Pinksteren á la carte

door lievendebrouwere

Gisteren liet ik Anneke Coessens aan het woord, die in het tijdschrift Klasse – of all places – haar collega’s opriep om te spreken, om zich te verzetten tegen het betuttelen, kleineren en verstikken van de leerkrachten.
Over één beschuldiging zweeg ze echter wijselijk: die van racisme.
Al tientallen jaren wordt het de Vlaamse leerkrachten doorgestoken dat ze onverbeterlijke racisten zijn.
Immers, de overheid spant zich tot het uiterste in om de ‘ongelijkheid’ in het onderwijs weg te werken, om iedereen gelijke kansen te geven.
Ze spaart kosten noch moeite om allochtone leerlingen te helpen en te ondersteunen.
Maar ondanks al die maatregelen blijft de ongelijkheid bestaan, en is ze zelfs groter dan waar ook.
Dat kan maar één ding betekenen: het racisme van de leerkrachten saboteert al de goede bedoelingen van de overheid.

Het Vlaamse onderwijs is trouwens maar een pars pro toto van de hele Vlaamse samenleving.
Ofschoon de overheid er alles aan doet om het racisme uit die samenleving te weren en de media dat racisme onverdroten aanklagen, blijft het Vlaamse racisme onuitroeibaar.
Het wordt zelfs met de dag erger.
Het wordt zó erg dat tal van hoogopgeleide allochtone intellectuelen het niet meer zien zitten.
Vooral na de verkiezingsoverwinning van Bart De Wever is de ontgoocheling, de angst en de wanhoop groot.

20140608-171117.jpg

Zo was er dit weekend het aangrijpende getuigenis van Marie Bamutese, een Ruandese die de genocide van dichtbij heeft meegemaakt en afgelopen week in het nieuws kwam omdat iemand ‘negers’ op haar huis had geschreven.
In een interview (in De Morgen) beschrijft ze haar ontzetting wanneer ze in haar nieuwe land dezelfde kwaal aantreft die ze ontvlucht is: racisme.
Ze noemt ook namen: Filip De Winter, Vlaams Belang en – natuurlijk – Bart De Wever.
Maar ze doet niet aan politiek, zegt ze, want daar gelooft ze niet meer in.

Hetzelfde, maar in nog krassere bewoordingen, lees ik ook in het artikel (in De Standaard) ‘Ik geloof er niet meer in’ van Rachida Aziz.
Volgens haar zijn het niet alleen de extreem-rechtse partijen die racisme goedpraten en zelfs aanzwengelen.
Alle partijen doen dat.
België weet heel goed hoe zwaar de gevolgen zullen zijn van het heersende racisme, maar toch kiest het er expliciet voor er niks aan te doen.
De reden?
Het racisme zit veel te diep ingebakken in ‘onze’ samenleving.
Politici die maatregelen nemen tegen racisme worden weggestemd.
Er is geen kruid gewassen tegen het Vlaamse racisme.
Rachida citeert dan ook met instemming een Nederlandse collega: ‘dit land is niet meer te redden.’
Ze zegt zelfs meer: ‘Europa is niet meer te redden.’

20140608-171310.jpg

Als ik even rondkijk op internet vind ik nog meer van dergelijke schrijnende noodkreten.
Allemaal zeggen ze hetzelfde: we zijn moedeloos, we hebben jaren gestreden tegen het racisme maar we kunnen er niet tegenop.
Ze spreken in het algemeen en hebben het over ‘onze’ samenleving, maar ze bedoelen natuurlijk ‘jullie’ samenleving: de blanke, de Vlaamse, de Europese.

Ik lees al die harte-, nood- en wanhoopskreten met stijgende verbijstering.
Ze zijn afkomstig van mensen die hun eigen land ontvlucht zijn wegens het racisme dat daar heerste.
Marie Bamutese bijvoorbeeld vertelt bloedstollende verhalen over Hutu’s en Tutsi’s die elkaar uitmoorden, over machetes, verkrachtingen en slachtpartijen.
Op de foto bij het artikel zie ik echter een vrouw die blaakt van gezondheid en welstand.
Ze draagt een horloge waarvan ik alleen maar kan dromen dat ik het mijn vrouw ooit cadeau zou kunnen doen.
Ze heeft hier kunnen studeren, ze heeft werk gevonden, ze is getrouwd met een lid van de intelligentsia, ze komt op tv, en ze kan haar verhaal doen in de krant.
Als dat geen succesverhaal is, weet ik het ook niet meer.
Toch vergelijkt ze België, en met name Vlaanderen, met Ruanda.
Ze spreekt over het ‘diep gewortelde racisme’ dat hier heerst.
Met geen woord rept ze over het verschil.
Idem voor Rachida Aziz en talloze anderen.
Allemaal hebben ze het hier gemaakt.
Allemaal hebben ze zaken bereikt waarvan ze in hun eigen land alleen maar konden dromen.
En toch komen er alleen maar klachten en beschuldigingen over hun lippen.

Ik beweer niet dat deze mensen dankbaar zouden moeten zijn.
Ik vraag alleen dat ze fair zijn beide kanten van de medaille te belichten.
Wat stelt het racisme dat ze hier aantreffen voor, vergeleken met het racisme dat ze ontvlucht zijn?
Ze zien dat racisme als een diepgewortelde, onuitroeibare eigenschap van het blanke ras in het algemeen en de Vlamingen in het bijzonder.
Maar hoe zit het dan met hun eigen ras en hun eigen volk, waarvan het racisme vele malen agressiever en bloederiger is dan het onze?
Maken ze dan geen deel meer uit van dat ras?
Zijn ze boven hun volk uit gestegen?
Hebben ze zich ervan losgemaakt?
Ik wil het graag geloven.
Maar waarom ontzeggen ze dan de blanken hetzelfde vermogen om zich te verheffen boven hun ras?
Waarom blijven ze dan herhalen dat het blanke racisme diepgeworteld, onuitroeibaar en hopeloos is?

20140608-171425.jpg

Tonen ze zich daarmee niet racistischer dan de blanken?
Getuigen ze daarmee niet van een superioriteitsgevoel dat veel blanken allang niet meer bezitten?
Zien ze met andere woorden niet de splinter in het blanke oog, maar blijven ze blind voor de balk in hun eigen oog?

We hebben intussen al zoveel verhalen en beschuldigingen van racisme gehoord dat we niet meer durven twijfelen aan het bestaan ervan.
Die verhalen en beschuldigingen worden zelfs alsmaar heviger, zodat we ons moreel gedwongen voelen om in het getouw te komen tegen dat alomtegenwoordige racisme.
We moeten met andere woorden kiezen: ofwel worden we racismejager ofwel outen we ons als racist.
Op die manier wordt de blanke samenleving verdeeld in twee groepen die elkaar als slechte, moreel verwerpelijke mensen beschouwen.

Ik moet moeite doen om geen hekel te krijgen aan mensen als Marie Butawamese of Rachida Aziz, die in Vlaanderen alles gekregen hebben waar ze van droomden, maar die hun nieuwe nest bevuilen alsof het nergens anders goed voor is.
Dat is ook de reden waarom ik erover schrijf: ik wil hun racismebeschuldigingen begrijpen, want anders ga ik ze in een onvermijdelijke emotionele reactie terugkaatsen.
Ik ga dan zelf al die Maries en Rachida’s en Abou’s beschouwen als racisten, die naar hier gekomen zijn om ons te beschaven en ons te doordringen van hun eigen superieure cultuur.
Ik ga dan denken dat het racisme hier door hen is ingevoerd en dat we simpelweg gekolonialiseerd worden door een racistische cultuur die zich verheven voelt boven alle andere rassen en culturen.
Als ik wil ontsnappen aan deze dwingende emotionele reactie, die mensen en groepen tegen elkaar opzet, dan moet ik begrijpen wat er aan de hand is, dan moet ik erachter zien te komen waarom mensen die alle reden voor dankbaarheid hebben, toch hun gal blijven spuwen op het land en het volk dat hen onderdak (en meer dan dat) heeft geboden.

20140608-171550.jpg

Het eerste wat ik dan vaststel, is dat deze allochtonen precies hetzelfde zeggen als de blanke racismejagers.
Ik kan me dan ook niet van de indruk ontdoen dat ze niet uit zichzelf spreken, maar gewoon het discours overnemen van de bevolkingsgroep waar ze bij (willen) horen.
En die bevolkingsgroep zijn ‘de intellectuelen’, de mensen die gestudeerd hebben en daardoor tot de ‘betere’ klassen behoren.
Nu hebben de allochtone en autochtone intellectuelen hier in Vlaanderen één ding gemeen: ze zijn op relatief korte tijd van helemaal beneden tot helemaal boven aan de sociale ladder geklommen.
Vlaanderen heeft immers geen (levende) intellectuele en culturele traditie.
De ooit zo roemrijke Vlaamse cultuur (waarvan Brugge nog getuigt) is de afgelopen eeuwen met de grond gelijk gemaakt.
De huidige Vlaamse intellectuelen waren tot voor kort nog boerenzonen.
Net als de allochtonen hebben ze zich op korte tijd een cultuur eigen moeten maken die hen van nature vreemd is.
Om maar één voorbeeld te geven: een Vlaamse intellectueel moet zich inspannen om Algemeen Beschaafd Nederlands te spreken. Hij moet zich bewust verzetten tegen zijn natuurlijke neiging om dialect te spreken.
Geen enkele Vlaming ontsnapt daaraan.
En wat voor de taal geldt, geldt eigenlijk voor álle cultuur.
De culturele, intellectuele Vlaming verzet zich (bewust of onbewust) tegen zijn natuurlijke afkomst, dat wil zeggen tegen het Vlaamse in zichzelf.
Want dat ‘Vlaamse’ is boers, primitief, achterlijk.
Hij schaamt er zich voor.
Vlamingen willen niet herinnerd worden aan de ellendige, vernederende toestand waarin ze zich nog maar enkele generaties geleden bevonden.
Ze verdringen die (collectieve) herinnering.
Maar daardoor speelt ze hen onbewust parten, bijvoorbeeld in de politiek.
Vlaamse politici vinden zichzelf heel wat.
Ze denken dat Europa luistert als ze hun mond opendoen.
Maar in werkelijkheid laten ze zich als ‘domme boeren’ misleiden door de ‘geslepen heren van ’t stad’.
Die oude, diep beschamende relatie blijft zich herhalen omdat de Vlamingen hun trauma niet verwerkt krijgen.
Ze kunnen of durven het niet onder ogen zien.
Maar ze moeten wel steeds meer moeite doen om het eronder te houden.
Schrijvers, journalisten, academici, politici en kunstenaars: allemaal zijn ze in een hevige strijd gewikkeld met hun Vlaamse natuur.
Het vernederende aan die strijd is evenwel niet de Vlaamse natuur waartegen ze vechten, maar het gebrek aan bewustzijn waarmee ze dat doen.
De Vlaamse natuur is een ruwe diamant, ontstaan onder eeuwen zware druk.
Hij ziet er niet uit, maar als hij geslepen wordt, kan hij opnieuw schitteren zoals in de tijd van de – what’s in an name – Vlaamse Primitieven.

20140608-172034.jpg

Slijpen is echter niet wat de hedendaagse Vlaamse intelligentsia doet.
Ze wil niks te maken hebben met de ‘boerse natuur’ van de Vlaming.
Ze doet alsof ze daar boven staat, alsof ze er los van staat.
Ze is een hoofd dat op platoonse wijze zonder lichaam door het leven wil gaan.
Ze gedraagt zich met andere woorden autistisch.

Het is bekend dat autisme vaak (zoniet altijd) het gevolg is van een trauma, zoniet in dit leven dan in een vorig.
En dat is precies wat Vlaamse intellectuelen en allochtonen gemeen hebben: een trauma.
Hoe diep moet het trauma niet zijn van iemand als Marie Butamawese, die in Ruanda de vreselijkste dingen heeft gezien en meegemaakt.
Ze ziet er absoluut niet uit als een getraumatiseerde vrouw, maar als iemand ‘negers’ op haar huis schrijft, komt het weer allemaal boven en zegt ze dingen die niet redelijk meer zijn.
Hetzelfde geldt voor dat epistel van Rachida Aziz.
Wat ze schrijft is grotesk, karikaturaal en onaanvaardbaar.
We zouden eigenlijk verontwaardigd moeten zijn over haar verontwaardiging.
Het getuigt bepaald niet van respect om niet te reageren als mensen zich te buiten gaan aan dergelijk stuitend gedrag.
Het getuigt echter wél van innerlijke verwantschap.
Onbewust herkennen Vlamingen zichzelf in dat emotionele gedrag.
Ze delen immers eenzelfde trauma met die intellectuele immigranten: ze schamen zich voor hun eigen volk, hun eigen ras.
Ze proberen hun eigen ‘natuur’ te verdringen en te negeren.

Marie Butamawese heeft haar eigen volk tekeer zien gaan als wilde beesten.
Hoe kan zij zich niet de vraag stellen: heb ik, als Ruandese, ook dat beestachtige in mij?
En hoe kan zij op die vraag een antwoord vinden in een Europa dat nog niet zolang geleden hetzelfde ‘beestige gedrag’ vertoond heeft en daar nog altijd geen verklaring voor vindt?
Allochtonen én autochtonen worstelen in Europa met dezelfde vraag, de vraag naar de relatie tussen de mens en zijn ‘natuur’, tussen de mens als redelijk wezen en de mens als een wild dier.
En allebei negeren ze die worsteling, allebei verdringen ze hun ‘natuur’.
Het resultaat is dat die worsteling tussen de mens en zijn natuur vertaald wordt in een strijd tussen mensen onderling.
Want als de (bewuste) mens zijn natuur niet temt, dan gebeurt het omgekeerde: zijn (onbewuste) natuur ‘temt’ dan zijn rede.

20140608-172233.jpg

Als ik lees wat mensen als Marie Butawamese en Rachida Aziz (en zovele anderen) zeggen, dan zie ik een ratio die het werktuig is geworden van een dier, een dier dat tegelijk wild en geraffineerd om zich heen slaat en bijt.
Het is ontzettend moeilijk om niet op dezelfde manier te reageren, maar verontwaardiging met verontwaardiging pareren, creëert natuurlijk een vicieuze cirkel.
Die verontwaardiging onderdrukken, biedt echter ook geen oplossing, want dan word je gedwongen net hetzelfde te doen als de Maries en de Rachida’s en Abou’s: een zondebok zoeken.
Want daar komt het uiteindelijk altijd op neer: iemand moet de schuld krijgen, de begeerte van het dier moet bevredigd worden.

We staan dus voor de keuze: ofwel blijven we zoeken naar zondebokken, schuiven we de schuld af op de ‘anderen’ en stevenen op die manier rechtstreeks af op de door Rudolf Steiner voorspelde strijd-van-allen-tegen-allen, ofwel proberen we de hele onzalige situatie te begrijpen, en dan komen we uit bij de relatie tussen de mens en zijn natuur.
Het negeren van die natuur is heel erg en vogue.
Veel Vlamingen profileren zich graag als Belgen, als Europeanen, als wereldburgers.
Ze spreken met veel minachting over alles wat ‘Vlaamsch’ is.
Maar hun houding is helemaal niet rationeel, humaan of progressief.
Ze is een blinde reactie die de tegengestelde blinde reactie veroorzaakt: het zich vastklampen aan de natuur (van ras of volk).

20140608-172630.jpg

Is het toeval dat dit blinde reageren in Vlaanderen zo extreem is?
Er is waarschijnlijk geen volk ter wereld dat zijn eigen natuur zo ontkent als het Vlaamse.
Die strijd tegen de eigen natuur siert de Vlaming en doet hem kennen als iemand naar de geest streeft, die zich los wil maken van de ‘banden van het bloed’.
Maar juist deze bewonderenswaardige eigenschap wordt tot een verderfelijke eigenschap als ze onbewust wordt nagestreefd.
Er is namelijk maar één manier om je werkelijk te kunnen verheffen boven de natuur, en dat is: die natuur doorgronden, ze leren kennen, ze doordringen met bewustzijn.
Want dat is waar die natuur naar verlangt: ze wil bevrijd worden, ze wil deel hebben aan de geest.
Het ‘dier’ in de mens is niet op zoek naar een prooi om te verscheuren, het is op zoek naar erkenning, naar bewustzijn, naar liefde.
Dat is tussen haakjes ook de oorzaak van de zogenaamde Global Warming en de catastrofes die ze veroorzaakt: de natuurwezens willen gekend worden door de mens, en hun ontkenning veroorzaakt een diepe pijn die hen agressief maakt.

De Vlaamse kwestie – ik kom telkens weer tot die conclusie – is dus veel belangrijker dan we denken.
Achter het agressieve anti-Vlaamse gedrag van zowel allochtonen, Franstalige politici als Vlaamse intellectuelen gaat een enorme behoefte aan bewustzijn schuil.
Allemaal hebben ze immers hetzelfde gemeen: de worsteling met hun natuur.
En allemaal wijzen ze dezelfde zondebok aan: de (gewone) Vlaming.
Hij is de grote, onverbeterlijke racist die ongelijkheid en discriminatie verspreidt.
Nergens anders doet hij dat zo systematisch en doortrapt als in het onderwijs.
Racisme wordt hier een vorm van kindermisbruik.
Deze beschuldiging is zo grotesk dat er wel iets anders moét achter zitten.
Ze is volgens mij dan ook de vraag aan de Vlaamse volksziel om … als leraar op te treden.

20140608-172938.jpg

Geen enkel ander volk heeft zich vandaag zo sterk losgemaakt van zijn eigen ‘natuur’ als het Vlaamse.
Dat maakt het tot een voorbeeld voor andere volkeren, die nog veel meer gehecht zijn aan hun volksaard.
Maar een navolgingswaardig voorbeeld is het zeker niet, want de ‘zelfonthechting’ van de Vlaming is louter negatief: het is een vorm van zelfhaat.
Een echt voorbeeld (en dus ‘leraar’) kan de Vlaming pas worden als hij die zelfhaat ompoolt tot liefde voor zijn volksziel, en dat is iets heel anders dan de eigenliefde waarvan zoveel Europese volkeren – ik noem geen namen – blijk geven.
Een dergelijke liefde voor de eigen Vlaamse natuur kan alleen gestoeld zijn op inzicht.
Wil de Vlaming leraar worden, dan moet hij zijn volksziel leren kennen.
Hij moet zijn natuur doordringen met bewustzijn.
Dat is wat zijn natuur wil, dat is waar ze op wacht.

Maar de Vlaming maakt geen aanstalten tot deze ommekeer.
Hij zwelgt liever in zelfhaat en minachting voor zijn Vlaamse natuur, die hij zelfs ronduit ontkent.
En daar ligt volgens mij dan ook de oorzaak van die golf van groteske racismebeschuldigingen die Vlaanderen na de verkiezingsoverwinning van Bart De Wever over zich heen krijgt: waar het uit zichzelf niet toe komt, daar wordt het van buitenaf toe gedwongen.
Mensen als Marie Butamawese en Rachida Aziz spreken niet uit zichzelf, ze spiegelen gewoon de Vlaamse intellectueel.
Zelfs de Franstalige politici doen dat.
Vlamingen stellen het graag zo voor als zouden ze de gijzelaar en het slachtoffer zijn van de Franstalige politiek. Wel, ik maak me sterk dat het omgekeerd is: ze zijn de gevangene van de Vlamingen, die er maar niet toe komen om ‘leraar’ te worden.

20140608-173220.jpg

De natuur van alle volkeren smacht naar bewustzijn.
Daarom drijft ze mensen van over de hele wereld naar Europa, mensen die Europa zwaar onder druk zetten om haar eigen aard, haar eigen natuur te leren kennen, want de wereld heeft die Europese natuur – maar dan in bewuste, ‘vergeestelijkte’ vorm – nodig.
Vlaanderen speelt in die bewustwording blijkbaar een belangrijke rol, juist omdat het reeds zo onthecht is van haar eigen volksaard.
Maar het wordt bijzonder zwaar onder druk gezet omdat het er niet in slaagt de volgende, beslissende stap te zetten: het ompolen van die zelfhaat tot een gezonde, zuivere eigenliefde, een eigenliefde die niet gebaseerd is op natuurlijk egoïsme maar op bewust veroverd inzicht.

Als ik het eens antroposofisch mag uitdrukken: Vlaanderen heeft Christus, daarom wordt het beladen met alle zonden Israëls.
Maar wat Vlaanderen niet heeft, is het bewustzijn van Christus, de Heilige Geest.
Die Heilige Geest wordt geboren uit het huwelijk van ahrimanische zelfhaat en luciferische eigenliefde.
Vlaanderen is bang, niet voor Ahriman, niet voor het duistere racistische beest in zichzelf, maar voor het licht dat als een mogelijkheid in haar leeft.
Het is niet bang voor Golgotha, want het weet wat sterven is en het weet ook wat verrijzen is.
Maar wat het niet weet, en wat het meer vreest dan wat ook, is … Pinksteren, het licht dat begint te schijnen en zichtbaar wordt.
Dat is Vlaanderens deapest fear.
En ook de mijne, vrees ik.

20140608-173908.jpg

Daarmee heb ik onverwacht een antwoord gekregen op twee prangende vragen:
Waarom heb ik gisteren – alweer – niks verkocht?
En waarom werd er uitgerekend met een krijtje op Maries woning geschreven?

De ene vraag klinkt al onnozeler dan de andere.
Maar heeft Steiner niet ooit eens gezegd dat kleine details veel relevanter kunnen zijn voor het ontdekken van de ‘geestelijke dimensie’ dan grote lijnen en verbanden?
Ik was gisteren vol verwachting naar Brugge vertrokken, benieuwd wat het Pinksterweekend me zou brengen.
Maar het bracht me niets, driewerf niets.
Ja, veel gesnotter, want het onzichtbare stuifmeel irriteerde m’n slijmvliezen als vanouds.
Ik probeerde te lezen in Prokofieffs boek over Novalis, maar met al dat gedrup was dat onbegonnen werk.
Ik vond het ook een beetje verknipt om te zitten lezen over Johannes De Doper en de toekomstige Sofia-mysteriën, terwijl m’n interesse eigenlijk uitging naar verkopen en geld.
Dus las ik maar de krant van buurman Henk, waarin ik dat interview met Marie Butawamese aantrof.
Ik had vroeger op de week al gelezen over de ‘racistische leuze’ die men op haar huis geschreven had, en wat me daarbij het meest trof, was dat het met … krijt was gebeurd.
Een beetje racist gebruikt toch een spuitbus en geen krijtje als hij huizen wil bekladden!
Het leek wel het werk van een kind voor een schoolbord.

Meer gebeurde er die dag niet, behalve dat ik op weg naar huis overvallen werd door een hagelbui die m’n voorruit bijna doorboorde.
Dát zou er nog aan gemankeerd hebben!
Maar uitstel is geen afstel: toen ik rond negenen thuis arriveerde, werd ik overvallen door een hooikoortsaanval die zo hevig was dat hij Anna de stuipen op het lijf jaagde.
Ik was nu helemaal uitgeteld en kon alleen maar in m’n bed kruipen.
Gelukkig had ik een vooruitzicht: een (Duitse) mevrouw had me gevraagd of ik er zondag ook zou staan. Ze zou dan terugkeren.
Maar toen ik vanmorgen om zes uur opstond, viel ik gelijk bijna omver.
Nee, in die toestand zag ik het echt niet zitten om weer een dag in Brugge te gaan zitten niezen en snotteren.
Toen het ook nog eens begon te regenen, dacht ik: schluss damit, Pinksteren of geen Pinksteren!
En die Duitse mevrouw?
Tja, wie zegt dat ze was teruggekomen!
In mijn hele carrière is er nog nooit iemand teruggekomen die zei dat hij of zij zou terugkomen.
Behalve dan de Wantrouwige Vrouw.
Maar die kocht niks.

Nee, ik verheugde me erop om een dag op m’n gemak te bloggen, alleen en van geen vrouw of pollen gestoord.
Want An moest naar haar moeder, en dat kon nu met de auto.
Dus dat kwam goed uit.

En zo is het onverwacht toch nog een beetje Pinksteren geworden, want ik heb er nu een inzicht bij, een inzicht dat misschien wel eens praktisch zou kunnen zijn.
Maar dat is voor een volgende keer.

20140608-174505.jpg