Pooiers van het Woord

door lievendebrouwere

20140331-084829.jpg

Het verhaal is intussen bekend: enkele bewoners van het Antwerpse Zuid hebben klacht ingediend tegen de overlast van de jaarlijkse Sinksenfoor. Ze hebben gelijk gekregen van de rechter en de foor dient nu uit te wijken naar een plein in Borgerhout. Dat is echter niet naar de zin van de foorkramers, die hevig protesteren tegen wat zij broodroof noemen.
Hoé hevig, dat konden we verleden woensdagochtend in de krant lezen: ze blokkeerden de hele Antwerpse ring met hun vrachtwagens.
Wie de Antwerpse ring een beetje kent, weet wat dat betekent: een enorme verkeerschaos.
Er zijn die ochtend ongetwijfeld heel wat moorddadige gedachten richting de foorkramers gegaan, en terecht.
Wie duizenden mensen veroordeelt om urenlang in de file te staan, verdient het daarvoor te boeten. En dan spreek ik nog niet over de economische schade die de protesteerders veroorzaakt hebben.
Als het systeem van de GAS-boetes eerlijk en rechtvaardig wordt toegepast, dan zijn die foorkramers failliet, en is het probleem opgelost.
Maar dat zal ongetwijfeld niet gebeuren, want geldverdienen is heilig in ons land.
Alles moet ervoor wijken.

Dat lees ik vandaag in de commentaren van De Morgen, de socialistische krant die zogezegd opkomt voor de rechten van de kleine man.
Men is er verontwaardigd omdat het ‘volksvermaak’ van de kermis dreigt te verdwijnen in Antwerpen.
Onder meer Hugo Camps trekt weer eens al zijn registers open.

‘In ‘Terzake’ liet kakelnicht Karel Van Eetvelt zijn licht schijnen over het escalerende conflict. Er sprak weinig liefde uit zijn woorden. Je kon zien dat hij niet veel op heeft met foorkramers. Gêne voor het proletariaat van botsauto’s kleurde zijn gezicht.’

‘Kortom, Antwerpen beleefde weer een hoogmis van repressie. Naar de wanhoop van de foorkramers werd nauwelijks omgekeken. Dat de verbanning van de Sinksenfoor naar een uithoek van de stad pure broodroof is, kon niemand wat schelen.’

‘Foorkramers zijn namelijk economisch nutteloos en plezier in de stad leidt af, soms tot ellende.

‘De gedachte alleen al het leger in te zetten tegen foorkramers getuigt van diepe sociale verachting en vunzig elitarisme.’

20140331-131230.jpg

Aldus sprak Hugo Camps, na baron Lippens de bekendste inwoner van Knokke, het paradijs van proletariër.
Ja, het hééft ongetwijfeld iets om ’s morgens in je appartement op de zeedijk aan je espresso te nippen, uit te kijken over zee, te luisteren naar het vage gekrijs van de meeuwen, en vervolgens vol verontwaardiging te schrijven over het lot van de werkende mens in de grote stad.
Ik droom daar ook soms van: opkomen voor de verworpenen der aarde, terwijl de zon op mijn gezicht schijnt en de zee in mijn oren ruist.
Dát is pas genieten!
Fysiek bevoorrecht én moreel superieur: wat wil een mens nog meer!

Eerbied voor de waarheid misschien, eerbied voor het woord?

Ik gun Hugo Camps zijn appartement (of is het een villa?) in Knokke.
Maar wat ik hem niét gun is zijn morele superioriteit.
Ongemerkt is de reactionaire idee het moderne bewustzijn binnengeslopen dat rijkdom en morele superioriteit samenhoren. Want al die politiek correcte intellectuelen, die zich moreel en geestelijk zo ver verheven wanen boven de racistische, bekrompen, achterlijke, haatdragende en verzuurde bevolking, zijn stuk voor stuk succesvolle, welgestelde, geziene burgers. En als ze dat (nog) niet zijn, dan willen ze het dolgraag worden. Ze hebben er alles voor over om zich los te trekken uit de ‘Vlaamse klei’, verlost te worden uit de anonimiteit van de ‘massa’ en zich te distantiëren van het domme ‘plebs’.

Deze aloude idee – dat rijkdom en aanzien een beloning van God is voor morele superioriteit – vloekt natuurlijk met de nieuwe idee dat alle mensen gelijk zijn, en dus wendt de hedendaagse elite voor in naam van het volk te spreken, hetzelfde volk waar ze zo’n diepe afkeer en minachting voor voelt.
Ik kan die minachting nog begrijpen, want als ik mij op zondagochtend, op weg naar mijn (nieuwe) werk, de weg versperd zie door een groep wielertoeristen die midden op de weg fietst en het vertikt het (ruime) fietspad te gebruiken, dan voel ik ook een diepe afkeer in me opkomen voor dit ‘klootjesvolk’ (al betwijfel ik dat er nog veel ‘volks’ is aan kerels die zich zich fietsen van een paar duizend euro kunnen permitteren).
Maar wat ik niet kan begrijpen, en wat ik ook niet pik, is dat deze nouveaux riches, of het nu wielertoeristen of intellectuelen zijn, zich boven de wet verheven wanen.
En in het geval van Camps en co is dat de wet van de waarheid, de eerbied voor het woord.

20140331-131400.jpg

Wat ik Hugo Camps en zijn politiek correcte soortgenoten zeer kwalijk neem, is dat zij van hun bevoorrechte positie geen gebruik maken om de waarheid te zoeken en het woord te cultiveren.
Ze doen precies het omgekeerde: ze gebruiken de waarheid en het woord om zichzelf te verheffen, om zich te verrijken, om samen een nieuwe elite te vormen die de bevolking eens gaat vertellen hoe het moet.
Wat ik hen kwalijk neem is dat zij zich voordoen als dienaars van het woord terwijl zij in werkelijkheid pooiers van het woord zijn.
Zij misbruiken en verkrachten wat ze, als intellectuelen, zouden moeten dienen en liefhebben.

Hun verontwaardiging over de gedwongen verhuis van de Sinksenfoor is daar mooi (?) voorbeeld van.

De Sinksenfoor wordt voorgesteld als volksvermaak, als het vertier van de gewone man, en kinderen in het bijzonder.
Degenen die klacht hebben ingediend tegen de foor worden voorgesteld als … nouveaux riches, als het bekakt soort volk dat op het Zuid is komen wonen en de oorspronkelijke bewoners daar heeft weggejaagd.
Het stadsbestuur dat het vonnis van de rechtbank moet uitvoeren, en dat onder de leiding staat van – kijk eens aan! – Bart De Wever, wordt voorgesteld als een verzameling fascisten.
En de journalisten, schrijvers en intellectuelen stellen zichzelf voor als de verdedigers van het volk, van de gewone man, van de foorkramer en de foorbezoeker.

Laten we nu eens kijken naar de werkelijkheid waarop al die woorden en voorstellingen betrekking zouden hebben.

De Sinksenfoor, een volksvermaak?
Mijn idee van volksvermaak is: het volk amuseert zichzelf.
Bijvoorbeeld door met loodjesgeweren op gipsen pijpjes te schieten.
Bijvoorbeeld door plastic eendjes uit het water te vissen.
Bijvoorbeeld door je krachten te meten met een gepensioneerde bokser.
Bijvoorbeeld door met een hamer op een kop van jut te slaan.
Bijvoorbeeld door op de paardjesmolen de ‘flosj’ te grijpen.
Bijvoorbeeld door met een bal blikjes om te gooien.
Enzovoort.

20140331-132004.jpg

Als ik naar de huidige Sinksenfoor kijk, dan zich ik iets heel anders: het volk wordt vermaakt.
En dat gebeurt door middel van enorme machines waarin mensen worden vastgebonden en helemaal niks meer kunnen doen, behalve griezelen en gillen.
De machines zelf ‘gillen’ nog veel harder: ze maken een oorverdovend lawaai.
Hetzelfde oorverdovende lawaai dat je tegenwoordig ook op sportwedstrijden aantreft, en dat (heb ik me laten vertellen) bedoeld is om het publiek mak te maken, zodat het niet baldadig wordt.
Er is zelfs een tijd geweest dat het voetbalpubliek achter tralies werd gezet, als waren het wilde beesten.
Volksvermaak?
Uit het hele moderne massa-amusement spreekt een diep wantrouwen voor het volk.
Het wordt volkomen passief gemaakt en de mond gesnoerd.
En dat wordt, als altijd, verdedigd met de bewering: zij willen dat zélf, we kunnen er ook niks aan doen!
Jaja, als het volk rotzooi wordt voorgeschoteld, dan komt dat doordat het volk dat wil.
Als bijvoorbeeld de televisie slechte programma’s maakt, dan doet ze dat enkel en alleen omdat ‘de mensen dergelijke dingen willen zien’.
Als ze films onderbreekt met reclame: allemaal omdat de kijker dat wil!
Wat de elite ook doet, ze doet het allemaal omdat het volk dat wil.
Kijk maar naar de politiek: politici doen niets anders dan de wil van het volk uitvoeren.
Daarom zijn ze ook zo enthousiast over referendums, zoals in Zwitserland …

Tja, wat kan een mens anders doen dan sarkastisch worden bij zoveel schijnheiligheid en leugenachtigheid!
De Sinksenfoor volksvermaak? Laat me niet lachen.
De Gentse Feesten volksvermaak? Je moet maar durven.
Ooit waren ze dat, ongetwijfeld.
Maar tussen ooit en nu is er veel veranderd.
De klassieke voorstelling van Sinksenfoor en Gentse Feesten strookt al lang niet meer met de werkelijkheid.
Ze is er zelfs het omgekeerde van geworden.

20140331-132136.jpg

Degenen die nu tegen dit zogenaamde ‘volksvermaak’ protesteren zouden zogenaamd elitairen zijn, die niet kunnen verdragen dat hun buurt bevuild wordt door ‘het klootjesvolk’.
Dat het ‘elitairen’ zijn, is best mogelijk, want het Antwerpse Zuid is een exclusieve buurt geworden.
Maar hoe is dat gekomen?
Eén woord: MUHKA.
Het MUseum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen.
In het zog van dat museum zijn er tientallen Hedendaagse kunstgalerijen gekomen.
En in het zog van die kunstgalerijen kwam het rijke volk.
Zo werd een volksbuurt a place to be voor welstellende mensen die hip en hedendaags willen zijn, hetzelfde soort mensen dus dat nu verontwaardigd is over de teloorgang van de ‘volkse’ Sinksenfoor.

Eerst jaagt de elite het volk weg van het Zuid middels Hedendaagse Kunst.
Dan jaagt ze de Sinksenfoor weg middels dure advocaten.
En vervolgens maakt ze daar luid misbaar over middels veel woorden in de kranten.

Wat is de crux in dit schijnheilige verhaal?
Het is de elite die geconfronteerd wordt met … zichzelf.
Door het Antwerpse Zuid in te palmen, wordt de hippe, rijke elite geconfronteerd met de Sinksenfoor, een volksvermaak dat in handen van het grote geld is gevallen en die spiegel kunnen ze niet verdragen.
Het gewone volk dat tot voor kort op het Zuid woonde, heeft nooit geprotesteerd tegen de foor.
Het verdroeg dat lijdzaam, want het had geen andere keuze.
Het bezat niet de middelen, noch intellectueel noch financieel, om te protesteren tegen wat een aanslag is op eenieders (nacht)rust.
De nieuwe elite heeft die middelen wél en dus protesteert ze, volkomen terecht overigens.
Want zij wordt geconfronteerd met de realiteit.

De Hugo Campsen daarentegen, die ver weg in alle rust en comfort leven, worden niet geconfronteerd met de realiteit en ze hoeven dus ook niet in de spiegel te kijken.
Het komt bijvoorbeeld niet in hen op dat ze grote voorstanders zijn van de Hedendaagse Kunst, die in dit geval aan de basis ligt van de hele foorkramersheisa die nu zodanig uit de hand dreigt te lopen dat men overweegt om het leger erbij te halen.
Nee, zover denken ze niet, want dat zou hun comfort, materieel én geestelijk, in het gedrang kunnen brengen.
En om niet te hoeven denken, geven ze zich over aan pseudo-denken.
Om de waarheid over zichzelf niet te moeten zien, misbruiken ze het woord.

20140331-132348.jpg

Uiteraard hebben ze daarbij een zondebok nodig, en – o, opperst geluk – die hébben ze!
Uitgerekend in Antwerpen is Bart De Wever burgemeester geworden: een geschenk uit de hemel.
Jarenlang reeds valt de politiek correcte elite iedere dag hun zwarte schaap aan in ontelbare ‘opiniestukken’.
Of het nu gaat over de Sinksenfoor, de wielertoeristen, vrouwen in boerka’s, de toegenomen criminaliteit, de miss België verkiezing of de subsidiëring van de kunst, telkens weer komen ze terecht bij die ene man, die ze uitgeroepen hebben tot hun grote gezamenlijke vijand: Bart de Verschrikkelijke.

En de paradox is alweer: Bart is één van hen.
Hij is namelijk een zeer elitaire intellectueel die in naam van het volk spreekt en – veel beter dan dat volk zelf – weet wat goed is voor het volk.
Bart De Wever dweept niet voor niets met de oude Romeinen.
Hij is een echte volkstribuun, een leider.
Democratie is niet aan hem besteed.
In referenda gelooft hij niet.
De reden waarom hij zo’n blinde haat opwekt bij de hele intellectuele elite van dit land is dan ook dat hij deze elite een spiegel voorhoudt.
Onbewust herkennen de Hugo Campsen dezer wereld zich in Bart De Wever, en dat maakt hen des duivels.

‘Diepe sociale verachting en vunzig elitarisme’: ziedaar wat ze bij zichzelf niet onder ogen durven zien en daarom projecteren op een zondebok.
En daarvoor gebruiken ze zowel het volk als het woord.

Als we het Volk en het Woord met een hoofdletter schrijven, dan weten we meteen waar het om gaat.
Wat onze intellectuelen in zichzelf beleven, is de Wederkomst van Christus, de centrale gebeurtenis van onze tijd.
Het licht begint weer te schijnen in de duisternis.
En nergens is die duisternis dieper dan in het intellectualistische, materialistische hoofd van de moderne mens.
De moderne intellectueel, die zichzelf zo beschaafd en ontwikkeld waant, is dan ook tot in het diepst van zijn wezen geschokt door wat dit licht zichtbaar maakt.

20140331-132545.jpg

Het volstaat om in het midden van een stikdonkere kathedraal één brandend theelichtje te plaatsen, om de enorme ruimte, met al zijn schaduwen en verborgenheden, zichtbaar te maken.
Dat is wat Franz Kafka in het grandioze negende hoofdstuk van Het Proces in beeld heeft gebracht, en tegelijk ook verwoord middels de parabel van de Wachter voor de Wet, die natuurlijk niemand anders is dan de Wachter aan de Drempel, de afschrikwekkende dubbelganger van de mens.

Dat is dus wat ik Hugo Camps en de zijnen kwalijk neem: dat ze hun rustige comfortabele appartement met zicht op zee (of op het golfterrein) – en dat is uiteraard een beeld van het ‘hoofd’ – niet gebruiken om hun dubbelganger te leren kennen, maar om hem te projecteren op een zondebok die ze aan het kruis slaan met woorden als spijkers.

Maar met dat kwalijk-nemen, moet je natuurlijk oppassen, want vóór je ’t weet doe je net hetzelfde als Hugo Camps en maak je van hem een zondebok en een alibi om je eigen dubbelganger niet onder ogen te moeten zien.

Het spreekt vanzelf dat IK zoiets nooit zou doen.
Als IK een appartement aan zee had, dan zou ik daar niet van profiteren om mijn gal te spuwen op de politiek correcten in het binnenland en me daardoor veel beter te voelen dan zij.
Nee, als IK aan zee woonde en ’s morgens aan mijn espresso nippend zou luisteren naar het gekrijs van de meeuwen, dan zou ik …

Ja, wat zou ik dan eigenlijk doen?

20140331-132633.jpg

Advertenties