Vijgen na Pasen

De wereld als een kunstwerk zien

Maand: juni, 2014

Walter doet het weer

Het hoeft niet altijd stampen en bijten te zijn.
Het WK kan ook op een andere manier gespeeld worden.
En wel zo:

20140626-123215.jpg

Hieronder ziet u Walter Van Beirendonck, de coach van de Rode Duivels, net terug van een trip door de ruimte.

20140626-123356.jpg

Advertenties

De andere nationale ploeg

In de media klonken de Franstalige beschuldigingen aan het adres van de informateur, oh zo vertrouwd. De Franstalige partijen vertrouwen Bart De Wever niet. En dus zal het zijn schuld zijn wanneer zijn informatieopdracht mislukt.

Wij zijn blijkbaar zo verdoofd door die permanente beschuldigingen dat ook de Nederlandstalige media ze als waarheid publiceren. Zonder een woord van kritiek, zonder dat iemand zich afvraagt of de Franstaligen wel te vertrouwen zijn. Hoog tijd dat de Vlaamse media op hun strepen gaan staan en de Franstaligen wijzen op hun totaal gebrek aan politieke solidariteit.

20140625-084455.jpg

In De Standaard van 16 november 2007 schoot barones en columniste Mia Doornaert in een ‘Franse coleire’.
Ze schreef: ‘En wat ik spuugzat ben – ras-le-bol – zijn de voortdurende Franstalige beschuldigingen, die overigens niet beperkt blijven tot de PS, over het zogenaamde imperialisme van de Vlamingen. Bij mijn weten zijn het niet de Vlamingen die de taalgrens voortdurend negeren en aanvechten. … Het stoort me telkens weer hoe ze, als in veroverd terrein, winkels binnenkomen en in het Frans beginnen, zonder zelfs de elementaire beleefdheid om ten minste te vragen ‘spreekt u Frans’? En voor we het weten, is er een beduidende Franstalige ‘minderheid’ die faciliteiten en later aansluiting bij Brussel gaat eisen. En die dan de Vlamingen voor imperialisten of fascisten zal uitmaken als zij respect voor de taalgrens vragen’.

We zijn ondertussen zeven jaar verder en aan de beschuldigingen is er nog altijd geen einde gekomen. Ondanks de zo gezegde splitsing van BHV blijft Franstalig Brussel onverdroten een imperialistische politiek volgen: via de ‘metropolitane gemeenschap’ en expansieplannen op de Heizelvlakte die gedeeltelijk in Vlaanderen ligt. Dank zij de zesde staatshervorming worden de Brusselse Vlamingen nog meer geminoriseerd.

20140625-084545.jpg

Hoever staan we met de regeringsvorming?
Aan het begin van een lange lijdensweg als we de PS-kopstukken Di Rupo en Magnette mogen geloven. Nadat ze beslisten om met CDH een Waalse en Brusselse regering te vormen – wat hun goed recht is – willen ze nu de federale onderhandelingen saboteren. Pure arrogantie, niet vanuit de onderbuik zoals de flamboyante Magnette soms doet denken, maar gesteund door een ondemocratische machtsverdeling in het parlement en gevoed door een ervaren denktank die gewoon is om de lakens uit te delen. Zijn we het vergeten dat diezelfde Magnette eind 2013 in Charleroi zijn militanten duidelijk maakte waarvoor hij staat: ‘Deze fascisten uit het Noorden denken dat ze het recht hebben om ons te controleren omdat ze ons steunen. De dwazen (imbéciles) hebben geluk dat we de belastingen niet alleen in het Noorden kunnen verhogen’.

Magnette vergiste zich.
Di Rupo I bewees dat het wel mogelijk is om pestbelastingen op te leggen die (hoofdzakelijk) de Vlamingen treffen. Daar was Didier Reynders zelfs fier op. Arme Gwendolyn Rutten (voorzitter Open VLD) wiens partij dit PS systeem zo genegen is.

Wie denkt dat onze solidariteit geapprecieerd wordt dwaalt. Ook Onckelinx maakte duidelijk waarvoor haar partij staat (januari 2014 in Schaarbeek voor de eigen achterban): ‘ons enig doel moet zijn om de Vlaamse koe gedurende nog een tiental jaren uit te melken.’

20140625-084632.jpg

Wanneer men hoort welke veto’s zowel MR (geen communautair luik) en CDH (geen omslag inzake index en beperking in de werkloosheid) stellen, dan kan men slechts één zaak vaststellen: ALLE Franstalige partijen bewijzen dat ze helemaal geen rekening willen houden met de verkiezingsuitslag in Vlaanderen.
Dit ontstellend gebrek aan politieke solidariteit, Franstalige veto’s en grendels terwijl alle Vlaamse eisen van tafel geveegd worden als ‘inacceptable’, is aanstootgevend.
Welke weldenkende Vlaming wil nog verder met zoveel onwil?

‘Alles kaat koet’ was zowat de mantra waarmee Di Rupo zijn regeringswerk verdedigde.
En de minister van Financiën – inderdaad geen gewone – slaagde erin om deze boodschap met een kwinkslag en veel aplomb te verkopen als de grote waarheid.
Zelfs een kaalgeschoren minister van Defensie was overtuigd van het goede werk dat Di Rupo I leverde.
Dan was er nog een staatssecretaris die de grootste prestatie van de regering mocht te boek stellen: de zesde staatshervorming. Ooit aangekondigd als een raspaardje (waarvoor de Vlamingen geen duit zouden betalen, dixit een Vlaamsgezinde burgemeester in Vlaams Brabant voor de verkiezingen), maar tijdens de onderhandelingen verfrommeld werd tot een scheve dromedaris. Volksbedrog zoals vader Eyskens in 1970 (de grendels) en Jean-Luc Dehaene in 1993 (de scheefgetrokken zetelverdeling) voordeden.

20140625-084826.jpg

Het houdt niet op.
Elke dag horen we wel ergens hoe afspraken niet gerespecteerd worden. Hoe het geld voor Brussel door de Franstaligen afgewend wordt van het afgesproken doel. En nu de verkiezingen achter de rug zijn blijkt opnieuw dat die ‘alles kaat koet’ show puur volksbedrog was. Nu blijkt dat de besparingsnorm niet werd gehaald en er een bijkomend gat van bijna 2 miljard euro moet gevuld worden. Oeps, de niet-gewone minister van financiën had het tijdens de begrotingscontrole net voor de verkiezingen niet gezien.

En zie, Europa ontdekt dat de Waalse schuld ietsjes hoger ligt: zo’n 5,5 miljard euro waardoor de totale schuld van deze PS regio oploopt tot 16,7 miljard euro. Wie dus denkt dat ‘la grande dame’ Onckelinx zich een beetje liet gaan, toen ze duidelijk maakte dat ze Vlaanderen eerst wou leegmelken, is ronduit naïef.

Wordt het niet hoog tijd dat al die Vlaamse calimero’s in de politieke wereld en de media zich eens beraden over hun denkkader? Wat betekent België nog zonder Franstalige politieke solidariteit? Waartoe dient Vlaamse financiële solidariteit wanneer het toch maar de perverse bedoeling blijkt te zijn om Vlaanderen te verarmen?

Vandaag vraagt CD&V aan De Wever om eerst te bewijzen dat hij een federale regering kan maken vooraleer zich te engageren op Vlaams niveau. ‘Bartje’ moet doen wat ze zelf niet meer kunnen, België laten rekening houden met de Vlaamse belangen. En lukt hij, dan enkel door zijn kiezers af te vallen. Lukt het niet zullen ze hem een staatsbegrafenis bezorgen en met het tripartite regeringschip zijn as uitstrooien in de Schelde ter hoogte van Sint Anneke. Inclusief de traditie om een borreltje te heffen vooraleer het ruime sop te kiezen.

Hoog tijd dat de Vlaamse politieke families duidelijk maken dat het zo niet verder kan. Dat ze die Franstalige veto’s en grendels spuugzat zijn. Dat ze de hangmatcultuur en onverantwoord omspringen met gekregen geld, spuugzat zijn. Kortom dat ze de PS dictatuur spuugzat zijn. Een dictatuur waarvan de grootste slachtoffers de Walen zijn en de grootste profiteurs de Franstalige politieke kaste. Socialisten die teren op de kansarmen en zich verrijken op een economisch kerkhof. Over ongelijkheid gesproken!

(Pierre Therie)

overgenomen van de-bron.org

20140625-084909.jpg

Doen alsof we spelen

Het was erg, gisteren in Brugge.
Dat de koetsiers hun koetsen versierd hadden met Belgische vlaggen en dat sommigen een zwart-geel-rode pruik op het hoofd hadden gezet, tot daaraan toe. Ik zou ook de kolder in m’n kop krijgen als ik van ’s morgens tot ’s avonds toeristen moest rondrijden en 20 keer per dag dezelfde ‘informatie’ verstrekken.
Maar dat ze ook de paarden zo’n infantiele pruik op de kop hadden gezet, dat vond ik erover.
Je moet zo’n beest niet verlagen tot het niveau van een voetbalsupporter!

20140623-133601.jpg

Voetbalsupporter?

Ik ging vroeger ook wel eens naar het voetbal.
Ze speelden toen nog op zondagnamiddag.
Ik wachtte dan achter de Mechelse kazerne tot de eerste helft afgelopen was: kon ik gratis naar binnen.
Wat me het meest trof, was, midden in de stad: de geur van gras.
Vervolgens: het geschreeuw, gevloek, gerochel en gespuw van de spelers.
Wat een grof volkje!
En dan: de supporters.
Ik keek m’n ogen uit.
Waar kwam dat soort mensen vandaan?
Ik had ze nog nooit gezien.
In mijn dagelijkse leven, dat zich afspeelde op straat, op school, in de academie en op het basket, kwamen ze niet voor.
Arbeiders, volksmensen, de ‘lagere klassen’.
Ik vond het wel leuk daartussen te staan en te luisteren naar hun scheldwoorden en krachttermen.
Dat volkse gedrag is nu jammer genoeg verboden en voetbalsupporters dienen zich correct te gedragen.

20140623-133836.jpg

Veel later heb ik nog eens iemand vergezeld naar een wedstrijd van Club Brugge.
We werden er opgewacht door rijkswachters in gevechtstenue, met mitrailletten op hun buik en honden aan de lijn.
Gras was er niet meer te ruiken.
Ik zat gevangen in beton en electronisch lawaai.
Sindsdien heb ik mijn bekomst van voetbal.
Mensen worden er als beesten behandeld.
En ze zien er blijkbaar geen graten in.

Voetbalsupporters?

Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat die zwart-geel-rode gekte die paarden pruiken opzet nog maar weinig met voetbal te maken heeft.
Al die mensen die gisteren in de late namiddag met beschilderde gezichten, Belgische vlaggen en rode t-shirts door de straten trokken, waren dat werkelijk voetbalsupporters?
Trokken ze allemaal naar de Grote Markt (of waar het ook mocht wezen) omdat ze zoveel van voetbal hielden?

Vind je het niet een beetje beangstigend, vroeg Henk, om te zien hoe mensen gemanipuleerd kunnen worden? Hoe je ze met een uitgekiend marketingplan zo gek kunt krijgen dat ze opeens allemaal met Belgische vlaggen staan te zwaaien?
Het was te mooi weer om me daar druk over te maken, maar ik moest toegeven: er spreekt uit dat gedrag inderdaad een kuddegeest die schril afsteekt bij de zogenaamde vrijheid en zelfstandigheid van de moderne mens.
Maar is niet juist die tegenstelling verantwoordelijk voor wat we momenteel te zien krijgen?
Het moderne individualisme heeft de moderne mens opgesloten in zichzelf, in zijn hoofd, in zijn, in zijn huis, in zijn auto, in zijn gezin, enzovoort. En als gevolg van dat opgesloten-zijn heeft hij een explosief verlangen ontwikkeld naar gemeenschappelijkheid, naar samenhorigheidsgevoel, naar verbondenheid.

20140623-133944.jpg

Mensen geven zich over aan Rode-Duivelsgekte omdat ze even verlost willen worden uit hun ego-gevangenis.
Ze willen gewoon even alles vergeten.
Want in het voetbal doet het er allemaal niet toe.
Het is slechts een spel.
We doen maar alsof het belangrijk is.
En dat doen-alsof is een enorme opluchting.

In de weekendkrant las ik een lang voetbalinterview met Jan Mulder en … Ruth Joos.
Ruth Joos is een radiopresentatrice die onlangs uit de ether werd gehaald omdat haar programma te high brow, te moeilijk, te intellectueel was.
Dat veroorzaakte groot protest in de culturele wereld, maar het moch niet baten.
Ruth ging eruit.
Vandaag maakt ze haar rentree als presentatrice van een … voetbalprogramma.
En ze ziet daar blijkbaar geen graten in.
Ze praat op dezelfde enthousiaste manier over voetbal als over literatuur, kunst en cultuur.
Alsof het allemaal even belangrijk is.
Alsof er geen wezenlijk verschil is tussen sport en kunst.

20140623-134132.jpg

En in feite IS dat er ook niet.
Voetbal is, net als kunst, een spel.
Het is een doen-alsof.
Het is louter schijn.

Het heeft iets onnozels als mannen (vrouwen vormen tot nader order een grote uitzondering) op buitengewoon ernstige toon een voetbalwedstrijd becommentariëren.
Maar is het onnozeler dan de manier waarop kunstwerken besproken worden?
Dezelfde gezwollen frasen, hetzelfde vakjargon, dezelfde bloedige ernst, dezelfde toon van jullie-begrijpen-daar-toch-niks-van.
Voetbalcommentatoren gedragen zich steeds meer als kunstcritici.
Ook hun aandeel in ‘het spelletje’ wordt steeds groter.
Ze kunnen voetbalcarrières maken en breken.
Als het zo doorgaat, zullen ze belangrijker worden dan de voetballers zelf.
Dat merk je nu reeds aan dat WK.
Wat de Belgische ploeg op het veld toont, is niet zo belangrijk.
Wat er naast het veld gebeurt, is het des te meer.
Zolang de journalisten en commentatoren de ploeg blijven steunen, is er niks aan de hand.
Maar o wee, als de critici zich tegen de spelers gaan keren!
Dan staan die spelers voor de keuze: buigen of barsten.
Net als in de kunst.

Daar telt de mening van de spelers al lang niet meer mee.
Het zijn de kunstcritici (onder leiding van de kunstpausen onder leiding van het Grote Geld) die bepalen wie mag (blijven) meespelen.
Wie naar hen luistert, wordt royaal beloond.
Wie niet luistert, mag in 4de provinciale gaan spelen.

20140623-134356.jpg
(Gabriel von Max: de kunstcritici)

Voetbal, zou je kunnen zeggen, is de kunst van de lagere klassen.
En kunst is het voetbal van de hogere klassen.
Tot voor kort bestond er een duidelijke grens tussen beide.
Niemand zou eraan gedacht hebben die twee met elkaar te vergelijken.
Maar de laatste pakweg 50 jaar zijn kunst en voetbal naar elkaar toegegroeid.
Voetbalcommentatoren zijn zich gaan gedragen als kunstcritici, en kunstcritici als voetbalcommentatoren.
Wat ze gemeen hebben, is enerzijds dat het eigenlijk over niets meer gaat, en anderzijds dat dit ‘niets’ de hemel wordt ingeprezen.
Het gaat in beide gevallen om louter schijn.
Op zich zou daar niets verkeerds mee zijn – spelen IS louter schijn – ware het niet dat men dat vergeten is of het tenminste dreigt te vergeten.

Sport is een spiegel van de samenleving, lees je vaak.
En dat is zeker waar.
Het probleem is echter dat deze zin een holle frase is geworden.
Men denkt er niet bij na.
‘Voetbal is net als het leven, één en al passie’, schreef Jan Callebaut verleden week nog.
Bestaat er een woord dat holler klinkt dan ‘passie’?
Waarschijnlijk is de mens nooit cooler en passie-lozer geweest dan vandaag.
Daarom doet hij alsof hij vol passie is.
Daarom doet hij alsof hij vol passie speelt.
Maar spelen IS reeds doen-alsof.
Als je doet alsof je doet alsof, dan speel je niet meer.
Dan méén je het.
Dan is het bloedige ernst geworden.

En dát is het verontrustende aan die hele Rode Duivelsmanie.
Vandaag is het nog een spel.
Al die gekke ‘voetbalsupporters’ beseffen wel dat ze maar doen alsof.
En in die zin is de hele zaak onschuldig.
Maar wát als de grens tussen schijn en werkelijkheid blijft vervagen?
Wat als de mens vergeet dat hij speelt?
Wat als het allemaal werkelijkheid wordt?
Zoals in de kunst.

20140623-134851.jpg
(De Botox Angels)

Red Star Line

Het WK blijft spannend.
Zo verscheen er vandaag in De Morgen een artikel van Jan Callebaut, marktonderzoeker en adviseur (van onder meer Kris Peeters).
Het begint met de woorden:
‘De media zijn altijd afhankelijk geweest van sterke persoonlijkheden. Nu meer dan ooit.’
Een ietwat dubbelzinnig begin als u ’t mij vraagt, want het vermoeden rijst dat deze woorden op hemzelf betrekking hebben.
Maar algauw wordt dat rechtgezet.
‘In deze wereldbekertijden moet het grote menselijke leed wijken voor de kleine pijntjes van volkse superhelden. In de sport, de belangrijkste bijzaak in onze samenleving, is de journalistiek in handen van een grote variëteit mensen.’

20140620-145458.jpg

Eén blik op de wat papperige kop van Callebaut volstaat om de conclusie te trekken dat hij geen actief deel uitmaakt van het Grote Sportgebeuren.
Maar hij heeft wel bewondering voor de grote variëteit mensen die dat wel doen.
Want: ‘sport is als het leven zelf, soms boeiend, soms spannend, maar altijd passioneel.’
Huh?
Het leven, altijd passioneel?
Ik zou wel eens willen weten hoe dat passionele leven van Jan Callebaut eruitziet.
De markt onderzoeken: ik had geen idee dat het de passie zo hoog kon doen oplaaien.
Blijkbaar is Jan Callebaut toch een van die sterke persoonlijkheden waar de media volgens hem zo afhankelijk van zijn.
Ik moet toegeven, de passie slaat als een verzengend vuur van zijn column af.
Want u raadt nooit waar zijn bewieroking van de sportjournalistiek toe leidt.
Hij komt, helemaal op het eind uit bij … stoute Hans Vandeweghe!
Over hem schrijft hij:
‘Heldere taal, creatieve metaforen, juiste ontleding is zijn handelsmerk. Zijn chargerende dissectie van het Afrikaans voetbal twee weken terug was pijnlijk precies: het grote Afrikaanse talent erkennend maar veroordelend voor de zwermen managers en makelaars.’
Nou moe!
Het moet wel gloeiende passie zijn die Jan de verdediging doet opnemen van een gore racist als Hans, en die hem vervolgens doet zeggen:
‘Het woord racisme viel in deze context mijns inziens prematuur.’
Prematuur?
Hoe kan een beschuldiging van racisme ooit prematuur zijn als zowat iedere Vlaming een racist is en het structurele en onderbuikige racisme blijft toenemen!

20140620-150039.jpg

Jan verklaart: ‘Racisme is een zo ernstig misdrijf dat men met dat woord zuinig en bedachtzaam dient om te springen.’
En hij voegt eraan toe:
‘Natuurlijk is sport een uitvergroting van de samenleving. Sport als de paradox van het leven. Om het met de woorden van Hans te zeggen: topsport is de ultieme meritocratie. In sport is het de beste die zou moeten winnen.’
Wat dat ermee te maken heeft, en wat het eigenlijk betekent, is niet duidelijk.
Maar het leert me wel dat Jan een handige jongen is.
Een echte marktonderzoeker.

Als ik namelijk naar de mediamarkt (met kleine letter!) kijk, dan meen ik een koerswijziging waar te nemen.
Ze is vooralsnog nauwelijks merkbaar, want het mediaschip is als de Titanic: zo’n mastodont doe je niet zomaar de steven van links naar rechts wenden.
Zelfs als het roer helemaal wordt omgegooid, duurt het nog een hele tijd voor de koerswijziging zichtbaar wordt.
Jan en ik, geboren marktonderzoekers als we zijn, zien waarschijnlijk hetzelfde: het onzinkbaar gewaande linkse fregat stevent op een ijsberg af.
En de eerste ratten verlaten het schip.

20140620-150522.jpg

Stel je voor dat het ondenkbare gebeurt en dat Bart De Wever aan de macht komt!
Dan is het zaak om een Anciauxtje te doen en het geweer van schouder te veranderen.
Ik sta vol bewondering voor de subtiele manier waarop Jan Callebaut dat doet.
Na een lange inleiding waarvan je je afvraagt waarheen ze leidt, komt uiteindelijk aap Hans uit de mouw.
Maar de lezer is nog niet van zijn verbazing bekomen of hij wordt met een goocheltruc afgeleid: er wordt hem een reeks raadselachtige zinnen toegeworpen waar hij zolang moet op kauwen dat hij vergeet dat brave Jan eigenlijkteigenlijk de verdediging van stoute Hans heeft opgenomen.
Zijn column is in zodanige woorden opgesteld dat je er alle kanten mee uit kunt.
En dat is altijd een veilige positie in een snel veranderende markt.
Zal het politieke en (dus ook) het mediaschip inderdaad haar koers naar rechts verleggen?
Of is het maar een tijdelijk uitwijkmanoeuvre?
Jan houdt alle opties open.
Hij denkt: liever blode Jan dan dode Jan.

Ook Hugo Camps voelt de bui hangen.
Hij papt nog eens flink aan met zijn goede maten Guy en Karel (het Joenk en de Fraudeur), maar brengt toch ook een zeker begrip op voor Bart en Lies (de Leider en zijn Iron Lady).
Maar het mooist van al is dat de Grote Lakei als een … dissident wordt voorgesteld!

Ja, we beleven passionele tijden!
De gensters vliegen alle richtingen uit en de aarde blijft globaal opwarmen.
Gelukkig zijn er ook mediapersoonlijkheden die het hoofd koel houden.
Zoals Kaaiman.
Hij analyseert de situatie van het Linkse Schip op nuchtere en objectieve wijze:

20140620-150948.jpg

Intussen bij de sp.a.
BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN!
Dat klinkt als een klok, niet?
Ritmisch. Scandeert lekker.
En uit alle afdelingen dreunt het steeds luider: BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN!
Kaaiman was als gewoonlijk de eerste en kreeg, ook zoals gewoonlijk, pas na een periode van aarzeling en bezinning overal navolging.
BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN!
Lang geleden dat de Vlaamse socialisten nog eens eensgezind achter een zo sterke slogan opstapten.
Het lijkt wel een nieuwe lange mars.
Opzij, opzij, opzij, de rode stoet trekt hier voorbij.

Op kop het Hageland. BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN!
Afdeling Hasselt. BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN!
Lommel. BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN!
Antwerpen stad. BABY BACK BOITEN! BABY BACK BOITEN! BABY BACK BOITEN! BABY BACK BOITEN!
De Kempen. BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN!
Brussel. BLEITER BERT BUITEN! BLEITER BERT BUITEN!
Het Waasland. BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN!
Ook de afdeling Vilvoorde marcheert. BABY BACK BUITEN! Bonte Hans Binnen! BABY BACK BUITEN! Bonte Hans Binnen!
Oeioei, de Leuvenaars. BABY BACK BUITEN!!!! BABY BACK BUITEN!!!! BABY BACK BUITEN!!!! BABY BACK BUITEN!!!! BABY BACK BUITEN!!!! BABY BACK BUITEN!!!! BABY BACK BUITEN!!!! BABY BACK BUITEN!!!! BABY BACK BUITEN!!!!
Welk van die drie woorden zou hij niet begrijpen?
Daar is Freya.
Rood jurkje, witte gympies.
AL WIE DA NI SPRINGT, AL WIE DA NI SPRINGT, AL WIE DA NI SPRINGT IS N-VA!
AL WIE DA NI SPRINGT, AL WIE DA NI SPRINGT, AL WIE DA NI SPRINGT IS N-VA!
Ho, de dissidente West-Vlaamse delegatie. BAARD CROMBEZ BUITEN! BAARD CROMBEZ BUITEN! BAARD CROMBEZ BUITEN! BAARD CROMBEZ BUITEN!
En wie hebben we hier: Louis en Jenny Tobback!
Voor het eerst sinds 1 mei weer eens samen in een stoet.
BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN! LOUIS TOBBACK, UW SOCIALE ZEKERHEID. BABY BACK BUITEN! BABY BACK BUITEN!
Tot slot de voorzitter zelf, ergens op zee. ‘HET GROOTZEIL REVEN MANNEKES! ROND DE GIEK! EN OP MIJN TEKEN: OVERSTAG!’

Aldus Koen Meulenaere.

Geen passie hier, maar feiten.
Het is bijna pure geesteswetenschap.
And I like that.
Er is al passie genoeg in de wereld.

20140620-151838.jpg

Steiner over kunst (4)

Geen enkele antroposoof zal me (hoop ik) tegenspreken als ik zeg dat het uiteindelijke doel van de antroposofie is om van het leven een kunst te maken.
Dat is de meest verhelderende maar tegelijk ook de meest nietszeggende samenvatting van de antroposofie.
Want wát is kunst?
Voor de één is dat een geschilderde zigeunerin waarvan de tranen recht in haar décolleté biggelen.
Voor de ander is dat de pispot waarin de zigeunerin net een plas heeft gedaan.
Tussen die twee uitersten liggen de meest uiteenlopende en elkaar tegensprekende meningen over kunst.
Geen mens die daar nog klaar in ziet.

20140620-090012.jpg

Gelukkig is er Rudolf Steiner.
Hij vertelt ons klaar en duidelijk wat wel en wat geen kunst is.
Geen kunst is: een idee in de vorm van een zintuiglijke verschijning.
Wel kunst is: een zintuiglijke verschijning in de vorm van een idee.
Ziezo, nu is er weer orde in de chaos.
Of toch niet?

In Steiners voordracht over Goethe en de nieuwe esthetica lees ik:
‘Kunst is niet de belichaming van iets bovenzintuiglijks.’
‘Kunst is geen idee die in een zintuiglijke vorm wordt gegoten.’
Hoeveel antroposofen zijn er echter niet voor wie antroposofie is: het omzetten van antroposofische ideeën in werkelijkheid?

In dezelfde voordracht lees ik ook:
‘De inhoud van het kunstwerk is de concrete werkelijkheid.’
‘In de kunst moet de zintuiglijke werkelijkheid op zichzelf blijven staan.’
‘In kunstwerken komen we wat betreft de inhoud niets tegen wat we ook niet in de natuur kunnen ontmoeten.’
Hoeveel antroposofen zijn er echter niet die de lof zingen van Kandinsky, Mondriaan, Rothko en andere abstracten die de zintuiglijke werkelijkheid radicaal uit hun werk weren?
Hoeveel antroposofische kunstenaars zijn er niet die zuiver abstract werken, ook al verklaarde Steiner ooit dat abstracte kunst onzin is?

20140620-090107.jpg

Het minste dat we kunnen zeggen, is dat het verschil tussen ‘een idee in de vorm van een zintuiglijke verschijning’ en ‘een zintuiglijke verschijning in de vorm van een idee’ verre van duidelijk is.
Het gevolg van die onduidelijkheid is dat nogal antroposofen van de antroposofie iets maken wat volgens Steiner helemaal geen kunst is.
Meer zelfs, ze doen hun uiterste best om de antroposofie in haar tegendeel te keren.
Natuurlijk doen ze dat niet opzettelijk.
Ze doen het omdat ze geen onderscheid kunnen maken tussen wat wel en geen kunst.

Het is dus essentieel dat we het verschil leren zien tussen een ‘ideële verschijning’ en een ‘zintuiglijk idee’
Hoe beginnen we daaraan?
Eenvoudig: op dezelfde manier als Steiner.
Als hij zegt dat zijn ideeën over kunst een gezonde grondslag vormen voor de antroposofie, dan mogen we daaruit afleiden dat hij die ideeën niet uit de antroposofie heeft afgeleid (die bestond trouwens nog niet toen hij zijn esthetica vormde) maar dat hij ze ontwikkeld heeft aan de kunst zelf.
En dat is precies wat ook wij moeten doen.
We moeten niet proberen er in theorie achter te komen wat het verschil is tussen een ‘ideële verschijning’ en een ‘zintuiglijk idee’, want dan komen we er niet uit.
Het is in de praktijk dat we moeten leren onderscheid te maken tussen wat wel kunst is en wat geen kunst is.

20140620-090227.jpg

Jamaar, zal men zeggen, Steiner was helderziend en wij zijn dat niet.
Dat is natuurlijk een waarheid als een koe, behalve … op het gebied van de kunst.
‘De helderziende blik, zegt Steiner, wordt ontwikkeld aan de hand van dezelfde toestanden die je kunt onderscheiden bij het scheppen en beleven van kunst. Het schouwende bewustzijn voelt zich dan ook zeer verwant met een waarachtige, echt kunstzinnige opvatting van de wereld, veel meer dan met allerlei visionaire ervaringen.
Kunstenaar en helderziende putten in werkelijkheid uit één en dezelfde bron.’
Steiner wijst er ook op dat de zieleprocessen bij kunstenaar en kunstgenieter weliswaar omgekeerd zijn, maar in de grond toch dezelfde.
Wat hij zegt over de relatie tussen helderziendheid en kunstzinnigheid geldt dus zowel voor de kunstenaar als de kijker.

We hoeven dus niet helderziend te worden om in de kunst te leren onderscheiden.
We zijn het in feite al.
Bij het kijken naar kunst vindt er namelijk een proces plaats dat zeer verwant is met helderziende schouwen.
Op dit proces wijst Steiner wanneer hij spreekt over Goethes streven om in de zintuiglijke werkelijkheid de oerbeelden te ontdekken.
Deze oerbeelden zijn de bron waaruit de kunstenaar put, ze vormen het begin van zijn scheppen.
Voor de kijker zijn ze het omgekeerde: het waarnemen van kunst mondt erin uit.

20140620-090351.jpg

Oerbeelden of levende ideeën kunnen niet worden waargenomen met de gewone zintuigen.
We moeten er een hoger zintuig voor ontwikkelen, een waarnemingsvermogen dat tegelijk zintuiglijk én bovenzintuiglijk is.
Goethe noemt dit waarnemingsvermogen een Anschauende Urteilskraft, een ‘aanschouwende oordeelskracht’.
Het is dus een oordelen dat tegelijk een zien is.
Dit oordeelsvermogen moeten we ontwikkelen als we onderscheid willen maken tussen wat kunst is en wat geen kunst is.
En tussen wat antroposofie is en wat geen antroposofie is.

Hoe doen we dat?
Hoe verwerven we een oordeelsvermogen dat tot een zintuig wordt waarmee we het verschil tussen kunst en geen kunst kunnen waarnemen?
Eerst moet er een misverstand uit de weg worden geruimd.
We moeten dit zintuig niet uit het niets scheppen.
Het bestaat reeds.
We moeten het alleen (weer) leren gebruiken.

20140620-090512.jpg

Uit de antroposofie weten we dat de mens ooit helderziend was en dat hij de geestelijke wereld even duidelijk zag als wij de materiële wereld zien.
Toen het licht van de rede begon te schijnen, ging zijn geestelijk oog echter dicht en ontwikkelde hij de zintuiglijke waarneming en het denken.
De geestelijke wereld verdween niet, evenmin als de sterren verdwijnen als de zon opkomt.
Hij werd alleen onzichtbaar.
Ook het zintuig waarmee de geestelijke wereld werd waargenomen, verdween niet.
Het werd alleen niet meer gebruikt.
Vandaag staat de mens voor de opgave om zijn ‘geestelijk oog’ weer te openen, dit keer echter zonder dat hij zijn fysieke ogen weer sluit, dat wil zeggen, zonder dat hij de zintuiglijke waarneming en het daarmee verbonden rationele denken opgeeft.
We moeten bij wijze van spreken de sterren overdag leren zien.
Of de zon ’s nachts.
We moeten met andere woorden zintuiglijk en bovenzintuiglijk tegelijk leren waarnemen.
En dat is precies wat we (reeds) doen als we naar kunst kijken.
We weten het alleen niet.

20140620-090707.jpg

‘Wanneer er sprake is van helderziendheid, zegt Steiner, denken de mensen algauw dat het gaat om iets dat helemaal buiten het leven staat. Maar dat is niet zo. Het serieuze schouwen is in het leven steeds aanwezig. We zouden zelfs niet in het leven kunnen staan als we niet voor bepaalde dingen helderziend waren. Het is heel belangrijk om dat in te zien.’
Als voorbeeld van zo’n alledaagse vorm van helderziendheid noemt Steiner het waarnemen van een ander mens.
‘We denken dat we de ziel van een mens leren kennen op grond van de waarneming van zijn lichaam. Maar dat is niet zo. We nemen die ziel rechtstreeks, helderziend waar. Dat is een wonderbaarlijk proces, waarbij de zintuiglijke waarneming uitgewist wordt en we ons rechtstreeks verplaatsen in de ziel van de ander.’

Dat kan vreemd klinken, maar iedereen die ooit verliefd is geweest, kent het eigenaardige fenomeen dat we ons het gelaat van de geliefde niet voor de geest kunnen halen.
We kunnen ons geen voorstelling maken van hoe zij of hij eruitziet.
De reden daarvoor ligt in het feit dat de (helderziende) waarneming van de ziel op dat moment zo sterk is dat ze de (zintuiglijke) waarneming van het lichaam gewoon uitschakelt.

20140620-091328.jpg

Een soortgelijke helderziende waarneming treedt op wanneer we naar kunst kijken.
Steiner noemt de kunst een ‘bijzondere vorm van bovenzinnelijke kennis’.
Het ligt voor de hand dat we deze bovenzinnelijke kennis niet met onze gewone zintuigen kunnen waarnemen.
We kijken dan ook niet alleen met onze ogen naar kunst.
Naast een Anschauen is het altijd ook een Urteilen, een oordelen.
We kijken oordelend naar kunst, ook zijn we ons daarvan niet bewust.
Wanneer iemand zegt dat we ‘een oog’ moeten krijgen voor kunst, dan bedoelt hij daarmee niet dat we een betere bril moeten kopen, maar dat we kunst moeten leren beoordelen.
We moeten onderscheid leren maken tussen goede kunst en slechte kunst.
Of tussen kunst en geen kunst, want slechte kunst is een contradictio in terminis.
Alle waarnemen van kunst is tegelijk een oordelen.

Daarmee ben ik weer terug bij het onderscheid tussen ‘een idee in de vorm van een zintuiglijke verschijning’ en ‘een zintuiglijke verschijning in de vorm van een idee’.
Het eerste levert slechte kunst op, dat wil zeggen geen kunst.
Het tweede is gewoon de Steineriaanse definitie van kunst.
Het leren zien van het verschil tussen die twee is een kwestie van oordelen, oordelen over de bovenzintuiglijke kwaliteiten van een kunstwerk.
Zonder dat we het beseffen, doen we dat altijd wanneer we naar kunst kijken.
We zijn dan onbewust bezig met het maken van onderscheid tussen kunst en geen kunst.
We moeten dus geen nieuw zintuig ontwikkelen, we moeten ons alleen bewust worden van het zintuig dat we reeds hebben, maar dat we als een Assepoester in de kelder van onze ziel hebben laten verkommeren.

20140620-091452.jpg

Brood en spelen

Koen Meulenaere laat dezer dagen verstek gaan door hardnekkig NIET over het WK voetbal te schrijven.
En dat voor een gewezen sportjournalist!
Is hij het zijn nieuwe broodheer – the newspaper formerly known as De Financieel-Economische Tijd – verplicht om de klemtoon meer op het brood dan op de spelen te leggen?
Wie zal het zeggen!
Onderstaand stukje is alleszins even ernstig als het speels is.

20140619-145222.jpg
(Bart – Noplace – Verhaeghe)

‘Er zit een haar in de boter, nee, een pruik in de fles Toscaanse olijfolie, tussen Noplace Bart, de opvliegende voorzitter van Club Brugge, en Karel van Eetvelt, de donjuan van Unizo voor wie de vrouwen in bosjes vallen, althans volgens Karel zelf.
‘Na mijn vele en druk bijgewoonde lezingen staan ze in rijen te wachten voor foto’s en autogrammen’, onthulde hij eerder met graagte in een druk gelezen krant.
Waaróp hij allemaal al zijn handtekening heeft moeten zetten, daarvan hebt u hopelijk geen idee. En het kan in elk geval met een decente pen als die van Kaaiman niet worden beschreven.

Unizo is, zo vernemen wij hier, de Unie van Zelfstandige Ondernemers.
Men ziet onmiddellijk het probleem: de beenhouwerij om de hoek is een zelfstandige onderneming, maar Carrefour is ook een zelfstandige onderneming.
En die tweede eet de eerste op.
Wie moet Karel dan steunen, de kleintjes of de groten?
Als hij die laatsten steunt, verdwijnen de eersten, en als hij de eersten steunt, krijgen de laatsten geen voet aan de grond.
Een spagaat die voor de gedelegeerd bestuurder als persoon gemakkelijk valt op te lossen door tijdig weg te vluchten, zoals Kris Peeters, maar die voor de gedelegeerd bestuurder als functie een eeuwige patstelling blijft.

Nergens bleek dat schrijnender dan in Machelen.
Noplace Bart wilde daar een beleveniscentrum uitbouwen dat vreugd en plezier zou schenken aan allen, een weinig winst aan hemzelf, en werk aan, hoeveel waren het er ook weer, veertigduizend mensen.
Of een miljoen, bij economische voorspellingen steekt het niet zo nauw.
Tot zover de goede intenties van Noplace Bart, nu de kwade van Unizo Karel.
Die was tegen het complex omdat de kleine handelaars in Vilvoorde en Leuven over de kop zouden gaan.
Stapte naar de Raad van State!
Tegen zijn eigen lid, daarmee bedoelen we niet waar de meesten van zijn toehoorsters van dromen, maar Noplace Bart.
Als die zijn contributie betaald heeft tenminste, wat we niet weten en ook niet wensen te weten.

20140619-145603.jpg
(Karel – Unizo – Van Eetvelt)

Unizo Karel kreeg gelijk van de Raad, omdat de regering Peeters-Crevits ook in deze zaak,
bij het verlenen van de milieuvergunning, weer had geknoeid dat het een lieve lust was.
Door de sabotage van Unizo Karel heeft Noplace Bart al 70 miljoen euro verloren, nog meer dan in Club Brugge.
De ruzie kwam in een stroomversnelling toen Noplace Bart op de befaamde opiniepagina van De Tijd in een zowel literair als inhoudelijk sterk betoog brandhout maakte van Unizo Karel, sterdanser op het graf van de eerzame ondernemers.
‘Een totaal gebrek aan visie over hoe we in het winkellandschap jobs gaan creëren’, kenmerkte volgens Noplace Bart Unizo Karel.
En hij had hem ook nog goed bij zijn lid door erop te wijzen dat Unizo Karel was vergeten in beroep te gaan tegen de socio-economische vergunning voor de winkelpanden, en dan maar de milieu- vergunning had aangevallen.
Noplace Bart noemde Unizo Karel zwak en intellectueel oneerlijk, en daarenboven een lelijke bosaap, met zijn sarcastische grijns waarmee hij constant de ondernemers uitlacht.
‘Hebt ge die lippen al eens goed bezien?’, besloot Noplace Bart zijn bijdrage met een laatste voltreffer.

Unizo Karel kon dat niet over zijn kant laten gaan, of straks staan de vrouwen nog voor Noplace Bart in de rij.
Samengevat hier zijn repliek: ‘Allemaal leugens.’
Hola, dan is het iets anders natuurlijk.’

Tot zover Koen Meulenaere.

De geïnformeerde lezer zal natuurlijk meteen de link zien tussen het brood en de spelen.
De link? Er is helemaal geen link nodig, beide zijn nagenoeg identiek geworden.
In het voetbalspel draait het enkel nog om het geld, om het kopen en verkopen van mensen.
En in de economie wordt er gespeeld met de voeten en het leven van mensen.
Twee keer dezelfde antieke combinatie dus.
Er mankeren alleen nog waanzinnige keizers en achtervolgde christenen aan.
Maar wacht eens even, die zijn er ook!
Niks nieuws onder de zon dus.
Altijd dezelfde aarde die blijft draaien.
Altijd hetzelfde dat terugkomt.
De wereld: één groot beleveniscentrum.

20140619-145409.jpg

Voetbalkunst

20140618-185542.jpg

Welke sport is dit? zult u zich afvragen.
Wel, het is voetbal.
De man die u hier door de lucht ziet zweven, is Robin van Persie, de spits van het Nederlandse elftal dat een paar dagen geleden uittredend wereldkampioen Spanje versloeg met verpletterende 5 – 1 cijfers.
Het zweefsprongdoelpunt dat van Persie maakte, werd in de pers bedacht met woorden als ‘geniaal’, ‘onwaarschijnlijk’, ‘buitenaards’, ‘een werelddoelpunt’ en andere superdesuperlatieven.
Aangezien ik geen getuige was van dit hoogtepunt in de geschiedenis der mensheid probeerde ik er mij een voorstelling van te maken op basis van de foto’s en commentaren in de kranten.
Ik zag Robin in gedachten als Superman komen aansuizen vanaf de middenstip, laag over de grond scherend om radardetectie te vermijden.
Op 50 meter van het doel raakte deze levende bolide de bal, die als een kanonskogel tussen de palen verdween, de Spaanse keeper op het nippertje miste en zich diep in de tribunes boorde, daarbij ettlelijke Nederlandse armen, benen en hoofden afrukkend.
Ja, dát was nog eens een goal!
Terecht werd ze door de pers de hemel in geprezen.

Vanmiddag zag ik toevallig op YouTube hoe het er in werkelijkheid aan toe was gegaan.
Robin van Persie rent zich de benen uit het lijf om bij een bal te kunnen die veel te snel gaat.
Op het nippertje kan hij die bal nog met het hoofd raken, een beetje per ongeluk eigenlijk.
Per hetzelfde ongeluk verdwijnt die bal in de goal terwijl van Persie zijn evenwicht verliest en plat voorover valt.
Omdat hij echter zo snel gaat, zweeft hij al vallend even door de lucht vooraleer ‘op zijn bakkes’ te gaan.
Hij maakt die goal dus helemaal niet al zwevend, zoals de verzamelde pers suggereert.
Dat zweven begint pas nadat hij de bal heeft geraakt en voordat hij plat op zijn buik valt.
Al bij al een tamelijk banale goal.
Maar godlievehemel, wat de pers daar allemaal niet van maakt!

Wat IK daarvan maak, is dat de journalisten zich ginder in Brazilië te pletter vervelen.
De voetballers zijn zo bang om hun gezicht te verliezen dat er op het veld niks te beleven is.
Neem nu de match van de Belgen tegen de Algerijnen.
Tegen de rust lag het hele stadion in slaap.
Behalve de journalisten.
Die rukten zich de haren uit het hoofd.
Hoe moesten ze hiér in godsnaam een heldhaftige veldslag van maken die de hooggespannen verwachtingen op het thuisfront zou inlossen?
In uiterste nood overstijgt een mens echter zichzelf en dus zogen ze een wedstrijd uit hun duim die in België alle toeters en bellen in actie bracht.

Dit hele WK is met andere woorden één grote performance.
Het is … Hedendaagse Kunst.
Er valt niks te zien, maar de intellectuelen van dienst zorgen ervoor dat iedereen dénkt dat er geniale, wereldschokkende en geschiedenisschrijvende dingen te zien zijn.
De afwezigen hebben weer eens gelijk …

20140618-203751.jpg

20140618-112446.jpg

Iedereen Rode Duivel!

20140618-093307.jpg

Het kan verkeren, zei de dichter.
Sinds de start van het WK houden onze politiek correcte broeders en zusters zich opvallend gedeisd.
Nochtans zijn we dezer dagen getuige van het meest rabiate nationalisme.
Overal viert het wij-zij denken hoogtij.
Van enige solidariteit met de minder (met doelpunten) bedeelden is geen sprake meer.
Ieder land schreeuwt ongegeneerd ‘eigen volk eerst!’
En Bart De Wever vergadert precies op het moment dat de Rode Duivels het opnemen tegen Algerije.
Je zou als MSM (Moreel Superieur Mens) voor minder moord en brand schreeuwen.

20140618-093517.jpg

Toch was het alleen een Brusselse nicht die van zijn theater maakte omdat Hans Vandeweghe iets geschreven had over Afrikaanse tovenaars.
De Standaard zag haar kans schoon en probeerde het land op te zwepen tot Nationale Verontwaardiging.
Maar die vlieger ging niet op.
De Morgen gebaarde van krommenaas en Hans Vandeweghe deed alsof er geen politieke correctheid meer bestond.
Zo schrijft hij vandaag alweer de meest ontoelaatbare dingen in zijn column:

‘Je moet al behoorlijk fanaat zijn om het Algerijnse middenveld nominatief te kunnen benoemen’ (racisme)
‘Onze Willi moest zo nodig Nacer Chadli op het middenveld droppen’ (Chadli is Marokkaan en dus: racisme)
‘Het was niet duidelijk waarom hij Chadli bracht. Misschien was het wel om te kunnen ‘trash talken’ – dat is smerige dingen zeggen’ (racisme)
‘De Rode Duivels, die tot dan toe over het veld liepen als een stel kassiersters’ (sexisme plus een stuitend gebrek aan solidariteit met het Delhaize-personeel)

20140618-094057.jpg

In betere tijden was Hans Vandeweghe daarvoor op staande voet ontslagen, veroordeeld en gevierendeeld, maar sinds het WK begonnen is, mag blijkbaar alles.
Waar zijn ze nu, al die moedige strijders tegen racisme, nationalisme, sexisme, kortom tegen Het Kwaad in de wereld?
De Rode Duivels zijn nog maar op het toneel verschenen of ze zijn al hun idealen, al hun principes, al hun verontwaardiging vergeten, en ze worden al net zo racistisch, nationalistisch, sexistisch en voetballistisch als de Moreel Inferieure Mensen die ze zo heldhaftig plachten te bestrijden.
De droeve waarheid is dus dat ze geen haar beter zijn dan de MIMs en dat hun Morele Superioriteit slechts een masker is.

En dat is zeer, zeer slecht nieuws.
Want wat zijn we zonder onze Elite?
Waar moet het heen met de wereld als er geen onderscheid meer is tussen Goede en Slechte Mensen?

Al onze hoop is dus gevestigd op de Rode Duivels.
Zij moeten het WK winnen.
Zodat voor de hele wereld duidelijk is wie De Besten zijn.

20140618-094117.jpg

Wetenschap-voor-dummies

In het kunstonderwijs wordt de student gestimuleerd om over de betekenis van zijn praktijk te reflecteren en dat vormt in mijn ogen ook de kern van het onderzoek in de kunsten.
Onderzoek in de kunsten is niets anders dan het artistieke en maatschappelijk-filosofische onderzoek naar de fundamentele voorwaarden van de kunstbeoefening vandaag.
In de praktijk betekent dit dat studenten in een kunsthogeschool, zeker in hun masterjaren, nadenken over hun eigen praktijk en dat ze die gedachten naar buiten brengen in de vorm van kunstwerken, die bovendien vergezeld gaan van papers.

(Filosoof Peter De Graeve over de rol van het kunstonderwijs)

Veel duidelijker kan ‘de misvatting van Schelling’ niet geïllustreerd worden: er is geen verschil meer tussen kunst en wetenschap, behalve dan dat de kunstenaar de resultaten van zijn ‘onderzoek’ niet alleen in de vorm van papers brengt maar ook in die van kunstwerken.
Kunst is met andere woorden geïllustreerde wetenschap.
Wetenschap-voor-dummies dus.

20140617-174855.jpg
(Het centrum voor kunst en wetenschap in Valencia. Kostprijs: 1,3 miljard euro)