‘Ik ben trots op mijn volk, want het verroert geen vin’

door lievendebrouwere

20140618-164054.jpg

‘De Belgische revolutie is, in tegenstelling tot de Franse, in slechts één hoofdstuk een lichtpunt: voor de doorbraak van de vrijheidsgedachte.
Maar wat men vaak verzwijgt, is dat onze vrijheidsgedachte in 1830 een zeer elitaire vrijheidsgedachte was.
Met als gevolg de onevenwichtige verhouding tussen vrijheid en gelijkheid.
Wij, Belgen, zijn zeer sterk in het verdedigen van persoonlijke vrijheden – een analyse die de Franse dichter Baudelaire ook maakte toen hij in Brussel verbleef in de jaren 1860.
Maar, zoals we kunnen aantonen met het B-H-V-dossier, daar staat geen coherente visie op gelijkheid tegenover.
EHet is met andere woorden een onevenwicht dat zich vooral laat voelen in Brussel en zijn periferie.

De meerderheid van de Franstaligen in de Rand eist geen rechten, maar voorrechten.
Sterker nog: men vertaalt die voorrechten als mensenrechten, zoals onlangs nog PS-voorzitter Elio Di Rupo.
Daarmee bedoelen de Franstaligen de rechten van een minderheid, waarmee ze denken te appelleren aan de democratie: bescherming van minderheden is inderdaad een fundamenteel aspect van de democratische gedachte.
Toch wordt het begrip hier in een verkeerde context gebruikt.

België is hopeloos in die zin dat het zichzelf achternahinkt.
Het heeft zijn start al gemist in 1848, toen Leopold I aan zijn nicht in Engeland schreef, terwijl Frankrijk net het algemeen enkelvoudig stemrecht had ingevoerd: ‘Ik ben trots op mijn volk, want het verroert geen vin.’
We slagen er niet in de gelijkheid definitief te vestigen.
We zien niet in dat het communautaire de kern van dat probleem is.
We komen niet tot het democratische niveau dat de problemen kan oplossen.
De Zwitsers lijken het wel te kunnen, wij niet.
Maar het dringt niet of nauwelijks tot ons door.
In de plaats daarvan komen we weg met het argument dat B-H-V louter een symbooldossier is.
Het is een symbooldossier, in die zin dat het ons gebrek aan principes blootlegt, democratische principes.
Het is de kern van ons probleem.

Essentieel in de relatie tussen landen zijn grenzen.
Voor de Tweede Wereldoorlog waren dat harde, collectief-egoïstische gegevens, maar sinds de komst van Europa is een grens een spelregel geworden.
Als je naar Frankrijk reist, dan weet je dat je Frans moet spreken, dat je in een ander land terechtkomt.
Waarom stemt Vlaanderen op N-VA?
Omdat Vlamingen aanvoelen dat Franstaligen de grenzen, de spelregels, niet respecteren, terwijl zijzelf dat wel doen.
De taalgrens is nu eenmaal een Belgische spelregel.
Toch weigert men de Europese logica op België toe te passen.’

Peter De Graeve (filosoof)

20140617-115218.jpg