Onder een stolp

door lievendebrouwere

De affaire Hemmerechts is toch best wel een interessant geval.
Bart Van Aken (van de Gentse boekhandel ‘Paard van Troje’) wil ‘De vrouw die de honden eten gaf’ niet verkopen omdat hij het een slecht boek vindt. Hij wil daar verder geen woorden aan vuil maken, omdat hij de aandacht niet wil vestigen op slechte boeken.
Dat is natuurlijk zonder de media gerekend, want die ruiken potentiële sensatie al van op 100 kilometer afstand. Ze willen de zaak opkloppen tot een nationaal schandaal, maar Bart Van Aken houdt de boot af.
Hij heeft natuurlijk gelijk: aan slechte literatuur besteed je best zo weinig mogelijk aandacht.
En de media hebben ongelijk: ze proberen – alweer – van een mug een olifant te maken.

20140129-151442.jpg

Maar ligt het wel zo eenvoudig?

Laten we de literaire wereld eens vergelijken met de wereld van de beeldende kunsten.
In die wereld regeert de Hedendaagse Kunst oppermachtig.
Ze oordeelt even streng als Bart Van Aken: alles wat niet aan haar normen beantwoordt, wordt afgewezen.
Ze trekt een scherpe grens tussen goede kunst en slechte kunst.
Deze laatste wordt geen blik waardig geacht.
Maar wanneer een kijker een kunsthandel binnenstapt en vraagt naar slechte kunst – een klassiek landschap bijvoorbeeld – dan zegt de galeriehouder niet (zoals Bart Van Aken): meneer, wij verkopen hier alleen goede kunst, voor kutkunst moet u bij de buren aan de overkant zijn!
Er is zijn immers geen buren, er is geen overkant.
De kunstliefhebber die op zoek is naar een ‘gewoon’ schilderij – een kutschilderij dus, volgens de hedendaagse normen – die kan nergens meer terecht.
In Gent bijvoorbeeld is er geen enkele kunstgalerij die klassieke schilderijen verdeelt.
In Brugge: idem.
En Antwerpen zal wel geen uitzondering vormen op deze (Vlaamse) regel.

Anders dan in de literaire wereld is er in de wereld van de beeldende kunst geen slechte kunst meer te vinden. Tenzij in de ‘onderwereld’ van amateurs, dilettanten en nabootsers, maar daar waagt een weldenkend mens zich natuurlijk niet.

In (beeldende) kunstwereld zijn er dus geen ‘schandalen’ zoals rond ‘De vrouw die de honden eten gaf’. Een reactie zoals die van Bart Van Aken is hier ondenkbaar, of beter: ze zou nooit de media halen.
Wat een enkele keer nog wél de media haalt, zijn reacties uit de ‘onderwereld’, de wereld dus van mensen die geen onderscheid kunnen maken tussen goede en slechte kunst. Zo was er 14 jaar geleden een schandaal toen Jan Fabre het universiteitsgebouw van Gent bedekte met plakken Ganda-ham. Maar dat schandaal werd niet veroorzaakt door een vernietigende kritiek van een kenner zoals Bart Van Aken, nee het kwam van gewone voorbijgangers, mensen dus die geen verstand hebben van kunst.

20140129-151812.jpg

Als zo’n onwetende voorbijganger een kunstgalerie binnenstapt en vraagt naar wat in zijn ogen kunst is, dan hoeft de galeriehouder geen vernietigend oordeel te vellen zoals Bart Van Aken. Hij kan ermee volstaan om te zeggen: maar meneer toch, wat vraagt u nu! Dat soort schilderijen wordt al lang niet meer gemaakt!
Als hij helemaal eerlijk wil zijn, kan hij er nog aan toevoegen: er zouden naar verluidt nog enkele plekken zijn waar je dergelijke schilderijen kunt vinden, maar daar kan ik u niets over vertellen. Met die ‘eerlijkheid’ riskeert hij echter wel de kunstliefhebber op het slechte pad te brengen, en dus vestigt hij liever geen aandacht op het bestaan – hoe marginaal ook – van slechte kunst.

Anders dan in de wereld van de literatuur waar bijvoorbeeld Fnac en Standaard Boekhandel zowel goede boeken als kutboeken verkopen, is in de wereld van de beeldende kunst het kaf reeds van het koren gescheiden. Hier tref je alleen nog Bart Van Akens aan: kunsthandelaars bij wie slechte kunst er niet in komt, en die alleen goede, dat wil zeggen ‘hedendaagse’, kunst verkopen.

Voor de ware kunstliefhebber is dat natuurlijk een gedroomde situatie: een wereld met alleen maar goede kunst, een wereld waar het slechte niet binnenkomt. Hier moet hij er niet voortdurend op verdacht zijn geconfronteerd te worden met pseudo-kunst en would be kunstenaars. Hier kan hij zich met hart en ziel overgeven aan het artistieke genot, zonder eerst moeizaam onderscheid te moeten maken tussen goed en slecht. Hier vindt hij de kinderlijke onschuld terug die niet eerst alles beoordeelt maar de wereld met open armen verwelkomt. Hier is hij … vrij.

20140129-152027.jpg

Dat is een ongekende luxe die de boekenlezer niet kent.
Hij heeft natuurlijk wel mensen zoals Bart Van Aken, die duidelijk onderscheid maken tussen goede en slechte literatuur. Als je zijn boekhandel binnenstapt ben je zeker: hier zul je geen kutboeken aantreffen als ‘De vrouw die de honden eten gaf’. Hier zul je noch je tijd noch je geld verspillen.
Hier ben je zeker.
Of toch niet?

Wie is die Bart Van Aken eigenlijk?
Een jonge kerel die van de bekendste Vlaamse schrijfster zegt ze ‘literair niet relevant’ is en dat haar boeken het lezen niet waard zijn.
Kun je zo’n opinie eigenlijk wel ernstig nemen?
Weet deze Bart het dan beter dan al die recensenten die Hemmerechts de status hebben bezorgd die ze nu heeft? Is hij niet een van die jonge haaien die met veel branie proberen de plaats van de oudjes in te nemen?
Daar staat dan weer tegenover dat Bart Van Aken erin geslaagd is een nieuwe boekhandel te openen precies tussen twee multinationals, Fnac en Standaard Boekhandel, in. Dat lukt je niet als je geen hart voor boeken hebt.
Bovendien wordt zijn vernietigende oordeel over het jongste boek van Kristien Hemmerechts ook door anderen bijgetreden. Zijn boekhandel is niet de enige die weigert dat boek te verkopen.
Maar in Nederland zijn ze dan weer heel lovend over het boek.
Hoe moeten we die tegenstelling verklaren?
Lijden we hier dan allemaal aan een Dutroux-trauma dat onze kijk vertroebelt?
Of hebben we gewoon veel minder verstand van boeken dan de Nederlanders?
Maar hoe komt het dan dat Bart Van Aken uitgerekend in Nederland bekroond werd met de prijs van beste boekverkoper?

20140129-152318.jpg

Nee, zekerheid ligt hier zeker niet voor het rapen.
Als we ons een oordeel willen vormen over ‘De vrouw die de honden eten gaf’ dan zullen we het boek zelf moeten lezen.
Maar hoe kunnen we dat, na al die heisa, nog onbevooroordeeld doen?
En hoe beoordelen we een boek ook zonder voorafgaande heisa?
Is zo’n oordeel niet altijd subjectief en dus relatief?
Bestaat er überhaupt wel zekerheid in de wereld van de literatuur?

Dat zijn allemaal vragen waarmee de lezer bestormd wordt als hij zich een weloverwogen oordeel wil vormen over een boek. En in feite moet hij voor ieder boek dat hij leest telkens weer dat hele oordeelsproces doorlopen.
Dat is eigenlijk niet te doen.
Daarom verlaat de boekenlezer zich op het oordeel van kenners als Bart Van Aken, die een duidelijke selectie doorvoeren. Die selectie begint trouwens reeds bij de uitgeverijen: zij bepalen welke boeken worden uitgegeven en welke niet. Er zijn dus ontelbare manuscripten die het nooit tot boek brengen en waar we niets van afweten. In de meeste gevallen zullen we daar niets door missen. Maar er zijn uitzonderingen: er zijn heel wat gevallen bekend van manuscripten die door zowat alle uitgevers werden afgewezen en die, toen het uiteindelijk toch lukte, bleken meesterwerken te zijn.
En wat moeten we bijvoorbeeld denken van de antroposofische boeken? Die worden in Vlaanderen door vrijwel alle boekhandels afgewezen. Moeten we daaruit opmaken dat ze het lezen niet waard zijn? Of moeten we er juist uit opmaken dat we heel belangrijke dingen kunnen missen als we ons verlaten op het oordeel van kenners en opiniemakers?

20140129-152635.jpg

Maar hoe zit het dan met de wereld van de Hedendaagse Kunst?
Hier verlaat de kijker zich helemáál op het oordeel van kenners en deskundigen. Hij levert zich met hart en ziel over aan de genade van kunstpausen die in zijn plaats bepalen wat goed is en wat slecht. En hun oordeel wordt als onfeilbaar beschouwd.
Geen enkele galeriehouder haalt het in zijn hoofd om kunst te verkopen die als ‘slecht’ is gebrandmerkt.
Geen enkele kunstkenner stelt luidop de vraag: bestaat er buiten de Hedendaagse Kunst dan werkelijk geen goede kunst meer?
Geen enkele kunstliefhebber waagt zich in de onderwereld van de kunst, waar volgens de kunstpausen geen heil is en waar alleen maar duisternis heerst.

Op het eerste gezicht is de wereld van de Hedendaagse Kunst een paradijs voor de kunstliefhebber: hier vindt hij geborgenheid, hier is er louter goedheid en zekerheid, hier kan hij vrij en onbekommerd rondlopen en genieten van alles wat hij ziet. Hier is hij verlost van dat eeuwige kiezen en oordelen.
Maar zoals in ieder paradijs loert ook hier een slang.
Want wát als de kunstpaus zich vergist?
Wat als de Hedendaagse Kunst toch niet de enige plek is waar heil te vinden is?
Wat als het heil juist … buiten de kerk te vinden is?

Het is een ontstellende gedachte.

Maar stel dat ze waar is. Stel dat de Hedendaagse Kunst niet ‘de kunst van onze tijd’ is en dat we die kunst elders moeten zoeken? Stel dat we om de tuin zijn geleid en ons niet in het paradijs maar in de onderwereld bevinden?
Is dat niet een mogelijkheid, hoe verbijsterend ook, waar we rekening moeten mee houden?
Of kunnen we echt op onze beide oren slapen?
Is de Hedendaagse Kunst werkelijk een paradijselijke oase omringd door een uitgestrekte onderwereld vol afval en moreel bederf?

20140129-153047.jpg

In feite is het die vraag die door de affaire Hemmerechts aan de orde wordt gesteld.
Hoe beoordelen we kunst?
Moet kunst wel beoordeeld worden?
Of kunnen we ermee volstaan één van beide kampen te kiezen: pro of contra?
Want dat is wat er in de zaak Hemmerechts gebeurt: men is voor of men is tegen.
Het zou boeiend zijn de pro’s en contra’s eens tegenover elkaar te plaatsen en van deze zaak een debat te maken.
Dat leek in eerste instantie ook te gebeuren.
Lovende kritieken werden tegenover vernietigende kritieken geplaatst.
Kristien Hemmerechts kwam op tv tegenover Paul Marchal te staan.
Er ontstond ‘heisa’.
Maar inmiddels lijkt de storm alweer te zijn gaan liggen.
Vandaag staat er in De Standaard een artikel van ombudsman Tom Naegels waarin hij de hele zaak tot zijn ware proporties wil terugbrengen, namelijk: een storm in een glas water, door de media zelf veroorzaakt. Volgens hem ís er helemaal geen tumult in België, en zíjn de kritieken niet vernietigend. Er was alleen een opmerking van Bart Van Aken op een Facebookpagina en die is opgepikt door de media, met de bekende gevolgen van dien.
Besluit: much ado about nothing.

Nothing?

Is het beoordelen van een boek – niet alleen op zijn literaire kwaliteiten, maar ook op zijn maatschappelijke kwaliteiten – werkelijk niet iets om zoveel drukte over te maken?
Is de affaire Hemmerechts niet juist een gelegenheid om de grens die getrokken wordt tussen goede kunst en slechte kunst eens ter sprake te brengen?
Of dienen beschaafde mensen daar geen vragen over te stellen?

Het is in dat verband wel merkwaardig dat Tom Naegels spreekt over een ‘storm onder een stolp’.
Zou het kunnen dat ombudsman Tom zelf onder een stolp leeft?
Zou het kunnen dat we allemaal onder een stolp leven?
Zou het kunnen dat we dat niet beseffen omdat we die ene vraag niet meer stellen: de vraag naar de grens tussen goed en slecht?

20140129-153457.jpg

Advertenties