Driekoningen-essay (deel 3: een prangende geboorte)

door lievendebrouwere

In deel 1 en 2 van mijn driekoningen-essay vertelde ik hoe mijn kersttijd verstoord werd door Joseph Beuys, de man die ik beschouw als een paard van Troje dat de geest van de Hedendaagse Kunst binnen de antroposofische muren heeft gehaald.
In de ogen van veel antroposofen is dat juist een goede zaak, want zij willen van de Antroposofische Vereniging een moderne, hedendaagse vereniging maken.
Ik wil zelf ook niets liever, en juist daarom verzet ik me hevig tegen de Hedendaagse Kunst, want ze is in mijn ogen noch hedendaags, noch kunst.
Ze is precies het tegenovergestelde.
En dat wil ik in dit essay aantonen.

20140114-162052.jpg

Het beeld van het Trojaanse paard is een mes dat aan twee kanten snijdt, want Troje moest vallen. Het vertegenwoordigde namelijk het verleden vertegenwoordigde, terwijl de Grieken dragers waren van de toekomst. En omdat het verleden geen plaats wilde ruimen voor de toekomst, werd het door die toekomst verwoest.
Die geschiedenis dreigt zich vandaag te herhalen.
De Antroposofische Vereniging is een modern Troje: een vesting met dikke muren waarbinnen men zich vooral richt op het verleden, dat wil zeggen op wat Rudolf Steiner 100 jaar geleden gezegd heeft. Daar is natuurlijk niks op tegen, want de woorden van Rudolf Steiner zijn een kostbaar erfgoed dat alle goede zorg verdient.
Maar buiten deze beschermende muren ligt een wereld waar de toekomst zich hevig roert, een wereld in beweging, een wereld waar de grenzen een voor een wegvallen. Die wereld duldt ook de grenzen niet die de Antroposofische Vereniging om zich heen heeft getrokken, en dus dringt ze de antroposofie binnen, zoals de Grieken destijds Troje binnendrongen: via de kunst.

Waarom belegerden de Grieken Troje?
Omdat de stad iets had wat van de Grieken was, namelijk Helena, de mooiste onder de vrouwen.
En de Trojanen wilden haar niet teruggeven.
Ook binnen de antroposofische vesting leeft iets wat de wereld en de toekomst toebehoort: Antroposofia, de mooiste onder de geestelijke wezens.
De antroposofen willen (of kunnen) haar niet afstaan, en dus komt de wereld haar halen, met list en geweld.

Joseph Beuys vergelijken met het paard van Troje is natuurlijk geen doorslaand argument. Het is eerder een tastend proberen om greep te krijgen op een toch tamelijk verbijsterend verschijnsel.
Ik kan er best inkomen dat antroposofen Joseph Beuys hogelijk waarderen, want de man houdt er boeiende (antroposofische) ideeën op na.
Ik vind het echter vreemd om te luisteren naar iemands ideeën en geen acht te slaan op zijn werk, zeker als het om een beeldend kunstenaar gaat.
Dat lijkt mij de wereld op zijn kop.
Ik doe in de regel precies het omgekeerde: ik kijk naar de kunstwerken en sluit mijn oren voor de ideeën die de maker erop nahoudt.
Waarom zou ik naar hem luisteren?
Wat kan hij mij vertellen dat zijn werk niet vertelt?
Zoals Joseph Beuys zelf zei: de kunst weet meer dan de kunstenaar.

20140114-162317.jpg

Als ik ideeën wil horen, dan leg ik mijn oor te luisteren bij wetenschappers en filosofen.
Het is natuurlijk mogelijk dat beide in één persoon aanwezig zijn.
Goethe is daar een mooi voorbeeld van.
Maar als ik de kunst en de ideeën van Goethe naast elkaar plaats, dan zie ik een grote organische samenhang: het zijn takken van één en dezelfde boom.
Als ik echter hetzelfde doe met Joseph Beuys dan treft mij de enorme discrepantie tussen zijn (antroposofische) ideeën en zijn werk. Met mijn hoofd kan ik zijn ideeën begrijpen en beamen, maar met mijn hart verafschuw ik zijn werk. En tussen die twee gaapt een diepe kloof waar doorgaans met geen woord over gerept wordt.
Ik zie in Beuys dus geen man uit één stuk zoals Goethe, een man die vertrouwen inboezemt. Ik zie een gespleten man, een man uit twee stukken waartussen geen enkel waarneembaar verband is, en die daarom een diep wantrouwen bij mij opwekt.

Ons rationele denken is door en door dualistisch. Het is niet in staat twee tegengestelde zaken naast elkaar te zien, en heeft de onweerstaanbare – en onbewuste – neiging één ervan te negeren. Het blijft dus blind voor een uitgesproken dualistisch fenomeen als Joseph Beuys.
Wie echter in beelden denkt, kan wel degelijk tegengestelde zaken naast elkaar zien.
Zoals bijvoorbeeld het gewelddadige binnendringen van de Hedendaagse Kunst in de antroposofische wereld en het besef dat dit listige geweld onvermijdelijk was (geworden).
Het is – ook voor mezelf – tamelijk choquerend om die twee in één beeld verenigd te zien, maar tegelijk voel ik dat juist dat tegenstrijdige beeld verhelderend werkt.
Maar het moet natuurlijk verder ontwikkeld worden. Het moet verbonden worden met andere beelden, zodat het groeit en completer wordt.
En dat wil ik hier proberen.

20140114-163026.jpg

Zo’n complementerend beeld is dat van conceptie en geboorte.

Toen Rudolf Steiner tijdens de Weihnachtstagung de herders en de koningen met elkaar verbond in de nieuwe Antroposofische Vereniging daalde het geestelijke wezen Antroposofia daarin af. Het werd middels de Grondsteenspreuk ‘in de harten’ van de aanwezigen gelegd en vermenigvuldigde zich vervolgens van hart tot hart.
Voor Steiner was het ‘in de echt’ verbinden van beide (ruziemakende) zielengroepen een waagstuk: hij wist niet of deze verbinding – die een persoonlijk initiatief van hem was – de goedkeuring zou wegdragen van de geestelijke wereld en of deze er zich op zijn beurt zou willen mee verbinden. Anders gezegd: hij wist niet of de koppeling van de oude met de jonge zielen tot een bevruchting zou leiden.
Toen dat inderdaad het geval bleek, was hij zeer verheugd, en in de korte tijd die hem nog restte, sprak hij over de geboorte van het kind dat zich in de schoot van de Antroposofische Vereniging ontwikkelde. Dat zou namelijk aan het eind van de 20ste eeuw ter wereld moeten komen als een geestelijke impuls die de beschaving van de ondergang moest redden.
Hoe geestdriftig Steiner ook was over het kind dat hij in Dornach op aarde had gebracht, er klonk ook een zelden gehoorde ernst in zijn woorden. Tot drie keer toe waarschuwde hij voor de ondergang van de menselijke beschaving als de platonici en de aristotelici elkaar niet zouden vinden aan het eind van de eeuw.

Vanuit dit perspectief gezien, was de Antroposofische Vereniging dus de baarmoeder waarin het geestelijk wezen Antroposofia zich in de loop van de 20ste eeuw een lichaam vormde. Dit verenigingslichaam – Joseph Beuys noemde het een ‘sociale sculptuur’ – was wat de wereld nodig had om zich van de ondergang te redden, en volgens Rudolf Steiner moest dat vóór het eind van de 20ste eeuw gebeuren.
We schrijven vandaag 2014 en van enige geboorte is nog altijd niets te merken.
Het kind is dus over tijd.
Dat is een situatie die niet te lang mag duren, of moeder en kind komen in gevaar.
En als de moeder er niet in slaagt het kind ter wereld te brengen, dan moet de wereld ingrijpen, dan moet ze zich met geweld een toegang verschaffen tot de ‘ommuurde vesting’ die iedere baarmoeder is.

20140114-163521.jpg

Het kind dat in de schoot van de Antroposofische Vereniging leeft, is de geestelijke tegenhanger van de mooie Helena. En evenmin als Helena de Trojanen toebehoorde, is Antroposofia het bezit van de antroposofen. Dit wezen hoort de wereld toe, en de wereld heeft het nodig om de stap naar de toekomst te kunnen zetten. Dus komt de wereld dat wezen halen.
Dat is mijn inziens wat momenteel gebeurt via het Trojaanse paard van de Hedendaagse Kunst: de materialistische buitenwereld dringt ongemerkt de antroposofie binnen. Waarschuwingen helpen niet, want men wil de overwinningsroes niet laten verstoren door doemdenkers.
Eindelijk een doorbraak, wordt er gedacht, eindelijk erkenning aan de andere kant (van de muur)!
Dat die erkenning uitgerekend komt uit een stad die Wolfsburg heet, doet geen belletje rinkelen. Want we zijn het niet gewend om beelden ernstig te nemen. Zelfs als het om kunst gaat, kijken we niet naar de beelden (en de taal die ze spreken) maar naar de ideeën, hoe abstract die ook zijn.
En als die ideeën antroposofisch zijn, zijn we gerustgesteld.
Alsof een wolf geen schaapsvacht zou kunnen dragen …

Ik zal in dit Driekoningen-essay proberen aan te tonen dat de Hedendaagse Kunst, ondanks al haar spirituele ideeën, een wolf is.
En het is mijn overtuiging dat deze wolf, als hij niet ontmaskerd wordt, de Antroposofische Vereniging zal verwoesten zoals de Grieken destijds Troje verwoest hebben.

Deze verwoesting zal – zoals alles in dit verhaal – niet fysiek maar etherisch van aard zijn. De buitenmuren van de antroposofie zullen overeind blijven staan, zodat het lijkt alsof er niets aan de hand is. Maar innerlijk zal alle (geestelijke) leven verdwenen zijn, zoals dat ook in de Hedendaagse Kunst zelf het geval is. Deze ‘kunst’ zal – als haar ware aard niet herkend wordt – de antroposofie herscheppen naar haar eigen beeld en gelijkenis, en dat is het beeld van een wolf in een schaapsvel, van een als spiritualiteit vermomd materialisme.

20140114-164604.jpg

Maar hoe kan men die verwoesting verafschuwen en toch overtuigd zijn dat ze onvermijdelijk was?

Er bestaat een geestelijke wet die zegt dat als de dingen-die-moeten-gebeuren niet uit vrije wil en inzicht plaatsvinden, ze dan door middel van geweld en catastrofes plaatsvinden.
Het is een van de onthutsende inzichten van de antroposofie dat de catastrofes die over de mensheid komen niet het werk van de tegenmachten zijn, maar van de goede goden. Deze laatsten geven de mens ruim de kans om uit eigen beweging te doen wat nodig is, maar als dat niet lukt, dan grijpen ze in. En ze zijn daar absoluut niet sentimenteel in, evenmin als de vader die ziet dat zijn kind de verkeerde weg opgaat en kordaat ingrijpt, evenmin als de gynaecoloog die het mes in de (baar)moeder zet als een kind niet wil of kan geboren worden.

Op die manier kan ik begrijpen dat de associatie van de Hedendaagse Kunst met de antroposofie weliswaar een catastrofe is voor deze laatste, maar niettemin toch iets dat onvermijdelijk was.
Rudolf Steiner zegt over dit soort zaken: het had helemaal niet zover hoeven te komen, maar als het gebeurt is dat omdat het noodzakelijk was geworden.
Als de Antroposofische Vereniging wakkerder was geweest en een bewustzijn had ontwikkeld dat op maat van onze tijd was gesneden, dan zou het nooit zover zijn gekomen dat ze juichend een ‘kunst’ binnenhaalt wier actieradius zich uitstrekt tussen pispotten en kakmachines. En we zouden niet het beschamende schouwspel moeten zien van antroposofen die in naam van het allerhoogste het allerlaagste bewonderen.

Toch heb ik – zij het met veel moeite – leren inzien dat deze vernedering nog altijd beter is dan de diepe slaap waarin de antroposofie dreigt te verzinken en die alle ontwikkeling stopzet. Het ergste wat de mens kan overkomen, is namelijk dat hij niet meer groeit, dat zijn bewustzijnsontwikkeling tot stilstand komt. En alles wat hem uit die slaap wakker kan schudden is het mindere kwaad.

20140114-165052.jpg

Met hoeveel intense afschuw de Hedendaagse Kunst mij ook vervult, ik begin nu te begrijpen dat zij een (paarden)middel is om enerzijds het wezen Antroposofia te verlossen, en om anderzijds de moeder, de Antroposofische Vereniging, wakker te schudden.
Of dat laatste nog zal lukken is zeer de vraag.
Over Antroposofia hoeven we ons geen zorgen te maken: als een geestelijk wezen geen plek krijgt op aarde, dan trekt het zich terug.
Het is over onszelf dat we ons zorgen moeten maken.
Zal de moeder het overleven?
That is the question.

Zelf denk ik dat het lot van de antroposofie nauw verbonden is met het lot van de kunst.
Was het niet door de antroposofie te verbinden met de kunst (op het Congres in München in 1907) dat Rudolf Steiner de antroposofie losmaakte van de Theosofische Vereniging en op eigen benen zette? Dat uitgerekend deze verbinding 100 jaar later gevierd werd door de hedendaagse antroposofie te verbinden met de Hedendaagse Kunst (vertegenwoordigd door Joseph Beuys) lijkt mij een veeg teken.
Want één van de meest wezenlijke kenmerken van deze ‘kunst’ is dat ze sinds haar ontstaan niet meer geëvolueerd is. Ze heeft hoogstens de afstand tussen pispot en kakmachine afgelegd. Hedendaagse Kunstenaars doen vandaag nog altijd precies hetzelfde als 100 jaar geleden. Ze maken geweldig veel drukte, maar wie daar doorheen kijkt, ziet dat ze gewoon stilstaan. Het drukke leven van de Hedendaagse Kunst is een schijnleven, een aangezien dat schijnleven enerzijds met schier grenzeloze middelen in stand wordt gehouden en anderzijds geen spoor van kritiek meer oproept, kan het wel voor eeuwig in hetzelfde kleine cirkeltje ‘tussen pis en poep’ blijven ronddraaien.

Door zich met de Hedendaagse Kunst te affiliëren, zal de antroposofie volgens mij haar eigen ontwikkeling tot stilstand brengen. Ze zal tot een lege huls worden waar gelijk wie in kan kruipen om anderen te intimideren met magische spreuken en rituelen.

20140114-165746.jpg

Ik kan mij uiteraard vergissen, en ik zou bijna zeggen dat ik dat hoop, maar ik kan in die grauwe, intimiderende, zichzelf eindeloos herhalende Hedendaagse Kunst met de beste wil van de wereld het stralende kind Antroposofia niet herkennen, dat schitterende wezen waar oorlogen worden om gevoerd. Als mensen mij vragen om een beeld van de antroposofie, dan zie ik mezelf nog niet gauw zeggen: gaat u eens kijken naar het werk van Joseph Beuys, daar zult u Antroposofia in al haar pracht zien!
Nee, de aarde zal nog behoorlijk moeten opwarmen voor ik die woorden over mijn lippen krijg.

Maar er zal ook nog veel moeten gebeuren voor ik mijn mond houd over de Hedendaagse Kunst.
Haar machtsontplooiing is enorm en blijft maar toenemen.
Juist daarom is het zaak om haar te ontmaskeren, want zij wil ons iets zeggen en zij zal niet ophouden het te zeggen voor we het begrijpen.
De Hedendaagse Kunst heeft een boodschap die ze steeds luider recht in ons gezicht schreeuwt, en het is een dubbele boodschap.
Enerzijds is dat de wolven-boodschap: zwijg, sluit uw ogen en kniel neer!
Anderzijds is dat de boodschap van de goede goden op de achtergrond: wordt wakker, zie uw dubbelganger onder ogen, en blijf overeind!

Want: omnia cooperantur in bonum, alles werkt samen ten goede.
Hoezeer de wolf ook te keer gaat, achter hem staat zijn meester.
En die meester moeten we leren zien, dwars door de wolf heen.
Een andere manier is er niet.

20140114-165257.jpg