Een dubbeltje op zijn kant

door lievendebrouwere

Volgens Rudolf Steiner gaat de mensheid momenteel ‘over de drempel’, de drempel van de geestelijke wereld that is.
Die ‘drempel’ is natuurlijk geen fysieke drempel, een stuk steen bijvoorbeeld waar je overheen moet stappen.
Het is veeleer een gebied waar je doorheen moet.
Ja, de uitdrukking ‘over de drempel gaan’ is zélf afkomstig uit dit drempelgebied, en je moet er eveneens doorheen. Dat wil zeggen: je moet door het beeld heen kijken naar de (geestelijke) werkelijkheid die erachter zit.
En die werkelijkheid is volgens mij de etherische wereld, de wereld van de vorm- en levenskrachten.
Die mysterieuze, ongrijpbare wereld tussen materie en geest is ‘de drempel’.
Hij maakt reeds deel uit van de geestelijke wereld, maar tegelijk valt hij nagenoeg samen met de materiële, zintuiglijke wereld.
Hij moet dus van beide werelden – de geestelijke én de materiële – onderscheiden worden.

20140225-181231.jpg

Dat onderscheiden is uiterst belangrijk.
Want als we dit gebied betreden in de overtuiging dat hier dezelfde wetten heersen als in de materiële of in de geestelijke wereld, dan gaat het fout, dan vallen we ten prooi aan groteske illusies.
En dat is precies wat vandaag gebeurt.
De mensheid betreedt dit gebied zonder het te beseffen, zonder rekening te houden met hoe anders het er hier aan toe gaat.
Ze betreedt dit gebied met een ‘gewoon’ bewustzijn, een bewustzijn dat berust op de zintuiglijke waarneming van de materiële wereld enerzijds en het zuiver geestelijke denken zoals we dat in de logica en de wiskunde vinden anderzijds.
Maar dit bewustzijn is niet opgewassen tegen de krachten die heersen in de etherische wereld.
Dat zijn namelijk scheppende krachten, krachten die uit het ‘stof’ van de materie een hele wereld tevoorschijn roepen: de wereld waarin wij leven.
De etherische wereld is in wezen een kunstzinnige wereld.
En het bewustzijn waar deze wereld om vraagt, is een kunstzinnig bewustzijn.
Zonder dat bewustzijn worden we in deze wereld tot idiot savants waarmee gesold wordt dat het niet mooi meer is.

Wat we kennen onder het de (op zich al uiterst bedrieglijke) naam Hedendaagse Kunst is in feite een beeld van de-mens-op-de-drempel of de-mens-in-het-etherische-gebied, en dat is een mens waarmee een kwaadaardig spelletje wordt gespeeld, een mens die wordt wijsgemaakt dat het hier niet langer gaat om waarheid en schoonheid, maar dat de meest bewonderenswaardige zaken hier uitwerpselen zijn, obsceniteiten, afval, pispotten, enzovoort.
En de moderne mens gelooft dat, want hij is hier als een kind dat een wereld betreedt die voor hem volkomen nieuw is.

Nochtans is die moderne mens geen onzindelijk kind dat in zijn uitwerpselen boeiend speelgoed ziet, nee hij is een ontwikkelde en beschaafde volwassene.
En toch laat die volwassene zich wijsmaken dat stront kunst is en dat er geen wezenlijk verschil is tussen het Lam Gods en een drol van Wim Delvoye.
Dat verschijnsel verbijstert me al sinds ik kennismaakte met de Hedendaagse Kunst.
Zonder de antroposofie zou ik niet verder geraakt zijn dan die verbijstering.
Maar door te lezen wat Rudolf Steiner zegt over de drempeloverschrijding en door te proberen dat beeld te vertalen in concrete begrippen, worstel ik me langzaam doorheen het ‘doornwoud’ van deze verbijstering.

20140225-181515.jpg

Eén van de gevolgen van de drempeloverschrijding is volgens Steiner het uiteenvallen van denken, voelen en willen.

Zolang we met ons bewustzijn in de vertrouwde fysieke wereld blijven, worden denken, voelen en willen samengehouden door ons fysieke lichaam.
Verlaten we die fysieke wereld en betreden we de etherische wereld, dan moeten we zelf doen wat ons fysieke lichaam anders voor ons doet: onze wezensdelen samenhouden.
Doen we dat niet, dan beginnen ze te ‘vergeestelijken’, dat wil zeggen: ze keren terug tot hun oorspronkelijke staat.
En dat wil op zijn beurt zeggen: ze worden weer afzonderlijke wezens die een wereld op zichzelf vormen.
Het menselijk lichaam bestaat uit talloze wezens die geordend zijn in één groot kunstwerk.
Daarvoor hebben zij een offer moeten brengen: ze hebben zich moeten onderwerpen aan het gezag van de mens, dat wil zeggen aan diens hoger Ik.
Gaat de mens nu ‘over de drempel’ en betreedt hij weer de geestelijke wereld, dan wordt dat – zo stel ik het mij tenminste voor – door zijn denken, voelen en willen ervaren als een bevrijding: ze worden eindelijk verlost van hun onderwerping aan het lichaam en kunnen weer terugkeren naar hun oorspronkelijke (geestelijke) staat.
Ze zijn dan als paarden die de stal ruiken en niet meer in te tomen zijn.

Dit zijn natuurlijk allemaal beelden, die proberen een geestelijk proces te beschrijven.
Maar hoe kunnen we dat concreter maken?

Het internet.

Het internet is, net als de Hedendaagse Kunst, een beeld van de mens die de etherische drempelwereld betreedt.
Eén van de dingen die zo typisch zijn voor die wereld is de eindeloze beeldenrijkdom.
Ik wil bijvoorbeeld m’n teksten op deze blog opfleuren met beelden.
Vroeger, toen ik nog mijn papieren Vijgeblad uitgaf, moest ik zelf tekeningen maken.
Nu tik ik een paar woorden in en klik: er verschijnen honderden foto’s en afbeeldingen waaruit ik kan kiezen.
Nog een paar klikken en mensen van over de hele wereld kunnen mijn blog bekijken.
Vanmorgen had ik nog een bezoeker uit Botswana!
Fantastisch toch?
Als je er tenminste je tegenwoordigheid van geest bij bewaart.
Want voor je ’t weet haal je je in je hoofd dat men in Botswana geïnteresseerd is in je blog.
Of zit je uren naar prentjes te kijken en verpruts je je tijd.

20140225-181611.jpg

Als je niet goed oplet, gaat het internet met je aan de haal.

Dat merk je nog beter als je deelneemt aan forumdiscussies.
Dat is ongemeen interessant en leerrijk.
Je kunt je bewustzijn hier snel ontwikkelen, veel sneller dan anders, want in een mum van tijd kom je in contact met tientallen andere meningen. Zaken worden er heel snel van veel verschillende hoeken benaderd.
En last but not least: de politieke correctheid speelt hier nog niet zo’n verstikkende rol.

Maar.

Je moet je wel schrap zetten, want de discussies op internet zijn ‘lichaamsloos’.
Je discussieert niet met mensen, maar met geesten, met breinen.
Alles speelt zich af in een ‘geestelijke’ sfeer, ongeremd door de beperkingen van lichamelijke aanwezigheid.
Als je in een reëel gesprek tegenover iemand zit die een kop groter is en een borst heeft als een kleerkast, dan zul je wel twee keer denken voor je iets zegt dat hem kwaad maakt.
Op het internet hoef je daar geen rekening mee te houden.
En dus zeggen mensen op het internet dingen die ze in het reële, fysieke leven nooit zouden (durven) zeggen.
Dat heeft z’n goede maar ook z’n kwade kanten.
Eén van die kwade kanten is de enorme, stormachtige emotionaliteit die je op het internet tegenkomt.
En mensen zijn zich daar niet van bewust.
Ze hebben namelijk niet de spiegel van het lichaam dat hen voortdurend corrigeert.
In een reëel gesprek merk je meteen dat de ander gekwetst wordt door wat je zegt.
Er valt bijvoorbeeld een ongemakkelijke stilte, en dan weet je: er is wat loos.
Op het internet merk je daar niks van, tenzij de ander het verwoordt, en dan nog heeft het lang niet hezelfde effect.
Mensen zullen ook niet zo gauw zeggen dat ze gekwetst zijn.
En zo kan de gekwetstheid zich ongemerkt opstapelen tot ze explodeert.
Aangezien alles heel snel gaat op internet (alweer een ‘geestelijk’ kenmerk) volgt de ene emotionele explosie op de andere.

20140225-182103.jpg

Anders gezegd: niet alleen het denken blaast zich op als een ballon, ook de gevoelswereld doet dat. En hetzelfde geldt voor de wilswereld, want je raakt niet zo makkelijk los van een internetdiscussie. Het is alsof je door onzichtbare handen wordt vastgegrepen en gedwongen om te reageren, om te blijven discussiëren.
Je moet je daar dan bijna met geweld uit losrukken, en dat wordt in je (eveneens losgeslagen) gevoel ervaren als een smadelijke nederlaag waar je dagen moet van bekomen.

Ja, je kunt in zo’n discussie – waarbij denken, voelen en willen ieder hun eigen groteske weg gaan – werkelijk de indruk krijgen dat er kwade geesten je ziel binnensluipen en het heft overnemen.
Het vergt een enorme Ik-inspanning om deze demonen onder controle te krijgen en ze te beletten aan de haal te gaan met je gedachten, gevoelens en wil.
Als dat gebeurt, kun je zwaar ontredderd raken.
Ik mag er niet aan denken wat dat kan betekenen voor jonge mensen wier Ik nog niet ten volle ontwikkeld is.

Maar eigenlijk is ook het Ik van de meeste volwassen mensen onvoldoende ontwikkeld om dit etherische gebied te betreden.

Men zegt niet voor niets: surfen op de golven van het internet.
Je komt hier namelijk in een gebied dat ‘golft’, dat voortdurend in beweging is, waar eindeloze mogelijkheden bestaan en waar alles veel sneller gaat.
Om hier als mens overeind te blijven, moet je een ‘hoger’ zintuig ontwikkelen dat je toelaat heel snel en zonder aarzelen te reageren.

20140225-182927.jpg

Ik geef een eenvoudig voorbeeld.

Omdat ik ‘zelfstandige in bijberoep’ ben, sta ik op allerlei lijsten te boek als CEO van een bedrijf.
Dat heeft als gevolg dat ik bijna dagelijks opgebeld wordt door mensen die ‘goed nieuws’ voor me hebben en me willen uitleggen hoe ik veel geld kan besparen.
Ik erger mij daar dood aan.
Ten eerste word ik uit mijn bezigheden gerukt.
Ten tweede word ik verplicht om te luisteren naar een afgeratelde litanie waar geen speld tussen te krijgen is.
Ten derde voel ik mij altijd heel slecht als ik mij weer eens kwaad gemaakt heb op mensen die ook maar hun job doen.
Ik kan soms een hele dag van slag zijn door één zo’n telefoontje, dat wil zeggen: door mijn eigen buitensporige reactie daarop.

Maar ik leer bij.
Je bent CEO of je bent het niet.

Ik reageer nu bliksemsnel.
Ik onderbreek hen meteen en vraag: belt u namens een firma?
Dat kunnen ze niet ontkennen, waarop ik meteen zeg: het spijt me, ik ben niet geïnteresseerd.
En de hoorn gaat onverbiddellijk op de haak.

Waar het om gaat, is de snelheid van reactie.
Als ik zo’n telefoontje snel en clean afhandel, voel ik me niet verstoord.
Ik begin dan geen zinloos gesprek, ik geef geen ruimte aan mijn ergernis, ik laat de touwtjes niet uit handen nemen.
Ik houd mijn denken, voelen en willen met andere woorden kordaat in de hand.
En dat kan ik alleen als ik snel reageer.
Want als ik ofwel mijn gedachten, ofwel mijn gevoelens, ofwel mijn wil de minste ruimte laat, dan zwellen ze op als een ballon aan een gasfles.
Ze veranderen in paarden die de stal ruiken en er vandoor galopperen.
In drie verschillende richtingen.

20140225-182152.jpg

Zo is het – in meer of mindere mate – bij ieder modern mens, vermoed ik.
Want iedereen gaat vandaag over de drempel en komt terechtin de etherische wereld, waar zijn denken, voelen en willen als het ware zelfstandig worden en hem in stukken dreigen te scheuren, stukken die hij vervolgens met veel moeite weer bij elkaar moet rapen.
Als je echter goed voorbereid die etherische wereld betreedt en meteen kan reageren op alles wat zich daar voordoet, dan kun je die drie ‘wilde’ wezensdelen bij elkaar houden en heb je een veel ‘volbloediger’ span ter beschikking dan voordien.

Zo’n voorbereid mens is dan tot (veel) meer in staat dan voordien.
Denken we maar aan de prestaties van Rudolf Steiner.
Onwaarschijnlijk tot wat die man allemaal in staat was!
Maar hij had dan ook een bijna volkomen controle over zijn wezensdelen.
Het is bekend dat hij in een oogwenk kon overschakelen van toornige woede naar onbekommerd gegrap.

Hij mende zijn paarden, niet omgekeerd.

Natuurlijk komt een man van dat formaat goed voorbereid (door vorige levens) ter wereld.
Wij, gewone mensen, gaan vrijwel onvoorbereid over de drempel.
De resultaten zijn dan ook navenant.
Een pispot als kunst bewonderen …

Het tragische van deze bewondering is dat ze plaatsvindt op een gebied dat de moderne mens juist de kans biedt om zich voor te bereiden op de drempeloverschrijding.
Uitgerekend in de kunst kunnen we het zintuig ontwikkelen dat we nodig hebben om snel te kunnen reageren op etherisch gebied.
Want dit gebied is het kunstzinnige gebied bij uitstek.
Alleen de kunstzinnige benadering is hier de juiste.
Men moet een situatie bliksemsnel, met één oogopslag kunnen taxeren, zoals men dat ook met bijvoorbeeld een schilderij kan.
En ‘taxeren’ betekent hier: onderscheid maken tussen goed en slecht.

20140225-182455.jpg

In zowel de fysieke als de geestelijke wereld is het onderscheid tussen goed en kwaad duidelijk.
Dwars door een boom willen lopen, is niet goed en dat voél je ook.
Twee en twee vermenigvuldigen en 237 uitkomen, is eveneens fout en ook dat wordt meteen duidelijk.
Maar op etherisch gebied loopt alles door elkaar, in een voortdurend snel bewegen, ook goed en kwaad. Het is hier niet alleen veel moeilijker om die twee te onderscheiden, het duurt ook veel langer voor de gevolgen van een verkeerde keuze zichtbaar worden.

Het is bij de drempeloverschrijding dus van primordiaal belang dat je goed en kwaad kunt onderscheiden.
Rudolf Steiner legde daar vaak de nadruk op: iedere stap op geestelijk gebied, moet gepaard gaan met drie stappen op moreel gebied.

De kunst is een afdruk van de etherische wereld en biedt de mens de gelegenheid om op dit gebied goed van kwaad te leren onderscheiden.
Zonder enige notie van een geestelijke wereld kunnen we ons dankzij de kunst voorbereiden op de drempel, en wel door goede kunst van slechte kunst te onderscheiden.
Of beter: door kunst te leren onderscheiden.
Want er bestaat niet zoiets als ‘slechte kunst’.
Alle kunst is goed, voor zover het tenminste kunst is.

20140225-183225.jpg

Kunst is de verschijning van het goede.

De cruciale vraag is dus: wat is kunst?
Niet als theorie, maar in de praktijk.
Is iets kunst?
Daar gaat het om.
Is een tekening, een schilderij, een beeld of wat dan ook kunst, of is het dat niet?
Dat is het soort zintuig dat we moeten ontwikkelen om aan de andere kant van de drempel onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad.
Een ander houvast hebben we hier niet.
Of de drempeloverschrijding lukt of mislukt, hangt van dit morele (etherische) zintuig af.

Een drempeloverschrijding is een dubbeltje op zijn kant:
Ofwel slaagt het menselijk Ik erin denken, voelen en willen samen te houden, en dan ontpopt het zich van rups tot vlinder.
Ofwel slaagt het daar niet in, en dan wordt het steeds zwakker en verliest uiteindelijk tot het zich uiteindelijk niet meer kan handhaven en de plaats moet ruimen voor een kwade geest.
De mens die door zo’n kwade geest ‘bezeten’ wordt, beseft dat niet, want hij heeft het contact met zijn Ik, met zijn morele zintuig verloren.
Wat daar de gevolgen van zijn, kunnen we heel concreet waarnemen in de Hedendaagse Kunst.
Want de drempeloverschrijding is geen fabeltje.
Het is een heel concrete realiteit.
Een verbijsterende realiteit.

20140225-182709.jpg

Advertenties