Een spreuk voor Berlijn

door lievendebrouwere

Het jaar 1923, dat begon met de vernietiging van het Goetheanum en eindigde met de Weihnachtstagung, was niet alleen voor de antroposofische beweging een onheilsjaar, maar voor heel Duitsland en Midden-Europa.
Terwijl Hitler in Landsberg ‘Mein Kampf’ schreef, gaf Rudolf Steiner opdracht zijn woning in Berlijn op te zeggen en alle antroposofische boeken naar Dornach over te brengen.
‘Als deze heren aan de macht komen, zei hij, kan ik geen voet meer op Duitse bodem zetten.’
Aan Anna Samweber, een medewerkster uit Berlijn, gaf hij in die dagen een spreuk mee voor de komende tijden van nood.
Zelf is hij nooit meer in de stad geweest.

Voor de vrienden in Berlijn

De mens ziet met het oog,
geschapen door de wereld.
En wat hij ziet, bindt hem
aan wereldvreugde en aan wereldleed.
Het bindt hem aan alles
wat ontstaat, maar net zo goed
aan alles wat omlaag stort
in duistere oorden van de afgrond.

De mens schouwt met het oog
geschonken door de geest,
en wat hij schouwt, bindt hem
aan hoop en aan standvastigheid van geest:
het bindt hem aan alles
wat wortelt in de eeuwigheid,
wat vrucht draagt in de eeuwigheid.

Maar schouwen kan de mens alleen
als hij het innerlijke oog
zelf voelt als deel van de godesgeest
die op de schouwplaats van de ziel
in de tempel van het lichaam
godesdaden verricht.

De mensheid vergeet steeds meer
het innerlijk van God.
Wij echter willen het heffen
in helder bewustzijnslicht
en dan de vlam der goden
over puin en as
in de harten van mensen binnendragen.
Bliksemflitsen mogen
de uiterlijke huizen
verbrijzelen tot puin,
Wij bouwen zielenhuizen
uit het staalsterke lichtweven
van het inzicht.
En ondergang van het uiterlijke
moet opgang worden
van het zieleninnerlijk.

Nader komt het leed
uit machten van de stofkracht.
De hoop blijft stralen
ook als duisternis ons omwolkt,
en zij zal eens binnendringen
in onze herinnering,
wanneer wij na de duisternis
weer mogen leven in het licht.
Wij willen niet dat deze toorts
in betere tijden ons ontbreekt,
doordat wij hem in deze tijd van smart
niet in onze ziel hebben geplant.

(Rudolf Steiner)

20140126-225330.jpg