Wat is kunst? (1)

door lievendebrouwere

Het is alweer een hele tijd geleden dat ik een voordracht bijwoonde van een vooraanstaand kunsttheoreticus, professor Willem Elias.
Ik herinner er mij dan ook niks meer van behalve zijn definitie van kunst.
Kunst, zei hij, is wat gemaakt wordt door iemand die van zichzelf zegt dat hij een kunstenaar is.
Ik dacht eerst dat hij een grapje maakte, maar hij was bloedernstig.
Later zou ik begrijpen dat dit inderdaad het hedendaagse criterium voor kunst is.

20140429-152113.jpg

Het werd honderd jaar geleden reeds ingesteld door Marcel Duchamp.
Op een dag kreeg hij de opdracht om voor een tentoonstelling een zelfportret te maken.
Hij schreef een briefje waarop stond: ‘dit is een zelfportret omdat ik het zeg.’
De galeriehouder lijstte het briefje keurig in en stelde het tentoon.
Toen Duchamp na afloop van de tentoonstelling betaald wilde worden, zond de galeriehouder hem een telegram met de woorden: ‘dit is een check van 1000 dollar omdat ik het zeg.’
De anekdote vertelt niet hoe Duchamp daarop reageerde, maar ‘omdat ik het zeg’ is sindsdien de kern van het kunstbedrijf geworden.
Iets is kunst omdat iemand dat zegt.
Iederéén kan natuurlijk zeggen dat iets kunst is (of dat hij kunstenaar is), maar niet iedereen wordt geloofd.
Kunstenaar ben je dus als je geloofd wordt.
Daar komt het uiteindelijk op neer.

Niet voor niets spreekt men vandaag van een kunstkerk.
De hedendaagse kunstwereld is een geloofsgemeenschap, een gemeenschap van mensen die geloven.
En hun geloof wordt belichaamd door het hoofd van de kerk: de kunstpaus.
Hij is degene die bepaalt wat (of wie) geloofd moet worden, en aan zijn woord wordt niet getwijfeld.
Waarop baseert zo’n kunstpaus zijn onfeilbare oordeel?
Naar eigen zeggen doet hij dat op de kwaliteit van het werk van een kunstenaar.
Maar niet alleen is dat in tegenspraak met het algemene criterium dat in de hedendaagse kunst gehanteerd wordt, de kwaliteit in kwestie kan ook niet door de gelovigen worden waargenomen of gecontroleerd.

20140429-152405.jpg

Wat vandaag kunst is, wordt dus bepaald door een blind geloof in de kunstenaar.
Die kunstenaar ontleent zijn gezag niet aan zijn werk maar aan zijn plaats in de ‘kerkelijke hiërarchie’, een plaats die hem wordt toegekend door de kunstpaus.
Maar deze kunstpaus heeft niet het laatste woord.
Hij is uiteindelijk slechts de spreekbuis van de kunsthandel. En in die kunsthandel zijn het enkele grote internationale spelers die wereldwijd bepalen wat vandaag kunst is en wat niet.
Hoe doen ze dat?
Hoe ontstaat de inhoud van het blinde geloof dat in de ‘hogere kringen’ het geloof in de paus van Rome heeft vervangen?

Ik hoor het mijn oude tekenleraar nog zeggen: ‘Er zijn drie zaken waarmee je vandaag op korte tijd heel veel geld kunt verdienen: sex, drugs en kunst. De eerste twee zijn in handen van de georganiseerde misdaad. Waarom zou de laatste dat dan ook niet zijn?’
Wat vandaag doorgaat voor kunst wordt bepaald door een kleine elite van puissant rijke mensen. En was het niet Balzac die zei dat ieder fortuin berust op een misdaad?
Het is sowieso misdadig om zo buitensporig rijk te zijn, en dus mag er, om het zacht uit te drukken, getwijfeld worden aan het morele gehalte van deze kringen.

Veel moderne, progressieve en kritische mensen keren zich vandaag tegen de katholieke kerk. Ze beschuldigen de paus van Rome ervan een misdadiger te zijn, en noemen religie de bron van alle kwaad in de wereld. Religieuzen zijn in hun ogen niets anders dan lieden die de bevolking door middel van verzinsels in hun macht houden.
Daar zijn ze heilig (sic) van overtuigd en ze baseren zich daarvoor op de wetenschap en het zelfstandig oordeelsvermogen van de mens.
Maar diezelfde moderne, progressieve en kritische mensen die zo fanatiek tegen kerk en geloof zijn, zijn even fanatieke voorstanders van de kunstkerk en het kunstgeloof.
Niet alleen zien zij geen graten in een machtige ‘curie’ die wereldwijd bepaalt wat of wie er in de kunst moet geloofd worden, zij identificeren er zich zelfs mee. Buiten de kunstkerk is er in hun ogen geen heil: ofwel behoor je tot die kerk ofwel dwaal je in duisternis.

20140429-152618.jpg

Het is alsof de intellectuele elite, die van oudsher sterk gelieerd was met de kerk, zich opeens realiseert dat ze de geestelijke, religieuze grond onder de voeten verloren heeft en zich instinctief vastklampt aan een nieuwe kerk, die als twee druppels water op de oude lijkt.
Kunst is voor de moderne intelligentsia inderdaad een religie, een blind geloof.
Er valt niet redelijk over te praten, integendeel, als het over kunst gaat moet alle gezond verstand overboord worden gegooid. De meest buitenissige zaken – waarmee vergeleken de dogma’s van het oude geloof de redelijkheid zelve lijken – moeten voetstoots worden aanvaard op straffe van niet langer tot de geloofsgemeenschap te behoren.
Vragen mogen niet meer worden gesteld.

Dat geldt heel in het bijzonder voor die ene cruciale vraag: wat is kunst?
Alleen al het stellen van die vraag impliceert dat het rationele denkvermogen van de mens in staat is daarop een antwoord te vinden.
Maar dat is – in de hedendaagse opvatting – niet het geval.
De mens kan op eigen kracht geen antwoord vinden op die vraag.
Dat antwoord moet hem door middel van openbaring worden meegedeeld.
En wel door een kleine elite van uitverkorenen die in staat zijn de stem der goden te vernemen.

Men kan zich nu de vraag stellen wat voor soort ‘goden’ het zijn die zich richten tot de superrijken van deze wereld, tot de machtige internationale kunsthandelaars en hun selecte publiek.
Welke openbaring is het die alleen ten deel valt aan wat in feite criminelen zijn?
Eén ding is zeker: het is een buitengewoon krachtige openbaring, want ze is in staat het oordeelsvermogen van zowat de gehele hedendaagse intelligentsia lam te leggen en kritische denkers te veranderen in blinde gelovigen.
Iedereen kan dat voor zichzelf verifiëren: dit blinde geloof is vandaag algemeen onder intellectuelen.
Nergens is ook maar één woord van kritiek te horen.
Zelfs niet in de antroposofische wereld…

20140429-152732.jpg

Langzaam maar zeker wordt dit geloof vanzelfsprekend.
Er wordt niet meer over nagedacht.
Het wordt tot een tweede natuur, die felle verontwaardiging wekt als ertegenin wordt gegaan.
Deze ‘nieuwe natuur’ verspreidt zich in steeds bredere lagen van de bevolking, want iedereen wil erbij horen, niemand wil uit de ‘gemeenschap der weldenkenden’ gesloten worden, want it’s cold out there.
Dat dit verschijnsel zich niet alleen in de kunstwereld voordoet, is duidelijk.
Wat in de kunst gaande is, is ook in de werkelijkheid gaande.
De grens tussen beide is zeer smal geworden.

Dat alles maakt van de ‘nieuwe openbaring’ het meest verontrustende fenomeen van onze tijd, want wat vermag de mens tegen de problemen die hem bedreigen – en het zijn géén geringe problemen – als hij zijn gezond verstand verliest, als hij niet zelfstandig meer kan oordelen, als hij verandert in een blinde gelovige?
Het wordt met de dag duidelijker wat er gebeurt als we geloof hechten aan de ‘hogere’ kringen, aan politici, machthebbers, deskundigen, enzovoort.
We leveren ons dan over aan criminelen die maar één doel voor ogen hebben: hun macht en rijkdom vergroten.
Ze wenden alle middelen aan om de mens tot hun slaaf te maken.
En één van die middelen is de kunst.
Ja, er is zelfs veel voor te zeggen dat kunst hét verslavingsmiddel bij uitstek is, want de moderne, kritisch denkende mens tot een slaaf maken zonder dat hij het beseft, dat is niets minder dan een kunststuk.

20140429-153544.jpg

Ik maak me dan ook sterk dat de kunst het oefengebied is waarop de ‘nieuwe elite’ haar openbaring uitgeprobeerd heeft.
En het moet gezegd: met overweldigend succes.
Maar het was niet zomaar een experiment.
Deel van de openbaring die kleine maar machtige kringen ten deel viel, was een diep inzicht in de relatie tussen kunst en werkelijkheid.
De geest die deze ‘uitverkorenen’ inspireerde, wist wat Oscar Wilde ooit in een boutade uitsprak: de werkelijkheid bootst de kunst na.
Wie de kunst in zijn macht krijgt, die krijgt de hele wereld in zijn macht.
Want de mens is in zijn diepste wezen een kunstenaar.
De Hedendaagse Geest heeft dus een diep inzicht in het wezen van de mens, veel dieper dan de mens zelf.

Daar ligt ook de reden waarom we niet tegen hem opgewassen zijn: hij kent ons veel beter dan we onszelf kennen.
Maar daar ligt tevens de mogelijkheid om ons te verzetten tegen zijn invloed.
Door zijn werkwijze te bestuderen, kunnen we hem zijn inzichten in de mens ontfutselen. We kunnen onszelf beter leren kennen en die zelfkennis tot ons schild maken.
Ja maar, hoor ik antroposofen zeggen: we hebben die inzichten al, dankzij de antroposofie!
Dat is zeker zo, maar we vergeten al te gemakkelijk dat het abstracte inzichten zijn, geen levende inzichten. Voor Rudolf Steiner waren ze dat natuurlijk wel, maar voor ons zijn ze dat niet, of toch niet in voldoende mate, anders zouden antroposofen de Hedendaagse Kunst niet even kritiekloos omarmen als iedereen.

20140429-154126.jpg

Juist aan onze houding tegenover kunst kunnen we aflezen in hoeverre de inzichten van de antroposofie in ons tot een reële kracht zijn geworden en in hoeverre ze een blind geloof zijn gebleven waaraan we ons overgeven om erbij te horen, om niet in de kou te blijven staan.
Zijn we bereid om rationeel na te denken over de kunst van onze tijd?
Durven we de vragen stellen die in ons hart opkomen?
Of laten we ons de mond snoeren door pausen en andere kunstclerici die zich beroepen op een openbaring?
That is the question.

Als ik alles eens grondig naga, dan komt het mij voor dat er vandaag geen belangrijker vraag bestaat dan de vraag: ‘wat is kunst?’
Juist omdat kunst en werkelijkheid elkaar zeer dicht genaderd zijn, grenst zij zeer nauw aan de vraag: ‘wat is waarheid?’
Beide vragen zijn in feite vragen naar het wezen van de mens.
Het zijn ook heel confronterende vragen, tenminste wanneer we ze concreet stellen en niet á la Pontius Pilatus.
We moeten ons dus niet in theorie afvragen ‘wat is kunst?’ of ‘wat is waarheid?’
We moeten vragen: ‘is dit kunst?’ of ‘is dit waarheid?’

Niet toevallig is dat de vraag die de hele hedendaagse kunst in ons hart doet oprijzen.
Pispotten, kakmachines, kartonnen dozen: is dit werkelijk kunst?
Degenen die dit kunst noemen, spreken zij de waarheid?
Maar we stellen de vraag niet.
Want het hoort niet.
Als modern, ontwikkeld en derhalve kunstminnend mens worden we verondersteld te zwijgen, het hoofd te buigen en te … geloven.
Aan de buitenkant zijn we misschien wel wakker, kritisch en zelfstandig, maar in ons hart zijn we nog kinderen: we geloven alles wat ons verteld wordt.
Dat kind-in-ons wordt op een schandalige manier misbruikt door zowel de oude als de nieuwe clerus.
En de wakkere, kritische volwassene-in-ons doet niets om dat kind te beschermen.
Het geeft dat kind geen stem zodat het de verlossende vraag kan stellen, de Parsifalvraag van onze tijd: wat is kunst?

20140429-155655.jpg

Advertenties