Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Maand: maart, 2014

De omgekeerde wereld

20140325-225951.jpg

Aan de kust zijn ze boos op Uitgeverij Lannoo wegens enkele weinig flatterende passages in de gids ‘600 plekken in Vlaanderen die je echt gezien moet hebben’.
‘Zeventig kilometer onovertroffen monotonie.’
‘Eindeloze lintbebouwing.’
‘De grenzeloze vergiftiging van de Noordzee.’
‘De schrijnende verveling die gegarandeerd toeslaat bij slecht weer’.
Het zijn maar enkele karakteriseringen uit de Lannoo-gids.

‘De berichtgeving over de kust is onaanvaardbaar en manifest onjuist, zegt het West-Vlaamse provinciebedrijf Westtoer.
Initiatiefnemer vzw Logeren in Vlaanderen zegt dat ze de passage niet had gezien.
Lannoo Uitgeverij zegt dat zij niet de uitgever is van de gids.

20140325-230322.jpg

Eric Brunet, een Franse radiopresentator, columnist en essayist vindt dat president Hollande Wallonië moet inlijven zoals Poetin de Krim heeft geannexeerd.
Hij moet gewoon de Schelde oversteken en de vier miljoen Franstalige broeders bevrijden van het Vlaamse juk.
Want de Vlamingen zijn bruten, die de Walen onderdrukken.
Aldus Eric Brunet.

Het zijn twee krantenberichten die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben.
En toch.
In het eerste geval zegt iemand een waarheid als een koe en er wordt woedend op gereageerd.
In het tweede geval verkoopt iemand een leugen als een nijlpaard en … niemand reageert.

Beide reacties zijn exemplarisch.

Zo vertelde een radio-journalist onlangs midden in de nacht dat in Saudi-Arabië de meest achterlijke vorm van de islam wordt beleden.
Grote consternatie!
De man werd meteen op het matje geroepen.
Hij had het namelijk gewaagd … de waarheid luidop uit te spreken.

20140325-234656.jpg

Over Vlaanderen worden in de Franstalige pers sinds jaar en dag de grofste leugens verkocht, leugens die de wereld rond gaan, want in het buitenland lezen ze uiteraard alleen Franstalige kranten.
Daar wordt in de Vlaamse pers echter nauwelijks met een woord over gerept, laat staan dat er verontwaardigd wordt op gereageerd.
Dat laatste gebeurt alleen als iemand het in zijn hoofd haalt de waarheid te spreken.

Veertig jaar geleden dacht ik al: wil je de waarheid kennen, ga dan na wat er algemeen als waarheid wordt aanvaard en keer het om.
Vandaag zou ik er nog kunnen aan toevoegen: wil je de waarheid kennen, ga dan na wat vol verontwaardiging als leugen wordt afgeschilderd.

Kort samengevat: de wereld staat op zijn kop.
Eens je dat doorhebt, wordt alles veel duidelijker.

20140325-235423.jpg

Advertenties

Bang!

Goed, Genesis rammelt hier en daar ook een beetje.
Als God toch almachtig was, waarom had hij dan zes dagen nodig in plaats van één?
Of werkte God ‘aan ’t stad’ misschien?
En waarom moest hij Adam een rib afnemen terwijl hij Eva ook gewoon had kunnen scheppen, en liefst beter?
Maar deze kleine tekortkomingen niet te na gesproken houdt het scheppingsverhaal toch heel wat meer steek dan de big-bang-theorie van enkele hovaardige geleerden.

20140325-150832.jpg

Amerikaanse onderzoekers zijn deze week weer eens met het monster van Loch Ness aan hun haak tevoorschijn gekomen: ze hebben ontdekt hoe het heelal ontstaan is: ‘Na de oerknal dijde het heelal in een fractie van een seconde enorm uit.’
Nee toch.
Daarvoor hebben ze twintig jaar op de Zuidpool door een gigantische biceptelescoop zitten turen. Kostprijs van het onderzoek: 3 miljard dollar.
Goedkoper ware geweest Kaaiman op te bellen, collect call.
Die had niet eens zijn verrekijker uit de la moeten halen om tot hetzelfde besluit te komen.

20140325-151017.jpg

De vraag blijft natuurlijk: ‘Waar kwam die oerknal dan vandaan?’
Dat weten ze niet.
Maar indien de overheid nu bereid is opnieuw 3 miljard dollar te investeren in een nog grotere triceptelescoop op de Noordpool, hopen ze over een jaar of honderd mogelijk nieuwe gegevens te verzamelen.
Volgens de directeur van het … wacht, even afschrijven … Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics, in Harvard nemen we aan, heeft hun telescoop voor het eerst in de geschiedenis zwaartekrachtgolven waargenomen.
Ah ja? En waar dan wel?
In de fossiele straling van het vroege heelal!
Weet iemand van u het vroege heelal liggen?
Niemand?
Dat bemoeilijkt dan de falsificatiecontrole een beetje.
En let op: de zwaartekrachtgolven zijn slechts indirect waargenomen, ze hebben ze dus niet eens gezien.
Hoe weten ze dan dat het zwaartekrachtgolven waren?
Omdat er variaties in de polarisatie van de kosmische achtergrondstraling in beeld zijn gebracht, en die kunnen alleen door zwaartekrachtgolven helemaal in het prille begin van het heelal zijn veroorzaakt.
Zo zeggen dezelfde wetenschappers.

20140325-151308.jpg

Geef ons 5.000 euro en een halfuurtje, en wij vinden hier in het Noordkwartier in Brussel gemakkelijk vijf Albanese natuurkundigen die zoveel variaties in de polarisatie van de kosmische achtergrondstraling in beeld brengen als u wenst, maar via een voor ons onbegrijpelijke gedachtesprong zouden we nu precies weten hoe het heelal ontstaan is.
‘Hoe dan’, zult u suf geluld vragen.
Wel, doordat het na de oerknal in een fractie van een seconde enorm uitdijde.

20140325-151439.jpg

Nu de waarheid.
‘In het begin schiep God hemel en aarde. Maar de aarde was nog ongeordend en leeg, over de wereldzee heerste duisternis, en Gods Geest zweefde over de wateren. God sprak: ‘Daar zij licht.’ En er was licht. En God zag dat het goed was, al had Hij liever halogeenspots gehad dan spaarlampen. Nu scheidde God het licht van de duisternis. Het licht noemde Hij dag, en de duisternis noemde Hij nacht. God sprak: ‘Er zij een uitspansel tussen de wateren, om ze van elkander te scheiden’. En zo geschiedde.’

Geef toe: dat zit beter in elkaar dan zwaartekrachtgolven die niemand heeft gezien.
Als die gasten van het Harvard-Smithsonian voor deze onzin de Nobelprijs krijgen, zetten wij onze donatie stop.

(Koen Meulenaere)

20140325-151604.jpg

De gedachten zijn vrij, vrij, vrij.

20140325-084215.jpg

Verleden week is Regine Beer overleden.
Ik had nog nooit over haar gehoord, maar ze blijkt een Auschwitz-overlevende te zijn geweest, die in het hele land lezingen gaf over haar kamp-verleden.
Volgens Hugo Camps sprak ze daarbij haar afschuw uit voor fascisme en vreemdelingenhaat.
Volgens dezelfde Camps is de rol van de joden vandaag overgenomen door de Marokkanen en de Roma-zigeuners.
En uiteraard kan een verwijzing naar Bart De Wever niet ontbreken, als voorbeeld van hoe het allemaal opnieuw kan gebeuren.

Regine Beer was, zo lees ik, een overtuigd vrijzinnige.
Ze had God niet nodig om Auschwitz te overleven.
Dat is bewonderenswaardig: alles op eigen, menselijke kracht proberen te doen.
Maar het betekent wel dat je ervaringen, zoals bijvoorbeeld een verblijf in Auschwitz, een plaats moet zien te geven in je leven, in hét leven.
Anders gezegd: je moet proberen te begrijpen.

Als je gelovig bent, kun je je ervaringen en herinneringen, en de gevoelens die ermee verbonden zijn, opdragen aan God in de overtuiging dat Hij ze wel zal kunnen plaatsen en zin geven.
Je gelooft met andere woorden in een hogere intelligentie, die kan wat jij met je beperkte verstand niet kunt.
Ben je echter niet gelovig, dan sta je voor de opgave om zélf te begrijpen.
Zo beleef ik dat in ieder geval zelf.
Ik probeer uit alle macht te begrijpen wat me overkomt, niet vanuit een soort intellectuele liefhebberij, maar vanuit een existentiële noodzaak.
Als ik niet kan begrijpen, word ik overspoeld en verlamd door wat me overkomt.
Denken is voor mij een kwestie van overleven.
Ik houd deze blog heus niet louter voor mijn plezier bij.

Toen iemand me onlangs een ‘wandelend ingewand’ noemde (omdat ik iets onvriendelijks had gezegd over de Vlaamse film en televisie) moest ik glimlachen.
Want inderdaad: denken en reflecteren is voor mij een vorm van verteren.
Ik probeer de werkelijkheid (in de vorm van waarnemingen, belevingen en gevoelens) om te zetten in begrippen en ideeën die ik kan opnemen en aan de hand waarvan ik mezelf weer kan opbouwen.
Ingewandenwerk dus.

20140325-122933.jpg

Ik ga ervan uit dat ieder mens in meer of mindere mate die behoefte heeft om het leven te ‘verteren’.
Dus ook Regine Beer.
Zeker Regine Beer.
Zo begrijp ik dan ook haar behoefte om lezingen te geven over haar kampervaringen.
Het waren pogingen om haar ervaringen te verteren.
Maar hoe intens die ervaringen ook waren, ze garanderen geen goede vertering.
Het is niet omdat Regine Beer Auschwitz overleefd heeft dat ze nu een heldere, juiste kijk heeft op de na-oorlogse werkelijkheid.

Ik heb Regine Beer nooit horen spreken.
Ik weet zelfs niet wat ze precies dacht of zei, want ik heb weinig vertrouwen in figuren als Hugo Camps of de leden van het Anti-Fascistisch Front die Regine Beer nu als lichtend voorbeeld stellen.
Ik kan me voorstellen dat Regine Beer zich thuisvoelde in deze kringen en zich koesterde in hun bewondering. Ze was tenslotte ook maar een mens.
En ik kan me ook voorstellen dat ze afschuw voelde voor alles wat naar fascisme en vreemdelingenhaat rook.
Maar dat betekent nog niet dat Regine Beer niet misleid kon worden.

20140325-123044.jpg

Neem nu de vlotheid en vanzelfsprekendheid waarmee Hugo Camps de Marokkanen vergelijkt met de joden.
Hij vormt daarmee geen uitzondering, eerder de regel.
Het is vandaag in intellectuele kringen namelijk heel erg bon ton om de Marokkanen voor te stellen als de-joden-van-vandaag, en hun critici als de nieuwe nazi’s.
De eerste vraag die je je daarbij hoort te stellen, luidt: is dat waar?
Dat is tegenwoordig trouwens altijd de eerste vraag die je moet stellen.
Zijn de Marokkanen inderdaad de ‘nieuwe joden’, de zondebokken van onze tijd?

Laten we eerst eens kijken naar de joden die Hitler destijds uitriep tot de bron van alle kwaad.

Een eerste vaststelling: de joden waren vreedzame mensen.
Dat is tijdens de vervolgingen ook gebleken: ze verzetten zich niet, ze lieten zich als schapen naar de slachtbank leiden.
Een tweede vaststelling: de joden waren vaak zeer intelligente en ontwikkelde mensen die een rol van betekenis speelden in het culturele leven van een land.
In ‘De Wereld van Gisteren’ schrijft Stefan Zweig zelfs dat de Duitse joden patriottischer waren dan de (autochtone) Duitsers zelf.
Juist omdat ze heimatlos waren, hechtten ze zich sterker dan normaal aan het land en de cultuur waar ze leefden.
Een derde vaststelling: de joden werden al eeuwenlang vervolgd in Europa.
Hitlers antisemitisme kwam niet uit het niets, het had diepe wortels die tot ver in het verleden reikten.
Een vierde vaststelling: de vervolging van de joden in nazi-Duitsland werd op touw gezet door de overheid die de bevolking eerst jarenlang had bestookt met propaganda en leugens over de joden.
Een vijfde vaststelling: de bevolking waarover die propaganda werd uitgestort, leefde in erbarmelijke omstandigheden. De Duitsers werden zélf als een zondebok behandeld door hun ‘overwinnaars’ en waren blij de schuld op een andere zondebok te kunnen laden.
Een zesde vaststelling: als gevolg van dit alles werd een poging ondernomen om het ‘joodse ras’ uit te roeien en stierven de joden bij miljoenen.

Ik denk dat deze vaststellingen inderdaad vaststellingen zijn: het zijn objectieve feiten die niet ontkend kunnen worden. Mocht dat niet het geval zijn, dan wil ik dat graag horen.

20140325-123245.jpg

Laten we nu eens naar de Marokkanen kijken, die vandaag hetzelfde lot als de joden zouden te ondergaan.

Een eerste vaststelling: men kan bezwaarlijk beweren dat de Marokkanen zoals we die in ons land kennen, vreedzame mensen zijn die alles over hun kant laten gaan en zich niet verzetten als er iets tegen hen ondernomen wordt.
Ik vertelde onlangs over mijn eigen zuster die op haar school twee vechtende Marokkaanse meisjes uit elkaar haalde en prompt de volgende dag bij de directie ontboden werd waar ze geconfronteerd werd met een aantal grimmige Marokkanen die haar tussen neus en lippen met de dood bedreigden. Allemaal omdat ze twee Marokkaanse meisjes belet had elkaar de ogen uit te krabben.
Een uitzonderlijk voorval?
Ik dacht het niet.
De Marokkaanse gemeenschap is er overal als de kippen bij om klacht in te dienen en te dreigen met represailles.
Hen op dit punt vergelijken met de joden van weleer is … grotesk.

Een tweede vaststelling: beweren dat de Marokkanen een intelligent en ontwikkeld volk zijn dat een belangrijke rol speelt in ons culturele leven is al even grotesk.
Een derde vaststelling: van een eeuwenlange vervolging van Marokkanen is mij niets bekend. Ik heb daarentegen wel iets opgevangen over de vervolging van de Berbers, de autochtone Marokkanen, in hun eigen land.
Een vierde vaststelling: de zogenaamde ‘stigmatisering’ van de Marokkanen is geenszins op touw gezet door de overheid.
Integendeel, de overheid en mét haar de hele intellectuele klasse houdt de Marokkanen een beschermende hand boven het hoofd.
De slechte reputatie van de Marokkanen is afkomstig van de bevolking die dag in dag uit moet leven met het bijwijlen stuitende gedrag van die Marokkanen.
Een vijfde vaststelling: deze (autochtone) bevolking leeft allesbehalve in erbarmelijke omstandigheden en ze heeft dus geen behoefte aan een zondebok. Maar ze wordt wél zodanig gestigmatiseerd door haar eigen intelligentsia dat haar als het ware een zondebok wordt opgedrongen. Het is inderdaad heel moeilijk om geen hekel te krijgen aan een bevolkingsgroep waarvan de zonden systematisch op je eigen schouders worden geladen volgens het bekende sharia-principe dat een verkrachte vrouw gestraft dient te worden omdat ze zich heeft laten verkrachten.
Talloze Vlamingen zijn reeds het slachtoffer geworden van ‘verkrachtingen’ door Marokkanen en toch zijn het steeds weer de autochtone Vlamingen die daarvoor ‘veroordeeld’ worden.
Een zesde vaststelling: als er zelfs maar gesproken wordt over de mogelijkheid om deze Marokkaanse ‘verkrachters’ (en voor alle duidelijkheid: dit is figuurlijk bedoeld) aan te pakken, ‘ontploft’ de hele intellectuele wereld. Het sharia-principe dat het slachtoffer de schuld krijgt, is voor deze wereld blijkbaar heilig, en ze ontsteekt dan ook in heilige verontwaardiging als er ook maar één vinger wordt uitgestoken naar de daders.
Beweren dat de Marokkanen het slachtoffer dreigen te worden van een grootscheepse Endlösung, daar zijn zelfs geen woorden meer voor.

20140325-123801.jpg

Er kunnen ongetwijfeld nog meer ‘vaststellingen’ worden gedaan, maar als het nog altijd niet duidelijk is dat de vergelijking van de joden-van-weleer met de Marokkanen-van-vandaag niet alleen niet opgaat maar zelfs obsceen is, dan zal het nooit duidelijk worden.
Als er iéts verontrustend is aan de huidige situatie dan is het wel dat de meest groteske leugen – dat de Marokkanen de joden van vandaag zijn – geslikt wordt als een heilige waarheid.
Ik moet toegeven: de linksen, de politiek correcten en de antifascisten hebben gelijk, de jaren ’30 lijken inderdaad terug te keren. Er is een nieuw soort nazisme in de maak dat alle andersdenken opsluit achter – voorlopig nog figuurlijke – prikkeldraad.
Alleen is dat neo-nazisme niet te zoeken onder degenen die van nazisme (en fascisme en racisme en haatdragendheid) beschuldigd worden, maar onder de beschuldigers zelf.
Zij zijn het die zich bedienen van nazi-praktijken.
Hun anti-nazisme is slechts een masker.
Het is slechts een woord.
En het feit dat dit woord verbonden wordt met de tegenovergestelde werkelijkheid, geeft aan dat de moderne mens er niet meer in slaagt de wereld te begrijpen waarin hij leeft.
Hij wordt zodanig overweldigd door de ervaringen en belevingen in die wereld dat hij ze niet meer kan verteren.
Hij braakt ze bij wijze van spreken weer uit.
Het moderne geestesleven wordt overstroomd met ‘onverteerde’ denkprocessen die vol scherpe en bijtende zuren zitten die het begripsvermogen van de moderne mens verder aantasten.

20140325-123955.jpg

Welke gevolgen dat heeft kunnen we aflezen aan iemand als Regine Beers.
Zij is iemand die één van de meest ‘onverteerbare’ dingen heeft meegemaakt die een mens kan meemaken.
In een eerste reactie heeft zij die ervaringen diep in zichzelf begraven.
Maar na pakweg 40 jaar kwamen ze weer naar boven en zag ze zich verplicht er bewust(er) mee om te gaan.
Dat heeft haar veel bewondering en onderscheidingen opgeleverd.
Op het moment dat ze stierf, zou ze trouwens een zoveelste ‘prijs’ in ontvangst nemen.
De tragedie is echter dat ze die bewondering vooral kreeg van degenen die er – op geestelijk vlak – dezelfde praktijken op nahouden waar ze destijds het slachtoffer van is geworden.
Regina Beers koesterde zich niet alleen in hun bewondering, ze identificeerde zich zelfs met deze ‘neo-nazi’s’.

Ik lees ergens dat Regine Beer hunkerde naar de vrijheid en dat haar dat altijd geholpen had.
In mijn binnenste, vertelt zij, zong ik altijd een liedje dat ik nog van vroeger kende:

‘De gedachten zijn vrij.
Wie raadt ze daarbinnen?
Ze dansen voorbij.
Als nachtelijke schimmen.
Geen mens kan ze maken.
Geen jager kan ze raken.
Laat wezen wat zij.
De gedachten zijn vrij. Vrij. Vrij.’

20140325-124155.jpg

Uitgerekend deze naar vrijheid hunkerende vrouw heeft zich voor de kar laten spannen van mensen die er alles aan doen om de gedachten aan banden te leggen.
En ze leggen de gedachten niet zomaar aan banden, ze binden de gedachten en begrippen aan de tegenovergestelde werkelijkheid.
Ze perverteren met andere woorden de waarheid.
En wee degenen die deze geperverteerde, aan banden gelegde waarheid willen bevrijden!
Wee degenen die de vrijheid opeisen waar Regine Beers in Auschwitz over droomde en zong!
Zij worden onder heilige verontwaardiging opgesloten achter (geestelijk) prikkeldraad.
Zij worden als Untermenschen in een hedendaags ‘concentratiekamp’ geplaatst.
Onschadelijk gemaakt door een cordon sanitaire.

En dáár heeft Regine Beers – zonder het te weten – aan meegewerkt.
Daar werken vandaag talloze mensen, met de beste bedoelingen, aan mee.
Later zullen ze ongetwijfeld zeggen: wir haben es nicht gewusst.
En het zal waar zijn: ze wisten het inderdaad niet.
De vraag is echter of dat een verontschuldiging is.
Voor Regine Beers wel.
Maar voor figuren als Hugo Camps, die vanuit het mondaine Knokke onvermoeibaar zijn gal blijft spuwen op racisten en fascisten?
Ik betwijfel het.
De Marokkanen van vandaag vergelijken met de joden die door Hitler vervolgd werden, dat kun je niet zomaar een vergissing noemen, een te verontschuldigen denkfout.
Daar zit moedwil achter.

Van Regine Beers kan ik zonder problemen aanvaarden dat ze een aantal dingen niet meer onder ogen kan zien.
Maar van figuren als Hugo Camps en co kan ik dat niet.
Wat voor onverteerbare ervaringen beletten hen om een waarheid zo groot als een koe onder ogen te zien?
De mogelijkheid dat ze hun appartement met zicht op zee zouden kwijtraken?
Noblesse oblige.
Wie bij de intellectuele en culturele elite wil behoren, moet er ook de plichten bijnemen, en dat is in de eerste plaats de plicht om de waarheid te zoeken.
Wie aan die plicht verzaakt, laadt schuld op zich.
En wie die schuld vervolgens op de schouders laadt van mensen die niet tot de elite behoren, kan geen verontschuldigingen meer inroepen.
Er komt in de bewustzijnsontwikkeling van de mens een moment waarop hij moet kiezen, waarop hij dingen kán en ook moét zien.
Als hij dán de ogen sluit, begaat hij volgens mij een zonde tegen de geest.
En daarvoor bestaat volgens de bijbel geen vergeving.

Een moderne intellectueel die Marokkanen vergelijkt met joden?
Nee, dat is onvergeeflijk, even onvergeeflijk als het veroordelen van een vrouw omdat ze verkracht werd.

20140325-124356.jpg

Het glazen huis

20140324-084148.jpg

Terwijl ik gisteren de hele dag buiten in de Brugse wind zat te kleumen zonder ook maar iets te verkopen, liepen de temperaturen binnen hoog op, vooral dan in Nederland, want daar had Geert Wilders iets stouts gezegd.
Sjonge, jonge, wat een kabaal!
Als ik de kranten mag geloven, kwamen de Nederlanders massaal op straat om te protesteren tegen de deportatieplannen van Wilders.
In Eindhoven waren ze zeker met honderd om lucht te geven aan hun verontwaardiging.
En dan de politici, de opiniemakers, de commentatoren!
Ze maakten er een echt Festival der Verontwaardiging van.
Wat gingen ze tekeer!
Het deed me denken aan dat andere Festival der Verontwaardiging, toen Bart De Wever een voorstel afwees om het Pieter De Coninckplein in Antwerpen te herdopen tot Herman De Coninckplein. Ook toen buitelden de betere linkse klassen over elkaar om hun verontwaardiging uit te schreeuwen.
Ik mag overigens wel oppassen dat ik met deze vergelijking zelf geen klein verontwaardigingsfestivalletje doe ontstaan, want er is tegenwoordig niet veel nodig om De Verontwaardiging te doen losbarsten.

Maar het spijt me, ik kan die heisa echt niet au serieux nemen.
Waar gaat dit nu helemaal over?
Op een bijeenkomst van zijn partij, de PVV, vroeg Wilders: willen we meer of minder Marokkanen?
Waarop de partijleden riepen: minder, minder!
Bijzonder stijlvol was dit natuurlijk niet, maar is het een reden om het land op stelten te zetten, of althans te doen alsof?
Toen Bart De Wever destijds de gemeenteraadsverkiezingen won en burgemeester van Antwerpen werd, verloor hij ook even zijn cool, en hop, dat was voldoende om hem met Hitler te vergelijken en concentratiekampen op Linkeroever te zien verrijzen.
Geert Wilders zei niks wat niet al lang geweten is – het staat zwart op wit in zijn verkiezingsprogramma – maar een wat platte verwoording was genoeg om politiek correct Nederland te doen ontploffen.
Alsof men op die ene, kleine misstap zat te wachten om ‘vuur’ te roepen en de hele intellectuele artillerie te doen losbarsten.

Wat zit daarachter, vraag ik me af.
Vanwaar die voortdurende staat van alarm?
Waarom leven de Betere Kringen constant op een kruitvat van verontwaardiging?

Is dat vanwege het dreigende gevaar van de verrechtsing van de moderne maatschappij?
Maar een beetje historische kennis maakt duidelijk dat het gevaar al bijna 100 jaar van links komt.
Waar is dat Verschrikkelijke Rechtse Gevaar dan wel?
Heeft iemand dat ooit gezien?
En hoe zou het ooit partij kunnen zijn voor het verpletterende overwicht van Modern Links.
Niet alleen gaat het niet goed met de PVV van Geert Wilders (net als met het Vlaams Belang trouwens) maar in die hele explosie van verontwaardiging heb ik nog niet één relativerend geluid gehoord, laat staan iemand die zegt dat hij akkoord is met Wilders.
De reden is duidelijk: het is politieke, intellectuele en zelfs maatschappelijke zelfmoord om je te associëren met Wilders.
Niemand doet dat dan ook. Integendeel, iedereen haast zich om te zeggen dat hij altijd al tegen Wilders geweest is.
En zo’n man, die nu de kop van jut is van heel politiek en intellectueel Nederland, zou een Groot Gevaar zijn voor de Nederlandse samenleving?
Serieus?

20140324-125955.jpg

Wat Geert Wilders gedaan heeft – op een, toegegeven, ‘populistische’ manier – is pleiten voor een (strengere) aanpak van het Marokkanenprobleem.
En wat is daar mis mee?
Van alle migrantengroepen springen de Marokkanen eruit door de hoge werkloosheids- en criminaliteitscijfers.
Hoe komt dat?
Ik weet het ook niet.
Dat zou best eens onderzocht mogen worden.
Maar dat gebeurt dus niet.
Altijd weer wordt het probleem toegeschreven aan racisme en discriminatie.
Als dat inderdaad de oorzaak van het ‘Marokkanenprobleem’ is, dan zou men wel eens mogen onderzoeken waarom we de Marokkanen veel sterker discrimineren dan gelijk welke andere migrantengroep.
Maar ook dát onderzoek wordt niet gevoerd.
Niemand weet waarom de Marokkanen eruitspringen, als daders of als slachtoffers, en niemand wil dat blijkbaar weten.

In welke zin men het ook interpreteert, het Marokkanenprobleem kan niet ontkend worden.
En toch gebeurt dat.
Het wordt zelfs met zoveel Vuur en Verontwaardiging ontkend, dat iemand die het, zoals Geert Wilders, aan wil kaarten publiekelijk ‘gelyncht’ wordt.
En dat komt dan nog eens bovenop het feit dat Wilders onder constante bewaking moet leven.
Dáár hoor je trouwens geen enkele Nederlander nog tegen protesteren, laat staan in verontwaardiging ontvlammen.
Nee, dat iemand in Nederland zijn leven niet meer veilig is omdat hij er een andere mening op nahoudt, daar valt Nederland niet over.
Waar het wél over valt, is dat iemand een algemeen bekend en hoogst vervelend probleem op de agenda zet.

20140324-130128.jpg

Nee, als ik iéts opmaak uit die hele heisa rond Geert Wilders, dan is het dat Nederland in staat van ontkenning leeft.
Er is een probleem, een groot probleem, maar het mag onder geen beding onder ogen worden gezien.
Wie dat toch doet, wordt aan de hoogste boom opgehangen en meteen begraven, alsof hij nooit bestaan had.
Dat merk je duidelijk aan de commentaren: men is opgelucht dat Wilders aangeschoten wild is, men wil hem zo vlug mogelijk vergeten om weer … in staat van ontkenning te kunnen gaan.

Uiteraard is dit geen typisch Nederlands verschijnsel.
Ook de Betere Vlaming leeft in een constante Staat van Ontkenning.
Zelfs ik doe dat, hoewel ik lang niet door iedereen als Betere Vlaming wordt erkend, zeker niet nu ik het bestaan heb het lynchen van Wilders aan de kaak te stellen.
Nee, die ‘staat van ontkenning’ is het gevolg van het feit dat de moderne mens in toenemende mate binnen leeft, letterlijk zowel als figuurlijk.
Letterlijk: we leven in comfortabele, hermetisch afgesloten huizen, we verplaatsen ons in comfortabele, hermetisch afgesloten auto’s en we werken in comfortabele, hermetisch afgesloten ruimten.
Figuurlijk: we leven in ons hoofd, in een wereld van gedachten, ideeën, wensen en idealen. De (buiten)wereld kennen we via de woorden in de kranten en de beelden op televisie. Maar zowel die woorden als die beelden zijn schijn, ze vertellen ons over de werkelijikheid maar confronteren er ons niet mee.
We zien de werkelijkheid als door een dik glas. En van dat glas zijn we ons nauwelijks bewust.
Zeker als we intellectuele arbeid verrichten, leven we in een glazen huis.

20140324-130436.jpg

Ik doe dat al m’n hele leven.
Ik leef in een glazen huis.
Ik doe dat als ‘autistisch’ mens zelfs méér dan wie ook.
Ik ben een soort kasplantje, dat onder glas opgroeit.
Daarom was het ook een serieuze schok voor me toen ik een week geleden mijn debuut maakte als marktkramer en het hele weekend buiten doorbracht.
Ik zou kunnen zeggen dat het kasplantje in volle grond werd geplant, maar dat zou de werkelijkheid geweld aandoen.
De waarheid is dat de folkloremarkt in Brugge nog altijd een in hoge mate beschermde omgeving is.
Brugge is sowieso niet helemaal echt.
Zeker in het weekend heerst er, met al die duizenden lanterfantende toeristen een soort kermissfeer.
Het is er druk, maar rustig.
Van de jachtigheid van het moderne leven is hier nauwelijks iets te merken.

En toch was ik de afgelopen week compleet van de plank.
Pas vrijdag in de late namiddag heb ik me voor het eerst weer buiten gewaagd.
Het was ook de eerste dag dat ik weer normaal kon gaan.
Ik begreep er eigenlijk niks van.
Ik was – tot mijn eigen verbazing – niet dood van de zenuwen geweest.
Alles was onverwacht vlot verlopen en ik had op m’n eerste dag al meteen een schilderij(tje) verkocht.
Nee, ik voelde me opgewekt en vol goede moed.
Het was best een geslaagd debuut.
Daarom begreep ik ook niks van de enorme weerbots die ik ’s maandags kreeg.
Het was alsof ik rugpijn, ischias én een zonneslag tegelijk had.
In die toestand had ik geen tweede weekend op de markt kunnen gaan staan.
Ik sloot me op in huis.
Ik wilde wegkruipen in m’n hoofd en schrijven, maar het lukte niet.
Ik voelde weerzin voor alles.
Zelfs kijken deed pijn.

20140324-131338.jpg

Het tweede weekend was een stuk zwaarder dan het eerste.
Gisteren kreeg ik het zelfs zo koud dat ik er misselijk van werd.
Bovendien heb ik niks verkocht, en dan duurt een dag lang.
En toch voel ik me vandaag een stuk beter dan verleden week.
Ik wil maar zeggen: die (al bij al niet eens zo grote) stap van binnen naar buiten was veel groter dan ik me had kunnen voorstellen. Hij trof me in een zijnslaag waar het voorstellingsvermogen niet doordringt.

Ik vergezel An al meer dan tien jaar naar de markt in Brugge, dus ik weet hoe het gaat.
Ik had een zeer concrete voorstelling van het marktleven.
En toch was de werkelijkheid heel anders.
Tot dan had ik naar die werkelijkheid gekeken, heel nauwkeurig en van zeer dichtbij zelfs.
Maar nu stond ik in die werkelijkheid.
Ik had de grens tussen binnen en buiten overschreden.
Fysiek was ik van binnen naar buiten gestapt, van de zetel bij de warme kachel naar de stoel in de gure wind.
Mentaal was ik van buiten naar binnen gestapt, ik was van buitenstaander tot deelnemer geworden.
En over die grens kun je niet met je voorstellingsvermogen gaan.
Je kunt je niet voorstellen hoe de werkelijkheid is, zolang je in je glazen huis blijft wonen.
Hoe goed je van daaruit ook kijkt en denkt, er ontgaat je iets, iets heel fundamenteels.

En dat is volgens mij ook het geval met al die links-politiek-correcte Nederlanders die nu zo’n groot misbaar maken over Geert Wilders.
Ze voelen wel dat er een kloof is tussen hun voorstellingswereld (binnen) en de werkelijkheid (buiten) maar ze ontkennen die kloof omdat ze er niet overheen raken/durven.
Mensen als Geert Wilders confronteren hen met die kloof en dat brengt hen in alle staten.
Hun ontkenning wordt emotioneel en agressief.
Ze raken de trappers kwijt.
Het is een beschamende vertoning die nu in Nederland wordt opgevoerd, ze staat volkomen haaks op de Hollandse nuchterheid.
Een nuchtere reactie zou zijn geweest om de schouders op te halen voor de gewraakte uitspraak van Geert Wilders.
Het sop is immers de kool niet waard, zeker nu de man toch aan het verliezen is.

Maar het gaat helemaal niet om Geert Wilders of zijn ‘gevaarlijke’ overtuigingen.
Het gaat om de kloof tussen binnen en buiten, tussen de intellectuele schijnwereld waarin de moderne mens leeft en de echte werkelijkheid ‘daarbuiten’.
Hoezeer hij ook in een glazen huis opgesloten zit, diep vanbinnen heeft de mens weet van ‘het glas’, dat wil zeggen van het feit dat hij opgesloten zit en een steeds zwakker kasplantje wordt.

20140324-132015.jpg

Daarom ben ik ook blij dat ik een stap – hoe klein ook – van binnen naar buiten heb kunnen zetten.
Gisteren was een heel zware dag.
An was niet mee, dus ik moest alles alleen doen.
Het regende toen ik arriveerde, het was koud en kil, ik verkocht van de hele dag niks (wat zeer weinig is) en tot overmaat van ramp werden de reien bevolkt door kanoënde carnavalsvierders die me deden twijfelen of het ooit nog goed komt met het menselijke ras.
Maar ik voelde: dit is goed voor me.
En het was een echt gevoel, geen voorstelling, niet iets wat ik mezelf wijsmaakte om te ontkennen dat de hele dag een commerciële flop was.
Nee, ik ontken helemaal niets.
Als er nog een paar dagen volgen dat ik niks verkoop, dan zal het heel moeilijk worden.
Hard werken en niks verdienen dat houdt niemand vol.
Ik zal in alle hevigheid geconfronteerd worden met de kloof tussen kunst en werkelijkheid.
Maar daar word ik al m’n hele leven mee geconfronteerd.
Ik ben nu al zover dat ik die confrontatie ook wil.
Ik wil proberen een brug te slaan tussen kunst en werkelijkheid, niet alleen in theorie (zoals op deze blog) maar ook in de praktijk (zoals op de markt in Brugge).
Of het zal lukken, is een andere zaak.
Maar het moet geprobeerd worden, want het is mijns inziens de enige uitweg uit de ‘glazen gevangenis’.

20140324-125547.jpg

Feministisch Fientje

20140321-080956.jpg

Fientje Moerman is weer eens in het nieuws.
Opnieuw met een klaagzang.
Gelukkig voor het laatst, want haar politieke carrière is afgelopen.
Oef!
De vorige keer klaagde ze erover dat politici zo weinig respect krijgen van de bevolking.
Het illustreerde weer eens met wat voor enorm bord voor hun kop die politici rondlopen.
Ze willen gerespecteerd worden, maar zelf behandelen ze de kiezer als vuil.

Dit keer klaagt Moerman echter niet over het gebrek aan respect voor politici, maar over het gebrek aan respect voor … vrouwen.
Fientje is namelijk feministe.
Daarom is ze ook groot voorstander van de vrouwenquota die minister Milquet (alias Madame Non) wil invoeren.

“Haal de quota weg en de vrouwen zullen weg zijn. Ik ben daar rotsvast van overtuigd. Quota zullen altijd nodig zijn.”

Het vermoeden rijst dat Fientje het andermaal over … zichzelf heeft.
Mét quota zou ze nog in de politiek zitten.
Mét quota zou ze door haar partij niet op een zijspoor zijn geplaatst.
Waarom dat laatste gebeurd is, daarover spreekt ze niet.
Maar ze laat wel doorschemeren dat het komt doordat ze … een vrouw is.

Op de vraag of vrouwen zich in de politiek als mannen moeten gedragen om overeind te blijven, antwoordt ze:

“We hebben niet echt een andere keuze.
Soms denk ik dat ik geen vrouw meer ben.
Als ik andere vrouwen bezig hoor, hoe ze de zaken afwegen, hoe ze twijfelen. Dan denk ik: enfin, meiske, geef er eens een klop op.
In politieke vergaderingen moet je erop slaan, anders word je niet gehoord.
Guy Verhofstadt heeft me ook ooit gezegd dat ik harder moest worden: ‘Word een beetje meer als Laurette!’

Tja. Ik heb heel lang tegen mijn natuur moeten functioneren.”

Aldus Fientje.

20140321-091423.jpg

Het is even nadenken om erachter te komen wat ze nu eigenlijk zegt.
Zonder quota, beweert ze, zullen de vrouwen uit de politiek verdwijnen.
Hoe komt dat?
Vrouwen zijn niet hard genoeg.
Om in de politiek te overleven moeten ze ‘erop slaan’ zoals mannen dat doen.
Ze moeten met andere woorden ‘tegen hun natuur functioneren’.

Als ik het goed begrijp dan maak ik uit haar woorden het volgende op:

Om in de politiek te overleven, moeten vrouwen zich als mannen gedragen.
Ze moeten tegen hun natuur in gaan, zelfs in die mate dat ze zich afvragen of ze nog wel een vrouw zijn.
Fientje Moerman heeft het daar duidelijk heel lastig mee, en ze is niet de enige, want volgens haar zullen de vrouwen uit de politiek verdwijnen.
Ik concludeer daaruit dat de politiek steeds harder wordt en dat het steeds meer kraaiende hanen á la Guy Verhofstadt zijn die er de dienst uitmaken.
Maar het is niet de macho-hardheid van de politiek die Moerman aanklaagt.
Nee, zij klaagt het feit aan dat vrouwen niet genoeg wapens hebben om de politieke strijd aan te gaan.
Aangezien vrouwen die wapens van nature niet hebben, moeten ze hen bij wet ter beschikking worden gesteld.
Bijvoorbeeld door de wet op vrouwenquota.
Bijvoorbeeld door de wet op het sexisme.

20140321-091636.jpg

Want als mannen en vrouwen niet gelijk zijn, dan moeten ze gelijk gemáákt worden.
Desnoods met geweld.
Fientje Moerman ziet de vrouwenquota en de sexismewet dus als wapens in de politieke strijd, en het lijdt geen twijfel dat ze die zou gebruiken als ze nog mocht meedoen.
Een vervelende mannelijke tegenstander zou ze er bijvoorbeeld van kunnen beschuldigen in haar billen geknepen hebben tijdens het gezamenlijke naaktzwemmen (blijkbaar een politieke geplogenheid bij de VLD).
Het omgekeerde zou natuurlijk niet mogelijk zijn.
Ik zie het al gebeuren: Alexander de Croo die klacht indient tegen Fientje Moerman omdat ze tijdens het naaktzwemmen kwetsende opmerkingen heeft gemaakt over zijn ‘mannelijkheid’.
Het zou vlug afgelopen zijn met zijn politieke carrière.

Als ik Fientje Moerman zo lees, dan zullen de nieuwe wetten ‘ter bescherming van de vrouwen’ het politieke bedrijf alleen nóg smeriger en achterbakser maken dan het al is.
Want Fientje trekt dat bedrijf helemaal niet in twijfel.
Ze is dan wel een vrouw, maar de idee dat het ‘mannelijke’, paternalistische politieke bestel misschien wel eens compleet achterhaald zou zijn, komt bij haar niet op.
Neenee, politiek betekent: vechten, erop slaan, respect eisen maar er geen tonen.
En zo moet het volgens Moerman ook blijven, met dat verschil dat veel meer vrouwen eraan moeten kunnen meedoen.

Blij dat we van Fientje Moerman af zijn!
Nu de rest nog.

20140321-091130.jpg

Knocke le Zoute

‘Ooit was Knocke sur Mer een chique badplaats. Nu doet nieuw geld er alsof het oud geld is’, zo klinkt het in de inleiding van een reisverhaal in de Nederlandse krant NRC Handelsblad dat focust op de teloorgang van onze meest oostelijk gelegen badstad.

‘De Knokse kust is lelijk, zoveel is zeker, ze wedijvert daarin om de eerste plaats met Benidorm.’ ‘Ooit, in de eerste decennia van de twintigste eeuw, was het anders. Toen heette het Knocke met een C, met het achtervoegsel sur Mer, en was het de chicste badplaats van Noord-Europa.’

‘Het oud geld heeft plaatsgemaakt voor nieuw geld. Volk dat golft en jaagt, champagne drinkt aan de lunch en een glaasje Pimm’s tegen vier, half vijf. Nieuw volk dat doet alsof het oud is’.

Aldus de Nederlandse journalist.

Wie Knokke zegt, zegt geld. Dat is algemeen geweten.
Hier stromen de nouveaux riches iedere zomer samen om hun materiële rijkdom en geestelijke armoede te etaleren.
Hier vindt je ook om de honderd meter een kunstgalerij, want rijke mensen houden van kunst, moderne kunst uiteraard.
Want de nieuwe rijken doen dan wel als de oude rijken, maar ze willen geenszins voor ouderwets doorgaan.
En dus is het oude Knokke hen een doorn in het oog.

Neem nu het gemeentehuis. Dat ziet er zo uit.

20140320-094213.jpg

Iedereen begrijpt: zoiets kan niet langer.
En dus zijn er plannen om dit bakstenen monster te slopen en te vervangen door iets dat de standing en het niveau van de Knokkenaars weerspiegelt.
Het zal er ongeveer zo uitzien.

20140320-094639.jpg

Ook het station van Knokke is een kwelling voor het rijke volkje.
Zeg nu zelf: zou u zó willen arriveren in Le Zoute?

20140320-094846.jpg

Nee toch?
En dus zal het er binnenkort zo gaan uitzien:

20140320-095148.jpg

Daarmee is het echter nog niet afgelopen.
Er staat nog vanalles in Knokke dat afgebroken en geupdated kan worden.
Zoals het Casino.
Dat ziet er momenteel zo uit.

20140320-095525.jpg

Geef toe: hier zou u toch ook geen miljoen euro willen verspelen?
Hier daarentegen …

20140320-095811.jpg

En mocht u denken dat baron Lippens zich laat verleiden door alles wat er blits en blinkend uitziet, dan vergist u zich.
Het onderstaande ontwerp bijvoorbeeld heeft de burgervader zonder meer afgewezen.
Dat heeft de stad 1,2 miljoen euro gekost, maar daar malen ze in Knokke niet om.
Alleen het beste is goed genoeg.

20140320-100200.jpg

Dit ontwerp leek namelijk een beetje teveel op het nieuwe stadhuis van Koksijde, en uiteraard wil Knokke niet vergeleken worden met zo’n boerenparochie, laat staan dat het gemeentebestuur wil vergaderen in zo’n oudmodische ruimte als deze:

20140320-100439.jpg

Neenee, baron Lippens waakt over het artistieke niveau van zijn exclusieve gemeente.
Hier ziet u hem met een van de grootste Vlaamse Hedendaagse kunstenaars, de geniale Panamarenko.
Hedendaagse kunst en nouveaux riches zijn immers twee handen op één buik.
A perfect match, zoals ze zeggen.

20140320-100846.jpg

Het ‘kunstwerk’ dat ingehuldigd werd toen dit ontroerende plaatje werd geschoten, bespaar ik u.
Té veel schoonheid is niet goed voor de mens.

De universiteit en de wetenschap

20140320-082614.jpg

De Katholieke Universiteit Leuven heeft woensdagavond de resultaten bekendgemaakt van een onderzoek naar de prestaties van de Belgische eersteklassers in de reguliere competitie.

Onderzoekers Jan Van Haaren, Tim Op De Beeck en Jesse Davis gebruikten gegevens van de statistiekenwebsite Soccerway.com om tot een aantal opvallende conclusies te komen.

Zo is leider Standard de minst dominant voetballende club van de top zes, en speelt Zulte Waregem het aanvallendste voetbal.
Standard maakt zijn lage dominantie dan weer goed met het feit dat het de meest doelgerichte club van onze competitie is.
Nog opvallend: OH Leuven en Bergen zijn doelgerichter dan Lokeren en KRC Genk.
AA Gent was de enige club die in de reguliere competitie geen enkele rechtstreekse rode kaart kreeg.
Op vlak van doelpogingen heeft Anderlecht doorgaans het grootste overwicht. AA Gent staat in dat opzicht op plaats twee, en blijft zo onder meer Standard, RC Genk en Lokeren voor. Play-off III-ploeg Bergen is hierin de opvallende nummer zes.

Wie zei daar ook alweer dat het niet goed ging met het wetenschappelijk onderzoek in België?

Een debuut

Ziezo, de spits is afgebeten!
Ik heb m’n eerste weekend als marktkramer achter de rug.
Al zou ik misschien beter zeggen in de rug, want ik voel me geradbraakt.
Als ik de hele dag zit te bloggen dan heb ik niet zoveel last van m’n rug, maar als ik moet sleuren met grote paraplu’s, met loodzware gewichten, met metalen tafels en ander gewichtig tuig, dan betaal ik dat cash en kan ik ’s avonds (letterlijk) niet meer uit de voeten.
Als dat niet betert, staat er mij een zwaar jaar te wachten en is het zelfs de vraag of ik het volhoud.
Onwillekeurig rijst de gedachte: was ik er maar 25 jaar geleden mee begonnen, toen ik nog niet wist wat een rug was!
Maar gedane zaken nemen geen keer.

Niet alleen was dit 25 jaar geleden (om tal van redenen) niet mogelijk geweest, maar ik beleef de hele zaak nu ook veel bewuster dan ik toen had gekund.
Als de struggle for life je opeist en je meegesleurd wordt door het ‘moeten’ van het leven, dan blijft er niet veel ruimte over voor reflectie en bewustzijn.
Wanneer je echter 60 wordt, kan je al eens naast je leven gaan staan en er met een geïnteresseerde blik naar kijken.
Als je dan tegelijk IN dat leven stapt, wordt het echt boeiend.

En dat is dus wat ik afgelopen weekend heb gedaan.

20140319-103422.jpg
(Mijn smartfoon wil geen foto’s meer nemen, dus moet ik het voorlopig doen met oude of geleende kiekjes)

Toen ik besloot om mijn kans te wagen op de ‘folkloremarkt’ in Brugge had ik er meer dan 15 jaar ‘buitenstaanderschap’ op zitten, jaren waarin ik vrijwel alleen geschreven en gereflecteerd had en waarin ik dus meer naast dan in het leven stond.
Hoog tijd dus om mijn kar te keren, en dus begon ik te schilderen.
In Brugge op de markt gaan staan, lag in het verlengde daarvan: ik baande me opnieuw een weg naar het leven.
Ik ervoer de omschakeling van denken naar doen als dermate bevrijdend dat het wat mij betreft afgelopen was met schrijven en reflecteren.
Ik had lang genoeg naast of buiten het leven gestaan.
Ik wilde er nu eindelijk eens in stappen.

Dat was echter zonder de waard gerekend.
De standplaatsvergunning liet zolang op zich wachten dat ik onverrichterzake weer terugkeerde naar het schrijven.
Ik ontdekte een nieuwe vorm – de blog – die me wonderwel lag.
Wat me na al die jaren zwoegen niet gelukt was, lukte nu opeens wel.
Het leven leek mij een les te leren: probeer niet te doen wat je niet kunt, maar leg je neer bij je beperkingen.
Wat had een autistisch mens als ik te zoeken op een drukke markt!
Hoe kwam ik ertoe zoiets te willen?

20140319-103833.jpg

Ik leek eindelijk een antwoord te krijgen op de vraag die ik lang geleden al eens aan mijn tekenleraar stelde.
Wat moet een mens doen, vroeg ik hem: zich beperken tot de dingen die hij kan, of proberen dingen te leren die hij (nog) niet kan?
Hij dacht daar, zeer tegen zijn gewoonte in, lang over na, en antwoordde toen: dat weet ik niet.
Ik vond dat toen een zeer bevredigend antwoord, want het erkende de ernst en de moeilijkheid van mijn vraag.

Ik beleefde die vraag toen als zeer persoonlijk en besefte niet dat ze eigenlijk de hele kunstwereld gold.
Daar heb je namelijk aan de ene kant de kunstenaars die op de klassieke manier blijven werken en dus doen wat ze kunnen.
Aan de andere kant heb je de kunstenaars die iets nieuws willen proberen en dus doen wat ze (nog) niet kunnen.
Maar allebei zijn ze op een dood spoor geraakt.
Allebei zijn ze aan een grens gekomen.
De ‘klassieken’ willen niet over die grens, en de ‘modernen’ kunnen er niet over.
En dus negeren ze allebei die grens.
Niemand stelt nog de vraag die ik als jongmens reeds stelde en die mijn leraar zo eerlijk was te beantwoorden met: ik weet het niet.

Mij is die vraag echter altijd blijven kwellen, en toen die marktvergunning er maar niet kwam en ik daardoor het blogmedium ontdekte, leek ik eindelijk een antwoord te krijgen: doe wat je (wel) kunt en hou op jezelf te kwellen met wat je zou willen kunnen.
Daarom was ik ook danig de kluts kwijt toen de brief-uit-Brugge in de bus viel.
Want de zaak lag weer helemaal open.
Het antwoord dat ik meende gekregen te hebben, was geen antwoord.

Eerst had ik het roer omgegooid omdat ik op een dood spoor zat.
Daarna moest ik het noodgedwongen opnieuw omgooien.
En nu moest ik ten derde male de andere richting uit?
Een mens zou van minder zeeziek worden.

20140319-114526.jpg

Het begon me langzaam te dagen dat ik wel degelijk een antwoord had gekregen, maar dat het complexer was dan ik vermoedde.
Het was niet of/of, het was en/en.
Ik moest het schrijven niet opgeven om te gaan schilderen, of omgekeerd.
Ik moest het allebei doen.
Dat was tenminste de ‘lering’ die ik uit die opeenvolgende (noodzakelijke) koerswijzigingen begon te trekken.
In theorie klonk die les heel simpel: zoek de gulden middenweg.
Maar in de praktijk was ze veel ingewikkelder.

Het kostte me om te beginnen ontzaglijk veel moeite om me los te rukken van m’n blog.
Het ging nu net zo goed!
Ik schoof het onvermijdelijke dus voor me uit tot ik wel in actie moést schieten.
Drie dagen voor de grote dag – 15 maart – stond ik nog vrijwel met lege handen.
De schilderijtjes had ik drie of vier jaar geleden al gemaakt, toen ik nog vol goede moed was.
De lijsten waren An en ik verleden week in Ikea gaan kopen.
Maar dat wás het: méér hadden we niet.

Wonderlijk genoeg kregen we in die drie resterende dagen alles voor mekaar, dat wil zeggen: genoeg om niet in affronten te vallen.
An ontfermde zich, als steeds, over de infrastructuur.
Ik hield me bezig met het inlijsten.
De klassieke stress en zenuwen bleven uit.
Ik had – zeer tegen mijn gewoonte in – zoiets van: we zien wel wat het wordt.
Ik had zelfs het – eveneens zeer ongebruikelijke – gevoel dat de wind in de goede richting zat, figuurlijk gesproken dan.
Dat gevoel werd zelfs niet verstoord toen ik zaterdag om 6 uur opstond en vaststelde dat … het regende.
Ik beschouwde het zelfs als een goed voorteken, want in het verleden bleken de vakanties die met regen begonnen altijd de beste te zijn.
We gingen wel niet met vakantie, maar we gingen toch richting kust uit.

20140319-104646.jpg

Met vereende krachten sleurden we alles in de auto, en om kwart voor acht zaten we op de autostrade en reden onder een grijze lucht naar Brugge.
De ruitenwissers deden tsjiep, tsjiep.
Het leek wel maart!
Maar we lieten deze eerste maartse bui van het jaar niet aan ons hart komen.
Als het bleef regenen, keerden we gewoon terug.

Na een rustige rit – weinig kustgangers te zien – bereikten we in alle vroegte en droogte het nog slapende Brugge.
Dat hadden we al ontelbare keren gedaan, maar nooit als zelfstandige ondernemers.
Het was een heel ander gevoel.

We begroetten de oude bekenden, voor het eerst als echte collega’s.
De voorbije jaren was ik een belangstellende buitenstaander geweest die zijn vrouw vergezelde, maar nu was ik one of the boys.
Althans in theorie, want of ik werkelijk ooit een marktmens zal worden, is zeer de vraag.
Mijn rug roept op dit moment in ieder geval heel luid van neen.

Het opstellen van de stand verliep vlot.
Groot is hij dan ook niet: één paraplu, drie tafels en een 15-tal tekeningen en schilderijtjes.
Ik ben van plan om hem nog uit te breiden met een afdeling prints, maar dat ben ik nog aan het uitzoeken.
Liefst van al hield ik het bij originelen, maar ik moet realistisch blijven.
Als ik voor mijn tekeningen en schilderijen prijzen vraag die het voor mij leefbaar maken, dan verkoop ik hoogstwaarschijnlijk niets.
Vraag ik prijzen die toeristen wél kunnen/willen betalen, dan houd ik het niet vol.
Ofwel werk ik me dan kapot en steven op een gigantische burn out af.
Ofwel ga ik lopende-band-werk maken, zoals zoveel kunstenaars die moeten leven van hun werk.
Het is een eeuwig dilemma, en prints kunnen een uitweg bieden.

20140319-104843.jpg

Maar voorlopig doe ik het dus met echte aquarellen en echte olieverfschilderijtjes, u weet wel, ambachtelijk vervaardigd op grootmoeders wijze.
Met de hand dus, zoals in de Middeleeuwen.
Aangezien ik op papier schilder, ook met olieverf (doek kan ik voorlopig niet betalen), was m’n grootste zorg de vochtigheid. Papier is daar heel gevoelig voor en begint meteen te ‘golven’, wat géén zicht is.
Maar ik kreeg af te rekenen met een andere vijand: het stof.

De Dijver – een soort Unter den Linden in hartje Brugge – krijgt jaarlijks zoveel toeristen te slikken, dat de lindenbomen eronder bezwijken. Men heeft de hele laan tussen de Rozenhoedkaai en het Gruuthuusemuseum dus opnieuw moeten aanleggen en daarbij is een soort zand gebruikt dat uitermate fijn stof produceert dat bij de minste wind in wolken opvliegt en alles – maar dan ook alles – met een dun laagje geel stof bedekt.

20140319-105709.jpg

Ik had An gevraagd of ze niet wat lichtere gewichten – de vierkante ijzeren blokken die een marktparaplu aan de grond moeten kluisteren en die bijna niet te tillen zijn – had kunnen kopen maar nu was ik blij dat ze zo zwaar waren. Want de wind rukte onophoudelijk aan de paraplu en zonder die gewichten was hij ongetwijfeld de lucht in gegaan.

Het was ook nog eens een gure wind, en ik werd meteen geconfronteerd met wat een markt tot markt maakt: het feit dat ze buiten plaatsvindt.
De hele dag, van ’s morgens 9 tot ’s avonds 6, zou ik buiten zijn, blootgesteld aan die gure wind die rukte aan alles wat los en vast zat.
Ik realiseerde me opeens hoe groot het verschil tussen buiten en binnen is.

We geven ons nauwelijks nog rekenschap van dat verschil, want het moderne leven speelt zich grotendeels binnen af.
Wie brengt vandaag zijn dagen nog buiten door?
Boeren, bouwvakkers, marktkramers en daklozen.
Dat zal het wel zo’n beetje zijn, vermoed ik.
De moderne mens is een binnenmens. Hij brengt zijn dagen door in binnenruimten die vaak hermetisch afgesloten zijn van de buitenwereld.
In die binnenruimten is het droog, er is geen wind en er is geen stof.

20140319-105902.jpg

Wie dat laatste betwist, moet maar eens een dagje op de Dijver komen staan.
Dan ondervind je pas wat stof is!
Na een uur waren al m’n lijsten bedekt met een dun laagje.
Ik zal niet zeggen dat je de schilderijtjes niet meer kon zien, maar ze waren toch behoorlijk schimmig geworden.
Ze zagen eruit alsof ze honderd jaar op een zolder hadden gelegen.
Om het uur moest ik voor poetsvrouw spelen.
Ik had de lijsten aan de achterkant zorgvuldig afgeplakt, maar het stof kroop er aan de voorkant in, tot onder het glas.
Ik zou dus alles weer uit elkaar moeten halen, schoonmaken, en niet alleen de lijst, maar ook het glas en de passe-partout moeten afplakken.
Allemaal zaken die ik niet zou hoeven te doen als ik binnen kon blijven.
Nee, tekeningen en schilderijen zijn niet gemaakt om buiten tentoongesteld te worden.
Maar aangezien alle binnenruimten ingepalmd zijn door de Hedendaagse Kunst blijft er voor de klassieke kunst alleen nog de straat over, letterlijk en figuurlijk.

En het betert er niet op.

Zo vernam ik dat de Vismarkt in Brugge binnenkort opgedoekt wordt.
Tijdelijk of permanent, dat was nog niet geweten.
Aangezien de Vismarkt (samen met de Handschoenmarkt) de enige plek in de stad is waar je tekeningen of schilderijen van Brugge kunt vinden (en het aanbod is dan nog zeer karig), zal mij dus de twijfelachtige eer te beurt vallen de Laatste der Mohikanen te worden.
Het zal dan wel niet lang duren voor de ‘hervormers’ hun oog ook op de Dijver laten vallen.

20140319-110545.jpg

In Brussel hebben ze alvast hard toegeslagen.
De (drukbezochte) toeristenmarkt is er grondig gezuiverd, niet van tekenaars en schilders, maar van … Vlamingen.
De Franstalige marktkramers hebben er zich aaneengesloten onder het motto ‘Flamands dehors’ en daarbij de steun van de stad Brussel gekregen.
De Vlaamse marktkramers verweerden zich tot voor de Raad van State, maar het mocht niet baten. Ze moesten eruit.
Een etnische zuivering dus, met medewerking van de stad Brussel, onder goedkeuring van de Belgische Staat en waarschijnlijk met instemming van Europa, want hé, die Vlamingen, zijn dat niet allemaal racisten, fascisten en nazi’s?
Ja, het leven op straat ziet er wel enigszins anders uit dan wat journalisten op hun comfortabele kantoor schrijven.

Maar er was ook goed nieuws.
Ik vernam dat het afschuwelijke Hedendaagse bouwsel op de Burg eindelijk verdwenen was.
Dat wilde ik met mijn eigen ogen zien.
Ik vroeg An om even de wacht over te nemen – stof afnemen zou ik zelf wel doen – en ging kijken.

Wat een verademing!

Het plein was opeens een stuk groter geworden.
Op de vrijgekomen ruimte had men grind gestrooid in afwachting van …
Het beste idee zou zijn om het standbeeld dat nu verderop onder de bomen staat, gewoon op te schuiven en er een paar banken rond te zetten.
Maar te vrezen valt dat men er een nieuw Hedendaags kunstwerk zal neerpoten.
Want nadat de Hedendaagse kunst de binnenruimte veroverd heeft, wil ze nu ook de buitenruimte veroveren, en wie zal haar tegenhouden!
De Gentse stadshal, het Justitiepaleis van Antwerpen, de oranje containers op de zeedijk in Oostende: je gelooft je ogen niet als je dat soort aanslagen op de openbare ruimte ziet, maar ze staan er en ze gaan niet weg.
Integendeel, ze vermenigvuldigen zich.

Het zou me verbazen als Brugge niet zou meedoen.
De stad lijdt nu al zo zwaar onder haar conservatieve imago en ze doet er alles aan om progressief en hedendaags uit de hoek te komen.
Dus is de kans reëel dat er op de Burg binnenkort een nieuw gedrocht verrijst.
En dat vroeg of laat ook de Dijver ‘gezuiverd’ wordt van oubolligheid.

20140319-110718.jpg

Ik maakte van de gelegenheid gebruik om eens een kijkje te gaan nemen in de nabijgelegen kunstgalerie, gespecialiseerd in 19de eeuwse schilderijen.
Sinds een paar jaar hebben ze – aan de overkant van de straat – ook een 20ste eeuwse afdeling en daar zag ik, tot mijn grote verbazing, een prachtig schilderij van Hubert Malfait.
Mijn verbazing gold niet alleen de kwaliteit van het schilderij, maar ook het feit dat het van de hand van Hubert Malfait was.
Ik hou namelijk helemaal niet van Malfait – what’s in a name!
Hij is zo’n typische vertegenwoordiger van het Vlaamse expressionisme en dat vind ik een zwaar geforceerde en programmatische kunstrichting.
Destijds was ze echter heel erg modern en dat sloeg aan op de internationale kunstbeurzen. Dus wat doe je dan als artiest? Je kiest eieren voor je geld en je wordt expressionist!
Wat ik hier zag hangen, was echter geen stereotiep boerentafereel met schonkige paarden en schonkige mensen en schonkige bomen, alles in donkere, bruine kleuren.
Nee, het was een vrolijk kusttafereel, waarschijnlijk ergens in Zuid-Frankrijk.
Was Malfait er ontdooid onder de Mediterrane zon, had hij zijn ‘programma’ en zijn kunstgalerie even vergeten, en was hij weer voor z’n plezier gaan schilderen?
Het resultaat was in ieder geval hartverwarmend.
Het was alsof er een zon scheen in het schilderij, en daarmee bedoel ik geen uiterlijke zon. Nee, door naar dit schilderij te kijken, realiseerde ik me opeens weer wat kunst is: het is een licht dat in de duisternis schijnt, dat je hart doet opspringen, dat je weer herinnert aan wie je bent en hoe de wereld kan zijn.

20140319-110905.jpg
(voor alle duidelijkheid: dit is niet het schilderij in kwestie)

Brugge is mooi, Brugge is prachtig, daarover kan geen discussie bestaan.
Maar Brugge is ook lelijk.
De geestelijke atmosfeer van deze stad is duister.
Bruges is nog altijd la morte.
De stad lijdt onder hetzelfde dilemma als de kunst.
Enerzijds is er de adembenemende schoonheid van het dode verleden.
Anderzijds is er de adembenemende lelijkheid van het levende heden.
En tussen die twee gaapt een diepe kloof.
In Brugge wordt die kloof aan het oog onttrokken door de dagelijkse kermisdrukte van de toeristen, maar daardoor verdwijnt ze niet, integendeel.

Daar werd ik aan herinnerd toen ik dat schilderij van Hubert Malfait zag.
Het vervulde mij met vreugde en moed.
Dat mensen zoiets kunnen: het blijft me verbazen en verrukken.
Maar tegelijk realiseerde ik mij hoe zeldzaam echte kunst is.
In heel Brugge – ik laat nu even de musea buiten beschouwing en beperk mij tot de publieke ruimte, de buitenruimte – is er momenteel waarschijnlijk maar één kunstwerk te zien dat licht brengt in de geestelijke duisternis van deze geldverslaafde stad: dit ene schilderij van Malfait.
Juist door die duisternis straalde dit schilderij als een zon.
Maar het stralen van die zon maakte me ook weer bewust van de duisternis die in Brugge heerst.
Het herinnerde mij eraan hoezeer de schoonheid van Brugge schijn is, hoe ze in geen enkel verband staat met het heden, en hoe geestdodend die kloof tussen verleden en heden is.

20140319-111130.jpg

Al die duizenden toeristen lopen dagelijks in die geestdodende leegte rond.
Ze snakken eigenlijk naar kunst, maar ze beseffen het niet.
Ze komen af op de dode schoonheid van Brugge en realiseren zich niet dat ze levende schoonheid zoeken.

Ik maakte me geen illusies: ik zou niet in staat zijn daar iets aan te veranderen.
Maar ik kon het wel proberen.
Point n’est besoin d’espérer pour entreprendre
Ik kon me alvast verzetten tegen de zuigende leegte van die kloof, de leegte waaraan ook de folkloremarkt op de Dijver ten prooi viel doordat steeds meer marktkramers hun toevlucht namen tot prullaria made in China.

Zeker, ik wilde ook geld verdienen, anders zou ik hier niet op straat, in de wind, de kou en het stof gaan staan.
Maar dat geld diende in de eerste plaats om te kunnen schilderen en daar vreugde aan te beleven.
Die vreugde wilde ik ook aan het marktleven beleven, anders hield ik het nooit vol.
En ik beleef er geen vreugde aan om toeristen te belazeren met waardeloze prullen, die ze toch alleen maar uit verveling kopen, om de leegte in hun ziel te vullen.

Dat was de opgave waarvoor ik stond: ik wilde vreugde scheppen, in de eerste plaats voor mezelf, maar ook voor anderen.
Het is trouwens de vraag of je die twee wel van elkaar los kunt zien.
Dat ondervond ik alvast toen ik terugkeerde van mijn uitstapje naar de Burg: ik had nog niks verkocht.
Blijkbaar schiep ik niet genoeg vreugde bij de toeristen, want ze haalden hun portemonnee niet boven.

20140319-111242.jpg

De dag vorderde. Nu en dan bleven er mensen staan om te kijken.
Een enkele keer zei iemand dat het mooi was.
Ik antwoordde beleefd: dank u, of thank you of merci bien, al naargelang.
Maar daar bleef het bij.
Ik had niet verwacht al meteen iets te zullen verkopen, maar een hele dag werkloos in de kou zitten en zien hoe je collega’s vrolijk inpakken en afrekenen, dat kruipt toch niet in je koude kleren.
Nee, dan begin je te piekeren.
Wat doe ik verkeerd?
Moet ik het anders aanpakken?
Zijn m’n prijzen te hoog?
Moet ik uitleg geven?
Waar ben ik aan begonnen?
Enzovoort.
Ik zag het al gebeuren dat ik hier twee dagen voor niks zou zitten, en dat ik in plaats van geld te verdienen, geld zou verspelen.
Daar wordt een mens natuurlijk niet vrolijk van.

Maar toen verscheen een reddende engel in de persoon van een sympathieke jongeman uit Londen.
Ik wil graag dit schilderijtje meenemen, zei hij.
Ik kon het nauwelijks geloven: m’n eerste klant!
Ik verwittigde hem dat het inpakken wel een tijdje kon duren, want dat het mijn vuurdoop was.
No problem, zei hij lachend.
Het is niet eenvoudig om bubbeltjesplastic onder controle te krijgen als de wind ermee wil spelen, maar met veel tape en goede wil bracht ik m’n inpak-performance tot een bevredigend einde.

20140319-111448.jpg

Ziezo, mijn dag was op de valreep gered!
M’n levensgeesten keerden weer.
Dat was wel nodig, want er moest nog opgekraamd worden en we hadden nog een uur autostrade voor de boeg.
Gelukkig was er geen file. Niemand had het in zijn hoofd gehaald om op zo’n gure dag naar zee te gaan.
Toen ik in Destelbergen uit de auto stapte, dacht ik: o jee, ik haal de voordeur niet!
M’n rug voelde aan alsof hij van verroest metaal was gemaakt.
Maar met veel gekreun en tandengeknars lukte het toch.
We aten wat, we keken wat naar Sipowicz en co, ik smeerde m’n rug in met arnica en ik kroop in bed.
Ik was halfweg.

De volgende ochtend was m’n rug een stuk beter.
Net als het weer.
Zaterdag en zondag: saturnus en de zon deden hun naam eer aan.

20140319-111552.jpg

Er stond nog wel een frisse wind en het stof vloog alweer vrolijk rond op de Dijver, maar de zon maakte veel goed.
Ja, onder zo’n blauwe lucht valt het marktbestaan best te pruimen.
Er was véél volk en de mensen zagen er opgewekt uit.
Tegen de middag had ik al een (klein) schilderijtje verkocht.
Dat ging de goede richting uit.
Maar als er één ding is wat je op een markt niet kunt doen, dan is het wel: voorspellen.
Er valt gewoon geen staat te maken op het koopgedrag van toeristen.
Je zou denken: gisteren was het te guur om aandachtig te kijken naar schilderijen en vandaag is het zalig lenteweer, DUS zal ik vandaag beter verkopen dan gisteren.
Maar nee, het was precies andersom.
Ik verkocht van de hele dag niks meer.
Afstoffen en duimen draaien, meer had ik niet te doen.

Maar ik beklaagde me niet.
Al bij al was m’n eerste weekend als marktkramer best meegevallen.
Voor hetzelfde geld had ik helemaal niks verkocht.

De volgende dag was ik blij weer op m’n gemak te kunnen bloggen, reflecteren, herkauwen, verteren.
Maar het wilde niet vlotten.
Ik had dat ergens wel verwacht.
Het kost me altijd al enorm veel moeite om over te schakelen van schrijven naar schilderen, dat wil zeggen van denken naar doen.
Maar van schrijven naar marktkramen, dat is een nog veel grotere stap.
Hoe ik die zal verteren, zal nog moeten blijken.

20140319-112404.jpg

Bach

20140317-231935.jpg

Mijn favoriete klassieke muziek is de pianomuziek van Bach.
Ik kan nog altijd niet geloven dat iemand die muziek daadwerkelijk geschreven heeft.
Van alle andere muziek kun je horen waaruit ze ontstaan is.
Mozart bijvoorbeeld is niet denkbaar zonder Haydn en Beethoven niet zonder Mozart.
Maar Bach?
Waar komt die vandaan?
Opeens is hij daar, hoog boven alles en iedereen uittorenend.
Als uit een andere wereld komend.
Ik kan daar maar één woord voor bedenken: goddelijk.
En toch is hij zo menselijk, zo kinderlijk speels.
Het is gewoon niet te begrijpen.

Handenarbeid

De inzichten die ik vandaag met volle verantwoordelijkheid voor de wereld vertegenwoordig, zou ik niet gekregen hebben, als ik uitsluitend met het hoofd gewerkt zou hebben, als ik niet mijn hele leven zou hebben moeten doen wat men gewoonlijk handenarbeid noemt. Want dit heeft immers ook een bepaalde werking op de mens. Wat alleen het zogenaamde hoofdwerk is, wat alleen het intellect in beslag neemt, dat reikt niet tot de geest.

(Rudolf Steiner)

GA 333 – Stuttgart, 19 december 1919

20140317-202728.jpg

Ik dacht: laat ik, na mijn switch van denken naar doen dit weekend, eens kijken of er niks toepasselijks staat op de Grote Rudolf Steiner Citatensite.
En jawel hoor.
Wat de praktijk geestelijker maakt dan de theorie – en wat is praktischer dan handenarbeid? – is haar complexiteit.
Hoe ingewikkeld een theorie ook moge zijn, naast de praktijk lijkt ze simplistisch.
Met de praktijk nemen we deel aan het fysieke, materiële leven, dat in feite niks anders is dan een bijzonder sterke verdichting van geest.
Als we handenarbeid verrichten, zijn we geestelijk veel actiever dan wanneer we hoofdarbeid verrichten.
Maar het is wél een onbewuste activiteit, want in de wil slapen we.
In het denken zijn we het wakkerst, maar staan we tegelijk ook het verst van de geest af.
Geen groter materialisten dan de moderne intellectuelen, die van kindsbeen af niets anders doen dan met hun hoofd bezig zijn en hun handen zelfs niet meer gebruiken om te schrijven.
Geen intensere handenarbeid dan de artistieke arbeid.
Daarom associeert Rudolf Steiner de – zeer manuele – schilderkunst met de Serafijnen, de hoogste geestelijke hiërarchieën.
Doorgaans wordt de muziek als de hoogste van alle kunsten beschouwd omdat ze de meest geestelijke is. Maar dat is ze dus niet. De beeldende kunsten zijn de meest geestelijke, juist omdat ze zo materieel zijn en de meest complexe handenarbeid vergen.
Het is beslist geen toeval dat met name de beeldende kunsten vandaag zo’n groot ‘geestelijk aureool’ hebben en doorgaan voor de spirituele avant-garde.
Maar het is evenmin een toeval dat juist de beeldende kunsten zo diep gevallen zijn, dieper dan gelijk welke andere kunst.
Immers, wie het hoogst reikt, kan het diepst vallen.

20140317-230109.jpg