dat me bepaald kinderachtig aandoet en dat niet strookt met beide andere aspecten.
Ik lees hier een 15-jarige die alles nabauwt wat ze in De Morgen leest, een krant waarvan ik soms denk dat ze door 15-jarigen geschreven wordt.
En die schrijvende 15-jarigen kunnen het allemaal heel goed uitleggen. Ze zijn bijzonder mondig.
Maar ze zijn tegelijk bijzonder leeg. Ze hebben eigenlijk niks te zeggen. Ze bauwen gewoon na wat hen door de ‘grote mannen’ voorgeschoteld wordt, en ze doen dat met veel vuur en overtuiging om (ook voor zichzelf) te verbergen dat ze eigenlijk papegaaien zijn: bontgekleurd van buiten, maar grijs van binnen.

En daarom vind ik die brief van Emma De Backer zo pijnlijk.
Ik hoor daarin niet de stem van Emma.
Ik hoor daarin vooral de stem van Ahriman, die dit meisje precies laat zeggen wat hij wil.
En dat vind ik veel, veel erger dan die Global Warming.
Het is een soort innerlijke ijstijd, een bevriezen van de ziel in een geestelijk klimaat dat uit louter angst bestaat, en nergens een zon te zien.
Als we die innerlijke zon niet vinden, als we ons angstige, bevroren hart niet van binnenuit kunnen verwarmen en ontdooien, dan zal het van buitenaf moeten gebeuren.

Maar dát zal Emma wel niet op school leren, vrees ik.

20131220-115649.jpg