Een plek voor emoties

door lievendebrouwere

Hoe meer ik lees over ‘De vrouw die de honden eten gaf’, hoe meer ik ervan overtuigd raak dat het inderdaad een ‘kutboek’ is.
Zo las ik net een reactie van uitgever Sander van Vlerken op de vernietigende kritiek van boekhandelaar Bart Van Aken.
Hij schrijft:

‘Maar het als ‘irrelevant’ afdoen kan ik niet invoelen. Voegt het niets toe aan wat er op dit gebied, in de fictie, al geschreven is? Geeft het ons geen nieuwe inzichten? Me dunkt. Literatuur bestaat bij de gratie van nieuwsgierigheid, stelt vragen bij de dingen die gebeuren, en geeft de lezer ruimte voor zijn eigen antwoorden. Dát doet Kristien Hemmerechts bij uitstek in haar roman.

Door het boek af te doen als ‘irrelevant’ wordt in principe een auteur monddood gemaakt. “Je kunt vrijuit willen schrijven, maar a priori bied ik daar geen ruimte aan”, dat effect heeft het. We raken hier aan de vrijheid van denken, aan de vrijheid van het woord, zowel bij de schrijver als bij de lezer.

Het argument van Van Aken dat de lezer bij De Standaard-boekhandel om de hoek terecht kan, geldt dan wel in praktisch opzicht, maar zeker niet in filosofisch opzicht. Een boekhandel is behalve een winkel óók een plek voor discussie, voor ruimte aan verschillende visies, voor emoties. Juist daar wordt de vrijheid van het woord serieus wordt genomen. En dat wordt ontkend door een term als irrelevant.’

Tot zover Sander van Vlerken, uitgever.

Een boekhandel is voor hem behalve een winkel ook ‘een plek waar ruimte is voor emoties’.
Wel, wel, wel.
Daar heb ik noch in de Fnac, noch in Standaard Boekhandel, noch in het Paard van Troje, noch in Polare, noch eender waar, ooit wat van gemerkt.
Wat me altijd weer treft in moderne boekhandels is dat boeken er koopwaar zijn en niks anders.
Van sommige boeken vind je er één exemplaar, van andere verschillende, van nog andere hele stapels, en van De Da Vinci Code was het een hele palet.
Emoties? Laat me niet lachen.
Discussies? Hoogstens over de rekening.
Verschillende visies? Wat een grap.

Bart Van Aken geeft zijn visie op het boek, en wat gebeurt er?
Sander van Vlerken beweert dat een auteur monddood wordt gemaakt, dat de vrijheid van het woord en de vrijheid van denken wordt aangetast.
Was ik journalist geweest, ik had geschreven: ‘Uitgever Hemmerechts schreeuwt moord en brand omdat een boekhandelaar kritiek durft te geven op een van zijn boeken.’
Daar komt het tenslotte op neer, of niet?

Niemand beweert dat het boek niet uitgegeven had mogen worden.
Niemand eist dat het uit de boekhandel wordt genomen.
Niemand heeft tot dusver één exemplaar verbrand.
Het enige wat gebeurd is, is dat een aantal mensen hun ongezouten kritiek op het boek hebben gegeven.
En dan?
Mag dat dan niet meer?
Moet de literatuur dezelfde kant op als de Hedendaagse Kunst, waar iemand die kritiek heeft meteen wordt uitgescholden voor cultuurbarbaar?
Het heeft er in ieder geval sterk de schijn van.

20140130-210322.jpg

Advertenties