Driekoningen-essay (deel 6: het grote taboe)

door lievendebrouwere

In deel 5 van dit essay betoogde ik dat de kunst van onze tijd een gebroken kunst is, een kunst die in twee stukken is uiteengevallen.
Populair zal ik mij met die stelling niet maken, want ofschoon de hele wereld vandaag in tegengestelde stukken uiteenvalt – Oost/West, Noord/Zuid, rijk/arm, christendom/islam, palestijnen/joden, soennieten/sjiieten, progressief/conservatief, links/rechts, enzovoort – is het een groot taboe om op die ‘Grote Breuk’ te wijzen.
Zeg niet dualiteit maar diversiteit: dat is het grote hedendaagse motto.
De talloze brokstukken waarin de wereld uiteenvalt, worden gezien als een verrijking. Ze brengen kleur in een grijze, uniforme wereld. Ze bevruchten elkaar en doen een nieuwe wereld ontstaan.
Aldus de correcte visie.
Over de Grote Breuk mag niet gesproken worden.
Ook niet in de kunstwereld.
Vooral niet in de kunstwereld.
De kunst toont ons vandaag een wereld waarin het taboe zo groot is geworden dat het niet meer wordt waargenomen.
De strijd die in de sociale, religieuze, politieke en economische wereld nog volop woedt en ons belet de ogen te sluiten voor de tegenstellingen, is in de kunstwereld reeds gestreden.
Er is geen strijd meer en dus ook geen bewustzijn van de diepe kloof die de kunst in twee deelt.

De kunst van onze tijd zou een gebroken kunst zijn?
Komaan zeg, wat een idiote gedachte!
In welke tijd leef ik eigenlijk?

20140126-143325.jpg

Het grootste taboe is een taboe dat niet langer als een taboe wordt ervaren.
Het is tot een tweede natuur geworden en maakt deel uit van ons wezen.
Iedere poging om het te doorbreken wordt ervaren als een aanslag op het wezen van de mens. Het stuit dan ook op hevige, instinctieve weerstanden die tot uiting komen in heilige verontwaardiging, alsof er een kind wordt verkracht.
Die verontwaardiging is intussen deel geworden van het moderne leven.
Het is nauwelijks nog mogelijk om een redelijk gesprek te voeren. Keer op keer eindigen discussies in explosies van verontwaardiging, wederzijds wantrouwen en viscerale afkeer.
In de extremistische islam zijn de emoties reeds verhard tot fysieke explosies.
Maar in de kunstwereld zijn ze nog een stap verder.
Daar zijn geen explosies meer nodig, want er is ook geen discussie meer.
Daar heerste de vrede van een volkomen eensgezinde wereld waar andersdenkenden niet langer meer als denkenden worden beschouwd, maar als een meelijwekkende, achtergebleven soort waar men geen aandacht meer aan besteedt.

20140126-143416.jpg

Het taboe op de Grote Breuk, het bijna fysieke onvermogen om de Grote Kloof die de wereld in twee deelt onder ogen te zien, leidt tot een scheiding der geesten.
Dat is wat de kunst ons vertelt.
De mensheid raakt gaandeweg verdeeld in mensen die het taboe steeds meer ‘internaliseren’ en tot deel van hun eigen wezen maken, en mensen die zich tegen dat taboe verzetten en weigeren de ogen te sluiten voor het gebroken-zijn van de wereld.
De buitengewone gevoeligheid van de hedendaagse mens voor alles wat met racisme te maken heeft, is daar een uitdrukking van. Diep in zijn onderbewustzijn leeft het besef van de scheiding der geesten: de mensheid valt uiteen in twee soorten mensen, twee geestelijke ‘rassen’. En omdat de moderne mens er niet in slaagt die geestelijke breuk onder ogen te zien, projecteert hij ze onbewust in de materie: hij verdeelt de mensheid in racisten en antiracisten.

En dat doet hij dus ook in de kunst.
Hij scheidt de geesten.
Hij noemt ze hier geen racisten en antiracisten, maar cultuurbarbaren en beschaafde mensen.
‘Cultuurbarbaren’ zijn in feite artistieke racisten: ze maken onderscheid tussen twee soorten kunst, ze spreken over een Grote Breuk in de kunst.
De ‘beschaafde mensen’, de echte kunstliefhebbers, verzetten zich verontwaardigd tegen dit kunst-racisme: voor hen is de kunst één grote, kleurrijke familie.
Dat wil zeggen, zo was het tot pakweg 50 jaar geleden.
Want vandaag is de strijd gestreden.
De cultuurbarbaren hebben het onderspit gedolven.
Er wordt niet meer gesproken over een Grote Breuk.
Dat is trouwens nooit gebeurd.
Nog voor de barbaren tot dit inzicht konden doordringen, werd hen krachtdadig de mond gesnoerd. Ze werden uit de kunstwereld gestoten, en de vrede keerde weer.

20140126-143708.jpg

De keerzijde van die vrede is echter dat er niet meer over een gebroken kunst gesproken wordt en al evenmin over de scheiding der geesten die heeft plaatsgevonden.
Want dat is de grote paradox: het taboe op de scheiding veroorzaakt de scheiding.
Juist doordat er nergens nog gesproken wordt over de Grote Breuk in de kunst, bestaat de kunst uit twee totaal verschillende werelden waartussen geen enkel contact meer is.
Aan de ene kant zijn er de ‘beschaafde mensen’, de liefhebbers van de ene, alomvattende Hedendaagse Kunst. Aan de andere kant zijn er de ‘cultuurbarbaren’ die als varkens rondwroeten in een modderpoel van alle soorten achterhaalde, commerciële en pseudo-kunst.
Die Olympos en die onderwereld worden van elkaar gescheiden door een diepe, onoverbrugbare kloof.

Die strenge apartheid is de keerzijde van de vrede die in de kunst heerst.
Uiteraard wordt over die keerzijde nooit gesproken, want niemand wil geconfronteerd worden met ofwel het feit dat hij anderen uitstoot ofwel het feit dat hij een uitgestotene is.
Aan beide zijden van de kloof heerst een vrijwel absolute ontkenning van de apartheid.
Wie op de Olympus het taboe doorbreekt, wordt meteen in de onderwereld gegooid.
En wie daar het taboe doorbreekt, wordt genegeerd, want niemand in de onderwereld wil geweten hebben dat hij in de onderwereld leeft.

Het beeld is dus het volgende: de kunst van onze tijd is uiteengevallen in twee stukken die allebei ontkennen dat ze slechts brokstukken zijn. Ze doen alsof er niets gebeurd is en alles bij het oude is gebleven. Ze leven in volslagen ontkenning, ieder in hun eigen aparte wereld. Op die manier slagen ze erin de vrede te bewaren.
Maar die artistieke of geestelijke vrede gaat ten koste van eindeloos veel geweld in de gewone, materiële wereld.
Daar nemen de onvrede, de spanningen en het geweld hand over hand toe en dreigt ‘de strijd van allen tegen allen’ waarover Rudolf Steiner sprak.
Het is alsof de strijd die niet op geestelijk vlak gestreden wordt, dan maar op fysiek vlak moet uitgevochten worden.
Zelfs de natuur lijkt deel te nemen aan die mondiale strijd.

20140126-144023.jpg

Dit is natuurlijk geen aangenaam beeld. Het is een ronduit apocalyptisch beeld. Het is het beeld van een enorme, wereldwijde en onvermijdelijke strijd. De oorzaak van die strijd is de Wederkomst van Christus, de geboorte van ‘het kind dat alles nieuw maakt’. En zoals iedere geboorte gaat deze ‘komst’ gepaard met weeën: de oude (moeder)wereld kraakt in al zijn voegen om baan te ruimen voor de nieuwe wereld.
Die geboorteweeën kunnen niet vermeden worden, maar het maakt een groot verschil of we die weeën bewust dan wel onbewust ondergaan.
Als we de geboorte onder ogen zien, als we met andere woorden de ogen niet sluiten voor de Grote Scheiding die ophanden is – de scheiding tussen moeder en kind – dan kunnen we ons voorbereiden, dan kunnen we de pijn onder controle houden en dan weten we ook waarom we die pijn verdragen. De geboorte wordt dan een beproeving die we moedig en zelfs met vreugde ondergaan, want we weten dat het kind ons alles zal doen vergeten.
Als we daarentegen niets afweten van enige geboorte, dan zullen we in de Grote Scheiding een ramp zien die kost wat kost moet vermeden worden. In plaats van ons voor te bereiden op de geboorte, zullen we er alles aan doen om die geboorte te verhinderen, want we zien haar als een levensbedreigende ziekte die met alle middelen dient bestreden te worden.
Maar juist door die scheiding tussen moeder en kind te verhinderen, veroorzaken we een veel grotere en pijnlijker scheiding, want we brengen beider leven in gevaar.
De paradox van de geboorte is namelijk dat moeder en kind maar met elkaar kunnen verenigd worden als ze eerst gescheiden worden.

Het geweld dat de wereld vandaag in toenemende mate teistert, is het geweld van een geboorte: de geboorte van een nieuwe wereld. We verlangen ook hevig naar die nieuwe wereld, dat hoeft geen betoog. We hebben al een eeuw lang de mond vol over vernieuwing en verandering, en de wereld is in die 100 jaar inderdaad al meer veranderd dan in de voorbije 1000 jaar.
Maar de gewelddadigheid van al die veranderingen is niet enkel het gevolg van de geboorte die bezig is. Ze is in de eerste plaats het gevolg van onze onwetendheid omtrent die geboorte en de daaruit voortvloeiende pogingen om ze te verhinderen. Wat we vandaag meemaken is de strijd op leven en dood tussen een kind dat wil geboren worden en ouders die dat kind als een kwaadaardig gezwel beschouwen en het met chemo en bestraling te lijf gaan.
Het is met andere woorden een tragedie van kosmische afmetingen.

20140126-144529.jpg

Als ik dat apocalyptische beeld nu terugkoppel naar de kunst, dan wordt begrijpelijk dat de Grote Breuk niets anders is dan het moederlichaam van de kunst dat opensplijt om de nieuwe kunst op de wereld te zetten. De kloof die de kunst van onze tijd in twee deelt, is de gapende opening waardoor we een blik werpen in de schoot van de kunst. In die schoot verbergt zich het wezen van de kunst, het eeuwig jonge wezen dat zichzelf steeds vernieuwt. Maar dat wezen kunnen we nog niet waarnemen, want onze zintuigen zijn geheel gericht op de ‘buitenkant’ van de kunst, op de ‘moeder’. Nu die moeder als het ware in twee splijt, kijken we in een donker gat, een gapende leegte. En die vormt zo’n enorm contrast met de (uiterlijke) schoonheid van de moeder, dat we ontzet terugdeinzen en onze ogen sluiten.
We zijn niet in staat om de kunst – de we altijd gekend hebben in haar stralende schoonheid – te zien in haar hedendaagse toestand: die van een moeder die, ontdaan van al haar koninklijke waardigheid, zichzelf als het ware in twee scheurt.
Nee, roepen we uit, dit kan niet waar zijn!
Dit is niet de kunst zoals we die altijd al gekend hebben!
En we grijpen terug naar oude beeld van de ongebroken kunst.
We sluiten onze ogen in ontzetting voor de Grote Breuk, voor de donkere kloof die de kunst van onze tijd in twee deelt.
En we beseffen niet dat we juist daardoor een nog veel grotere breuk veroorzaken.
We beseffen niet dat we de kunst nog veel lelijker maken dan ze al is.
We beseffen niet dat we de geboorte van de Nieuwe Kunst verhinderen, ja dat we zowel de oude als de nieuwe kunst dreigen te vernietigen.
We beseffen ten slotte niet dat we, door onze ogen te sluiten, de strijd tussen moeder en kind, tussen oud en nieuw, dwingen een fysieke vorm aan te nemen, de fysieke vorm waarover we dagelijks in de kranten lezen, en waarvan we zelf ook meer en meer het slachtoffer worden.

20140126-150030.jpg

De wereld waarin we vandaag leven, is de werkelijkheid geworden wereld van de kunst.
Er is in die wereld niets wat ook niet in de wereld van de kunst is.
En juist omdat de wereld van de kunst eigenlijk reeds tot het verleden behoort – er verandert niets wezenlijks meer in die wereld – kunnen we er van op een afstand op terugkijken en er ons een beeld van vormen dat ons helpt om ook de actuele werkelijkheid te begrijpen. Misschien kunnen we op die manier voorkomen dat we in die werkelijkheid dezelfde fouten maken die we in de kunst gemaakt hebben, en dat is in de eerste plaats het ontkennen van de Grote Breuk.
Maar dan moeten we wel bereid zijn om die Grote Breuk in de kunst van onze tijd onder ogen te zien, en daarvoor moeten we breken met de (schijn)vrede die aan beide kanten van die breuk heerst. We moeten breken met de vrede op de Olympos van de Hedendaagse Kunst, wat tot gevolg zal hebben dat we verbannen worden naar de onderwereld van de massa-kunst. Maar ook daar moeten we ons verzetten tegen de onverschilligheid en gedachtenloosheid die er heersen.
We moeten ons verzetten tegen het taboe dat aan beide kanten heerst, het taboe op de Grote Breuk, en dat verzet zal ons precies in het midden tussen beide werelden plaatsen, dat wil zeggen ín de grote leegte waar beide voor terugdeinzen.
En daar, in die leegte, in die kloof moeten we het uithouden, zonder in één van beide uitersten te vervallen.
We mogen de Hedendaagse Kunst niet juichend verwelkomen als de nieuwe kunst, want dan verwisselen we het kind voor de vernietigende strijd tegen de oude (moeder)kunst.
En we mogen ook niet wegzakken in onverschilligheid en denken: het zal wel allemaal vanzelf in orde komen. Want dan verliezen we uit het oog dat de nieuwe kunst niet zonder ons bestaat. Ze zal zonder onze inspanningen nooit geboren worden. En dat kunnen geen blinde inspanningen zijn, want juist ons bewustzijn speelt een cruciale rol in haar geboorte. Het is onze wakkerheid die beslist over leven en dood. Het is ons volgehouden bewustzijn in en van de Grote Kloof of Breuk of hoe we het ook willen noemen, dat de Nieuwe Kunst geboren zal doen worden. Het is ons onderscheidingsvermogen dat moeder en kind van elkaar zal scheiden zodat ze een nieuwe en veel bewustere twee-eenheid kunnen vormen, een twee-eenheid die zonder ons niet kan bestaan.

20140126-150236.jpg