Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Coïncidentia oppositorum

Ons geheugen is soms een beetje beter, soms een beetje slechter, maar we hebben een geheugen. We kunnen ons onze belevenissen achteraf herinneren. Met wat we in de bovenzinnelijke wereld beleven, is dat niet zo. Wat we daar beleven aan grootheid, schoonheid en betekenis is voorbij van zodra we het beleefd hebben. Willen we het weer voor ons hebben, dan moeten het opnieuw beleven. Het prent zich niet op de gebruikelijke manier in het geheugen. Herinneren doen we het alleen wanneer we onze belevenissen in begrippen omzetten, wanneer we met andere woorden ons verstand meenemen in de bovenzinnelijke wereld. En dat is zeer moeilijk. We moeten daar namelijk denken zonder dat het lichaam bij dit denken helpt. Daarom moeten we vooraf onze begrippen bestendigd hebben, we moeten eerst een ordelijke logicus zijn geworden, zodat we de logica niet steeds vergeten als we in de spirituele wereld belevingen hebben.

(Rudolf Steiner – GA 305 – Oxford, 20 augustus 1922)

20140225-211058.jpg

Dit citaat bevestigt wat ik hieronder schreef over de kunst als voorbereiding op de drempeloverschrijding.
Op het eerste gezicht lijkt kunst niks te maken te hebben met het ‘bestendigen van begrippen’ en het worden van ‘een ordelijke logicus’.
Wel integendeel.
Geen groter chaoten dan kunstenaars.
En bij het waarnemen en beleven van kunst kan men niks aanvangen met logica.
Maar we spreken hier over wat zich in het heldere bewustzijn afspeelt.
Daar heerst inderdaad chaos, zowel bij de kunstenaar als bij de kijker.
Maar vlak onder dat bewustzijnsoppervlak speelt zich iets heel anders af.
Daar wordt namelijk heel logisch gedacht.
Maar daarvan zijn noch de kunstenaar noch de kijker zich bewust, want de logica verbindt zich daar met de inspiratie of de intuïtie, dat wil zeggen: met de beleving van het bovenzintuiglijke.
En precies daarin ligt de waarde van de kunst met betrekking tot de drempeloverschrijding (waar we tussen haakjes allemáál mee te maken hebben): we leren hier denken terwijl we ‘bovenzinnelijk’ waarnemen.

Een voorbeeld.

Wanneer we luisteren naar die onverwoestbare Air uit Bachs 3de suite, dan beleven we iets bovenzinnelijks. Anders zou deze muziek ons niet zo ontroeren. Maar tegelijk volgen we heel bewust die klanken die uiterst logisch, ja zelfs wiskundig zijn opgebouwd.
Bach is juist dáárom zo groot omdat hij de uitersten met elkaar verzoent: de grootst mogelijke logica en de grootst mogelijke geestelijke ontroering.

Deze coïncidentia oppositorum vormt het wezen van alle kunst.
We beleven ze gevoelsmatig als iets volkomen vanzelfsprekends, en toch is het iets buitengewoons, iets waar ons bewuste verstand niet bij kan.
Door veel naar kunst te kijken en te luisteren, ontwikkelen we in onszelf hetzelfde vermogen om logica te verbinden met bovenzinnelijke waarnemingen. Het is simpelweg de liefde voor de kunst die dat zintuig in ons (heel langzaam en ongemerkt) doet opengaan.
Liefde voor de kunst is altijd liefde voor de geest, maar dan wel liefde voor de geest die zich uitdrukt in de materie, en die volgens Rudolf Steiner de enige ware geest is.

De helderziendheid die Rudolf Steiner in zo hoge mate ontwikkeld had – en die niet mag verward worden met de ‘natuurlijke’ helderziendheid van mediums en dergelijke – is van precies dezelfde aard als het kunstzinnige vermogen: het is het vermogen om de geest waar te nemen en tegelijk logisch en helder te blijven denken.

Omdat we vandaag allemaal over de drempel gaan, ontwikkelen we allemaal een zekere mate van natuurlijke helderziendheid (die we misschien beter ‘troebelziendheid’ kunnen noemen).
En omdat we vandaag allemaal naar school gaan, ontwikkelen we allemaal een zekere mate van logisch en helder denken.
We worden dus van nature weer ‘religieus’, en we zijn door onze schoolse opvoeding ‘wetenschappelijk’.

Maar de brug tussen die twee tegengestelden, die moeten we zelf, uit vrije wil slaan.
Dat doen we onbewust in de kunst en bewust in de antroposofie.
De antroposofie is dus niets anders dan de bewustwording van de kunst.
Het is een intensivering van het logische denken,
een intensivering van het bovenzinnelijke beleven,
en een intensivering van het kunstzinnige vermogen om die twee met elkaar te verbinden.

Antroposofie is bewuste kunst.

Maar daarom veronderstelt antroposofie ook een drempeloverschrijding, want de stap van de onbewuste kunst zoals we die tot nog toe gekend hebben, naar een bewuste kunst is een enorm waagstuk.
Hoe groot dat waagstuk is, en hoe gigantisch fout het kan gaan bij die drempeloverschrijding toont ons de Hedendaagse Kunst én haar succes in antroposofische kringen.

20140225-210613.jpg

Advertenties

Een dubbeltje op zijn kant

Volgens Rudolf Steiner gaat de mensheid momenteel ‘over de drempel’, de drempel van de geestelijke wereld that is.
Die ‘drempel’ is natuurlijk geen fysieke drempel, een stuk steen bijvoorbeeld waar je overheen moet stappen.
Het is veeleer een gebied waar je doorheen moet.
Ja, de uitdrukking ‘over de drempel gaan’ is zélf afkomstig uit dit drempelgebied, en je moet er eveneens doorheen. Dat wil zeggen: je moet door het beeld heen kijken naar de (geestelijke) werkelijkheid die erachter zit.
En die werkelijkheid is volgens mij de etherische wereld, de wereld van de vorm- en levenskrachten.
Die mysterieuze, ongrijpbare wereld tussen materie en geest is ‘de drempel’.
Hij maakt reeds deel uit van de geestelijke wereld, maar tegelijk valt hij nagenoeg samen met de materiële, zintuiglijke wereld.
Hij moet dus van beide werelden – de geestelijke én de materiële – onderscheiden worden.

20140225-181231.jpg

Dat onderscheiden is uiterst belangrijk.
Want als we dit gebied betreden in de overtuiging dat hier dezelfde wetten heersen als in de materiële of in de geestelijke wereld, dan gaat het fout, dan vallen we ten prooi aan groteske illusies.
En dat is precies wat vandaag gebeurt.
De mensheid betreedt dit gebied zonder het te beseffen, zonder rekening te houden met hoe anders het er hier aan toe gaat.
Ze betreedt dit gebied met een ‘gewoon’ bewustzijn, een bewustzijn dat berust op de zintuiglijke waarneming van de materiële wereld enerzijds en het zuiver geestelijke denken zoals we dat in de logica en de wiskunde vinden anderzijds.
Maar dit bewustzijn is niet opgewassen tegen de krachten die heersen in de etherische wereld.
Dat zijn namelijk scheppende krachten, krachten die uit het ‘stof’ van de materie een hele wereld tevoorschijn roepen: de wereld waarin wij leven.
De etherische wereld is in wezen een kunstzinnige wereld.
En het bewustzijn waar deze wereld om vraagt, is een kunstzinnig bewustzijn.
Zonder dat bewustzijn worden we in deze wereld tot idiot savants waarmee gesold wordt dat het niet mooi meer is.

Wat we kennen onder het de (op zich al uiterst bedrieglijke) naam Hedendaagse Kunst is in feite een beeld van de-mens-op-de-drempel of de-mens-in-het-etherische-gebied, en dat is een mens waarmee een kwaadaardig spelletje wordt gespeeld, een mens die wordt wijsgemaakt dat het hier niet langer gaat om waarheid en schoonheid, maar dat de meest bewonderenswaardige zaken hier uitwerpselen zijn, obsceniteiten, afval, pispotten, enzovoort.
En de moderne mens gelooft dat, want hij is hier als een kind dat een wereld betreedt die voor hem volkomen nieuw is.

Nochtans is die moderne mens geen onzindelijk kind dat in zijn uitwerpselen boeiend speelgoed ziet, nee hij is een ontwikkelde en beschaafde volwassene.
En toch laat die volwassene zich wijsmaken dat stront kunst is en dat er geen wezenlijk verschil is tussen het Lam Gods en een drol van Wim Delvoye.
Dat verschijnsel verbijstert me al sinds ik kennismaakte met de Hedendaagse Kunst.
Zonder de antroposofie zou ik niet verder geraakt zijn dan die verbijstering.
Maar door te lezen wat Rudolf Steiner zegt over de drempeloverschrijding en door te proberen dat beeld te vertalen in concrete begrippen, worstel ik me langzaam doorheen het ‘doornwoud’ van deze verbijstering.

20140225-181515.jpg

Eén van de gevolgen van de drempeloverschrijding is volgens Steiner het uiteenvallen van denken, voelen en willen.

Zolang we met ons bewustzijn in de vertrouwde fysieke wereld blijven, worden denken, voelen en willen samengehouden door ons fysieke lichaam.
Verlaten we die fysieke wereld en betreden we de etherische wereld, dan moeten we zelf doen wat ons fysieke lichaam anders voor ons doet: onze wezensdelen samenhouden.
Doen we dat niet, dan beginnen ze te ‘vergeestelijken’, dat wil zeggen: ze keren terug tot hun oorspronkelijke staat.
En dat wil op zijn beurt zeggen: ze worden weer afzonderlijke wezens die een wereld op zichzelf vormen.
Het menselijk lichaam bestaat uit talloze wezens die geordend zijn in één groot kunstwerk.
Daarvoor hebben zij een offer moeten brengen: ze hebben zich moeten onderwerpen aan het gezag van de mens, dat wil zeggen aan diens hoger Ik.
Gaat de mens nu ‘over de drempel’ en betreedt hij weer de geestelijke wereld, dan wordt dat – zo stel ik het mij tenminste voor – door zijn denken, voelen en willen ervaren als een bevrijding: ze worden eindelijk verlost van hun onderwerping aan het lichaam en kunnen weer terugkeren naar hun oorspronkelijke (geestelijke) staat.
Ze zijn dan als paarden die de stal ruiken en niet meer in te tomen zijn.

Dit zijn natuurlijk allemaal beelden, die proberen een geestelijk proces te beschrijven.
Maar hoe kunnen we dat concreter maken?

Het internet.

Het internet is, net als de Hedendaagse Kunst, een beeld van de mens die de etherische drempelwereld betreedt.
Eén van de dingen die zo typisch zijn voor die wereld is de eindeloze beeldenrijkdom.
Ik wil bijvoorbeeld m’n teksten op deze blog opfleuren met beelden.
Vroeger, toen ik nog mijn papieren Vijgeblad uitgaf, moest ik zelf tekeningen maken.
Nu tik ik een paar woorden in en klik: er verschijnen honderden foto’s en afbeeldingen waaruit ik kan kiezen.
Nog een paar klikken en mensen van over de hele wereld kunnen mijn blog bekijken.
Vanmorgen had ik nog een bezoeker uit Botswana!
Fantastisch toch?
Als je er tenminste je tegenwoordigheid van geest bij bewaart.
Want voor je ’t weet haal je je in je hoofd dat men in Botswana geïnteresseerd is in je blog.
Of zit je uren naar prentjes te kijken en verpruts je je tijd.

20140225-181611.jpg

Als je niet goed oplet, gaat het internet met je aan de haal.

Dat merk je nog beter als je deelneemt aan forumdiscussies.
Dat is ongemeen interessant en leerrijk.
Je kunt je bewustzijn hier snel ontwikkelen, veel sneller dan anders, want in een mum van tijd kom je in contact met tientallen andere meningen. Zaken worden er heel snel van veel verschillende hoeken benaderd.
En last but not least: de politieke correctheid speelt hier nog niet zo’n verstikkende rol.

Maar.

Je moet je wel schrap zetten, want de discussies op internet zijn ‘lichaamsloos’.
Je discussieert niet met mensen, maar met geesten, met breinen.
Alles speelt zich af in een ‘geestelijke’ sfeer, ongeremd door de beperkingen van lichamelijke aanwezigheid.
Als je in een reëel gesprek tegenover iemand zit die een kop groter is en een borst heeft als een kleerkast, dan zul je wel twee keer denken voor je iets zegt dat hem kwaad maakt.
Op het internet hoef je daar geen rekening mee te houden.
En dus zeggen mensen op het internet dingen die ze in het reële, fysieke leven nooit zouden (durven) zeggen.
Dat heeft z’n goede maar ook z’n kwade kanten.
Eén van die kwade kanten is de enorme, stormachtige emotionaliteit die je op het internet tegenkomt.
En mensen zijn zich daar niet van bewust.
Ze hebben namelijk niet de spiegel van het lichaam dat hen voortdurend corrigeert.
In een reëel gesprek merk je meteen dat de ander gekwetst wordt door wat je zegt.
Er valt bijvoorbeeld een ongemakkelijke stilte, en dan weet je: er is wat loos.
Op het internet merk je daar niks van, tenzij de ander het verwoordt, en dan nog heeft het lang niet hezelfde effect.
Mensen zullen ook niet zo gauw zeggen dat ze gekwetst zijn.
En zo kan de gekwetstheid zich ongemerkt opstapelen tot ze explodeert.
Aangezien alles heel snel gaat op internet (alweer een ‘geestelijk’ kenmerk) volgt de ene emotionele explosie op de andere.

20140225-182103.jpg

Anders gezegd: niet alleen het denken blaast zich op als een ballon, ook de gevoelswereld doet dat. En hetzelfde geldt voor de wilswereld, want je raakt niet zo makkelijk los van een internetdiscussie. Het is alsof je door onzichtbare handen wordt vastgegrepen en gedwongen om te reageren, om te blijven discussiëren.
Je moet je daar dan bijna met geweld uit losrukken, en dat wordt in je (eveneens losgeslagen) gevoel ervaren als een smadelijke nederlaag waar je dagen moet van bekomen.

Ja, je kunt in zo’n discussie – waarbij denken, voelen en willen ieder hun eigen groteske weg gaan – werkelijk de indruk krijgen dat er kwade geesten je ziel binnensluipen en het heft overnemen.
Het vergt een enorme Ik-inspanning om deze demonen onder controle te krijgen en ze te beletten aan de haal te gaan met je gedachten, gevoelens en wil.
Als dat gebeurt, kun je zwaar ontredderd raken.
Ik mag er niet aan denken wat dat kan betekenen voor jonge mensen wier Ik nog niet ten volle ontwikkeld is.

Maar eigenlijk is ook het Ik van de meeste volwassen mensen onvoldoende ontwikkeld om dit etherische gebied te betreden.

Men zegt niet voor niets: surfen op de golven van het internet.
Je komt hier namelijk in een gebied dat ‘golft’, dat voortdurend in beweging is, waar eindeloze mogelijkheden bestaan en waar alles veel sneller gaat.
Om hier als mens overeind te blijven, moet je een ‘hoger’ zintuig ontwikkelen dat je toelaat heel snel en zonder aarzelen te reageren.

20140225-182927.jpg

Ik geef een eenvoudig voorbeeld.

Omdat ik ‘zelfstandige in bijberoep’ ben, sta ik op allerlei lijsten te boek als CEO van een bedrijf.
Dat heeft als gevolg dat ik bijna dagelijks opgebeld wordt door mensen die ‘goed nieuws’ voor me hebben en me willen uitleggen hoe ik veel geld kan besparen.
Ik erger mij daar dood aan.
Ten eerste word ik uit mijn bezigheden gerukt.
Ten tweede word ik verplicht om te luisteren naar een afgeratelde litanie waar geen speld tussen te krijgen is.
Ten derde voel ik mij altijd heel slecht als ik mij weer eens kwaad gemaakt heb op mensen die ook maar hun job doen.
Ik kan soms een hele dag van slag zijn door één zo’n telefoontje, dat wil zeggen: door mijn eigen buitensporige reactie daarop.

Maar ik leer bij.
Je bent CEO of je bent het niet.

Ik reageer nu bliksemsnel.
Ik onderbreek hen meteen en vraag: belt u namens een firma?
Dat kunnen ze niet ontkennen, waarop ik meteen zeg: het spijt me, ik ben niet geïnteresseerd.
En de hoorn gaat onverbiddellijk op de haak.

Waar het om gaat, is de snelheid van reactie.
Als ik zo’n telefoontje snel en clean afhandel, voel ik me niet verstoord.
Ik begin dan geen zinloos gesprek, ik geef geen ruimte aan mijn ergernis, ik laat de touwtjes niet uit handen nemen.
Ik houd mijn denken, voelen en willen met andere woorden kordaat in de hand.
En dat kan ik alleen als ik snel reageer.
Want als ik ofwel mijn gedachten, ofwel mijn gevoelens, ofwel mijn wil de minste ruimte laat, dan zwellen ze op als een ballon aan een gasfles.
Ze veranderen in paarden die de stal ruiken en er vandoor galopperen.
In drie verschillende richtingen.

20140225-182152.jpg

Zo is het – in meer of mindere mate – bij ieder modern mens, vermoed ik.
Want iedereen gaat vandaag over de drempel en komt terechtin de etherische wereld, waar zijn denken, voelen en willen als het ware zelfstandig worden en hem in stukken dreigen te scheuren, stukken die hij vervolgens met veel moeite weer bij elkaar moet rapen.
Als je echter goed voorbereid die etherische wereld betreedt en meteen kan reageren op alles wat zich daar voordoet, dan kun je die drie ‘wilde’ wezensdelen bij elkaar houden en heb je een veel ‘volbloediger’ span ter beschikking dan voordien.

Zo’n voorbereid mens is dan tot (veel) meer in staat dan voordien.
Denken we maar aan de prestaties van Rudolf Steiner.
Onwaarschijnlijk tot wat die man allemaal in staat was!
Maar hij had dan ook een bijna volkomen controle over zijn wezensdelen.
Het is bekend dat hij in een oogwenk kon overschakelen van toornige woede naar onbekommerd gegrap.

Hij mende zijn paarden, niet omgekeerd.

Natuurlijk komt een man van dat formaat goed voorbereid (door vorige levens) ter wereld.
Wij, gewone mensen, gaan vrijwel onvoorbereid over de drempel.
De resultaten zijn dan ook navenant.
Een pispot als kunst bewonderen …

Het tragische van deze bewondering is dat ze plaatsvindt op een gebied dat de moderne mens juist de kans biedt om zich voor te bereiden op de drempeloverschrijding.
Uitgerekend in de kunst kunnen we het zintuig ontwikkelen dat we nodig hebben om snel te kunnen reageren op etherisch gebied.
Want dit gebied is het kunstzinnige gebied bij uitstek.
Alleen de kunstzinnige benadering is hier de juiste.
Men moet een situatie bliksemsnel, met één oogopslag kunnen taxeren, zoals men dat ook met bijvoorbeeld een schilderij kan.
En ‘taxeren’ betekent hier: onderscheid maken tussen goed en slecht.

20140225-182455.jpg

In zowel de fysieke als de geestelijke wereld is het onderscheid tussen goed en kwaad duidelijk.
Dwars door een boom willen lopen, is niet goed en dat voél je ook.
Twee en twee vermenigvuldigen en 237 uitkomen, is eveneens fout en ook dat wordt meteen duidelijk.
Maar op etherisch gebied loopt alles door elkaar, in een voortdurend snel bewegen, ook goed en kwaad. Het is hier niet alleen veel moeilijker om die twee te onderscheiden, het duurt ook veel langer voor de gevolgen van een verkeerde keuze zichtbaar worden.

Het is bij de drempeloverschrijding dus van primordiaal belang dat je goed en kwaad kunt onderscheiden.
Rudolf Steiner legde daar vaak de nadruk op: iedere stap op geestelijk gebied, moet gepaard gaan met drie stappen op moreel gebied.

De kunst is een afdruk van de etherische wereld en biedt de mens de gelegenheid om op dit gebied goed van kwaad te leren onderscheiden.
Zonder enige notie van een geestelijke wereld kunnen we ons dankzij de kunst voorbereiden op de drempel, en wel door goede kunst van slechte kunst te onderscheiden.
Of beter: door kunst te leren onderscheiden.
Want er bestaat niet zoiets als ‘slechte kunst’.
Alle kunst is goed, voor zover het tenminste kunst is.

20140225-183225.jpg

Kunst is de verschijning van het goede.

De cruciale vraag is dus: wat is kunst?
Niet als theorie, maar in de praktijk.
Is iets kunst?
Daar gaat het om.
Is een tekening, een schilderij, een beeld of wat dan ook kunst, of is het dat niet?
Dat is het soort zintuig dat we moeten ontwikkelen om aan de andere kant van de drempel onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad.
Een ander houvast hebben we hier niet.
Of de drempeloverschrijding lukt of mislukt, hangt van dit morele (etherische) zintuig af.

Een drempeloverschrijding is een dubbeltje op zijn kant:
Ofwel slaagt het menselijk Ik erin denken, voelen en willen samen te houden, en dan ontpopt het zich van rups tot vlinder.
Ofwel slaagt het daar niet in, en dan wordt het steeds zwakker en verliest uiteindelijk tot het zich uiteindelijk niet meer kan handhaven en de plaats moet ruimen voor een kwade geest.
De mens die door zo’n kwade geest ‘bezeten’ wordt, beseft dat niet, want hij heeft het contact met zijn Ik, met zijn morele zintuig verloren.
Wat daar de gevolgen van zijn, kunnen we heel concreet waarnemen in de Hedendaagse Kunst.
Want de drempeloverschrijding is geen fabeltje.
Het is een heel concrete realiteit.
Een verbijsterende realiteit.

20140225-182709.jpg

Een samenzweringstheorie

Een goede vriendin van me verloor haar man.
Daarvan raakte ze danig in de put en ze zocht hulp.
Van diversiteit is er op dit vlak weinig te merken en dus kreeg ze anti-depressiva voorgeschreven.
Die leken aanvankelijk te helpen.
Ze kreeg echter wel steeds meer zin om … uit het venster te springen.
Aangezien ze op de vijfde verdieping woont, leek haar dat een toch wat al te drastische oplossing voor haar depressie.
Toen ze de bijsluiter van haar medicatie ging lezen, bleek één van de nevenverschijnselen van het ‘geneesmiddel’ inderdaad de neiging tot zelfmoord te zijn.
Ze kieperde het hele zootje meteen in de vuilnisbak.

Daar moest ik aan denken toen ik gisteren in de krant las dat in ons land 1,3 miljoen (zoals in duizend keer duizend) mensen in behandeling zijn voor depressie.
Die ‘behandeling’ bestaat waarschijnlijk in hoofdzaak uit het toedienen van anti-depressiva.
Het is bekend dat Belgen meer pillen slikken dan gelijk wie.
Het is ook bekend dat Belgen meer zelfmoord plegen dan gelijk wie.
En dan gaat een mens nadenken.
Plegen zoveel Belgen zelfmoord (zeven per dag) omdat ze depressief zijn?
Of plegen ze zelfmoord omdat ze zoveel anti-depressiva slikken?

20140225-120640.jpg

Een mens gaat zich ook andere vragen stellen.
Weten de artsen die deze middelen voorschrijven dan niet hoe gevaarlijk ze zijn?
En weten de farmaceutische bedrijven die deze middelen produceren dan niet wat ze op de markt brengen?
Apotheker Fernand Haesbrouck, die al jarenlang een eenmansgevecht voert tegen het onverantwoord produceren en voorschrijven van gevaarlijke medicatie, heeft daar een heel duidelijk antwoord op: ze weten het héél goed!
Maar waarom blijven ze het dan doen?
Daarop heeft Haesbrouck twee antwoorden.
Het eerste ligt voor de hand: geld.
Er wordt gigantisch veel geld verdiend met geneesmiddelen.
Als het inderdaad om geld gaat, dan heeft de farmaceutische industrie tegenstrijdige belangen. Want als ze de bevolking geneest, dan snijdt ze in haar eigen vel.
En als haar middelen niet werken, dan is het ook niet in haar voordeel.
Dus wat doet ze?

Dat lezen we in een bericht dat verelden week in de krant stond.
Uit een onderzoek van Test Aankoop (!) is gebleken dat veel geneesmiddelen (42%) niet beter werken dan placebo’s en dat een deel ervan zelfs ronduit schadelijk is.
Worden die geneesmiddelen dan niet uitgebreid getest door de farmaceutische firma’s die ze op de markt brengen?
Neen, zegt Pvda-arts Dirk Van der Duppen. Daar houden ze zich nauwelijks mee bezig. Hun grootste budget gaat naar reclame en marketing.
Bestaan er dan geen reglementen voor geneesmiddelen?
Stelt niks voor, zegt dezelfde arts. Als er twee onderzoeken kunnen worden voorgelegd waaruit blijkt dat het geneesmiddel beter werkt dan een placebo en veilig is, dan moet het erkend worden, ook al blijkt uit tien andere onderzoeken het tegendeel.

Als je zoiets leest, denk je verder.

Fernand Haesbrouck betoogt al járen dat heel wat geneesmiddelen die massaal worden voorgeschreven – zoals anti-depressiva en ritaline – uiterst schadelijk zijn en het zenuwstelsel aantasten.
Hij krijgt daarvoor wel doodsbedreigingen, maar een proces durft men hem niet aandoen omdat de farmaceutische firma’s weten dat hij gelijk heeft.
Maar als hij gelijk heeft, dan betekent dat dat de weinige tests die worden uitgevoerd helemaal niks voorstellen, want de markt wordt overspoeld met gevaarlijke anti-depressiva.
Hoe komt het dan dat Europa, dat er streng op toeziet dat de bananen niet te krom zijn of dat er genoeg cacao in de Belgische pralines zit, zo laks is als het gaat om de volksgezondheid?

Daarmee komen we bij het tweede antwoord van apotheker Haesbrouck.
En dat is a very inconvenient truth.
Volgens hem doen ze het namelijk … opzettelijk.
Hij gaat zelfs verder.
Volgens hem werd president Kennedy vermoord omdat hij een plan ontdekt had waarmee ‘men’ het Amerikaanse volk systematisch wilde drogeren.

20140225-120833.jpg
(Fernand Haesbrouck)

Aha, denkt een mens dan, een zoveelste samenzweringstheorie!
En hij gooit apotheker Fernand met al zijn kritiek in de vuilnisbak.
We moeten een beetje ernstig blijven, nietwaar?

Maar wacht eens even!
Wat betekent ‘ernstig’ in dit verband?
Dat er geen samenzweringen bestaan?
Dat de overheid niet stiekem tegen de bevolking ageert?
Dat die individuele critici allemaal wacko’s zijn?
Dat we op onze twee oren kunnen slapen, want dat er over ons gewaakt wordt?

Is dát wat we verstaan onder ‘ernstig’?
Is een mens vandaag ernstig als hij zegt: laat me verdomme verder slapen?

Want waar zit de kink in de kabel van onze redenering?
Waar hebben we waarneming en denken ingeruild voor fantasie?
Is dat op het moment dat we tot de conclusie kwamen dat onze ‘leiders’ het wellicht niet goed met ons voorhebben?
Is dat op het moment dat we tot de ontstellende conclusie kwamen dat we alleen nog op onszelf kunnen rekenen, en niet op de verantwoordelijken, de deskundige’, de politici, degenen-die-het-beter-weten, degenen-die-beter-zijn?

Is dát werkelijk het punt waarop we in de fout gaan?
Het punt waarop we ons leven in eigen handen nemen?
Het punt waarop we niet langer geloven in wat anderen ons voorhouden maar voortgaan op wat onze eigen ogen, ons eigen verstand en ons eigen hart ons ingeven?
Het punt waarop we God-in-den-hoge inruilen voor ons eigen menselijke Ik?

20140225-122123.jpg

Is dát de kapitale vergissing waarvoor we met alle mogelijke middelen moeten behoed worden?
Zelfs als dat betekent dat we van kindsbeen af gedrogeerd moeten worden met harddrugs?
Fernand Haesbrouck wordt sarkastisch als hij het heeft over de ‘bezorgdheid’ van de overheid over de nieuwe generatie XTC-pillen die circuleert onder jonge party-gangers.
De tienduizenden kinderen die iedere dag Ritaline slikken, krijgen volgens hem precies dezelfde chemische stoffen binnen, en zelfs in grotere dosissen dan in die XTC-pillen.
De overheid heeft er niks tegen dat mensen gedrogeerd worden, integendeel.
Maar ze heeft er wél iets tegen als mensen dat zelf doen.
Daarom weigert ze ook homeopathie en andere alternatieve geneesmiddelen te erkennen, en dreigt ze voortdurend met striktere reglementen en zelfs verboden.
Het bezwaar is namelijk niet dat homeopathische middelen placebo’s zijn, want bijna de helft van de gewone geneesmiddelen bestaat uit placebo’s.
Het bezwaar is dat alternatieve geneeskunde de deur openzet voor zelfmedicatie, zelfgenezing, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid voor de eigen gezondheid.

Vergezocht?

Vandaag staat er in de krant een bericht over een Franse wijnboer die voor de rechter moet verschijnen omdat hij geweigerd heeft pesticiden te gebruiken.
Ik wil mijn wijngaard niet vergiftigen, zegt hij.
Sounds familiar, doesn’t it?
De Franse overheid dwingt de wijnboeren om hun grond, hun druiven en hun wijn te vergiftigen.
De reden?
Zonder pesticiden dreigt een ‘verschrikkelijke ziekte’ zich te verspreiden.
Waarschijnlijk zoiets verschrikkelijks als mazelen …

20140225-121145.jpg
(bio-wijnboer Emmanuel Giboulot)

Vandaag staat er nog een ander bericht in de krant.
Europa heeft België een slecht rapport gegeven inzake bestrijding van racisme en discriminatie.
Je zou kunnen zeggen: er worden niet genoeg pesticiden gebruikt om deze verschrikkelijke ziekte uit te roeien.
En op welke wijngaard woekert deze ziekte?
Het internet.
De discussiefora.
De sites waarop mensen ongezouten hun mening uitspreken, iets wat ze in het openbaar allang niet meer kunnen.
Sounds equally familiar, doesn’t it?

De ‘verschrikkelijke ziekte’ die de mensheid bedreigt en die met alle mogelijke ‘pesticiden’ moet worden uitgeroeid, is niets anders dan de menselijke vrijheid.
Daartegen voeren de overheden overal ter wereld een nietsontziende oorlog.
Daarvoor zetten ze alle mogelijke middelen in, ook chemische, zoals Rudolf Steiner (alweer) voorspeld had.
En dat allemaal in ons eigen belang.
Want de moderne mens is helemaal niet in staat om zijn eigen leven in handen te nemen.
Hij is helemaal niet in staat om zich een eigen mening te vormen.
Hij is niet in staat om zelf te denken.
Hij is helemaal nergens toe in staat.
Want hij is een kind.
En een kind heeft een vader nodig.

Ja toch?

20140225-121407.jpg

Deprimerende cijfers

20140224-235103.jpg

Tijdens de eerste acht maanden van 2013 waren in België 1.352.378 mensen in behandeling voor problemen van depressie.
Dat blijkt uit cijfers van het RIZIV, het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.
Het gaat om 12,1 procent van de bevolking.
Volgens Koen Lowet, sectorverantwoordelijke klinische psychologie, zijn de cijfers van het Riziv een onderschatting, omdat het alleen cijfers heeft via erkende zorgverstrekkers of voorzieningen.
Het aantal depressieve patiënten neemt sinds enkele jaren gestaag toe.
Op 10 jaar tijd is de consumptie van anti-depressiva met 50% gestegen.
Geen enkele leeftijdsgroep wordt gespaard van het fenomeen, zelfs kinderen niet.
Uit de cijfers blijkt dat 4.105 patiëntjes tussen 0 en 10 jaar oud al in behandeling zijn voor depressie.

Aldus een bericht(je) in de krant.

12% van de bevolking depressief, waaronder meer dan 4000 kinderen van nog geen 10 jaar oud?
En dat cijfer ligt waarschijnlijk nog hoger?
En dat cijfer blijft ieder jaar stijgen?

Hoe zou dát toch komen?
Het is toch zo goed leven in ons landje?
Wacht, ik weet het!
Het komt allemaal door Bart De Wever die het land wil splitsen.
Daar worden goede Belgen allemaal depressief van.

Of zou het toch iets anders zijn?
Uit cijfers van hetzelfde RIZIV bleek dat in 2005 meer dan 1,7 miljoen doses Ritaline werd toegediend.
In 2007 waren er dat al bijna 3,5 miljoen.
En toen zijn ze waarschijnlijk de tel kwijtgeraakt.

Het is bekend dat de Belgen het meest gedrogeerde volk ter wereld zijn.
Nergens worden zoveel pillen geslikt.
Wat ik me nu afvraag:
Zou dat nu het gevolg of de oorzaak van al die depressies zijn?

Of zou het nóg aan iets anders liggen?

Ik zou toch graag eens weten hoeveel depressieve Zwitsers er zijn.
En hoeveel pillen ze daar slikken.

20140225-002940.jpg