Steiner over kunst (5)

door lievendebrouwere

In zijn voordracht over Goethe en de nieuwe esthetica heeft Rudolf Steiner het over de grote misvatting die de esthetica op het verkeerde spoor heeft geplaatst.
Dertig jaar later, wanneer hij spreekt over ‘Het verwezenlijken van het zintuiglijk-bovenzintuiglijke door de kunst’ (GA 271 – München 15 februari 1918), voegt hij daar nog een tweede grote misvatting aan toe.
Naast het uitbeelden van het bovenzinnelijke (de Schellingiaanse misvatting) plaatst hij nu ook het uitbeelden of nabootsen van het zintuiglijke.
Dat zijn in zijn ogen de twee ‘erfzonden’ van de kunst.
De eerste getuigt van een ietwat verwilderd zieleleven, de tweede van een zekere barbaarsheid in het gevoelsleven.
Tussen deze twee ‘gevoelsgrenzen’ treedt het kunstzinnige gevoel op: het gevoel dat de wereld ‘betoverd’ is en dat er doorheen het zintuiglijke iets bovenzintuiglijks schemert.
Om dat gevoel op het spoor te komen, moeten we diep in de ziel onderduiken. Dat laatste is pas in onze tijd mogelijk geworden doordat nieuwe kunststromingen zoals het impressionisme en het expressionisme het kunstzinnige gevoel naar de oppervlakte hebben gebracht.

20140710-101844.jpg

Als we in ons zieleleven afdalen, stellen we vast dat het pendelt tussen twee toestanden.
Enerzijds wil datgene wat in onze ziel leeft als een visioen in ons bewustzijn doordringen.
In normale omstandigheden wordt dat verhinderd, maar we kunnen het ‘visionaire’ streven (dat in alle mensen aanwezig is) wel bevredigen door middel van kunst.
In het expressionisme gaat men die richting uit.
De kunst heeft echter ook nog een andere oorsprong: het gewaarworden van de diepere geheimen van de natuur.
De natuur is niet louter leven, ze is ook dood en vernietiging.
Overal worden lagere vormen van leven gedood door hogere vormen.
De menselijke gestalte bijvoorbeeld wordt voortdurend overwonnen door de menselijke ziel.
Die gestalte bestaat uit twee duidelijk onderscheiden delen: het hoofd en de rest van het lichaam.
Het hoofd is een gemetamorfoseerd lichaam en omgekeerd is het lichaam een gemetamorfoseerd hoofd.
Als we beide delen echter afzonderlijk ‘metamorfoseren’, zodat ze hun eigen gang kunnen gaan, dan ontstaan er twee geheel andere gestalten.
Deze geestelijke gestalten zijn in het menselijk lichaam aanwezig, maar in ‘betoverde’ vorm: ze worden door iets hogers met elkaar verbonden en in evenwicht gehouden.

20140710-102730.jpg

Wie een gevoel ontwikkelt voor dit soort zaken, zal ontdekken dat deze betovering, dit ‘openbare geheim’, overal in de natuur aanwezig is.
Zoals het visionaire streven dat van binnenuit doet, zo zet deze betovering de mens er van buitenaf toe aan om boven de natuur uit te stijgen.
Wie daarin slaagt en de betovering verbreekt, wordt scheppend kunstenaar.
En wie deze ‘onttovering’ op de juiste manier beleeft, komt tot een kunstzinnig beleven.

Als voorbeeld geeft Steiner ‘de mensheidsrepresentant’, het beeldhouwwerk dat hij voor het eerste Goetheanum maakte.
In dit beeld heeft hij ernaar gespreefd om datgene wat in de menselijke gestalte onderdrukt wordt, te bevrijden en vervolgens weer tot rust te brengen.
De twee geestelijke gestalten die in de mens gebonden liggen heeft hij van elkaar losgemaakt: het menselijke hoofd heeft hij gemetamorfoseerd tot de donkere, beklemmende gestalte van Ahriman, het menselijk lichaam tot de machtige gestalte van Lucifer.
Maar, voegt hij eraan toe, deze ‘innerlijke misdaad’ tegen het naturalisme – het ‘onttoveren’ van de twee geestelijke gestalten in de mens – moest weer verzoend worden.
Wat ontbonden werd, moest op een hogere trap weer verbonden worden, en wel met humor.
Dat deed hij in de Christusfiguur die Lucifer en Ahriman overwint.

20140710-102901.jpg

De natuur, zegt Steiner, heeft de mens zo evenwichtig samengesteld dat zijn afzonderlijke delen één harmonisch geheel vormen. Door die ‘betoverde’ delen weer zichtbaar te maken, bevrijd je de bovenzinnelijke krachten van de natuur. Je gaat ‘bovennatuurlijk-naturalistisch’ te werk.
Dat streven herkennen we in het impressionisme.

Beide strevingen – het scheppend nabootsen van de natuur (zoals in het impressionisme) en het bevredigen van innerlijke visoenen (zoals in het expressionisme) – zijn er altijd geweest: het zijn de twee oorsprongen van alle kunst.

Binnen deze grenzen heeft de ziel de elementaire drang om de natuur te onttoveren, om te zien hoe het zintuiglijk-bovenzintuiglijke er overal in verborgen zit.
Het zijn deze waarnemingen waar de plastisch kunstenaar mee werkt.
De vorm-in-rust zal hij oplossen in een gebaar dat erom vraagt nagebootst te worden, en dat gebaar zal hij weer tot rust brengen.

Wat in de ene richting opgewekt en in de andere weer tot rust gebracht wordt, werkt als een zieleproces in ons wanneer we kunst scheppen of beleven.
Het is zoals het in- en uitademen van de mens in het gewone leven.
De kunst ontwikkelt zich in de richting van de ontdekking van deze geheimen.
Eens zullen we het gevoel hebben dat we, om een vrouw te kunnen schilderen, haar innerlijk eerst moeten doden en vervolgens met humor weer tot leven brengen.
Dat laatste kan de naturalistische kunstenaar niet.
Hij lijdt aan de ziekte van het gebrek aan humor.
Dit alles hangt samen met het feit dat we scheppend moeten nadoen wat in de natuur gebeurt: een hogere levensvorm overwint een lagere die in existentie wil treden.
In de ziel van zowel de scheppende kunstenaar als de kunstgenieter moet zich steeds een proces voltrekken van dood maken en weer tot leven wekken door middel van humor.

20140710-103253.jpg

Beide bronnen van de kunst beantwoorden aan de diepste onderbewuste behoeften van de menselijke ziel.
Expressionisme is bevrediging scheppen voor wat visioen wil worden.
Impressionisme is het bij elkaar brengen van wat men zintuiglijk ontbonden heeft om er het bovenzintuiglijke in te blazen.
Deze twee behoeften van de menselijke ziel zijn altijd de bron geweest van de kunst.
In de toekomst zal men dán een kunstzinnig gevoel ontwikkelen wanneer men steeds meer zijn gevoel – en niet zijn verstandelijk bewustzijn – ontwikkelt in deze twee richtingen.

De mensheid zou ziek worden als haar neiging tot het visionaire niet bevredigd werd door de kunst, of als het ontleden van de natuur tot haar zintuiglijk-bovenzintuiglijke elementen (wat ons onderbewuste toch voortdurend doet) niet steeds weer door middel van kunstzinnige humor werd geïmpregneerd door een hogere vorm van leven, zodat we in het kunstwerk scheppend nadoen wat de natuur scheppend volbrengt.

20140710-103857.jpg

Het kunstzinnige proces werkt diep in het onderbewuste, maar onder bepaalde omstandigheden kan het toch veel betekenen om zodanig sterke voorstellingen te hebben van dat kunstzinnige proces dat ze in het gevoel overgaan.
Het visionaire in de ziel ontstaat doordat geestelijke ervaringen zich willen ontladen.
In de geesteswetenschap wordt dat visionaire gereinigd tot imaginaties.
Het geestelijke in de natuur beleven we door middel van intuïties.
We treden dan buiten onszelf, we dalen af in de wereld.
Dit afdalen blijft echter onwerkelijk als we niet in staat zijn de natuur te onttoveren.
We leven in intuïties wanneer we tegenover deze onttoverde natuur gaan staan.
Voor zover deze intuïties zich in de kunst doen gelden, hangen ze samen met intieme belevenissen die de ziel kan hebben wanneer ze buiten zichzelf is en één wordt met de dingen.
Goethe had dit kunstzinnige gevoel reeds in zijn in hoge mate impressionistische kunst.
Als we op zijn manier in de natuur doordringen, komen we terecht in een gebied dat het sterkste bewijs levert dat de kunst er geen behoefte aan heeft louter zintuiglijke dingen na te bootsen of louter geestelijke dingen uit te drukken.
Kunst geeft vorm aan wat zintuiglijk is in het bovenzintuiglijke en bovenzintuiglijk in het zintuiglijke.
Pas wanneer men dit zintuiglijk-bovenzintuiglijke erkent, is men naturalist in de meest ware zin van het woord.

Omdat de mensheid nooit zonder het bovenzinnelijke kan en het zintuiglijke haar zou ontvallen als ze niet in het bovenzinnelijke zou leven, zal ze door haar behoeften steeds meer verwezenlijken wat Goethe, vanuit een diepgaand begrip van de wereld, heeft uitgedrukt in de woorden: ‘Degene aan wie de natuur haar openbaar geheim begint te onthullen, voelt een onweerstaanbaar verlangen naar haar waardigste vertolker: de kunst.’

20140710-104252.jpg

Advertenties