Hemelvaart in Brugge (1)

door lievendebrouwere

Het was me het weekendje Brugge wel.
Op de Dijver gingen een fietser en een brommer tegen de vlakte nadat ze werden aangereden door een auto.
Op de Grote Markt werd iemand vermoord met een mes.
En ikzelf verkocht twee dagen lang helemaal niets.
Het is natuurlijk vergezocht om daar een verband tussen te zien, maar een mens probeert de dingen toch altijd érgens mee in verband te brengen, is het niet met ons Heer die ten hemel vaart dan toch met Bart De Wever.

20140602-195444.jpg

Volgens de antroposofie is de hele kosmos geschapen met één enkel doel: de mens.
We moeten ons die kosmos voorstellen als een immens voetbalstadium waarvan de tribunes gevuld zijn met engelen en/of geestelijke wezens die ademloos kijken naar wat zich op aarde afspeelt.
Zo’n ‘kosmische’ voorstelling staat natuurlijk haaks op de hedendaagse opvatting van de mens als een betekenisloos stofje dat ronddwarrelt in een eindeloze ruimte.
Beide visies hebben hun verdiensten, maar voor mezelf werkt de nuchtere (en ontnuchterende) hedendaagse opvatting niet.
Ik héb er niks aan.
Ze wordt ook met iets te veel leedvermaak verkondigd dan dat ik zou geloven dat het om een objectieve, vaststaande waarheid gaat.
Nee, geef mij de antroposofische visie maar.
Daar kán ik tenminste wat mee.
Het is een veel kunstzinniger visie dan de materialistische, en dat geeft voor mij altijd de doorslag.

Een kunstzinnige visie op mens en wereld brengt natuurlijk de opgave met zich mee om het menselijk bestaan te begrijpen op de manier waarop men ook een kunstwerk begrijpt.
En één van de eigenschappen van een kunstwerk is dat het geheel terug te vinden is in ieder onderdeel.
Dat is ook de manier waarop in de antroposofie naar de aarde en de mens wordt gekeken: als naar een piepklein deeltje dat niettemin het grote geheel in zich draagt, een microcosmos die de macrocosmos weerspiegelt.
Dat klinkt misschien wel mooi, maar als je twee dagen na elkaar op een drukke markt zit zonder iets te verkopen, dan vraag je je wel af welke macrocosmos daarin tot uitdrukking komt.
Anders gezegd: welke geestelijke realiteiten weerspiegelen zich in het feit dat ik dit weekend vrijwel niks verkocht heb?

20140602-195647.jpg

Deze ietwat belachelijk klinkende vraag geeft aan in welke mate de kunstzinnige visie van de antroposofie verschilt van de gangbare materialistische visie.
Want deze laatste zegt: tja, die dingen gebeuren nu eenmaal.
Of: misschien is je werk gewoon niet goed genoeg.
Of: misschien vraag je te veel.
Of: misschien is die (rommel)markt niet de plaats om schilderijen te verkopen.
Of: misschien kun je maar beter wat anders gaan doen.
Enzovoort.
De materialistische visie zoekt de betekenis der dingen in de aardse, materiële wereld zelf en niet in een spiritueel gedachte kosmos waar we geen weet van hebben.
En die verklaring heeft evenveel reden van bestaan als de antroposofische.

Het is onzin om alleen maar ‘spirituele’ redenen te zoeken voor wat je overkomt.
Na zo’n mislukt weekend moet ik mij afvragen of de ‘materialistische’ verklaringen niet gewoon wáár zijn.
Misschien is mijn werk inderdaad niet goed genoeg.
Misschien vraag ik te veel.
Misschien zit ik daar gewoon op de verkeerde plaats.
Misschien moet ik iets anders gaan doen.
Dat zijn allemaal zeer praktische en zeer concrete vragen waar ik niet omheen kan.
Het zijn vragen die iedere marktkramer zich stelt als de verkoop niet vlot.
Zelfs als hij al 30 jaar op de markt staat.
‘Het ligt aan het weer. Als de zon niet schijnt, blijven de portemonnees dicht.’
‘De laatste dag van zo’n lang weekend is altijd zwak. De mensen hebben dan geen geld meer.’
‘Het is de crisis. De mensen geven geen geld meer uit zoals vroeger.’
‘Het komt door het voetbal. De mensen zitten liever thuis voor hun tv.’
Enzovoort.
Het is sterker dan henzelf: als de verkoop slabakt, beginnen marktkramers te zoeken naar redenen.
Want een mens kan niet leven zonder redenen.
Het is door redenen te ontdekken, dat hij zijn situatie kan verbeteren.

20140602-200538.jpg

Geen slecht woord dus over de materialistische wereldvisie: ze heeft de mens in staat gesteld zijn situatie in grote mate te verbeteren.
Maar vandaag heeft het materialisme zijn grenzen bereikt: het is niet langer in staat de wereld te verbeteren.
Wel integendeel, het is vandaag de oorzaak geworden van de snel verslechterende situatie in de wereld.
De rijken worden waanzinnig rijk, en er komen alsmaar meer armen bij.
Meer dan wat ook maakt die discrepantie het failliet van het materialisme zichtbaar.
We keren terug naar toestanden die definitief voorbij zouden horen te zijn.
Er is nood aan een visie die het kwaadaardig geworden materialisme doorbreekt en de mens opnieuw zijn (gelijk)waardigheid teruggeeft.
Zo’n ‘spirituele’ mensvisie kan en mag de materialistische visie echter niet vervangen.
Waar dat toe leidt, toont de fundamentalistische islam.
Nee, de spirituele visie die we nodig hebben, moet de materialistische omvatten.
En dat betekent dat het een kunstzinnige visie moet zijn, want alleen in de kunst worden geest en materie verzoend.

Dat plaatst een antroposoof voor de opgave om concrete, praktische, materialistische vragen te erkennen, maar ze tegelijk te zien als spirituele vragen, als vragen naar de geestelijke dimensie van de concrete situatie waarin een mens zich bevindt.
Ik moet met andere woorden ‘commercieel’ gaan denken, maar ik moet er tevens voor zorgen dat het niet ten koste gaat van het kunstzinnige.

Ik heb al heel wat ‘commerciële’ raad gekregen.
‘Je moet de mensen aanspreken, je moet contact met hen maken.’
‘Je mag geen prijzen op je schilderijen plakken. Als de mensen je dan vragen hoeveel iets kost, begin je met méér te vragen dan je wil. Als ze vervolgens kunnen afdingen, hebben ze het gevoel een koop te hebben gedaan.’
‘Je moet onder de 100 euro blijven. Dat is de magische grens.’
‘Je moet ‘souvenir de Bruges’ op je schilderijen zetten.’
‘Je moet ter plekke schilderen. De mensen willen je aan het werk zien.’
Enzovoort.

Het zijn allemaal goedbedoelde raadgevingen, die in sommige gevallen de vrucht zijn van vele jaren marktkramerij.
Ik kan ze dan ook zeker naar waarde schatten.
Helaas houden ze geen van alle rekening met het kunstzinnige aspect van de zaak.
Ik ken in Brugge een paar kunstenaars die hun werk verkopen op de markt, en naar eigen zeggen legt hen dat geen windeieren.
Maar als ik hoor hoe ze spreken over hun werk, dan denk ik: dát heb ik er niet voor over.
Ik merk dat ze geen plezier meer hebben aan hun werk.
Dat plezier is ongemerkt overgegaan in het plezier om geld te verdienen.
Zonder dat ze het zelf weten, zijn ze cynisch geworden.
Ze hebben ondervonden hoe de modale toerist tegenover kunst staat en ze hebben geleerd daar gebruik van te maken.

20140602-201821.jpg

Dat louter materialistische, commerciële principe beheerst vandaag trouwens de hele kunstwereld.
Het is een door en door cynische wereld, die gewetenloos misbruik maakt van de ‘artistieke naïeviteit’ van de nouveaux riches.
Als ik zie wat er in de kunstgaleriëen aan de Dijver wordt tentoongesteld, dan zak ik soms door de grond van plaatsvervangende schaamte. Dit heeft allang niets meer met kunst te maken, tenzij dan met de kunst van het verkopen.
Wie erin slaagt om een doek dat helemaal beplakt is met fluorescerend rose kunstbloemen te verkopen voor 10.000 euro is een zakenman van formaat.
En wie zoiets koopt, is een idioot van formaat.

Het huidige geestloze materialisme – het materialisme is niet altijd geestloos geweest – leidt volgens mij tot deze twee mensentypen: de bedrieger en de bedrogene.
Maar met name in de kunstwereld zie je dat de bedrogenen op hun beurt bedriegers zijn.
Want hoe hebben ze het geld verdiend dat ze uitgeven aan al die waardeloze rommel die vandaag voor kunst doorgaat?
Juist.
Het materialisme dat de mens vrijheid en rijkdom heeft gebracht, zorgt er vandaag voor dat mensen elkaar zoveel mogelijk bedriegen.
Dat is het gevolg van een visie die haar tijd heeft gehad heeft, en die kwaadaardiger wordt naarmate ze langer blijft bestaan.
De wereldwijde ‘verslechtering’ die ze veroorzaakt, is overal voelbaar, ook op de folkloremarkt in Brugge.

20140602-202301.jpg

Ik had Henk zaterdag beloofd dat hij zondag met me mee kon rijden.
Anders was ik wellicht thuis gebleven.
Het bleek een goede zaak, want de (derde) dag begon goed: nog vóór de middag had ik al een klein schilderijtje verkocht.
Dat was een pak van m’n hart, want nóg zo’n vergeefse dag had me misschien de genadeslag gegeven.
Na de middag verscheen er een koppel dat zeer, geïnteresseerd bleek in een schilderijtje van de Bakkersrei.
De vrouw bekeek het uitgebreid en stelde me allerlei vragen.
‘Is this an original?’
‘Have you painted it yourself?’
Ik antwoordde beleefd, ofschoon ik het onnozele vragen vond, niet zozeer door de inhoud ervan dan wel door de kritische toon waarop ze gesteld werden.
Wie geen onderscheid kan maken tussen een origineel olieverfschilderij en een reproductie, moet maar beter geen kunst kopen.
En wat maakt het nu uit door wie een schilderij van 75 euro geschilderd is?
Maar goed, enige opvoedkundige arbeid hoort erbij.
En na die twee frustrerende dagen zou ik heel blij zijn als ik nóg iets verkocht.
Ze moesten er echter nog eens over nadenken.
Ze zouden later terugkomen.
‘Of course’, zei ik vol begrip.
En dacht bij mezelf: ‘jaja, dat kennen we.’
Maar tegen vijven – ik had niks meer verkocht – kwamen ze inderdaad terug.
Opnieuw werd het schilderij uitgebreid bestudeerd.
Opnieuw werden er vragen gesteld.
‘Is this real glass?’
‘Yes it is,’ antwoordde ik, en dacht bij mezelf ‘zie je dat nu echt zelf niet?’
‘Have you framed it yourself?’
‘Is it canvas?’
Ik begon er stilaan genoeg van te krijgen.
Niets van wat de vrouw me vroeg, kon ze niet zelf zien.
Dus waarom vroeg ze het?
De aap kwam uiteindelijk uit haar mouw.
‘Can’t you do better than this?’
Ze wees op de prijs.
Als ze het anders had gevraagd, zou ik misschien wel geprobeerd hebben om m’n dag te redden.
Maar ze vroeg het op een toon alsof ik haar probeerde af te zetten.
En dus zei ik: ‘No, I’m sorry.’
‘That’s not the way you will sell things.’
‘Maybe not, antwoordde ik, but that’s a choice I’ve made.’
Waarop ze de neus in de lucht stak en gedecideerd wegliep, als om me een lesje te leren.
Haar man liep achter haar aan, eveneens zonder nog een woord te zeggen.

Daar ging m’n laatste kans.
Ik zuchtte.
Had ik nu moeten toegeven?
Ik had geen zin om erover na te denken, ik had dit weekend al genoeg gepiekerd.
Ik ging aan de rand van het water in de zon zitten.
Dat ervaar ik altijd als een kleine beloning, want het kan koud zijn aan de Dijver als je daar een hele dag onder de bomen moet stil zitten.
Ik keek naar de drukte van de opkramende marktkramers.
Ik ben blij dat ik aan de kant van het water kan staan en niet aan de kant van de straat, maar één van de nadelen is dat ik ’s avonds helemaal ingesloten ben door auto’s.
Ik moet wachten tot er een gaatje valt en vaak is het zes, zeven uur voor ik zelf kan beginnen opkramen.
Dus maak ik van de nood een deugd en ga in de zon zitten die rond vijven vanachter de bomen tevoorschijn komt.

20140602-202630.jpg

Ik kan intens genieten van de rust die dan langzaam over de Dijver neerdaalt.
De marktkramers verdwijnen één na één.
Er passeren nog maar weinig toeristen.
De sfeer verandert helemaal.
Er is, wat mij betreft, niets mooiers dan de avond die valt na een drukke dag.
Waar kun je dat tegenwoordig nog meemaken?
Ik geniet er ook van om op een bijna lege Dijver op m’n gemak op te kramen.
Jammer dat ik daarna in de drukte en de files van de E40 terechtkom en soms pas na negenen thuis ben.
Maar je kunt nu eenmaal niet alles hebben.

Ik had de laatste spullen in de auto geladen toen er een lachend gezicht op me toekwam.
‘How was your day?’
Het was de Australische vrouw die ’s ochtends een schilderijtje gekocht had.
‘Well, antwoordde ik, you were my day!’
Het duurde even voor ze het doorhad.
‘No!’, zei ze vol ongeloof.
Had ik die dag werkelijk maar één schilderijtje verkocht?
‘The whole weekend’, zei ik, ‘three days on a row.’
Ze schudde het hoofd: ‘What’s wrong with people?’
Daar moest ik om lachen.
Wat een mooi compliment!
En het was alleszins heel gemeend.
Wat een hartelijke, zonnige ziel!
Wat een verschil met de kille, wantrouwige schijn-kritische houding van die andere vrouw!
Allebei waren ze geïnteresseerd geweest in m’n schilderijen, maar op een totaal andere manier.
Allebei waren ze na de eerste keer teruggekeerd.
Allebei waren ze vergezeld van hun man.
En nu ik eraan denk: ze leken zelfs op elkaar.
Juist in die merkwaardige tegenstelling bespeurde ik iets van de niet-materialistische betekenis van dit Hemelvaartweekend.
Maar ik had geen tijd om daar nu over na te denken.

Toen ik even later over de brug van de autostrade in Oostkamp reed (neem nooit de afrit Brugge als je naar Brugge rijdt, je weet niet wat je overkomt) stond er op die brug een man teken te doen naar de automobilisten beneden hem: vertragen, vertragen!
Ik zag aan de andere kant hoe de E40 helemaal dicht zat.
Nee, dat kon ik er niet meer bij hebben!
En dus nam ik de ‘oude baan’ die langs Beernem, Knesselare en tal van andere dorpen naar Gent leidt en heel wat meer tijd vraagt.
Het ging een tijdje goed, tot ik terecht kwam in een omleiding die, zoals zo vaak in dit land, het karakter had van een misleiding.
Algauw wist ik niet meer waar ik was.
Ik had geen kaart, geen gsm, geen gps.
Toen ik voor de derde keer Beernem passeerde, besloot ik weer naar Brugge te rijden en daar … de autostrade te nemen.
Dit keer was er geen file te bespeuren en afgezien van wat vertragingen kon ik de hele tijd doorrijden.
Op vers asfalt!

20140602-202820.jpg

En, vroeg An, toen ik als een oude man binnensukkelde, weer niks verkocht?
Toch wel, antwoordde ik, een kleintje.
Daar drinken we op, zei ze, as always looking at the bright side of life.
Ja, een glas witte wijn, dat kon ik wel gebruiken.
Moet je nu eens wat weten, zei ik.
Oei, wat is er gebeurd?
Jean-Claude gaat naar Tirol!
Néé, reageerde An vol ongeloof.
Ze was zaterdag mee geweest en Jean-Claude, mijn overbuurman en de schilderachtigste figuur op de hele markt, had wel drie keer luidkeels verkondigd dat hij naar Tirol ging. Met de schildersclub.
Want Jean-Claude schildert ook. Abstract welteverstaan.
Jawel, knikte ik, hij gaat naar Tirol, en daarna naar Indië!
Want er zijn, zoals hij pleegt te zeggen, andere zaken dan marktkramen alleen.

Dat konden we alleen maar beamen, en we dronken er nog een op.
We besloten de dag met een aflevering van Upstairs, Downstairs waarin lady Elisabeth, de dochter des huizes Bellamy, enthousiast terugkeert uit Duitsland (waar ze de grote denkers had leren kennen) en vervolgens wegloopt van de belangrijkste receptie van het jaar (waar ze zou voorgesteld worden aan de King and Queen).
Ik kan er helemaal in komen, dacht ik.
Duitsland en zijn denkers leren kennen, dat blijft niet zonder gevolgen.
Zelfs niet op de folkloremarkt in Brugge.

20140602-203129.jpg

(wordt vervolgd)