Materialisme en kunst

door lievendebrouwere

Het intellect is vooralsnog het meest geestelijke in ons. Als we dat intellect echter eenzijdig ontwikkelen, zonder tegelijk ook het gevoel en de wil te ontwikkelen, dan ontwikkelen we altijd de neiging tot materialistisch denken.
Hoewel het intellect gedurende ons fysieke aardeleven het meest geestelijk in ons is, heeft het de drang naar het materialisme. We moeten namelijk niet geloven dat we het geestelijke in de mens ontwikkelen als we het intellect ontwikkelen. We ontwikkelen dan alleen het vermogen om het materiële te begrijpen. Pas door op smaakvolle, esthetische wijze ook het gemoed, het gevoelsleven te ontwikkelen, richten we het intellect op het geestelijke. En pas door de wil op te voeden, zelfs al gebeurt dat door uiterlijke handvaardigheid, leggen we in de mens de basis voor een verstand dat op de geest gericht is. Als zo weinig mensen tegenwoordig de neiging hebben het intellect op de geest te richten, dan komt dat doordat de wil zo verkeerd geschoold werd tijdens de kinderjaren.

Waardoor voeden we de wil op de juiste manier op?
We doen dat door het kind vóór alles actief te laten zijn in de kunst, door het zo mogelijk vroeg te laten luisteren naar muziek en te laten kijken naar tekeningen en schilderijen, maar ook door het in de mate van het mogelijke te laten meedoen.

(Rudolf Steiner)

GA 297 – Stuttgart, 31 augustus 1919.

20140126-161701.jpg