Goede Vrijdag

door lievendebrouwere

Vandaag is het Goede Vrijdag, en dat is best een vreemde naam voor een dag waarop de gruwelijke terechtstelling wordt herdacht van een volmaakt onschuldig mens.
Veel juister zou zijn om van Slechte Vrijdag te spreken, want op deze noodlotsdag, tweeduizend jaar geleden, concentreerde alles wat slecht is zich op één enkel mens.
Het was de hoogdag der Slechtheid, de slechtste aller vrijdagen.
En toch wordt hij Goede Vrijdag genoemd.
Waarom?

20140418-125642.jpg

Een modern antwoord is natuurlijk dat het hele christendom geschift is en dat die religieuzen niet goed bij hun hoofd zijn.
Maar aangezien onze moderne cultuur zonder het christendom niet denkbaar is, klinkt zo’n antwoord tamelijk … geschift.
Alles waar we vandaag zoveel waarde aan hechten – vrijheid, gelijkheid, solidariteit, verdraagzaamheid, mensenrechten, enzovoort – is in wezen christelijk.
Het is dus onzin om te zeggen dat dat de grondleggers van het christendom halve garen waren.
Als ze de dag van de vernederende terechtstelling van Christus goed noemen, dan moet dat een diepe betekenis hebben.

Die betekenis moet natuurlijk gezocht worden in de zondag die volgt op Goede Vrijdag, want dan wordt de Verrijzenis van Christus herdacht, het centrale mysterie van het christendom.
Qua onzin klopt Pasen de naamgeving van Goede Vrijdag met grote voorsprong.
Een dode mens die weer levend wordt?
Dát is pas geschift!
Eigenlijk zou Pasen in naam van de mensenrechten verboden moeten worden.
Eerst wordt een marteldood ‘goed’ genoemd en vervolgens wordt beweerd dat hij tot het eeuwige leven leidt: zoiets zou vandaag kunnen doorgaan voor ‘aanzetten tot terrorisme’.
Moderne christelijke priesters en geestelijken haasten zich dan ook om het sterven en verrijzen van Christus een mythe te noemen, een symbool.
Het moet vooral niet letterlijk worden genomen.
Het wil alleen maar zeggen, zo las ik onlangs nog, dat we ‘altijd opnieuw kunnen beginnen’.

En met dit soort halfzachtheden zou het christendom de wereld veroverd hebben?
Ja, ook moderne mensen geloven in sprookjes.

20140418-124954.jpg

Het is goed eraan te denken dat het christendom zijn plaats in de wereld op volkomen geweldloze wijze veroverd heeft.
Pas in de 4de eeuw werd ze staatsgodsdienst en vermengde ze zich met het allesbehalve Romeinse Rijk.
Maar dat gebeurde pas nadat het christendom incontournable was geworden en qua levenskracht de oude ‘heidense’ godsdiensten overtrof.
Die levenskracht was merkwaardig genoeg geheel en al gebaseerd op één enkele overtuiging: dat Christus was verrezen.

Het christendom heeft zich tijdens de eerste eeuwen van haar bestaan verspreid door het verkondigen van de ‘blijde boodschap’: de heer is waarlijk opgestaan!
De evangelies waren nog niet geschreven, een theologie bestond nog niet, een georganiseerde kerk evenmin. Er waren alleen alleen mensen wier hart vervuld was van het grote wonder: Christus was verrezen.
Meer stelde het christendom in die tijd niet voor: een verzameling mensen die aan iedereen die het wilde horen, verkondigden dat Christus uit de doden was opgestaan.
Meer was er niet nodig om de wereld – geweldloos – te veroveren: een gerucht.
Zeg, heb je ’t al gehoord? Hij is verrezen!

Moderne atheïsten stellen het natuurlijk zo voor als waren Paulus en co gehaaide figuren die een manier hadden gevonden om mensen in hun macht te krijgen.
Zo’n stelling is alleen houdbaar als de mensen in die tijd on-voor-stel-baar dom waren.
Iemand vertelde hen ‘Christus is verrezen’ en hop, ze geloofden het.
Ze geloofden het zo zeer dat zelfs de zwaarste martelingen hen niet meer op andere gedachten konden brengen.
Hoe dom kan een mens zijn!
Tenminste, dat geloven de moderne atheïsten.

20140418-125056.jpg

De vraag is natuurlijk welk ‘geloof’ het zwaarst weegt: het geloof van christenen die bereid zijn de marteldood te sterven, of het geloof van moderne atheïsten die denken dat mensen zoiets uit domheid doen.
Eén ding is zeker: moderne atheïsten zijn nergens voor bereid te sterven. Als een moslim wat grimmig kijkt, slaan ze meteen aan het relativeren.
Nee, het geloof van de christenen uit de eerste eeuwen was van een heel ander gehalte.
Het was een geloof dat sterker was dan de dood.

Dat doet de vraag rijzen: hoe kan een dergelijk onverwoestbaar geloof ontstaan, louter door het vernemen van de boodschap ‘de Heer is verrezen’?

Daar kan volgens mij maar één verklaring voor zijn: die boodschap was de bevestiging van iets wat reeds in de harten van de mensen uit die tijd leefde.
Anders gezegd: de boodschap werd verwacht.
Hij was het antwoord op een intens beleefde vraag.
En het feit dat dit antwoord zo hevig werd bestreden door de machthebbers, wijst erop dat ook bij hen die vraag leefde, anders zouden ze niet zo bang geweest zijn voor het christelijke antwoord.
Welke vraag zou dat kunnen geweest zijn?

Ik denk dat het de vraag was: hoe moet het nu verder?
Het Romeinse Rijk beheerste een groot deel van de toen bekende wereld, maar het was innerlijk leeg geworden. De oude godsdiensten hadden hun bezieling verloren, de keizers waren krankzinnig geworden, de dekadentie greep om zich heen, de barbaren drongen op.
Er was een grens bereikt, en men wist dat er iets moest gebeuren.
Maar wat?
De christelijke boodschap leek een antwoord te zijn dat intuïtief aansloeg bij veel mensen, maar het was niet de boodschap die de machthebbers wilden horen.
Daarom probeerden ze hem het zwijgen op te leggen, en toen dat niet lukte, maakten ze een deal onder het motto if you can’t beat them, join them.
Ze maakten het christendom tot hun staatsgodsdienst en de rest is geschiedenis.

20140418-125144.jpg

Op een vreemde manier komt het allemaal bekend voor.
Leven we vandaag niet opnieuw in een tijd die aan een grens gekomen is en niet weet hoe het verder moet?
Leeft er op de bodem van de moderne ziel geen diepe radeloosheid?
Is het verlangen naar een ‘blijde boodschap’ niet veel groter dan we zelf beseffen?
We worden dagelijks gebombardeerd met onheilsberichten: natuurrampen, economische rampen, financiële rampen, sociale rampen, ziekten en epidemieën, er komt geen eind aan.
Iedere ramp afzonderlijk doet ons hart in elkaar krimpen, en als we ze allemaal bij elkaar optellen, staat ons verstand stil.
We zijn eigenlijk niet langer in staat om de werkelijkheid onder ogen te zien.
En dus sluiten we ze, steeds meer, zonder het te beseffen.
Maar zonder dat we het beseffen, groeit in ons ook steeds meer een enorm, wanhopig verlangen naar een ‘blijde boodschap’.

Volgens Rudolf Steiner beleven we vandaag de ‘wederkomst van Christus’.
Ik denk dat we daar mogen uit afleiden dat de geschiedenis van tweeduizend jaar geleden zich herhaalt.
Opnieuw is er dat diepe en grotendeels onbewuste verlangen naar een ‘blijde boodschap’, als gevolg van een wereld die aan een grens is gekomen en niet weet hoe het verder moet.
Opnieuw is er de mogelijkheid dat die blijde boodschap in mensen een zo diep geloof wekt dat ze bereid zijn voor hun overtuiging te sterven en op die manier de wereld te veroveren.
Helaas zien we dat die boodschap vandaag niet door christenen wordt verspreid en al evenmin op een geweldloze manier.
Nee, het is echt geen Goede Vrijdag die we beleven.
Het is de herhaling – op grote schaal – van wat tweeduizend jaar in Palestina gebeurde: het wezen van de mens wordt triomfantelijk aan het kruis genageld, gefolterd en ter dood gebracht.

Er waren – afgezien van de triomfators – destijds maar weinig mensen die in staat waren deze gruwelijke terechtstelling van ‘de mens’ onder ogen te zien.
Vandaag is het niet anders.
Er is geen groter nood dan de nood aan mensen die in staat zijn doorheen de Slechte Vrijdag de Goede Vrijdag te zien.
Ik vraag me soms af of die mensen bestaan.
Op een dag als vandaag zou ik er heel graag een willen ontmoeten.

20140418-125710.jpg

Advertenties