De 12 heilige nachten

door lievendebrouwere

De twee weken tussen kerstmis (25 december) en driekoningen (6 januari) werden van oudsher als heilig beschouwd.
De oude Germanen legden het leven dan helemaal stil. Je mocht niks meer doen, zelfs niet vechten.
Het was een tijd van bezinning en inkeer.
Aan de ’12 heilige nachten’ werden ook voorspellende kwaliteiten toegeschreven: men zou iedere nacht een droom krijgen die betrekking had op de corresponderende maand van het komende jaar.

De heiligheid van deze dagen en nachten dateert uit een tijd dat de mensen nog dicht bij de natuur leefden.
De natuur is dezer dagen inderdaad heel stil en verlaten. Ze heeft zich als het ware helemaal in zichzelf teruggetrokken en nodigt de mens uit hetzelfde te doen.
Maar de moderne, van de natuur vervreemde mens gaat niet in op die uitnodiging, tenzij in letterlijke, materialistische zin: hij blijft binnen en viert feest.
Maar van inkeer en bezinning is weinig te merken.
Het is misschien wel de drukste en meest ‘uiterlijke’ periode van het jaar.
Kadootjes kopen, eten kopen, drinken kopen, eten klaarmaken, feesten voorbereiden, kinderen die de hele dag voor tv zitten, muziek boven, muziek beneden, en dan moet er natuurlijk ook nog met vakantie worden gegaan, naar de bergen en de sneeuw, of voor wie het koud heeft naar het zuiden, en intussen slikken we pillen tegen de verkoudheden, tegen de stress, tegen de depressies.
Nee, heilig zijn deze dagen al lang niet meer.

Men is het er tegenwoordig min of meer over eens dat het misdadig is om kinderen in contact te brengen met religie.
Wel, ik begin het hoe langer hoe meer misdadig te vinden om kinderen niet met religie in contact te brengen, en met name om hen de beelden van de kersttijd te onthouden.
Die beelden zijn zo kernachtig dat ze het hele jaar als in een notedop samenvatten, en bovendien zijn ze op maat van het kind gesneden.

20140102-175836.jpg

De manier waarop we vandaag kerstmis en nieuwjaar vieren, maakt duidelijk hoezeer we vervreemd zijn van het kind-in-ons.
Ik kan me soms zelfs niet van de indruk ontdoen dat we in deze tijd van het jaar zo’n vreselijke drukte maken juist om het kind-in-ons niet te moeten horen.
We verstikken dat innerlijke kind door ons materialisme, zodat we onze kinderen bedelven onder kadootjes.
Anna is het enige kleinkind in onze familie en dus was drie vierde van alle kadootjes voor haar.
De hele dag had ze begerig op de loer gelegen naar die kadootjes-onder-de-kerstboom, en toen het grote moment daar was, stortte ze zich als een leeuw op haar prooi en scheurde het ene na het andere kadootje open, nauwelijks de tijd nemend om te kijken wat erin zat.
Het openmaken was haar grootste plezier.
De inhoud daarentegen leek haar onverschillig te laten.
Het belangrijkste was dat hij van haar was en van niemand anders.

Mij vergaat het eigenlijk net zo met de kersttijd.
Ik kijk er ieder jaar weer naar uit als naar een kadootje.
Maar als ik het dan heb opengemaakt, blijkt er niks in te zitten en wil ik het zo vlug mogelijk weer vergeten.
Ons moderne kerstfeest is een mooi verpakte lege doos.
Iedereen doet of hij de tijd van zijn leven beleeft, maar ik kan alleen maar denken: heer, laat deze kelk vlug aan mij voorbijgaan!
Maar als ze dan voorbij is, voel ik me niet opgelucht.
Ik voel alleen dat ik een kans gemist heb.

20140102-175932.jpg

De antroposofie pepert me dat nog eens in als ze vertelt over de 12 heilige nachten, over die heel speciale tijd van het jaar waarin de mens de kans krijgt om een brug te slaan naar de geestelijke wereld en een blik te werpen op de binnenkant-der-dingen.
Dat doet ze trouwens wel meer: ze spiegelt een mens allerlei mooie maar onbereikbare dingen voor en ‘vergeet’ erbij te zeggen dat het godallemachtig moeilijk is om erbij te komen.
Ook dat is eigenlijk een teken van hoever we van het kind-in-ons zijn komen af te staan.
Want bij een kind moet je altijd rekening houden met zijn onmacht.

Met name als het over kerstmis ging, heb ik mezelf altijd heel erg onmachtig gevoeld.
Als ik weer eens uitgeput in bed kroop met een overladen maag en een tollend hoofd, dacht ik: ja, dit wordt weer een heilige nacht!
Verpletterd onder het materialisme, dat was ik, ieder jaar weer.
Maar dit jaar heb ik een vuist kunnen maken.
Twee vuisten eigenlijk.
Om te beginnen heb ik mezelf half december op dieet gezet.
Ik woog bijna 100 kilo en die kaap wilde ik liever niet ronden.
De voorbije heilige nachten heb ik dus voor het eerst sinds lang niet half groggy doorgebracht.
Ik werd wel telkens wakker van de knagende honger, maar je kunt niet alles hebben.
En dan is er natuurlijk ook mijn blog: dat is mijn dagelijkse meditatie-instrument.
Daarmee kan ik vorm geven aan de indrukken en gevoelens die anders toch maar gewoon wegwaaien.

Met die twee ‘vuisten’ heb ik dit jaar een beetje ruimte gecreëerd onder die verstikkende deken van de materialistische eindejaarstijd.
En zie, ik heb vannacht gedroomd!
Het was nog een behoorlijk materialistische droom, maar hey, alle begin is moeilijk!
Ik was ook niet de hoofdpersoon, ik keek alleen maar toe.
Ik zag hoe een maffia-bende binnenbrak in een niet nader gedefinieerd gebouw.
Een olijke maar vastberaden figuur (de conciërge?) waarin ik David Jason meende te herkennen (wijlen inspecteur Frost) spoedde zich naar de kluis, haalde al het geld eruit en stak het in een grote kartonnen doos.
Verborgen achter die doos (Frost was niet groot van stuk) repte hij zich weg.
Excuseer, zei hij tegen een maffia-lid, dat hem beleefd liet passeren maar meteen besefte dat hij de buit had laten ontsnappen en zichzelf door het hoofd schoot, waarna hij rustig een sigaret opstak.
Intussen had de man-met-de-doos zich verschanst in een kamer en was daar bezig het geld door het raam op straat te gooien, als een soort kerstman.
Tot zover het eerste couplet.

20140102-180121.jpg

In het volgende tafereel zit ik met de maffia-bende aan tafel driekoningentaart te eten.
Opeens vloekt mijn gebuur: hij heeft op de boon gebeten.
Hij haalt ze uit zijn mond en gooit ze voor mij op tafel, als om te zeggen: ik hoef die rommel niet!
Ik keek er verbaasd naar want de ‘boon’ blijkt een gouden tand te zijn, of althans iets wat op een tand lijkt: een klompje goud.

En toen was de droom afgelopen.

Kort daarop – ik lig nog altijd in bed – komt een gedachte in me op.
Kerstmis, dat is de geboorte van Christus op aarde: het verleden dat ons gegeven is.
Driekoningen daarentegen is de geboorte van Christus in de mens: dat ligt nog in de toekomst.
En daartussenin ligt nieuwjaar, en dat is de ‘geboorte’ van de oudere Jezus in de jongere, de stap van verleden naar toekomst, de stap over de drempel.
Kerstmis is het kind dat in ons (wilsleven) slaapt, als een zaadje.
Driekoningen is het kind dat in ons (wakker bewustzijn) ontwaakt, als een plantje.
En nieuwjaar is de verbinding tussen beide, het midden, de overgang.
Aan kerstmis hebben we niets bijgedragen: dat is een geschenk uit de hemel.
Aan driekoningen dragen we in zekere zin ook niets meer bij omdat we dan de plaats geruimd hebben voor de Christus-in-ons.
Maar nieuwjaar is het vrijheidsmoment, want dan beslissen wij of we de stap van kerstmis naar driekoningen zetten.
En dat doen we door gelijkheid en broederlijkheid te creëren tussen oude en jonge zielen.

20140102-180325.jpg

Kerstmis is het feest van het oude christendom dat nu ten einde loopt.
Driekoningen is het feest van het nieuwe christendom, dat geen religie meer zal zijn maar werkelijkheid, de werkelijkheid van een nieuwe wereld die door Christus geleid wordt.
Nieuwjaar is het feest van de overgang, van het keerpunt.
En dat moeten wij bewerkstelligen.
Of beter: wij moeten kiezen tussen twee mogelijkheden.
Kiezen we voor een toekomst onder leiding van Christus, of kiezen we voor een toekomst onder leiding van de Antichrist?

Met kerstmis kunnen we nog dromen.
Met driekoningen moeten we in actie schieten.
Maar daartussen ligt nieuwjaar en dan moeten we kiezen.
Om te kunnen kiezen moeten we kunnen onderscheiden.
Want als we slechts één mogelijkheid zien, is er geen keuze.
Onderscheiden doen we altijd in het midden, van waaruit we beide tegenpolen kunnen waarnemen.
Daarom is nieuwjaar het keuzemoment, het moment van de vrije beslissing.
We kijken achterom en we kijken vooruit.
We zien aan de ene kant de Lucas-geboorte (kerstmis) en aan de andere kant de Mattheus-geboorte (driekoningen).
En hier valt de beslissing, hier maken we onze voornemens.
Zien we die dubbele geboorte onder ogen?
Zien we de dubbelheid van de mensheid onder ogen?
Houden we de polariteit van oude en jonge zielen in ons bewustzijn?
Houden we die spanning uit?
Of sluiten we onze ogen?
En zoeken we ontspanning en vergetelheid?
En beginnen we weer te dromen over vrede aan alle mensen van goede wil?
En vergeten we Herodes en zijn soldaten?

Anders gezegd: gaan we vooruit of keren we terug?

20140102-181025.jpg

De periode tussen kerstmis en driekoningen werd vroeger beschouwd als de tocht die de drie koningen ondernamen naar Bethlehem, de tocht van de duisternis naar het licht, van het verleden naar de toekomst.
Halverwege die tocht ligt het heden van nieuwjaar.
Dan moeten wij beslissen: gaan we verder of keren we terug?
Het is een beproevingsmoment.

Kerstmis is een traditie die we in stand houden zonder erbij na te denken.
Driekoningen is een feest dat we helemaal niet vieren (tenzij tussen de solden).
Kerstmis is het exoterische luik van het eindejaarsfeest, driekoningen het esoterische.
En daartussen staan wij nu.
Het is Nieuwjaar, we kunnen doen wat we willen.
Maar onze keuze is beslissend voor zowel kerstmis als driekoningen.
Zonder die keuze blijven we zitten in het bewustzijnsverdovende, materialistische karakter van de hele eindejaarstijd.
Ofwel wordt deze tijd van het jaar verder ontheiligd en ontaardt hij in een orgie van zinnelijke genoegens, koopwoede en wedijver.
Ofwel vinden we de weg naar een langzame reiniging van deze Augiasstal, en krijgen we weer voeling met het drieledige mysterie van kerstmis, nieuwjaar en driekoningen.

20140102-181525.jpg

Wij moeten beslissen of we de stap zetten van een dualistisch en materialistisch eindejaar naar een nieuw driegeleed feest waarin ook de geestelijke dimensie zijn plaats krijgt, dan wel of we die stap niet zetten en verder wegzakken in de duisternis van de materie.
Daarom noemt Rudolf Steiner onze tijd het grootste keerpunt dat er ooit is geweest en dat er ooit zal zijn.
Nu valt de beslissing, nu moeten we kiezen.
En dat betekent in de eerste plaats dat we moeten onderscheiden.
Want als er geen onderscheid is, is er ook geen vrijheid.
En als er geen vrijheid is, kunnen we nooit voor Christus kiezen.
Dan wordt er in onze plaats gekozen, en dat is iets wat Christus nooit zal doen.
Zijn grote tegenpool aarzelt echter niet: hoe minder en blinder we kiezen, des te meer neemt hij bezit van onze ziel en ons lichaam.
Onderscheid maken tussen Christus en de Antichrist is uitermate moeilijk, want we zien geen van beide. De eerste is veel te bescheiden om zich te tonen en de tweede heeft er alle belang bij om onzichtbaar te blijven en ons in de waan te laten dat hij niet bestaat.
Maar een onderscheid dat we wél kunnen maken, is dat tussen oude en jonge zielen.
In de omgang met onze medemensen kunnen we een onderscheid leren maken dat ons stap voor stap van buiten naar binnen leidt.
Het is geen gemakkelijke weg en hij wekt dan ook grote weerstanden op. Maar juist deze weg – die ook van theorie naar praktijk voert – maakt ons gaandeweg duidelijk dat de keuze niet gaat tussen 2 mensen of tussen 2 groepen van mensen, maar tussen 2 geesten, grote alomtegenwoordige geesten waartussen geen compromis mogelijk is, en die allebei zeggen: wie niet voor mij is, is tegen mij!

Nieuwjaar is mijns inziens verbonden met de antroposofie en met het thema van de twee Jezuskinderen en dat van de oude en de jonge zielen.
De weg naar Christus vinden we niet in ons eentje, we vinden hem alleen door samenwerking tussen twee mensen, een vrije en liefdevolle samenwerking die uit inzicht geboren wordt.

Nu ik eraan denk, de man uit mijn droom was niet alleen.
Ze waren met twee om de inhoud van de kluis te redden uit de handen van de gangsters.
Maar die tweede figuur werd niet duidelijk.
Hij bleef schimmig.

Er is dus nog heel wat werk aan de winkel om klaarheid te scheppen in de duisternis van deze tijd.
Maar zie!
Precies op het moment dat ik dit schrijf, komt buurman Karel binnen.
Ik zeg: wie komt daar vanuit het duister mijn woning binnen?
Hij antwoordt: ik ben het, uw buurman, en ik kom u de sleutels van het hemelrijk brengen!
Het zijn natuurlijk gewoon zijn huissleutels die ik morgen aan z’n schoonmaakster moet overhandigen.
Ik neem ze aan en kijk naar de gele BOB-sleutelhanger.
Ja, zeg ik, dát hemelrijk ken ik!

Er moet nog flink gekuist worden voor we echt plezier kunnen beleven aan het hemelrijk…

20140102-181709.jpg